zaterdag 31 maart 2007

Iets over de Harry Potter-boeken

Ze hoeven waarschijnlijk zelfs geen uitleg meer. Ik heb een tijdje gedacht dat ze mij op geen enkele manier meer konden boeien, maar als je zin hebt om een keer een "helemaal weg" boek te lezen, zonder al te moeilijke wendingen erin, dan moet je de Harry Potterboeken gewoon lezen. Erger je dan vooral niet te erg (dat deed ik wel, omdat ze me nu ook opvielen) aan de vertaalfouten, à la "glimmerden in het maanlicht" in plaats van "glommen in het maanlicht". Maar goed. Even helemaal weg dus, voor zomerse dagen, en zomerse boeken!
Harry Potter en de steen der wijzen ; Harry Potter de geheime kamer ; Harry Potter en de gevangene van Azkaban ; Harry Potter en de vuurbeker ; Harry Potter en de orde van de Feniks .- JK Rowling.- Standaarduitgeverij.

woensdag 28 maart 2007

Bij Uil thuis / Arnold Lobel

Een boek met (alweer) Tellegen-trekjes wat mij betreft. Alleen leeft Tellegen nog, en Lobel helaas niet meer. Hoe kom ik op een boek van Arnold Lobel? Zoals weleens gebeurt met mij: toevallig, omdat ik achterflappen las (zoals laatst ook met de dikke bundel met "Alle verhalen van Kikker en Pad" en omdat ze me intrigeren) En omdat alles zo logisch lijkt, maar toch zo geschreven worden dat ze grappig zijn. Uil is een beetje sloom, maar tegelijk kijkt hij misschien wel zoals een kind naar de wereld kijkt. Hij zet tranenthee, door aan droevige dingen te denken. Boeken die niet meer kunnen gelezen worden omdat er bladeren uit zijn gescheurd (wie doet dit nu?!), potloodjes die niet meer bruikbaar zijn omdat ze te klein zijn geworden, een lepel die achter het fornuis is gevallen, en die je dus nooit meer kunt terugvinden, of een pracht van een zonsopgang die niemand kan zien omdat iedereen nog slaapt. Je zou van minder triest worden. Maar tranenthee, daarvoor moet je wat overhebben, al smaakt hij soms wat zoutig.Of de maan, die op een wandeling meegaat tot Uil thuis is, en dan over hem waakt. Daarom is Maan een echte vriend. Goed hé?Vreemde bobbels in bed, en dan maar beneden gaan slapen, of niet weten waar Uil is: boven of beneden. Dan ga je maar midden op de trap zitten, ben je zowel boven als beneden.Een juweel van een boekje. Gewoon omdat het tegelijk onzinnig lijkt, maar toch ook zo logisch is. Leve de fantasie, en de echte dingen in het leven die er toe doen!
Bij Uil thuis /Arnold Lobel ; vertaald door Ed Leeflang.- 10e druk.- Amsterdam : Ploegsma, 2003.- 64p.: ill.- Oorspr. titel: Owl at home.- ISBN: 90 216 1174-0

maandag 26 maart 2007

Over een bijzondere hagedis!

Leeuw, en al zijn leeuwinnen met hem, zijn met de noorderzon vertrokken. Wat erger is, ze hebben met z'n allen ook Baby Leeuw meegenomen. Hij moet immers later wanneer ie groot en sterk is, de leider van de andere dieren worden! Nu zijn alle dieren met z'n allen alleen en zielig. Tot hagedissie opduikt, en zomaar over het water loopt, zonder te bluppen!
Een wonder! Dat is wat de dieren nodig hebben! Wordt Hagedissie dan de nieuwe koning?
Wanneer de dieren Hagedissie ontdekken - ze zien hem nu voor het eerst, hoewel hij altijd wel over het water heeft gelopen - ze zijn nu toch alleen? Dus besluiten de dieren, onder wie Vlug Vogeltje en Zupknup Aap, die Hagedissie ontdekte, dat Hagedissie bij hen moet blijven. Maar Hagedissie zegt nooit veel. Hagedissie wil op het laatst alleen nog maar weg.
Hilarisch opgetekend, met hier en daar iets van stripallures, in de tekst althans, die soms erg detaillistisch klein is, en daardoor echt het gevoel geeft: jee, dat is knap gevonden. De dieren, dat las ik in andere recensies, maar ik weet niet of ik dat zo nodig ook moet vinden, hebben wel heel menselijke trekjes. Hoewel het voor mij zaak is dat ik ECHT de dieren soms zo bekijk: "wat ALS zo'n dier nu eens in de huid van een mens kon kruipen?" Alle dieren willen dat Hagedissie blijft, ze beslissen wat goed is voor hem, zonder zich af te vragen of Hagedissie dat allemaal zelf wel wil. Dit boek is fris, ligt absoluut niet zwaar op de maag, hoewel in het verhaal, later, blijkt waarom Leeuw met zijn familie is weggetrokken. Dat komt hard aan, en 't is goed dat je merkt dat Baby Leeuw, hoewel eerst een beetje bang voor wat hem zal overkomen, koning worden, toch lef heeft. Het lef om de dieren te zeggen waar het op staat. En dat is niet niks.
Knappe, frisse tekeningen sieren dit verhaal, hoewel voor mij persoonlijk, de leeuwen er iets "leeuwachtiger" hadden mogen uitzien. Ook al worden de leeuwinnen afgebeeld. Het lijken veredelde huiskatten, nu.
Hagedissie het bijzonderwonder/ Edward van de Vendel ; illustraties Sebastiaan Van Doninck

donderdag 22 maart 2007

En toen kwam Linde / Brigitte Minne

Lowie woont samen met zijn vader in een huis, nu zijn mama er niet meer is. In het huis naast hen, staat een stal. Of zo noemen de buren dit. De stal wordt opgeknapt, en er komen nieuwe buren naast Lowie en zijn vader wonen. Zij hebben een dochter, die volgens het boek vijftien is. Haar naam is Linde, en ze heeft het syndroom van Down. Lowie en zijn vader zijn van het stille, stugge type, maar Linde kan hen ontdooien, met haar kinderlijke enthousiasme. Ook haar doen en laten charmeert vader en zoon. Zo erg zelfs, dat Lowie haar toelaat in het mama-hoekje... Dat was verboden terrein, mama is namelijk verongelukt, en dat weegt, maar wordt nooit zielig. Er is plaats voor deze grote gevoelens, maar ze worden nooit gedramatiseerd.
Prachtig klein verhaal over grote gevoelens, en een kind met een handicap. Die is er wel, en daardoor STAAT Linde er, als personage. Heel geloofwaardig, haar denkwereld wordt mooi geschetst, haar gelaatstrekken eveneens, en de warme vriendschap zonder dat ze kneuterig wordt, tussen Lowie en Linde, en over wat Linde met Wim en Lowie doet na de dood van Lowies mama.
En toen kwam Linde / Brigitte Minne; ill. Carll Cneut.- De Eenhoorn, 2003

woensdag 21 maart 2007

De Griezelbus en ik



In 1998 zit ik op school, ik volg een opleiding voor bibliotheekassistente. Ik start in september met module A, wat inhoud dat ik alles leer wat ik op technisch vlak over de biebwerking dien te weten. We krijgen het vak "automatisering en gegevensbankondervraging". Voor dit vak moet onze klas tegen het eind van het vak, ik geloof dat het vak 16 uren telde, een soortement "werkje" maken. De onderwerpen zijn vrij te kiezen. We krijgen rond dit werk verschillende opdrachten mee, over hoe en waar we moeten zoeken. Het resultaat moet een “rapport” zijn, inderdaad, enkel de verkregen resultaten tellen. Dat vond ik in het begin een beetje vreemd: geen boeken bespreken? Maar het ging over de bronnen. Die moeten besproken worden. Verder moeten we in ons werk kunnen aantonen dat we op internet kunnen surfen (hmm, en dat voor iemand die nog maar net, we schrijven dus 1998, het internet over de telefoonlijn van pa en ma heeft ingeruild voor een aansluiting via de kabel.) Maar dit leverde geen probleem op. Mijn onderwerp (waarom vertel ik bovenstaande? Omdat het een fijne periode was, daarom.) handelde in eerste instantie over “magie in jeugdboeken.” Gevolg: veel meer ruis of stilte dan me lief was. (Ruis: verkregen resultaten die niets met je onderwerp te maken hebben, maar wel zijn gevonden. Stilte: Geen enkel resultaat) Dus ging ik voor “griezelen in jeugdboeken.” Ja hoor, toen ook al compleet wild van alles wat met kinder- en jeugdboeken te maken had, en ergens wilde ik mijn basisopleiding ook wel volgen om te kunnen doorstromen naar de bijscholingen op school, een aantal jaren verder, zijnde “kinderboekwerker” en “jeugdboekwerker.” In de boekhandelcatalogi vond ik wel een aantal resultaten, in de bibcatalogi nog veel meer (kon je echt gericht zoeken, en met heel veel resultaat, goed bevonden voor mijn onderwerp) En toen stropte ik. Ik was driekwart weg, geloof ik. Ik weet niet meer waarom ik daar op kwam, maar opeens dacht ik aan “De Griezelbus”, boeken die ik vaag kende. Omdat die reeks toen al heel populair was. En van Paul van Loon. Dat wist ik ook. Ik vond ook dat ik, wanneer ik die “Griezelbus” in mijn rapport opnam, ik toch wel moest weten WAT ik opnam. En zo geschiedde. Ik kocht aan het einde van mijn eerste module een cadeautje voor mezelf: alle tot dan toe verschenen delen (vier al geloof ik) van “De Griezelbus”. Ik vond het heerlijk. En dat vind ik nog, eens je voorbij de schabouwelijke schrijfstijl bent. Want je merkt wel wat “populairisme” op, en dingen die het goed doen bij de beoogde leeftijd van 9+: voortdurend het roepen van krachttermen bijvoorbeeld. Of durfals creëren en verder niet echt je personages uitwerken. Hoewel ze het wel goed doen in de sfeer van de verhalen: sommigen zijn echt bang voor wat hen overkomt, en anderen hebben lef. Maar dit hoort wel bij griezelverhalen. Ook hier: vampiers, zombies, de maan (haast nooit zie je een griezelverhaal dat overdag speelt: altijd is het wel “bijna donker, valavond.”). Maar waar ik het dolst op ben, zijn de verhalen met weerwolven. Dat legde ik al eerder bloot, die fascinatie. Hmm, noem het inderdaad gerust een fascinatie. Ik geloof dat ik er vroeger zo bang voor was (ik herinner me vaag een aflevering van Merlina waarin een weerwolf een rol had (ik weet niet hoe die daar kwam), en dat ik ’s nachts na die aflevering, op mijn moeder heb geroepen…). Maar het veranderen van gedaante bij nacht, bij volle maan, van mens naar wolf (van Loon illustreert dit meesterlijk in zijn teksten, cf vooral “De Griezelbus 2: “de liefste juf”, en de Griezelbus 3: “het flatgebouw.” Deze laatste gaat vooral over bewijzen van een weerwolf in een doodgewone buurt… Aah, heerlijk…) Ook in “De Griezelbus 1” zit een weerwolf, en ik geloof in boek 4 ook. Ik weet niet waarom vampieren mij minder zeggen. Het kunnen vliegen als een vleermuis, om als mens weg te komen lijkt me wel wat, maar verder reikt mijn interesse niet zo.
Maar goed. Telkens als ik geen zin heb in lezen (dat gebeurt mij ook wel eens, gelukkig niet te vaak), grijp ik terug naar “De griezelbussen” (of naar Aspe) Ik sta er eigenlijk een beetje versteld van dat ik na al die tijd (ik was negentien toen ik de Griezelbussen voor het eerst las), nog steeds kan genieten van de “grumor” van van Loon.

maandag 19 maart 2007

Kastanjes / Katrien Vervaele

Heel mooi boek, over de liefde die letterlijk openbloeit tussen twee meisjes op een nonnenschool, anno 1972. Het boek is geschreven in 1999, en misschien komt het daardoor nog beter over. Dit is echt een prachtig boek, zeker voor meisjes die ermee worstelen hoe, en of ze wel naar buiten zullen komen met hoe ze zijn. Wanneer Toelie haar studies als verpleegster aanvat (meisjes, meisjes en nog eens meisjes, maar dit is absoluut niet storend), gaat er voor haar een heel nieuwe wereld open. Ze worstelt wel met haar gevoelens voor een klasgenote, terwijl haar vriendin dat helemaal anders ziet. Toelie is echt bang dat "de nonnen en de anderen" erop zullen uitkomen dat er iets is tussen haar en Sam, "ze gaan ons potten noemen, of manwijven", zegt ze. Sam wordt daar heel erg boos om. Zij vind dat, of je nu verliefd wordt op een jongen of op een meisje, dat dat geen verschil maakt. En uiteindelijk lijkt iedereen dat wel te vinden, en dat is het hele positieve aan dit boek (eigenlijk is het hele boek enorm positief ingesteld), dat iedereen uiteindelijk daar absoluut geen graten in ziet, en dat er verder heel gewoon over "een relatie" gedaan wordt, al is dat er een tussen twee meisjes "wat maakt het uit, je voelt dezelfde vlinders, bent even verliefd (Lies) maar ook dezelfde pijn... (Toelie). Heel positief, omdat er zo gewoon over gedaan wordt.

Kastanjes / Katrien Vervaele.- Tielt : Lannoo, 1999

zondag 18 maart 2007

KJVGent: Winnaars 2007

Wie won in de Gentse KJV-werking?
Op zaterdag 17 maart sloten we het KJV-werkjaar feestelijk af.
De winnende boeken waren de volgende:

Groep 1
Wie rijdt? Leo TimmersMaria Dolores Esperanza. Paul Van Oevelen.
Meneer Serafijn. Brigitte Minne.

Groep 2
Vos en Haas en de dief van Iek; Sylvia Vanden HeedeBang in het donker. Kristien Dieltiens
Mag ik mee? Stefan Boonen
Een touwtje naar de maan. Wally de Doncker
Opa zoekt familie. Ann Lootens
Groep 3
Luisje en de ijsprinses. Kerstin GavanderStad. Koen Depoorter. Pieter Gaudesaboos
Jonas en de dolfijn. Annelies Tock

Groep 4
Terug naar Hamelen. Bill Richardson.Weg. Bettie Elias
Ravenhaar. Do Van Ranst

Groep 5
De leeuwendochter. R.H. SchoemansMijn zoute zoen. Gerda Van Erkel
Aude. Kristien Dieltiens

Groep 6
Het Nachtland. Jan de LeeuwDe stille pijn van Luca. Kristien Dieltiens
Jonkvrouw. Jean-Claude van Rijckegem/Pat Beirs

vrijdag 16 maart 2007

Kees van Kooten's episodes

Gisteren, in het Radio 1 programma Neon, luister ik naar een gezellig pratende Kees van Kooten. Om wat hij vertelt. En omdat hij een boek uitheeft. De site van Radio 1 meldde ook dat hij in 2000 al eens een boek over zijn moeder schreef. Nu hij een kleinzoon heeft, schreef hij over hem een boekje. Met observaties, en hoe van Kooten zich voelt als opa. Hoe zijn kleinzoon hem heeft veranderd, en hoe hij anders met Roman omgaat, dan dat hij vroeger omging met zijn eigen kinderen. Nu heeft hij meer tijd, zegt hij. En ik leg m'n werk vijf minuten stil. En ik denk gelijk aan collega J. en zijn kleindochter A.L, over hoe fier hij op haar is.

Met gebalde vuisten / Joseph Pearce

Heel tof boek, waar ik eigenlijk zonder al te grote verwachtingen in ben begonnen. Had over dit boek al wel het een en ander op de radio gehoord, en het intrigeerde mij wel. (En dus is het eigenlijk niet waar dat ik geen grote verwachtingen had). Het boek vertelt een familiegeschiedenis, van de familie Van Weyenberg uit Vilvoorde. Dit is zo'n boek waarbij de achterflap onmiskenbaar een hulpstuk is voor het lezen van het boek. Wanneer ik de achterflap niet had gelezen, zou ik niet geweten hebben waarmee dit boek begon. Het begint nogal heel direct, een heel klein beetje een inleiding waar wat begint, het zou niet misstaan. Het duurt héél even (een drietal bladzijden) voor je meebent, maar het is heel erg de moeite waard. Minpunten zijn wel dat er veel gebeurt, zonder dat je een oplossing krijgt. Bijvoorbeeld heb je een scene waarin voorkomt: "wat hadden we afgesproken?" En dat kom je dan niet echt te weten. Dat is een beetje jammer. Soms stoort dat in dit boek.Wat ik wel erg leuk vind, is het "gepeuter" in familiebanden, al heb ik het dan louter over mezelf. Het is een beetje vreemd. Je gaat terug in de geschiedenis, maar bijvoorbeeld mijn moeder, daarvan kan ik me heel moeilijk voorstellen (al is het natuurlijk wel zo, net als bij iedereen, denk ik), die had OOK een overgrootmoeder. En dat was de grootmoeder van mijn grootmoeder, en die grootmoeder was dan weer de moeder van de moeder van MIJN grootmoeder. Dat komt heel sterk in dit boek naar voor, en dat is prachtig. Je hersentjes draaien lekker rondjes op die manier.
Met gebalde vuisten/Joseph Pearce.- Amsterdam : Meulenhoff, 2004.- 268p. - ISBN 90 290 7580 5

donderdag 15 maart 2007

Het vliegfeest / Harm de Jonge ; Noëlle Smit

Mees en Duif, twee vogels in het bos, vinden dat er in het bos niks spannends gebeurt. Ze besluiten hier verandering in te brengen, en willen een vliegfeest organiseren. Maar niet iedereen kan evengoed vliegen: Eend, bijvoorbeeld, is te dik, Nachtegaal vliegt te hoog, een andere vogel is dan weer verlegen, Jonge Spreeuw is te onstuimig, etc... Toch wordt het een prachtig feest, en doet iedereen toch waar hij of zij goed in is.
Belerend boek, dat wil aantonen iedereen kwaliteiten heeft. Dit boek slaagt hierin zonder krampachtig dit gegeven te willen aantonen, maar het is mij een ietwat TE. Vogels met hun onhebbelijkheden worden mij te veel terechtgewezen om wat ze zijn, en niet op wat ze WEL goed doen. Het feest komt mooi tot stand, maar de vogels worden te veel gekneed door Duif, die opgeworpen wordt als wijs en allesweter. (Waarom is dit dan een duif? Een uil is toch de wijze vogel bij uitstek? Als men dan toch wil leren, kan men evengoed een uil hiervoor opwerpen. De dieren worden echter wel als "dier-zijn" mooi in beeld gebracht. Maar dit is dan weer net de functie van een voorleesboek met prenten. Leuk vondstje voor wie dit boek als volwassene leest, kinderen zullen dit misschien niet oppikken wegens "voor hun tijd", de nachtegaal heet in dit boek "Florence".
Het Vliegfeest / Harm de Jonge ; illustraties van Noëlle Smit.- Tielt: Lannoo, 2005.- 40p.- ill.- ISBN: 90 8568 091 3

woensdag 14 maart 2007

Meester Max in de dierentuin / Rindert Kromhout

Meester Max gaat met zijn kleuterklas - "zijn mini-monsters" naar de dierentuin. Daar zijn allerlei gevaarlijke beesten! Eens ze daar zijn aangekomen, denkt meester Max, zullen ze wel graag dieren gaan bekijken! Maar eerst willen ze hun snoep opeten. Daarna naar de WC, en als er één iemand moet, moeten ze allemaal. Is er na al deze dingen nog wel tijd om naar de dieren te kijken?
Grappig boek met fijne tekeningen, over een kleuterklas in de dierentuin. Over bang zijn voor beesten, en over praktische kantjes aan op schoolreis gaan, en over snoepen, want dat mag, heeft Meester Max beloofd. Daarna willen ze naar de speeltuin. Meester Max dringt aan: zullen we NU naar de dieren gaan kijken? Het antwoord van zijn "mini-monsters" is altijd: "straks". Het is veel te snel tijd om naar huis te gaan! Toch vindt de kleuterklas van Meester Max het een fijne dag.
Ook in dit boek spelen de dieren de rol die ze als "dier zijn". Krokodillen zijn ook hier om bang voor te zijn, en er zeker van zijn dat krokodillen kindjes eten, volgens enkele stoere kleuters in dit boek. Maar dit doet absoluut niets af aan dit grappige geheel als boek. Alle ZOO-dieren zoals onderandere apen en pinguïns komen eveneens aan bod.
Meester Max in de dierentuin / Rindert Kromhout ; met illustraties van Sylvia Weve.- (Vriendjes van Leopold).- Amsterdam: Leopold, 2002.- 40 p : ill.- ISBN: 90 258 3585 6

zondag 11 maart 2007

Ben ik dom? / Ludo Enckels

Een boek over een jongen met dyslexie. Of niet? Misschien beiden. Dit boek gaat voor een stuk in op wat dyslexie is, en wat dat met mensen die ermee te maken krijgen, doet. Wat dit teweegbrengt. Toch is dit boek ook gewoon een mooi verhaal. Mike is handig met zijn handen, en helpt zijn vader graag in zijn schroothandel. Mike bouwt ook een kippenburcht, en is dol op zijn kippen. (Mooi is dat...:-) Wie is er nou dol op kippen?) Nee echt, dat is een mooie verhaallijn, dat iemand zo in kippen kan opgaan. Maar met leren gaat het heel wat moeilijker: waarom krijgt Mike niets geleerd, waarom vergeet hij woorden? Waarom schrijft hij oplossingen van sommen verkeerd op, terwijl hij de oplossing weet? Dat is een groot probleem voor Mike. De tegenstellingen in dit boek zijn soms wel heel, euh, eng. Papa merkt dat allemaal wel op, maar zijn ma gaat daar regelrecht tegenin, ze vindt haar zoon lui, en is gesteld op prestige. Ze vindt dat Mike haar "niet willen leren en lui zijn" niet mag aandoen. Waar heeft ze dit aan verdiend? Wanneer je studeert kom je ergens. Ze denkt er niet aan dat Mike dat allemaal OOK wel zal willen, maar dit niet KAN. "Ik ben dom", is wat Mike heel vaak denkt, niemand wil mij. Mike wil overgaan tot drastische dingen. Alles wordt nog erger wanneer papa wil gaan moderniseren, en helemaal geen tijd meer heeft om zich met zijn zoon bezig te houden. Gelukkig is er Frans, die ook al niet in mama's kraam past: de postbode drinkt. Later in het verhaal krijgt Frans een vriendin, en zij kunnen Mike beginnen te helpen, met het inzicht dat Mike met zijn schoolse problemen weleens dyslectisch zou kunnen zijn. Als blijkt dat Mikes vader ook dyslectie zou kunnen hebben (hij leest de plannen voor zijn nieuwe hangar ondersteboven, en denkt nu dat de aannemer alles fout deed) Waarom is hij eigenlijk met Emma getrouwd? (Voor de tegenstellingen in dit boek? Om ze in de verf te zetten?)
Soms is dit boek triest, maar gelukkig nooit zielig (hier ga ik weer, maar ik ben er nu eenmaal hyperallergisch voor: mensen met een beperking zielig willen neerzetten!). De personages, behalve mama (Hoe komt dat?) vinden troost bij elkaar. Zus Katy die zwanger wordt op haar achttien, terwijl haar ma haar toekomst zag in de advocatuur. Nu moet Katy gaan werken in de supermarkt. Dat is een job zonder prestige. Katy vindt dat ze haar eigen leven moet leiden, en niet wat ma wil. Dat kwam in dit boek ook sterk naar voor: kinderen doen niet altijd wat ouders voor hen dromen. En dat doet soms pijn. Mooi boek!

Ben ik dom? / Ludo Enckels.- Antwerpen : Standaarduitgeverij, 2003.- 233 p.- ISBN: 90-02-21570-3

vrijdag 9 maart 2007

Abélard en Heloïse / Ed Franck

Op haar sterfbed denkt abdis Heloïse terug aan haar bijna voorbije leven... Haar onmogelijke liefde voor Pierre Abélard, haar alles overheersende liefde voor hem, die desondanks altijd onbeantwoord is gebleven op de manier die zij wenste, al begeerde Pierre Abélard haar wel. Heloïse volgt hem in alles, zelfs zover dat hij haar zover krijgt dat ze in het klooster gaat, opdat hij zelf ook zijn "geest kan blijven verruimen". Heeft Abélard Heloïse wel ooit echt bemind, zoals zij dat met hem, haar hele leven lang heeft gedaan?
Heel erg mooi, maar tragisch boek, met heel sterke bewoordingen, zonder dat het melig wordt.

Enkele citaten uit het boek:
"De behoefte om lief te hebben, gaat altijd vooraf aan de liefde voor iemand in het bijzonder."
"Is mijn liefde en dus mijn leven tevergeefs geweest?"
"Zal ik onthullen wat liefde is?

Liefde is een onbegrensde en hopeloze hunkering, een verlangen naar iets wat groter en beter is dan jezelf en al het andere hier op aarde
Liefde is dorst en sterven en toch overleven
Liefde doorboort handen en voeten, maar let nooit op de prijs
Liefde is een reis die volbracht moet worden, je kunt niet halfweg op je stappen terugkeren
Liefde is niet iets wat je voorzichtig en angstig in een pot met een deksel stopt, maar kwistig over de geliefde uitstrooit.
Liefde zegt: let niet op mijn woorden maar kijk naar mijn daden, want wat ik voor je overheb, is de enige maatstaf van mijn liefde
Liefde zoekt in een ander nooit iets anders dan de ander, zelfs in het genot.
Liefde is de roekeloze, onlesbare, onuitputtelijke menselijke variant van de Goddelijke liefde die het universum doordesemt en voortdrijft, en dus nooit zondig of minderwaardig.”Abélard en Heloïse / Ed Franck.- Averbode : Altiora, 2002.- 124p.- (Valentijnreeks).- ISBN: 90-317-1832-7 - 14+

donderdag 8 maart 2007

Mooie Bobbel in de bakfiets

Bobbel heet eigenlijk Bo Belle, wat "mooi mooi" betekent. Toen haar ouder later sneller gingen praten, werd dat "Bobbel". Bobbel is geboren in de bakfiets waarmee haar ouders rondtrekken, en heeft een vleermuis, die ze Otto noemt, omdat Otto een naam is die je in twee richtingen kunt lezen. Bobbel wil rijk worden, voor haar ouders. Dat zij misschien in een gewoon huis kunnen gaan wonen, en niet meer in de bakfiets. Om rijk te worden bedenkt Bobbel een plan. Dat werkt ze uit, al weet ze op bepaalde punten niet hoe ze het moet aanpakken. Wordt Bobbel rijk?Zaaalig van Leeuwen boek. Elke Joke van Leeuwen is er voor mij eentje om "in te komen". Ik heb echter nooit het gevoel dat ik niet wil weten hoe het verder gaat. van Leeuwens personages hebben elk een kantje dat denkelijk ook in mij zit: een vreemd kantje. Ze vinden allemaal dat de wereld niet bij hen past, of ook wel, of zou het omgekeerd zijn?
Het verhaal van Bobbel die in een bakfiets woonde en rijk wilde worden / Joke van Leeuwen.- 9e druk.- Amsterdam : Querido, 2004.- 111p. : ill.- ISBN: 90 451 0158 0 - 10+

dinsdag 6 maart 2007

Eduard /Star Livingstone ; Molly Bang

Eduard is een jonge lama, die moet leren om een lastdier te worden. Maar kan Eduard dit wel? Nu woont hij op een boerderij. Een herderin komt naar hem kijken en besluit dat ze een waaklama nodig heeft om haar schapen te helpen hoeden, en zo gelijk de wolven van haar schapen weg te houden.
Saai boek. Eduard wordt de waaklama van de herderin, die hem probeert op te voeden tot een gehoorzaam waakdier. Dit lukt Eduard, en hij wordt zelfs vriendjes met de ram van de kudde schapen. Dat terwijl de andere schapen de ram helemaal niet aardig vinden. Ook duiken in dit boek wolven op, maar Eduard steekt (na twee opgevreten schapen) een stokje voor de volgende maaltijd van de wolven. Nu is iedereen tevreden!
Dit boek wordt naar dieren toe nooit menselijk gezien, het is een mens die voor de dieren zorgt. Toch is dit boek verder ook geen verhaal. Het gaat alleen in op hoe Eduard het bij de schapen stelt. Aan het eind van het boek "ligt Eduard op een heuvel." Het boek is afgelopen. Alles wordt opgesomd. Zo krijg je geen verhaal bijeen, en kan dit boek een mini-non-fictiewerkje genoemd worden, hoewel het hiervoor niet doorgaat. De tekeningen zijn nog redelijk doenbaar, wanneer je naar de dieren kijkt. De mensen zijn eerder "ouderwets" afgebeeld. Er dient opgemerkt te worden dat deze illustraties levensecht een dier willen afbeelden, en daar ook in slaagt, maar er zit geen emotie in dit boek. Niet in de tekst, niet in de tekeningen.
Eduard / Star Livingstone ; illustraties van Molly Bang ; vertaling door Christine Kliphuis.- oorspr. titel: Harley.- Westeinde, 2001.- 90 5019 014 6
(8+)

maandag 5 maart 2007

Bezoek van Mister P. / Veronica Hazelhoff

JoJo voetbalt, en dat doet hij graag. Samen met zijn beste vriend Simon. Maar of JoJo (die eigenlijk Johan heet) dat zal kunnen blijven doen, is maar de vraag. Hoe oud JoJo is, wordt in dit boek niet echt gespecifieerd, maar hij gaat wel naar het kinderziekenhuis, denkelijk is hij een jaar of tien, afgaand op de leeftijdsaanduiding op het boek, die 10+ vermeldt. JoJo is een jongen met reuma. Dat uit zich in heel rode en pijnlijke vingers en knieën, en soms doet zijn hele lichaam pijn. Die pijn is in dit boek ook een personage, en komt naarvoor als de gemene Mister P., die niet wil dat JoJo hem te lang alleen laat. En omgekeerd ook niet, al wil JoJo het wel heel erg graag anders. Soms zijn veters knopen of een jeansbroek dichtknopen de hel. Voor zijn jeansbroek heeft hij een oplossing, en knipt hij het knoopsgat groter. Hulp vragen aan zijn moeder vindt JoJo geen optie, en hij reageert soms heel opstandig tegenover te veel willen zorgen van haar kant. Toch wordt dit boek nooit problematisch. Ofschoon het thema dat eigenlijk best wel is. JoJo leert ook Lena kennen, een vluchtelinge die samen met haar moeder naar Nederland is gekomen vanuit een niet nader genoemd vreemd land. Lena weet niet of ze wel zullen mogen blijven, en doet soms vreemde dingen, zoals van heel hoog ergens afspringen, waarbij ze zich soms bezeert, maar soms ook niet. Lena en JoJo leren elkaar kennen op het strand, terwijl JoJo denkt dat iedereen naar hem kijkt in die idiote strandrolstoel. Er groeit een fijne vriendschap tussen Lena en JoJo, waar de terugkeer naar Lena's land echter wel als een donker wolkje blijft bovenhangen.
De personages in dit boek STAAN er, al blijven Lena en Kwame (iemand anders die ook uit een ander land komt als vluchteling) een beetje vaag, en komen alleen de familie van JoJo helemaal naar voren. Je merkt wel dat Lena problemen heeft, en bang is om uit Nederland weg te moeten.
JoJo weet dat hij moeilijk loopt - maar wil ondanks de goede bedoelingen - die nooit zielig worden van zijn moeder en vader, en ook van zijn beste vriend Simon ("Ik mag toch ALLES tegen en over je zeggen?") - niet van orthopedische hoge schoenen weten. Dan ziet iedereen zeker dat hij slecht loopt. Uiteindelijk vindt JoJo - met een klein hartje - het goed dat hij schoenen zal moeten. Hij mag ze van de schoenmaker zelf kiezen, en ook hoe ze er (in beperkte mate, er blijkt weinig keuze, en JoJo moet tekenen welke schoenen hij wil: in sommige gevallen klopt dit niet, en maakt een schoenmaker in orthopedische schoenen, jouw schoenen naar een model van een gewone schoen)
Martijn Vanderlinden maakte een knappe covertekening, die levensecht is.
Geweldig positief geschreven boek, waarin de personages ondanks hun ellende, meestal heel positief blijven, al hebben ze soms heel zwarte gedachten. Een verademing.
Bezoek van Mister P. / Veronica Hazelhoff.- Amsterdam : Querido, 2006.- 168p.- ISBN: 90 451 0388 5

zondag 4 maart 2007

We zouden samen naar Keulen gaan / Henri Van Daele

Ik zei het al eerder: eeuwig en drie dagen dank aan Jaak Dreesen, voor deze tip tijdens zijn blog-maand op de auteursblog van Villa Kakelbont. Hij koestert dit boek, en ik weet nu ook waarom. Dit boek is prachtig. Het is een ode aan een vader, van een oudste zoon. Wat je krijgt zijn herinneringen. Vader is er niet meer, en de zoon (Henri Van Daele zelf, naar alle waarschijnlijkheid, maar er worden geen namen genoemd in het boek) moet alleen verder, weliswaar met Moe, en nog een broer en twee zussen. Maar het huis is leeg zonder vader. En hoe moet het nu verder met de tuin? En de klompenmakerij? Dat was vaders zaak. Verder dompelt dit boek je onder in mooie, en minder mooie herinneringen, over tijden die al lang voorbij zijn. Tijden waarin bananen nog verschrikkelijk duur waren, en je verschrikkelijk blij was toen je er een kreeg voor Kerst.
Of je krijgt een inkijk over hoe ook de auteur van dit boek, zijn tijd ooit sleet op kantoor.
De titel van het boek: het is er nooit van gekomen. Vader was heel blij, vroeg blij als een kind of hij met zijn zoon mee mocht naar Keulen. Diezelfde nacht, voor hun vertrek, sterft hij.
Al draait dit boek rond een vader, een zoon en herinneringen, toch blijven de andere mensen uit dat gezin niet onopgemerkt. Iedereen heeft zijn plaats, niemand blijft in het donker. Al merk je wel dat het de oudste zoon is, die dit boek schrijft. Hoe moet Moe verderleven zonder vader? Ook zij krijgt, zij het een minder lang stuk in het boek, haar plaats in het boek, en hoe ze verder moet, zonder haar man.
We zouden samen naar Keulen gaan / Henri Van Daele.- Antwerpen : Manteau, 1985.- 201p.- ISBN 90 223 1002 7

vrijdag 2 maart 2007

Het lied van de raaf / Per Nilsson

Ik ben intussen een aantal jaren verder. Voor de weblog "Boeken en Co" , die vroeger een kinderboekenleesclub herbergde, maar nu is overgegaan tot allerlei soorten boeken, heb ik onlangs dit boek nog eens uit de kast gehaald. Ik herinnerde me niet echt veel meer van dit boek. In zekere zin was het nieuw voor me, anderzijds had ik intussen ook alle andere boeken van Per Nilsson gelezen, en ze prompt allemaal prachtig gevonden. Dit boek is niet anders. Het is prachtig. Het taalgebruik zit goed, je leeft mee met de personages in dit boek.
David en zijn zusje Tove gaan regelmatig met hun vader mee, die marktkramer is. Ze verkopen dan worst. Samen met de andere mensen op de markt hebben ze een hoop lol, en steun aan elkaar. Wanneer David na zo'n marktweekje terug op school komt, hoort hij dat Linus, een klasgenoot, verongelukt is. Hij is van een silo gevallen. Zegt men. Maar David gaat op onderzoek, en ontdekt dat Linus van de silo gesprongen is. Nog later ontdekt hij dat Ritva, een meisje dat hij op de markt heeft leren kennen, in het ziekenhuis ligt. De vrolijke Ritva is opeens wel erg stil. Alle vrolijkheid lijkt bij haar verdwenen te zijn. Wat is er gebeurd met Linus, en met Ritva?
Dit boek is erg goed, maar mocht iets minder moralistisch overkomen. David, Linus EN Ritva zijn ooit wel ergens naar iemand gaan luisteren, die over het milieu wel erg hard doemdenkt. Hij vertelt onderandere: "De aarde kan zonder mensen, maar de mens kan niet zonder de aarde". Wanneer jongeren daaruit dan concluderen dat het beste is wat je kunt doen, zelfdoding begaan, is, is het hek van de dam. De auteur wil in dit boek erg bewust zijn, en misschien wil hij dat wel een ietsje te graag. JA, men moet voor zichzelf en voor anderen, je leeft tenslotte samen met anderen, eens nagaan of je zelf niets aan milieuvervuiling kunt verhelpen, maar om nu te gaan stellen dat het leven totaal geen zin meer heeft wanneer je dit niet doet, dat gaat me te ver. Gelukkig zien David en Ritva in dit boek, dit tijdig in.
Wat ook erg leuk is, is dat sommige dichters die in dit boek voorkomen, echt zijn. Nils Ferlin, bijvoorbeeld: "Jouw hart is van mij, mijn hart is van jou. Als jij huilt, is jouw verdriet het mijne". Ik had nog nooit van die man gehoord, en kan bij het googelen ook niet echt heel erg veel over hem vinden. Ook het gedicht "The Raven", wat wonderwel in dit boek past, is een gedicht van Edgar Allan Poe. Dat getuigt voor mij dat dit boek er niet zomaar een is.

Het lied van de raaf / Per Nilsson ; vertaald uit het Zweeds door Femke Blekkingh-Muller.- Rotterdam : Lemniscaat, 1996.- 368p.- ISBN 9789 0 5637 021 3 - 15+