maandag, april 28, 2008

Een tweede stokje...

Via Sprokkels en Maanzand (voor de Nederlandse vertaling). Eentje over boeken nog wel!

1. Pak het dichtstbijzijnde boek van 123 of meer pagina’s.
"Dood tij" van Pieter Aspe.
2. Open het boek op pagina 123 en vind de vijfde zin.
"Hij kan elk ogenblik arriveren"
3. Post de volgende 3 zinnen:
Rita kwam bij haar vriendin staan. "Je klonk gisteren zo bezorgd aan de telefoon. Toch weer geen problemen zeker?"

Hmm, drie mensen die ik hiermee wil lastig vallen?

Fonzie, Karin en Elisa

Morgen is hij weg / Do Van Ranst ; Harmen van Straaten

Lena is het geruzie tussen haar ouders moe. Zelfs ’s nachts maken ze ruzie. Toch is Lena niet voorbereid op wat mama die zaterdagochtend voor haar en Stef, haar broertje van zeven, in petto heeft. Papa gaat weg. “Morgen is hij weg”, zegt mama. Lena weet niet of ze nu vrolijk moet zijn, of moet gaan huilen. En morgen komt steeds dichterbij… Het boek heeft een achterflap die het verhaal al te sterk uittekent, maar dit stoort niet. Het geeft het verhaal geen mindere waarde.
Heel mooi, klein verhaal over twee mensen die niet meer kunnen samenleven, omdat ze zo verschillend zijn van elkaar. Papa is een stil, een heel stil, natuurmens. Hij is natuurfotograaf, en soms draagt hij zelfs broeken waarvan de pijpen niet tegen elkaar schuren, of die je tenminste niet hoort schuren, om de vogels niet aan het schrikken te maken. Mama beweegt de hele tijd, zelfs als ze stil zit, beweegt er iets aan haar. Je leeft mee met Lena, en je voelt als lezer heel goed aan dat het goed zou zijn wanneer ze eens lekker zou gaan huilen. “Misschien duurt vandaag langer dan alle dagen samen toen hij morgen nog niet wegging”, het is een zinnetje doorheen het hele boek waarmee Lena worstelt. Voor de lezer duurt deze éne dag uit het leven van een gebroken gezin ook lang. Toch wil Lena alles zo gewoon mogelijk. Hoewel. Ze zit op haar kamer met de dames dons, en met thee uit haar theeserviesje. En met giraf, bij wie ze altijd terecht kan. Je merkt dat voor dit elfjarige meisje knuffels nog steeds belang hebben, dat ze steun bieden in een moeilijke tijd. “Giraf zegt dat het ook mijn schuld is”. (Dat papa weggaat) Papa heeft stoppels op zijn kin, die Lena kan horen. “Ze kan zijn stoppels horen”, is mooi omschreven. Je merkt dat papa Lena echt wil helpen begrijpen waarom hij weg moet gaan. Lena merkt ook dat haar mama en papa haast nooit MET elkaar praten, maar “over” elkaar. “Vraag aan je mama eens…” “vraag aan je papa eens…” Lena denkt aan Lander uit haar klas, zijn ouders zijn ook gescheiden, zijn vader heeft punkerig haar, en een nieuwe vriendin. Meteen heeft Lena er een angst bij. Heeft haar papa iemand anders? “Ik heb niemand anders, Lena, echt niet.” Doorheen het hele verhaal merk je de verschillen op tussen Lena’s mama en papa. Mama, de beweeglijke, en papa, de stille. Het kon niet goed blijven gaan. “Omdat je mama en ik zoveel van elkaar verschillen. Tenminste, dat denk ik.” “Weet je dat dan niet zeker?” “Als je zo weinig praat als ik, kom je van jezelf en van anderen niet zoveel te weten. (…) ik weet wel dat mama mij een egoïst noemt. (Lena weet niet wat dat is, papa legt haar uit dat “het iemand is die alleen aan zichzelf denkt.” Papa zegt Lena dat mama daarin gelijk heeft. “Houden jullie dan niet meer van elkaar”, is een vraag van Lena. “Niet genoeg om de grote verschillen tussen je mama en mij er ons hele verdere leven bij te nemen.” Bij het steeds maar herhalen van die zin, laat Lena telkens een stukje weg, tot alleen “je mama” overblijft.
Klein boek met een groot verhaal van vier mensen die nu hun nieuwe weg in het leven moeten zoeken, zonder samen te leven met z’n vieren. Heel mooi, met een trieste ondertoon, maar het is toch een ietwat vrolijk boek, het is goed dat er toch gepraat kan worden, liefst mét de kinderen.Morgen is hij weg / Do Van Ranst ; Harmen van Straaten.- Leuven : Davidsfonds Infodok, 2007.- 45p.: ill.- ISBN 9789059082113

zondag, april 27, 2008

In één keer!

Het is zonnig buiten, ons terras ligt helemaal vernieuwd te blinken: tijd om tafels en stoelen voor datzelfde terras buiten te halen! Het verplichte leeswerk voor dit jaar zit erop, en dan vind ik dat ik mezelf mag belonen met een verse stapel boeken. In dat stapeltje: "De vanger in het graan", van JD Salinger, waar ik heel benieuwd naar ben, "De boekendief", een beperkte buit uit "De Sleghte" waaronder - hoera! - "De diepte van een Zweeds meer" van Daan Remmerts de Vries. Hiervoor gun ik mezelf een applausje: het boek is erg moeilijk te vinden, ook niet bij ons in de bib. En nu heb ik het toch. Hoera, applaus! Ook: "Twee levens" van Stefan Brijs, en wat mij betreft heb ik nu alles van hem wat me kan bekoren. Of misschien miste ik hier of daar nog een boek. Nog in de stapel: "De zevende kamer" van Pieter Aspe. Dat boek heb ik, zittend op ons terras, in de zon, in één keer uitgelezen. Het verhaal is wat minder, maar de personages zijn om van te snoepen. De streken die Van In nu weer uithaalt om zijn zaak op te lossen: Niet erg orthodox, en ze ontlokken me vaak een glimlach.
Ach, het leven kan mooi zijn.

zondag, april 20, 2008

De wonderbaarlijke reis van Edward Tulane / Kate DiCamillo

Ook na drie keer dit boek te lezen vind ik het mooi. Nog steeds. De twee laatste leesbeurten brachten erkenning te weeg zonder saai te worden: “nu komt Edward dit personage tegen, wanneer hij daar door omstandigheden weer weg is, komt hij bij dat personage terecht.” Zoiets.

Edward Tulane is een mooi groot porseleinen konijn, van “zijn tenen tot aan de punt van zijn oren was hij wel haast een meter lang”. Zijn hart is koud. (Dat gaat zo als je van porselein bent, ben je geneigd te denken wanneer je een verhaal schrijft over een stuk speelgoed voor een kind). Niet in dit geval. Omdat dit boek niet gaat over een stuk speelgoed in de strikte zin van het woord. Het konijn hoort bij Abilane Tulane, die aan de Egyptestraat woont, met haar ouders, en met haar oma Pellegrina. Abilane houdt ontzettend van Edward, maar Edward vindt Abilanes liefkozingen maar niets. Ook het feit dat hij, wanneer het gezin eet, op zijn eigen stoel mee aan tafel mag zitten, en tegen het tafelkleed moet aankijken, vindt hij niets. Maar goed. De reis van Edward begint wanneer hij met Abilane en haar ouders (Pellegrina blijft aan het huis in de Egyptestraat) met de boot naar Londen reist, valt hij overboord. Dat is het begin van een lange reis, die jaren later zal eindigen als Abilane hem terugvindt, en Edward zo de weg naar huis terugvindt. Gelouterd, door emoties geleerd, dingen die Edward nooit eerder voelde. Misschien leerde hij wel wat liefde was. De dingen die Edward meemaakt, zijn eigenlijk heel gewone dingen, dingen die mensen doen wanneer ze een porseleinen (of een ander knuffeldier) vinden: ze nemen het mee. Alleen is dit in dit verhaal van iets minder belang, en kijk je voor een stuk door de ogen van Edward. Voor wie de andere personages hem vanalles leren: over liefhebben. Over dingen die niet zo erg zijn, en blij zijn met wat je hebt. Zoals bij het koppel waar hij eerst bij belandt, en die hem Suzy noemen. Eerst vindt Edward dit maar niets, maar algauw maakt hij zich de bedenking dat dit stukken beter is dan wegteren op de zeebodem, de plek waar hij zijn reis begon. Het verhaal oogt ouderwets, en in zekere zin is het misschien een heel mooi, warm kerstverhaal, maar misschien ook niet. Het heeft alles: warmte, liefde, verdriet, alles zit perfect gedoseerd in een prachtig vormgegeven verhaal. Het leren voelen van Edward komt geenszins belerend over, en dat maakt het verhaal geloofwaardig. Je leeft mee met een heel boek, dat je vasthoudt tot de laatste bladzijde. prachtige levensechte potloodtekeningen sieren dit boek. Ze lijken geplukt uit een museum vol schilderijen, met heel veel oog voor detail.
De wonderbaarlijke reis van Edward Tulane / Kate Dicamillo ; vertaald door Martha Heesen ; illustraties Bagram Ibatoulline.- Amsterdam : Querido, 2006.- 138p.: ill.- Oorspr. Titel: The miraculous Journey of Edward Tulane.- ISBN 90 451 0386 9.

maandag, april 14, 2008

Lafcadio, de leeuw die terugschoot / Shel Silverstein

Dit boek biedt de lezer een verhaal. Een verhaal dat de schrijver van dit boek je letterlijk aan je bed zit voor te lezen, of dat je tegenover hem zit, en luistert met ingehouden adem. Het boek begint misschien wat ouderwets, en is hier en daar een beetje lang uitgesponnen: “En nu, kinderen, gaat jullie oude oom Shelby jullie een verhaal vertellen over een vreemde leeuw (…) Hierna volgt er anderhalve bladzijde een beschrijving van waar de auteur zijn verhaal zou moeten beginnen: “bij zijn kop?” Dit mocht iets korter, wat mij betreft. Bij het tweede hoofdstuk lijkt de “trein” vertrokken te zijn, en maken we kennis met de jonge leeuw, die in de jungle gelukkig woont met andere leeuwen, en doet wat leeuwen doen: slapen in de zon, spelen en konijntjes eten. Tot er mensen in de jungle verschijnen. Alle leeuwen rennen weg, behalve de jonge leeuw, die vraagt zich af wat de mensen in de jungle komen doen. Omdat dit verhaal niet heus over “de leeuw” als dier gaat, past dit gegeven van praten van leeuw tot mens wel. Het komt ook niet uit de lucht vallen. Je zou ook kunnen zeggen dat iemand opzoek is naar wie hij is, en hoe hij het best zijn leven zal leiden. Leeuwen eten af en toe mensen, en dit wordt uitvoerig beschreven in het boek, en dat past als een puzzel: “waarom zou je mij opeten, vroeg de jager” “Omdat ik ik ben”, antwoordde de leeuw, nadat de jager hem ongeveer hetzelfde had geantwoord over waarom de jager de leeuw zou neerschieten. Wat hierna volgt, is niet realistisch, maar het past wel, ook voor het verdere verloop van het verhaal, en het opzoek blijven naar jezelf: de leeuw pikt de “stok waarmee de jagers op leeuwen schieten”, en hij wil leren schieten. Hij wil de beste schutter van de jungle worden, en wanneer zijn kogels op zijn, eet hij de volgende jager die zich in de jungle laat zien, op. Woordgrapjes sieren dit verhaal, en bedenkingen: de leeuw eet weleens het stoffen petje op van een jager: “phoe, voelt je mond niet raar aan als je denkt aan het opeten van een rood petje?” Wanneer de jonge leeuw denkt dat er weer een jager in de jungle is, blijkt dit niet zo te zijn, en de man is een circusmeneer die de leeuw heeft zien schieten. Die leeuw wil hij voor zijn circus. Hij wordt beroemd! Ja! Maar de leeuw stelt zijn voorwaarden: hij wil marshmallows (??) eten. Hij heeft dit nog nooit gegeten, maar hij vindt het woord goed klinken. Wanneer hij zijn zin heeft gekregen (hij brult een paar keer, en iedereen buigt (uiteraard, je zou voor minder!) als een knipmes), en hij alle mogelijke vormen van marshmallows heeft gegeten (onderandere een marshmalloofpotje: een stoofpotje van marshmallows), eet hij ook dessert (marshmallows?! Fout! Hij at zijn servetje. Daar heeft de auteur zijn lezers!) Nergens wordt dit verhaal echter ongeloofwaardig door doen of laten van het hoofdpersonage: de leeuw moet onderandere zijn tanden poetsen, en in bad gaan (hij stinkt naar dier), maar de leeuw poetst zijn tanden niet, en hij heeft ook geen tandarts. Ook wanneer hij in bad gaat, en zich daarna afdroogt, krijgt de lezer nogmaals de bevestiging dat een leeuw de hoofdfiguur is: het is nogal mal om een leeuw het puntje van zijn staart te zien afdrogen. Heerlijk.
Maar met al die activiteiten in de mensenwereld wordt Lafcadio de grote, zoals hij intussen heet, steeds meer een mens, maar hij is de marsmallows zat, hij is alles zat. Tot de circusmeneer voorstelt om naar de jungle op leeuwen te gaan schieten. Hier wordt pijnlijk duidelijk dat onze leeuw in geen van de twee werelden nog thuis is. Hij wandelt weg, en oom Shelby verneemt nooit nog iets van hem. Heel mooi, meerlagig verhaal, dat een grote dosis geloofwaardigheid bezit, afgezien de pratende dieren. Mooi.
Lafcadio, de leeuw die terugschoot / Shel Silverstein ; vertaald door Kader en Bahar Adbolah.- Zoetermeer : Mozaïek, 2006.- 64p. : ill.- Oorspr titel: Lafcadio, the lion who shot back.- ISBN 978 90 239 9209 7

zaterdag, april 05, 2008

Gerbrand Bakker...

...Schreef reeds twee romans, en een ethymologisch junior woordenboek.
Ik kijk op Gerbrands dingetje en in veel recensies daar, over "Boven is het stil lees ik "ik kan niet geloven dat "Boven is het stil" een debuut is." (Natuurlijk kan de schrijver van die recensie dat niet geloven. Maar goed ook. Het was geen debuut, namelijk) "Perenbomen bloeien wit" was er VOOR "Boven is het stil" er was. Maar... Dat was een jeugdboek...

dinsdag, april 01, 2008

Dit is mijn huis, zei het water / Bouke en Daniël Billiet


Joris gaat samen met mama, papa en zijn zusje Elke verhuizen. Maar Joris wil helemaal niet verhuizen. Thuis kent hij alles, hij weet waar de muis woont, Tom is zijn beste vriend, hij weet hoe hij spoken uit zijn kamer moet houden, … En vooral: hoe moet het dan met Lize, die in de vijver woont? Hoe moet zij weten waar Joris woont?
Gevoelig, zeer suggestief verhaal, waarin slechts met mondjesmaat uit de doeken wordt gedaan wie Lize is, en waarom ze in de vijver woont. Een verhaal over het verwerken van een dood zusje. In het verhaal blijkt dat ze in de vijver in de tuin verdronken is, na een val op een glibberige steen. Je zou als lezer kunnen uitmaken dat de familie daarom verhuisd, en als het ware een beetje vlucht voor de herinneringen. Toch zijn deze herinneringen aan Lize niet overdadig aanwezig, en is het boek ook nooit zielig. De personages zijn wel redelijk zwaar op de hand liggend geschetst. Je merkt aan het hele boek een soort verdriet dat doorschemert, zonder dat het echter beklemmend wordt, en dat maakt dit boek tot het knappe wat het geheel uiteindelijk ook is. Toch is het voor het overgrote deel in het boek Joris die geschetst wordt, en lijkt het alsof hij de enige is, soms, die Lize mist. Slechts af en toe komt bovendrijven dat dat voor de andere gezinsleden ook zo is. Papa luistert af en toe niet naar wat Joris wil zeggen, en dat is beklemmend.(“Waarom verhuizen we dan? Vroeg Joris, maar toen werd papa boos. “Hij moet toch niet boos worden als hij me niet begrijpt, dacht Joris”)
Elke is het kleine zusje van Lize en Joris, en dat blijkt ook duidelijk uit het boek, zij is het kind dat een beetje luchtigheid in het verhaal moet brengen. Zij vindt alles goed, verhuizen, als er maar gras is voor Nero, het konijn, en zolang haar beer Rommel maar mee mag. Lize heeft in dit verhaal ook een levendige rol. Joris weet voor zichzelf dat ze in de vijver woont, en de dialogen tussen haar en Joris, komen zo tot stand. Wat niet erg bevreemdend is, wel wat er daarna soms verder gebeurt, het lijkt alsof Joris dan gewoon verder gaat met leven, wat ook wel zo is. Je merkt dat iedereen in dit gezin het gegeven van een dood zusje op zijn eigen manier moet verwerken, alleen is het voor het grootste deel opgetekend door de ogen van haar broer Joris. Later in het verhaal blijkt dat er achter het nieuwe huis ook een vijver ligt, en dat Lize evengoed kan mee verhuizen.
Aan alles merkt de lezer dat Joris niet mee wil verhuizen (na het inpakken van de dozen in Joris’ kamer stopt hij alles gewoon weer op zijn plaats, en dit zorgt voor wrevel bij papa, die Joris wil helpen met verhuizen.) Maar er wordt tussen de personages onderling niet over Lize gepraat, en dat maakt het boek zo speciaal. Iedereen in dit gezin heeft hetzelfde meegemaakt, en iedereen moet dit gegeven echt op zijn eigen manier verwerken. Daardoor wordt dit boek nooit helemaal triest. Ook omdat Lize steeds aanwezig blijft. Joris en zij vertellen elkaar dingen, over waarom Joris niet wil verhuizen zonder haar, of dat papa soms boos is wanneer Joris over haar wil beginnen, en dan wegloopt, mama die soms moet huilen als hij over haar begint. (“mama en papa denken dat je ergens ver weg bent ofzoiets. Ik weet niet wat ze met dood bedoelen”) (Als dit boek zou ontleed worden is de magie die het boek mij bracht weg, vrees ik). Sommige stukken in het boek zijn wel onsamenhangend, zonder dat ze wat mij betreft ergens naar leiden: hoofdstuk acht begint bijvoorbeeld met “Ik woon in een boom. De vloer, de muren, het plafond, de kast en het bed waarop ik zit, alles is van hout. Ik woon in een boom en nu moet ik naar een kamer met behang. Behang dient om het huis achter te verstoppen. Daar moet ik naartoe.) Dit is wel mooi gezegd, en naar ik lees heeft hij een zolderkamer onder dak, met hout langs de muren, maar dit mocht iets explicieter vond ik. “Behang dient om het huis achter te verstoppen, is dan weer wel een erg mooi beeld. Dit hoofdstukje draait verder op herinneringen die Joris aan Lize heeft.
De tekeningen in dit boek stralen een “gepaste droefenis” uit, die goed bij de gevoelens die worden weergegeven in dit boek, passen. Persoonlijk vind ik de gezichten bij de personages wel een ietsje te groot uitgevallen voor de redelijk kleine spichtige lijfjes.
Dit is mijn huis, zei het water / Bouke en Daniël Billiet ; illustraties van Heide Boonen.- Hasselt : Afijn, 2006.- 57p.: ill.- ISBN: 90 5933 090 0 – 978 90 5933 090 0