vrijdag 30 mei 2008

Bedenkelijk...

Gezien op de tram vorige week: een lezende man, in een dik boek waarvan ik de titel niet kan zien. Hij maakt kanttekeningen in zijn boek. Met een balpen! De gruwel!

maandag 26 mei 2008

Lang zullen ze leven

Dit is een boek waarin we kennismaken met de vroegere buurman van de Kiekeboe’s, die hen hulp komt vragen…
In “Lang zullen ze leven” krijgen we in eerste instantie een kleine blik in het verleden van de Kiekeboe’s. Meerbepaald een verleden waarin zij nog met z’n drieën op een flatje wonen, en Konstantinopel nog moet geboren worden. Ze gaan kijken naar een huisje en stuiten op hun buurman, meneer Auder. Dit is dus een tijdperkje zonder Vander Neffe, al duurt dat mooie liedje niet lang. Meneer Auder is pas een week verhuisd naar Home Alone, een bejaardentehuis (Vander Neffe: “Als je 80 bent, ga je nu eenmaal niet naar een creche” als repliek op Kiekeboe’s ongeloof: “een bejaardentehuis?”), als de Kiekeboe’s ook hun intrek nemen in wat “hun droomhuis” moet worden. Meteen maken we kennis met de onuitstaanbare Vander Neffe, wiens zon benomen wordt door de verhuiswagen van de Kiekeboe’s. Hierna keren we terug naar het heden (Kiekeboe: “En sindsdien zitten we opgescheept met die verzuurde kettingzaag!”), en staat de ondertussen 93-jarige meneer Auder weer voor de deur. Hij vertelt de Kiekeboe’s dat het bejaardentehuis van weleer niet meer bestaat. Het werd opgekocht door Incontinental Hotel, waar men in Amerika, van waaruit dat concept van bejaardentehuizen en levensverzekeringen in één is komen overwaaien, de touwtjes in handen heeft…
Wat me de laatste tijd wel vaker opvalt bij albums van Kiekeboe, is dat de albums ofwel een heel erg goed verhaal vormen, ofwel een langgerekte mop zijn, wat mij betreft. Meestal zakken deze laatste weg, in wat als een goed verhaal begon, of een goed opzet heeft. (“En in kwade dagen”, “Boek-bv”, om twee recente voorbeelden van helaas het tweede te noemen.) “Lang zullen ze leven” is echter iets van de eerste soort: Een zeer goed verhaal zonder teveel onnozelheden. Misschien zou dit stripalbum zelfs kunnen doorgaan voor een thriller. Want de praktijken in Continental Hotel zijn alles behalve koosjer. Ook Cyrano de Zalm, die we nog kennen uit “De onweerstaanbare man”, heeft hier een niet onbelangrijke rol… Mensen verdwijnen (“alleenstaande oudjes zonder familie krijgen een reisje naar de Ardennen aangeboden”, heet het) en komen niet meer terug. Het verhaal van meneer Auder laat de Kiekeboe’s niet los. Zij broeden op een plannetje, en krijgen daarbij in het bejaardentehuis hulp van een wel erg kranig oudje: Sien Haesappel (ze heeft buren met namen als C. Niel en D. Ment) Dat oudje zorgt er mee voor dat het bloed van onder de nagels van de lesbische directrice wordt gehaald. “Een betonnen Pot”, noemt Fanny haar. Haar naam is Greet Schap, en zij heeft haar naam niet gestolen. Woordspelletjes komen verder ook voor: Wanneer de directrice Sien betrapt wanneer ze Fanny bevrijdt in de kelder voor weerspannige oudjes, volgt dit dialoogje: “Sientje! Wat doen wij hier nog zo laat?! Wij hadden al lang in ons bedje moeten liggen!” “Jij dus ook! Alleen heb jij geen bedje maar een kingsize bed nodig!” Ook opvallend: vrouwen met een slecht karakter lijken erg vaak op elkaar, lijkt me, met name op “Zuster Bloedwijn” uit de vampiersaga. Ik bedacht me toen ik de directrice haar naam nog niet had gezien “Hey, een nieuwe rol voor de gevluchte zuster Bloedwijn!”)Lang zullen ze leven / Merho.- Antwerpen : Manteau/Standaarduitgeverij, 2005.- (Kiekeboe ; 83 ).- ISBN : 9002 21533 9

zaterdag 17 mei 2008

Tobie Lolness op de vlucht / Timothée De Fombelle

Tobie Lolness is anderhalve millimeter groot, wat erg klein is voor zijn leeftijd. Hij rent over takken en boomwortels, en moet zich af en toe verbergen voor zijn belagers. Tobie is op de vlucht, voor zijn eigen volk nog wel. Helemaal alleen. Zal hij zijn ouders, met wie eigenlijk alles ooit is begonnen – zijn vlucht althans – ooit nog terugzien…?
Heerlijk boek. 350 pagina’s lang rent de lezer mee met Tobie, over boomstronken, komt hij mee met Tobie in het gras terecht, bij wat het boomvolk “de gladhuiden” noemt. Dit boek is fantasy, zou je kunnen zeggen, maar de personages zijn menselijk. Dat maakt het boek zo aantrekkelijk: je leest niet over vreemde wezens in een andere dimensie, maar over mensen van vlees en bloed, al zijn ze dan slechts anderhalve millimeter tot drie millimeter groot. Op geen enkele manier valt het op dat je een vertaald boek leest, de vertaling door Eef Gratama is voortreffelijk. De originele Franse tekeningen zijn blijkbaar ook gewoon behouden, en ook die lonen de moeite, al zijn de personagetjes ietwat schichterig en onaf, ze zijn niet echt een meerwaarde voor het verhaal, lijkt mij. Maar ze brengen misschien wel verluchting in dit vuistdikke boek. Niet dat het boek verveelt, in tegendeel: Tobie tuimelt van het ene avontuur in het andere, ik had nergens het gevoel van “dit boek mag nu wel ophouden”. Je hebt in dit boek goeie mensen en slechte mensen, maar Tobie is zeker geen “held” in de strikte zin van het woord. Iedereen in de boom kijkt wel naar hem op, maar Tobie blijft menselijk, en opgejaagd door zij die tot de slechterikken worden gerekend, met name Jo Mitch en zijn bende, die snuitkevers fokken om de hele boom te ondermijnen… De auteur gaat ook nooit in de fout, de lezer moet voor zichzelf wel af en toe bedenken dat het hele verhaal zich in een boom afspeelt. Dat zorgt – voor mij was die ervaring er toch – voor een “oooh” gevoel. Een hele wereld scheppen in een boom, en daarvan niet afwijken: het is knap. Nu maar uitkijken naar het tweede boek over Tobie, dat reeds in het Frans is verschenen en “Les yeux d’Elisha” als titel meekreeg.
Af en toe krijg je heel mooi vertaalde zinnen die je doen glimlachen om hoe ze beschrijven dat iemand huilt, of dat iets heel erg lekker is. Of wat woorden met Tobie doen. Dat lelijke mensen niet altijd zijn hoe ze lijken, of hoe ze toch charmant kunnen zijn:
Over woorden lezen we dit: “Zijn moeder, die hem op driejarige leeftijd had leren lezen, zei altijd tegen hem dat woorden de duisternis verjagen. Als je zorgt dat je moet de woorden bevriend raakt, zullen ze jou je hele leven lang helpen. Doe je dat niet, dan zullen ze je juist in de weg zitten. Maïa legde hem uit dat men het daarom ook had over een woord of een taal ‘kennen’, net zoals je ‘iemand kent’”
Over de smaak van sprinkhanenpasta: “Luizenchips en smeerworst die zo lekker was dat de sprinkhanen waarvan hij was gemaakt van ontroering in tranen zouden zijn uitgebarsten”.
Op p.175 lezen we hoe het voor Tobie voelt om door de familie Olmek te worden verraden: “Hij staarde de molenaars aan met een blik die het hardste hout zou hebben verbrijzeld”. “Tobie bleef de molenaars met zijn blik vermalen. (…) “Zelfs twijgen van een rotte tak moeten kunnen tellen.”
Dat mensen niet altijd zijn wie ze lijken blijkt op p.112, wanneer Sim Lolness zijn oude vriend Zef Clarac, de notaris “die dat per ongeluk” is geworden” – van de boom, terugziet: “Zef was zeldzaam lelijk. Foeilelijk. (…) (…) Tobie vond dat Zef eigenlijk had moeten worden vrijgesteld van zijn geboorte, van het leven, in één woord: vrijgesteld van alles. (dat zijn volgens mij drie woorden, maar goed.) (…) toen Zef Clarac zijn armen openspreidde en drie woorden zei: “ik verwachtte jullie.” En opeens veranderde de verschrompelde paddenstoel in een sprookjesprins. Door te gaan praten werd Zef een halfgod. Er ging van die man zoveel warmte en genegenheid uit (…)
Ook “huilen” is nooit iets dat (of toch bijna nooit) zo wordt omschreven. Zelfs dit wordt veel mooier beschreven: “De traan had haar zwijgende bevel waarschijnlijk gehoord. Hij stak alleen even zijn neus om de hoek en daarna liet hij zich niet meer zien.”(p225) p231: (…) “opnieuw tranen in haar ogen. Dit keer rolden ze over haar wangen naar beneden, ze wilden bij haar mondhoek naar binnen glippen, maar zochten uiteindelijk een goed heenkomen in haar hals.”Tobie Lolness op de vlucht / Timothée de Fombelle, vertaald door Eef Gratama ; illustraties François Place.- Amsterdam : Querido, 2007.- oorspr. titel: la vie suspendue.- 350p. : ill.- ISBN 978 90 451 0580 2

zondag 11 mei 2008

50 jaar De Smurfen (2)

In De Leerlingsmurf maken we kennis met Smurf. Koste wat het kost (smurfe wat het smurft), wil hij toveren leren. Hij heeft de Grote Smurf namelijk op een nacht een gelukte truc zien doen, met als resultaat een prachtige ruiker bloemen! Maar niets lukt. De andere smurfen steken zelfs een beetje de draak met hem: ze schrijven “een toverformule” uit, die ervoor moet zorgen dat iedereen doet wat jij hen vraagt, wanneer je het resultaat opdrinkt. Alle smurfen proberen om niet te lachen, tot hij bij Grote Smurf ook probeert…
Ten einde raad gaat Smurf langs bij Gargamel. Zijn toverboek is echter veel te zwaar, en dus scheurt Smurf lukraak een pagina uit het boek…
In Smurfenvallen is Gargamel op zijn best. Wanneer de smurfen verstoppertje willen spelen, ziet hij zijn kans. Overal staan vallen opgesteld: van wegwijzers tot dikke boeken en taarten. Iedereen moet eraan geloven, en alleen zij die geen verstoppertje speelden, en Grote Smurf, blijven over. Tijd voor actie!
Smurfen in vuur en vlam tenslotte, laat de lezer kennismaken met de Smurfin, en wat zij met de Smurfen, en vooral met hun hartjes, doet. En niet alleen de Smurfin heeft een hoofdrol, ook de lente (het is volgens Grote Smurf’s kalender 21 maart) speelt een rol. Tijd voor bloemetjes en bijtjes, en een hilarisch heerlijk naïef einde…

Dit album is lekker naïef, maar nooit onnozel, en vriendschap wordt hoog in het vaandel gedragen, zonder dat dit wat mij betreft belerend wordt. Er wordt ook naar “de leider” geluisterd, en ook dat is heel gewoon. Gargamel en zijn kat Azraël denken ook hier ten overvloede (misschien is dit album daarom wel eentje van mijn favorieten, ik hou van slechterikken, blijkbaar!) dat zij en zij alleen de slimste schepselen op aarde zijn. Maar de “heldenrol” zonder echt heldhaftige dingen te doen, is weggelegd voor de Smurfen, natuurlijk: ze beschikken over een katapult, een flinke dosis durf, al zijn ze wel een beetje bang als het erop aankomt, voor Gargamel en Azraël. De lezer weet haast van bij het begin dat het wel zal goedkomen allemaal, maar de Smurfen hebben het door Gargamel vaak flink moeilijk. Gelukkig kunnen zij wel steeds rekenen op hun Grote Smurf…
De Leerlingsmurf, Smurfenvallen, Smurfen in vuur en vlam : drie smurfenverhalen / Peyo, 1ste uitgave: 1971: deze druk: 2004.- Dupuis.- 54p.: ill. (De Smurfen: 7).- ISBN 90 314 0132 3
Meer...
De officiële "De Smurfen" site

maandag 5 mei 2008

Misselijk...

Ik lees met veel graagte "De Gelukvinder" van Anoush Elman en Edward van de Vendel. Meermaals denk ik: "Bah, ik voel echt wat Hamayun voelt, wanneer beschreven wordt hoe hij in bepaalde omstandigheden op zijn tocht, vervoerd wordt. Mijn maag keert mee.

donderdag 1 mei 2008

Iets over Pieter Aspe

Wanneer alles wat moest gelezen, na lange tijd, gelezen is, is het tijd voor ontspanning. Gewoonlijk breng ik "mijn ontspanningsuurtjes met boeken" door met boeken van Pieter Aspe. Soms helemaal nietszeggend, vaak leuk, vaak ontlokken de capriolen van "Van In" en de zijnen me een glimlach. Mijn boekenkast (ze is noodgedwongen naar boven verhuisd, om weer plaats te maken voor nieuwe boeken) is één zwart gat: een zwart gat met letters. Gisteren las ik op de vernieuwde website van de Vlaamse Misdaadauteurs een interview met Pieter Aspe, waarin de interviewer zich de vraag stelt of hij nu schrijft met Herbert Flack en Francesca Van Thielen in gedachten (van de reeks naar zijn boeken op vtm) "want 95 procent van de lezers zullen dat nu wel doen." "Daar kan ik me niets van aantrekken", zei Aspe. En gelijk heeft hij. Ik behoor namelijk ook helemaal niet tot die 95 procent die met Flack en Van Thielen in het hoofd zit, wanneer ik een "Van In" lees. Hoewel ik de reeks op vtm nog best te smaken vind. Misschien zit de sterkte van Aspe's boeken hierin: dat de personages mensen zijn bij wie je als lezer zelf een voorstelling kunt blijven maken. Wat me wél tegen de borst stuitte is dat er van zijn boeken VOOR de reeks op televisie er was, al een stripreeks was, waarin "Van In" wel iets weg had van Pieter Aspe zelf. Ik moet bekennen dat ik, wanneer ik een boek lees, wel een beetje aan hem moet denken als ik de streken van Van In tot mij laat komen... Die stripreeks werd gemaakt door onderandere Patrick Van Oppen, maar omdat de reeks op televisie er was, hebben ze de reeks met Van Oppen stopgezet, en nu is die stripreeks een zoveelste BV strip, met Flack en Van Thielen. (Overigens zijn ze wel héél erg knap getekend, dat moet gezegd.) Met de vorige stripreeks was niets mis, en wel in tegendeel. De commercie heeft het gehaald, blijkbaar.