donderdag, juni 26, 2008

Het Literair Museum in Hasselt...

Het moet nu alweer zes jaar geleden zijn, toen ik me voor de eerste keer liet zien in het Literair Museum in Hasselt. Toen voor "Oorlog in Kinder- en Jeugdliteratuur" - geloof ik. Het is een erg fijn museum, vol hoekjes, kantjes en boeken. Veel hout en krakende trappen, heerlijk.
Dat museum heeft volgens Libelle van 19 juni nu ook een eigen webstekje: http://www.literairmuseum.be. Vos en Haas, de creaties van Sylvia Vanden Heede en Thé Tjong-Khing hebben sinds een jaar of zeven een aparte plaats ingenomen in mijn leesleven. (Meer weten? Het label "Jeugdboekenweek 2002" op het blog biedt uitkomst!). Het Literair Museum heeft tot 7 december 2008 een tentoonstelling lpen met tekeningen van Thé. Dat zou zelfs de allereerste keer in België zijn, lees ik in het stukje in Libelle. De tentoonstelling heet "Vos en Haas en hun Sprookjesvrienden". Ik geloof dat ik alweer zomerplannen heb...

dinsdag, juni 24, 2008

Het verhaal van Tracy Beaker / Jacqueline Wilson

Tracy Beaker woont in een kindertehuis, en heeft de opdracht gekregen haar levensverhaal neer te schrijven. Dit is wat je als lezer voor de kiezen krijgt.
Een verhaal over een kind in een kindertehuis kan zielig zijn, kan tranentrekkerig zijn, maar niet bij dit verhaal van Tracy Beaker. Dit verhaal heeft vaart en humor, hoewel dikwijls ook stereotiepe dingen die misschien wel bij “tehuis”-boeken horen; zoals eenzaamheid en onzekerheid. Het verhaal is wat mij betreft perfect gedoseerd : soms heel expliciet, andere dingen worden dan weer verdoken of laten we zeggen verbloemd verteld. Er wordt bijvoorbeeld expliciet verteld dat Tracy gedragsproblemen heeft, waarvan er een heel deel in dit boek uitgewerkt worden. Ze slaat haar medebewoners af en toe verrot, maar ook deze gegevens worden NOOIT zonder de nodige humor en relativering beschreven. Heel sterk. Op deze manier krijg je nooit een zielig tehuiskind voorgeschoteld. Tracy en alle andere personages leven bovendien volop.
Tracy stelt zich heel expliciet aan de lezer voor, aan de hand van een lijst, helemaal aan het begin van het boek. Je komt te weten wat voor moeder ze zou willen hebben, of welke moeder ze volgens haar heeft: een filmster! Je merkt dat Tracy wensdroomt over het hebben van een goede vriendin, en een echt gezin. “(…) Ik ben met een hoop vrienden op stap geweest naar een lunapark, ik won de jackpot telkens opnieuw. (…) daarna gingen we naar een feest (…) er was een meisje waarmee ik vrienden werd, ze had een roze met witte slaapkamer en ze vroeg of ik wilde blijven slapen, ze zei dat ik voor altijd kon blijven… (…) en dus zei ik: “nee dank je, ik ga liever terug naar mijn krottige kindertehuis… Natuurlijk zei ik dat niet. En zijzelf zei dat ook niet. We zijn nooit naar een lunapark geweest, of naar een feestje. Ik heb haar en het feestje verzonnen. Ik werkelijkheid ging ik in een bushokje zitten, en dat werd snel vervelend.”
Ook dat Tracy een keer geld heeft gestolen wordt weergegeven als “Wat achteraf probleempjes opleverde, omdat ik het geleend heb zonder het te vragen.” Tracy heeft ook een keer een wekker van een meisje stukgemaakt, al weet ze dat helemaal zelf niet zo. “Ik keek er alleen naar, en wilde de wijzers wel eens van dichtbij zien tiktakken. En toen lag Mickey daar opeens. Dood, met zijn poten omhoog. Ook beeldspraak wordt met humor afgedaan. Wanneer Tracy beseft dat ze (alweer eens) niet bij Julie en Ted mag blijven, omdat ze een baby verwachten wil ze hen nooit meer zien. Haar sociaal assistente zegt hierover: “Dit meen je niet, Tracy, je snijdt in je eigen vingers”. Waarop Tracy repliceert: “In mijn eigen vingers snijden? Wie doet dit nou? Dat moet verrekt veel pijn doen!”
Je merkt dat Tracy met vragen zit:
-Waarom wil niemand mij hebben?
-Waar is mijn mam?
Het verhaal wordt in de “ik”-vorm verteld, waardoor je als lezer meteen veel meer betrokken geraakt.
Er komen (helaas, misschien) wel stereotiepe “tehuis-verhaal-elementen” in dit boek voor, zoals: ik ben slim, goed, de anderen en vooral de volwassenen zijn dom en slecht. Maar op zich is dit niet echt storend, maar zeker ook nooit melig.
Liegen wordt benoemd door haar tante Peggy als sprookjes vertellen, en het is goed dat dit gegeven niet expliciet wordt benoemd. Dan krijg je gauw een echt probleemboek, denk ik.
Dat Tracy nooit huilt, of dat toch pretendeert, wordt mij een ietsje te vaak voor de voeten geschoven. (“dit zijn geen tranen, dit is kwijl, ik had zin in chocolade”), “ik huil namelijk nooit.” “Ik heb hooikoorts”…
-Bedplassen komt in dit boek ook aan bod, evenals het pesten daarrond. Gelukkig is Tracy niet de enige met dit probleem, en blijkt Peter Ingham een betere vriend dat Tracy wil toegeven. Ze heeft last van nachtmerries die met haar verleden te maken hebben. (allemaal geloofwaardig, dat maakt mee de sterkte uit van dit boek)
De tekeningen van Georgien Overwater doen me soms een beetje denken aan wat Quentin Blake maakt.
Wanneer een schrijfster in het tehuis langskomt, die een “tehuis-artikel” wil schrijven, vindt Tracy het vreemd dat zij MET de kinderen komt praten, en niet TEGEN hen. Dat vind ik mooi gezegd.
Het boek is goed vertaald, in correct Nederlands, je merkt niet dat het om een vertaald boek gaat.
Er wordt verwezen naar andere boeken, en soms ook wat er daarin gebeurt zoals met de boeken van De Vijf. Een klein jongetje vertelt ook dat hij Max en de Maximonsters mooi vindt, ook omdat hij zelf Max heet.
Op bladzijde 95 aan het eind staat na een witregel: “Zie je dat? Echt bloed”. Dat blijkt een inleiding te zijn over waarom Tracy weer in de Stille Kamer is belandt, nadat ze Justine weer een opdoffer verkocht. Maar met “Zie je dat”, die uitleg beginnen klopt niet echt. Hoe kan ik dat nu zien, als lezer?
Erg goed boek, afgezien van de heel soms stereotiepe “tehuis-verhaal” trekjes die dit boek heeft.Het verhaal van Tracy Beaker / Jacqueline Wilson ; Georgien Overwater ; vert Lies Lavrijsen.- 116p.: ill.- ISBN: 90-76897-11-5

maandag, juni 23, 2008

De jas / Sylvia Vanden Heede ; Ingrid Godon

Er hangt een jas in de school van Roos De Reus. Het is haar jas, en ze is hem alweer vergeten. Roos is heel verstrooid, ze vergeet altijd wel iets. De jas is het beu dat hij altijd vergeten wordt, en hij wil weg.
Dit boekje voor eerste lezers hééft het. Het boek heeft schitterende tekeningen (alleen de boosheid van de jas zou misschien een heel klein beetje tot uiting mogen komen in de tekeningen), die ook ECHT bijdragen tot het verhaal, wanneer de tekst misschien onduidelijk is. Op de tekeningen is echt te zien wat er gebeurt. Het verhaal op zich is een parel. Ook al omdat het echt een uitdaging is, heel origineel, om de “gevoelens” van een jas weer te geven. En het gegeven dat “alles”, en niet “iedereen” de jas hoort, van het hok, die de jas kent, en de fiets van juf Mies, de jas hoort gillen dat hij niet naar Roos wil, maar in de school wil zijn. Maar juf Mies hoort hem niet, daarvoor “gilt” de jas veel te zacht. Heerlijk. De fiets bedenkt een plannetje om de jas te helpen om weg te komen. Alleen de jas van Pim vindt het onzin, wat de jas wil doen. De jas zegt dat hij niet van Roos is, maar van hemzelf. Uiteindelijk loopt het voor de jas goed af, want Roos vindt de jas rot zitten. Zo kan Pim de jas wel dragen, want hem past de jas wel.
Nog een heel leuke woordspeling is “Het is erg koud, maar daar heeft de jas geen last van. De jas is altijd warm. Dat heb je als je jas bent.”
Niks op aan te merken verder. Het verhaal loopt goed, heeft tekeningen (typisch Ingrid Godon eigenlijk. Heel herkenbare stijl heeft ze wel) om van te snoepen, verduidelijken het verhaal mee, en het verhaal is heel erg origineel qua standpunt.De Jas / Sylvia Vanden Heede ; Ingrid Godon.- Zwijsen, 2004.- 32p.: ill.- ISBN 9789027677297

zondag, juni 22, 2008

Slashboeken

Net "Voor jou 10 anderen" van Mirjam Oldenhave en Cynthia van Eck uit. Een boek met huizenhoge problemen, waar je zo een heel zielig verhaal over zou kunnen gaan schrijven. Niet zo met "Voor jou 10 anderen". Het is een érg goed boek, net zoals zijn voorganger van Edward van de Vendel en Anoush Elman "De Gelukvinder". Meteen dacht ik: hé, ik zie patronen: beide boeken gaan (in zekere zin) over vluchten en tussen alle problemen door toch licht blijven zien. En vooral: een echt mens zijn.

zondag, juni 15, 2008

Igor, beer in nood / Rindert Kromhout

Igor, een bruine beer, groeit samen met zijn mama en zijn broertje Wadja op in een groot bos, vol vogels, vissen en andere dieren. Maar op een keer komen er dunne dieren naar het bos… Hun komst is een verschrikking…

Heel erg knap boek, volledig opgetekend uit het gezichtspunt van een beer. De beer wordt echter nooit vermenselijkt, en de auteur gaat hierin ook nooit in de fout. Mensen zijn in dit boek dunne dieren, en die lopen op hun achterpoten. Wanneer je de titel leest, weet je misschien al wat je te wachten staat, maar niet in welke vorm je dit krijgt voorgeschoteld. Het is nooit tranentrekkerig, het is ronduit schokkend. Achterin het boek staat trouwens ook uitleg over hoe “Igor, beer in nood” tot stand kwam, en dat “Rindert Kromhout een boek wilde schrijven over een echte beer,” zonder dat het non-fictie is. Het taalgebruik is ook helemaal in orde, met één klein miniscuul drukfoutje erin: p.20: “Als er vis gevangen moest worden ging ze zelf het water niet in, maar keek vanaf de kant toe hoe Igor en Wadja het er afbrachten (ervan afbrachten?)” Men zou kunnen stellen dat beren in het wild geen namen hebben, maar je kunt mijns inziens moeilijk een verhaal opbouwen zonder personages. Ook het gebruik van mama en dus de namen kan vreemd zijn, maar anderzijds, zou je, wanneer je dit niet doet, evengoed een non-fictie boek kunnen schrijven. En dat is met dit boek niet het geval. Het doet me denken aan wat Lieve Hoet deed in haar boek “Loedolf, het stokstaartje”. Er wordt ook gesproken over Igor die tot drie kan tellen. Dat lijkt me ook nogal vreemd. Mensen zouden moeten kunnen afstappen van het idee dat dieren denken als mensen. Maar nog eens: dan maak je geen verhaal, denkelijk. Alles wat verder gebeurd, ziet de lezer door de ogen van een jonge gevangengenomen beer, en dat zorgt soms voor verwarring, maar is tegelijk ook een uitdaging, lijkt me, om zeker verder te lezen. Op p.22 komen de dunne dieren om mama te doden, en Igor wordt gevangen: er werd iets over Igor heengegooid, een vacht vol gaten en draden (…) Aan het begin van hoofdstuk 2 vinden we Igor terug in een kooi: “Het hol waarin Igor lag was klein. De grond was koud en hard – niet van zand. Om het hol, dat geen wanden of ingang had maar aan alle kanten open was, waren rechte takken in de grond gestoken. Ze reikten van de bodem tot het dak (…) Buiten het hol was de wereld grauw en leeg en omringd door hoog opgestapelde rode stenen: ook een soort hol, maar veel groter dan een berenhol. (Ook na drie leesbeurten kan ik mij, behalve het hok van Igor, niet echt voorstellen wat er bedoeld wordt, en “Hoog opgestapelde rode stenen”, het lijkt me ook niets dat een beer zo ziet. P.28: een kleine zon brandt fel. (elektrisch licht)
Het leren “dansen” is zowel voor de lezer die dit boek leest (hopelijk) als voor Igor, een verschrikking, en het geeft een inkijk in wat dierenmishandeling met een dier kan doen. Ook sterk: het woord “mens” komt in dit boek niet voor, omdat de auteur hierin nooit in de fout gaat: het verhaal wordt beleefd vanuit het berenstandpunt. Wel heb je Langhaar, die met een grijze tong de pijn in zijn poten komt verlichten, geen haar, krulhaar. En later, wanneer hij zwaargewond wordt achtergelaten, omdat hij niet meer kan gebruikt worden, maken we kennis met Beerhaar, omdat ze vaag naar beer ruikt. Stilaan merkt de lezer ook echt op wat mishandeling met een beer kan doen, wanneer hij niet de juiste voeding krijgt: er hangt mist voor zijn ogen. Achterin: beren kunnen blind worden wanneer ze niet de juiste voeding (knollen, fruit, vis) krijgen aangeboden: Igor moet overleven op melk met zachte brokken. (Brood). Heel knap! Het fijne is dat het min of meer in orde komt met Igor, hij wordt gevonden en opgevangen, en kan zijn dagen, wanneer hij eraan gewend is, weer echt als beer doorbrengen.Igor, beer in nood / Rindert Kromhout.- Amsterdam : Leopold, 2007.- 73p.: geillustreerd met foto’s.- ISBN 978 90 258 5083 8

vrijdag, juni 06, 2008

In de kijker...

Floor de Goede! Deze stripjesmaker zal samen met Edward van de Vendel een boek uitbrengen: "Opa laat zijn tenen zien". Het boek zal eind augustus, begin september verschijnen. "Wat is er speciaal aan een boek van Floor en Edward?" hoor ik sommigen denken. Wel, laat ik meestal van Edward van de Vendel vinden dat hij prachtige dingen te boek stelt, waaronder onlangs nog "De Gelukvinder", een boek dat hij samenschreef met Anoush Elman. Van Floor de Goede had ik omzeggens nog nooit gehoord, en ik weet eigenlijk ook niet meer zo hoe ik op zijn site terecht ben gekomen. Hij is vooral goed in het tekenen van zichzelf, en als je - niet eens zo goed kijken noodzakelijk - naar zijn fotootje kijkt en naar zijn dagelijkse stripje op zijn site, zie je treffende gelijkenissen. Hij heeft nu al zeven bundelingetjes uit, en die zijn behalve twee die ik vorige week gekocht heb, straks allemaal van mij. De stripjes zijn situaties uit het dagelijkse leven - Het dagelijkse leven van Flo en Bas, met name - maar ALLES aan die stripjes klopt. De tekst, de onweerstaanbaar grappige tekeningen, en de heerlijke vorm van herkenning... Bovendien zijn de stripjes erg grappig zonder wat mij betreft vulgair te worden. Ach, leve Flo!
Oh, en dat "speciale" aan het boek dat Edward en Flo samen maakten? Het is een boek met gedichten erin! Gedichten van Edward! En het is een boek met tekeningen in! Van Floor! Jeey!