donderdag, augustus 07, 2008

Bruin / Tine Mortier ; Noke Van den Elsacker

Paco wordt op een ochtend door zijn eigen ouders ontvoerd. (…) Voor hem geen leger of een spetterende actie met twintig helikopters en heel veel lawaai en kikvorsmannen met granaten. (…) Het ergste was dat de ontvoerders mijn eigen ouders waren. Dit is een stukje uit het boek dat op de achterflap werd geplaatst. Ik verwacht een karikaturaal verhaaltje over een jongetje dat zich afzet tegen zijn ouders omdat ze teruggaan naar Europa.
Gelukkig: niets van dit alles. De ouders van Paco hebben wat men noemt “een gemengd huwelijk”: papa komt uit Ecuador en mama uit België. Toen Paco geboren werd, woonde het gezin in België. Later kreeg het gezin de kans om in Ecuador in het oerwoud aan – je zou het ontwikkelingshulp kunnen noemen – te doen. Nu het ziekenhuis waaraan ze bouwden, er staat, komen ze terug naar België.
Dit geestige, frisse boekje geeft de (jonge) lezer een inkijkje op het leven in het oerwoud, maar gaat ook iets dieper in op “verhuizen naar een ander continent” en je daar moeten aanpassen. Het leuke is ook dat de personages in dit boek elkaar helemaal begrijpen, en dat Paco’s ouders hem echt proberen uit te leggen waarom ze terug gaan naar België, zonder dat dit drammerig of uitleggerig klinkt.
Hier en daar zitten wat ongerijmdheden in het boek: de grote stad waar de kinderen uit het oerwoud naar school gaan is Puyo, maar het dorpje waar ze wonen in het oerwoud, heeft geen naam of wordt niet benoemd. (gewoon “dorp in het Spaans" -> p.7 Het was fijn geweest om te weten hoe “dorp” in het Spaans dan klinkt.) Maar dit zijn kleinigheidjes. Ook lezen we dat Paco te maken krijgt met racisme, echter, en dat is erg mooi, zonder dat er ruzie van kan komen. (Enkele jongens schelden Paco uit, en Paco begint prompt de apen uit het oerwoud te roepen naar hen. En dan komt papa aanrijden. (Hoofdstuk 5: een makaak is een aap, p.46).
Hier en daar komt “identiteit” om het hoekje loeren: P.34: (…) mijn huid heeft een andere kleur dan die van de kinderen in mijn klas. En de kleur van mijn huid is ook anders dan die van papa en mama (…) Ook dit wordt uitgelegd zonder drammerig of uitleggerig te worden. Mix alle ingrediënten in dit boek samen en het blijft geheel vormen zonder één keer saai te worden of in stereotiepen te vervallen.Bruin / Tine Mortier ; illustraties Noke Van den Elsacker.- Wielsbeke : de Eenhoorn, 2008.- 91p.: ill.- IBN 978 90 5838 479 9

maandag, augustus 04, 2008

Niets om bang voor te zijn...


“Wanneer de dood een verhaal vertelt, kun je maar beter luisteren”…

Dit is de ietwat lugubere zin die onder de titel “De Boekendief” prijkt. We zien een meisje, liggend met blote voeten, lezend in een dik boek.
Het verhaal begint in een trein, het is koud, en Liesels broertje Werner is stervende. Dit is het begin van het verdere leven van Liesel, hoe het haar vergaat wanneer haar moeder haar in Molching in de Himmelstraat 33 aflevert bij de familie Hubermann. Liesel is bang en onzeker, en worstelt met nachtmerries over haar broertje. Bovendien heeft ze tijdens de begrafenis van haar broertje haar eerste boek gestolen: “Het doodgravershandboek”. Hoewel ze niet kan lezen als ze bij de familie Hubermann arriveert, merkt de lezer misschien op dat ze antwoorden zoekt over hoe het haar broertje vergaat. Dit is het relaas van een familie tijdens WOII. Toch merk je slechts heel summier het geweld op dat de oorlog met zich brengt, en barst hij pas echt goed los aan het eind van het boek. Maar vergis je niet: alles wat WOII met zich bracht, zit zeker in dit boek vervat: van uit elkaar gerukte families over Hitlerverering en dito groeten over Jodenvervolging, én de angst om als familie ontdekt te worden wanneer je een Jood in je kelder verbergt om te voorkomen dat hij wordt weggevoerd naar de kampen.
Het knappe is ook dat wat je op de voorplat leest, echt kan worden waargemaakt: de dood is echt als personage aanwezig, en wanneer je zijn (haar?) (het?) wedervaren leest wordt je wat mij betreft heel rustig: er is niets om bang voor te zijn. De dood zal goed voor je zorgen. Voorbeelden te over. Tevens schrok ik toch even: "oh ja, de "ik"verteller is De Dood... (p.79: Dat menselijke idee van de dood bevalt me trouwens wel. Vooral die zeis vind ik grappig. p.184: "een korte mar opmerkelijke noot:": ik heb in de loop der jaren zo veel jonge mannen gezien die denken dat zij op andere jonge mannen afstormen. Dat is niet zo. Ze stormen op mij af. p. 199: wanneer Max' oom stervende is, ontlokt dit zijn broer de volgende uitspraak: "Wanneer de dood mij komt halen (...) "zal hij mijn vuist op zijn gezicht voelen". Persoonlijk bevalt mij dat wel. Zoveel domme bravoure. Ja. Daar houd ik wel van.) Dit boek heeft alles. Het is een boek over het leven zelf, met mooie kanten, vriendschappen zonder meer, kattenkwaad en vooral veel liefde en menselijkheid, die weerspiegelt wordt in hoe de personages worden neergezet. Ook het vermelden waard: de auteur van dit boek is slechts 33... Normaalgezien vind ik dat niets om over te gaan gillen, maar hier past het zeker wel. Hij heeft wat mij betreft, en het jaar is goed acht maanden bezig, hét "gelezen boek in 2008" geschreven...De boekendief / Markus Zusak ; illustraties Trudy White ; vertaald door Annemarie Lodewijk.- Antwerpen : The House of Books, 2007.- oorspronkelijke titel: The Bookthief.- 558p.: ill.-978 90 443 1965 1
Kijk ook hier en hier

zaterdag, augustus 02, 2008

De Brief voor de Koning

In 1962 verscheen van Tonke Dragt het boek “De Brief voor de koning”, wat later bekroond werd als “ Beste boek van het jaar”. Nu is er van regisseur Pieter Verhoef, de verfilming van dit boek. Boekverfilmingen: ik sta er altijd een beetje huiverachtig tegenover, maar ik moet ook toegeven dat ik de meeste verfilmingen, althans, die waar ik ergens toch zin in leek te hebben, wel gezien heb. “Polleke” van Guus Kuijer, “Pluk van de Petteflet” en “Minoes”, beiden van Annie MG Schmidt, op kop. Allemaal verfilmingen van jeugdboeken, en allemaal door Nederlanders. Allemaal bleven deze verfilmingen verbazingwekkend dicht bij het boek, en dat siert – en dit gaat zeker ook op voor de verfilming van “De Brief voor de Koning”.

Een “voice-over” start met het vertellen waarover het verhaal zal gaan, en geeft de start van het verhaal aan. We vinden de acteurs terug in de kapel, waar schildknapen wachten om tot ridder te worden geslagen. Dit is de laatste proef: ze worden naar de kapel gebracht, waar ze de hele nacht moeten doorbrengen, samen. Ze mogen niet met elkaar praten, en vooral: ze mogen onder geen beding de deur openmaken… Tiuri verzaakt hier echter aan, waardoor hij zijn recht om ridder te worden, voor vijf jaar verliezen zal. Iemand klopte bij nacht aan bij de kapel, en verzocht de ridders om hulp… De man heeft een brief bij zich, die moet bezorgt worden aan de koning van Unauwen. Een levensgevaarlijke tocht begint…

Tiuri moet veel gevaren doorstaan, ontmoet mensen die het goed met hem menen, zoals de zachtaardige Piak, die bij de kluizenaar in de bergen woont, maar hij ontmoet – natuurlijk – ook mensen die de brief die Tiuri bij zich heeft ook willen bemachtigen.

Het verhaal is in filmvorm zeker net zo spannend als in boekvorm, maar als kijker had ik toch vaak de neiging om hartsgrondig “stommeling!” naar Tiuri’s hoofd te slingeren. De kijker VOELT aan dat mensen het niet goed voorhebben, daarvoor hoef je het boek niet gelezen te hebben. Dat mensen die het wel goed voorhebben worden gewantrouwd, is in eerste instantie nog te begrijpen. (Grijze Ridder Ristridin, gespeeld door Victor Reinier – hij doet dat helemaal niet onaardig!, om een voorbeeld te noemen). Maar aan het eind, vervalt de voorzichtigheid en het wantrouwen. En dat heeft gevolgen. Maar ze zorgen wel voor een verlenging van de film, die misschien niet nodig was.

“De brief voor de koning” is een voortreffelijke boekverfilming, met een minstens evengrote spankracht als in het boek. Mooi! Alleen de jongen die Tiuri (“Tjoeri”, spreekt men zijn naam uit in de film – ik weet niet of ik dat fout vind, maar voor mij heet hij (net als voor Richard Thiel) T I U R I. Bovendien vond ik zijn gezicht niet echt bij de Tiuri die ik me voorstelde in het boek, passen. Een regelrechte fout is ook: er wordt gesproken over een gezochte jongen met bruin haar, en we zien Tiuri wegduiken (terzijde). Maar volgens mij heeft de acteur die Tiuri speelt helemaal geen bruin haar, maar eerder lichtjes aan de rood/oranje kant… Piak daarentegen is wel erg goed gecast. Verder viel me op dat de andere acteurs me ook wel konden bekoren, al moet ik bekennen dat ik zo goed als geen Nederlandse acteurs ken.

Ook opmerkelijk: waar men op de Nederlandse en de Vlaamse TV steeds meer Nederlands/Vlaamstalige reeksen of films gaat ondertitelen, merkte ik in “De Brief voor de koning” dat ik helemaal geen ondertitels (ze waren godzijdank afwezig ook!) nodig heb om het Nederlands dat in de film gesproken wordt, te begrijpen…