maandag 29 december 2008

Teasertje...

En wel eentje over "Kinderen van Amsterdam" van Jan Paul Schutten en Paul Teng. Er is al wat inkt over het boek gevloeid, en dan vooral over de kwaliteit ervan. Daar gooi ik dan graag nog wat inkt bovenop, en straks wanneer ik het uit heb, nog wat. Ik ben 27 bladzijden ver, en ik kom ogen en hersencellen tekort om alles in me op te nemen. Maar dat komt NIET omdat het moeilijk geschreven is: helemaal niet. Dit is één der non-fictie boeken die ik graag zal uitlezen, en geen waar ik af en toe in zal bladeren. Je hebt strips, waarnaar je graag mag kijken, en lezen wat er staat. Je hebt kleine verhaaltjes over feiten van toen, en mensen die toen leefden (1 lettertype) ; je hebt feiten van nu, die moeten duiden wat zal komen (een ander lettertype), en nog feitjes in weer een ander lettertype: maar allemaal netjes gescheiden, niet doorelkaar. Dat maakt dat je ontzettend veel leest, zonder een overdosis tot je te moeten nemen. Heerlijk! Lezen! Nu!

donderdag 25 december 2008

Een lijstje!

Lijstjestijd !

Een wel heel inspiratieloze titel, maar met de hoop dat iedereen die dit leest, wél inspiratie IN dat lijstje kan terugvinden. Wat staat er in dat lijstje? Het lijstje van een boekenmens in hart en nieren (en in buik, hoofd, oren en wereld vol verhalen?)
Ziehier, in willekeurige volgorde:

Opa laat zijn tenen zien / Edward van de Vendel en Floor de Goede

Gedichten in stripvorm. De gedichten komen van Edward van de Vendel, waarna Floor ze in stripvorm goot. Het resultaat is een goudklompje. Denk maar aan opa die zijn tenen effectief laat zien, na zijn verhaal over die wel erg koude winter. Zijn kleindochter zit vol aanbidding naar hem te kijken: ze is goud waard. En wanneer je nog eens een jongetje onder een boom ziet zitten: laat hem daar rustig zitten: hij zou erg boos kunnen worden als je vraagt wat ie daar zit te doen.

Goed bezig, Sigi! / Jan Simoen en Patrick Storms

Het derde boek over Sigi(swald Vandebeeck), de nu 13-jarige gozer. Hij beklaagt zich: over zijn debiele broertje Wieland, en over zijn ouders die geen rekening hielden met zijn geboortedatum: middenin de examens! Zijn verjaardagsfeestjes duren gemiddeld tien minuten: een glas cola, een stuk taart, kaarsjes uitblazen, en dan: hup, naar boven! Morgen examen!


Floor de Goede

Die mij op www.doyouknowflo.nl voorbereidde op zijn dichtbundel samen met Edward, en die mij in 2008 menig aangenaam moment heeft bezorgd met zijn bundelingen over alledaagse dingen in zijn leven, samen met zijn vriend Bas in Amsterdam wonend. Zalig herkenbare situaties, en vaak onweerstaanbaar grappig.





Jaspers vlinders / Johan Vandevelde

In de categorie: meteen maar “van de sokken geblazen”. Heerlijk – langzaam opbouwend naar wat komen gaat – boek. Drie delen, die bij deze ook echt drie delen vormen, waarbij de lezer duidelijk wordt gemaakt dat de twee jongens in dit boek samen groeien: naar elkaar toe. Wat is dat trouwens met achterflappen, die melden dat “er tussen twee jongens een heel bijzondere vriendschap” groeit? Terwijl ze heel gewoon smoorverliefd op elkaar zijn? Gepest is niet van de lucht, en dit zou een heel donker boek kunnen zijn. Maar: Roderik en Jasper zijn er altijd voor elkaar. Natuurlijk zijn er twijfels over hoe en wat, maar het hele mooie is dat het wederzijdse liefde is, zonder moraliserend gedoe over wat wel en wat niet. Heerlijk! Minpuntje (van een muggenzifterijerig niveau...): waarom heeft de jongen op de cover kort haar? Zowel Jasper als Roderik hebben lang haar, naar wat ik in het boek las...

Alles gaat voorbij, maar niets gaat over / Daniël Billiet

Het laatste boek gekocht in 2008: gedichten rond zelfdoding. Heel troostrijk boek, dat helaas niets (kan) verhul(t)len. Herkenbaar en mooi. Maar het beukt.

De gelukvinder / Edward van de Vendel

Ga mee met Hamayun, op de vlucht uit Afghanistan, op de vlucht voor de Taliban. Na het lezen van dit boek gaan je ogen open, en kijk je anders naar berichten over vluchtelingen, overal ter wereld. Tussen zwart en wit zit grijs. Lees dit boek, en je gaat nadenken. Knap boek!

De boekendief / Marcus Zusak

Liesel wordt door haar moeder bij de Duitse familie Hubermann achtergelaten, ten tijde van WOII.

En eindelijk, eindelijk in mijn cd-collectie: All the best van John Prine (Eeuwig en drie dagen dank aan Lieven Tavernier voor de inspiratie, al jaren!).
John Prine is wat men noemt een oude man. (is 62 oud?). En eindelijk is een cd waarop “All the best” (I guess I wish you all the best) blinkt, van mij. Ik kende de man hoegenaamd niet, maar ik ken Lieven Tavernier wel. Laten we zeggen: al een tijdje. Ook hij weet in te beuken op mijn gemoed, met liedjes als spiegels. Of liedjes waarbij de trein in mijn binnenste helaas af en toe tot stilstand komt, in plaats van voorbij te razen. (“En je hart zei aan je ziel, en je ziel zei aan je bloed: met jou komt het nooit meer goed” (uit: “In Knokke”)). Maar er is gelukkig ook “Engel” een klein, parelachtig lied, over een grote liefde in je leven, zo je wil, maar evengoed over eindelijk je weg vinden.Lieven Tavernier roemt John Prine, en nu weet ik ook waarom. John Prine is wat Lieven Tavernier in het Nederlands is, geloof ik: warm, poëtisch en gemeend.

Ook nog: eten en boeken gaan af en toe toch samen!

maandag 1 december 2008

Elfenblauw / Johan Vandevelde

Sander groeit op bij zijn oom Brendan. Samen wonen ze in een omgebouwde treinwagon. Sander heeft zijn ouders nooit gekend. Het enige wat hij van hen heeft, is een amulet met vreemde tekens erop. Omdat hij verliest bij het zwaardvechten, moet hij van zijn oom naar de supermarkt. Dit tripje verandert zijn leven grondig… Want wat eerst een reuzeninsect leek, is eigenlijk een elfje. Een elfje dat een tijdje op krachten komt in Sanders rugzak, maar ze heeft heel andere dingen mee te delen… Ze weet blijkbaar meer over zijn ouders…

Banaal begin

Dit boek begint op een bijna banale manier. Hoewel. Zwaardvechten met je oom in de toch wel bewoonde wereld is dat allerminst, lijkt me. Sander is een gewone schoolknaap, die het niet hoog opheeft met gym en de achterwaartse salto. “Waarvoor heb ik die in het leven nodig?” is zijn repliek. Hij heeft een beetje een ongewone woonsituatie, en een beetje een ongewone oom: hij is smid en leert zijn zoon omgaan met een zwaard. Maar ook dat is de buurt gewend, net als die oude omgebouwde treinwagon. Na het gevecht moet Sander, omdat hij verloor, naar de supermarkt, op de fiets, ook al zit er sneeuw in de lucht. “Je weet hoe je een telefoon moet gebruiken” is het antwoord van oom Brendan.

Glimworm in de winter

Na de komst van de “glimworm in de winter” veranderd alles langzaamaan voor Sander. Zijn oom kijkt helemaal niet raar op, wanneer hij ontdekt wat Sander in zijn rugzak verbergt. Het elfje toont Sander een poel in een oud fabriekspand. Wanneer hij terug naar de oude treinwagon wil fietsen, wordt hij in de stad achtervolgd door een zwarte ridder op een metalen paard. De ridder draagt een masker, en hij wil Sander dood hebben. Dit gegeven is in de wereld van vandaag misschien een beetje ongeloofwaardig neergezet, hoewel de buurtbewoners echt wel de stuipen op het lijf hebben.
Die achtervolging is voor oom Brendan het sein om zijn neefje in te lichten over de poort die zich onderin de poel in het oude fabriekspand bevindt, in te lichten… Sander vertrekt, om uit te komen in een heel andere wereld. Een wereld waarin Nikes niet bestaan, evenmin als een horloge of de kleren die hij draagt. Het is er ook veel warmer. Dit gegeven, van de put die een toegangspoort is, lijkt me weggeplukt te zijn uit “Vrouw Holle”. Dit stoort geenszins, het liet me, toen ik het besefte, eerder glimlachen.

Een schrijver pikt van anderen

Een schrijver pikt altijd van anderen, hoorde ik reeds meerdere keren weerklinken. Het is alleen zaak hoe je dit aanpakt. In eerste instantie lijkt de tocht waarin Sander verzeild, er eentje als die in “De brief voor de koning” – van Tonke Dragt. Maar in “Elfenblauw” zit meer magie, terwijl “De brief voor de koning” meer op mensen gericht blijft. Sander komt verschillende mensen tegen, maar zijn tocht wordt pas een tocht met mensen rond zich wanneer hij, alleen in een woud, beslopen wordt door een hongerige wolf. Ook hier: een en al geloofwaardigheid: in een bos kun je maar beter niet alleen rondlopen. Een pijl maakt een eind aan het leven van de wolf, en zo ontmoet Sander Taryn. Taryn en zijn leermeester Caldric zullen voor de rest van het verhaal Sanders metgezellen zijn. Ook geloofwaardig, hoewel het een fantasy-roman betreft: Sander loopt rond in een magisch woud, dat heeft hij intussen wel door, want was er niet een elfje dat hem lokte? – een eenhoorn, en op de plaats waar Sander Taryn vertelt dat zijn oom overleden is, een bloem die opeens bloeit omdat Sander huilt.
Ook draken en kabouters bevolken dit boek op een min of meer geloofwaardige manier. Al zorgen de draken wel meer voor een spanningsveld. Wanneer de draak echter verslagen is, blijkt dat ze moeder was, en haar kleintje blijft achter. Dit wordt een beetje klef. (een heel klein beetje: ik hou er niet van om dieren die er niet voor dienen, op te voeren als een hond, wat hier wel gebeurt wanneer Taryn het vertrouwen wint van de babydraak – die Vonkje heet in de rest van het verhaal. Taryn krijgt namelijk een lik van de draak). Heel af en toe vond ik het een beetje saai worden, doorheen de tocht en de mensen die Sander leert kennen, maar dat duurde nooit erg lang, en het boek bleef me ongemeen boeien. De personages blijven ook mensen van vlees en bloed, je merkt dat Sander zijn oom mist, die hem wijze lessen bijbracht over dromen, bijvoorbeeld ; die leren je leven: “Stil maar, Sander, zou hij fluisteren. Dromen kunnen akelig echt zijn, maar ze maken je ook sterker. Ze leren je leven… Dat is hun doel.”

Herkenning

Nergens doorheen dit hele boek had ik het gevoel dat ik ook maar iets voelde aankomen waaien. Dat is sterk, afgezien van de verhaallijnen die ik herken uit “De brief voor de koning”, “Vrouw Holle” en aan het eind de zieleneter (dementors uit de Harry Potterboeken), die het op Sander heeft gemunt, met als eindpunt Farlog (Voldemort) die het op ook op Sander heeft gemunt, omdat Farlog de touwtjes in handen wil houden in Cyndrië.

Taalgebruik

Ook het taalgebruik valt op: Sander zou in bepaalde situaties kunnen gillen en in verontwaardiging kunnen beginnen roepen of schreeuwen, maar niets van dit alles, alles is mooi gedoseerd, en dat zorgt mee voor de geloofwaardigheid van dit boek. (p.113: Sander hoort wat de witte monniken aanrichten van Anka, en dat ze haar man meenamen. Sanders repliek is "wat verschrikkelijk”. Dit zou kunnen worden aangevuld met “tierde hij”, “baalde hij”, maar Sander zegt dit stil, en dat zorgt absoluut mee voor de geloofwaardigheid van de personages. Ze blijven dit ook, en het is sterk om dit 359 pagina’s vol te houden.

Elfenblauw / Johan Vandevelde.- Hasselt : Clavis, 2007.- 359p.- ISBN 978 90 448 0548 2