donderdag, februari 26, 2009

De stad van de dromende boeken / Walter Moers

Ik geloof dat ik een beetje genoeg heb van kinderboeken, even. Maar wat zou ik dan lezen? Ik beslis dan maar dat het het boek met het formaat van de drie gebundelde boeken van "In de ban van de ring" zal worden, zijnde "De Stad van de dromende boeken van Walter Moers, anders dan de naam doet vermoeden, iemand met de Duitse nationaliteit. Het boek is een boek vol boeken! Letterlijk! En dino's, die gek zijn van lezen, die jankend hun boeken lezen, die er graag een soort gekte voor over hebben. Ze hebben allemaal een dichtpeet, iemand die hen de liefde voor boeken bijbrengt. (Jawel, IEDEREEN leest er graag, en iedereen kwekt erover. Zomaar op café. Over letters die juist zijn, redactie die mis is gegaan, etc. Wat een zaligheid voor iemand als ik! Ik wil naar Zamonië! Maar ik vraag me wel af hoe ik 509 bladzijden ooit moet gerecenseerd krijgen...:-)

dinsdag, februari 24, 2009

De kapitein en ik: Dagboek van een zeerover/ Koen Van Biesen


Victor is een klein jongetje met veel fantasie, en die wordt uitgewerkt. Victor voelt zich vaak alleen. Maar is Victor wel alleen? De personages worden door het opzet van dit verhaal enkel een beetje geschetst over wie ze zijn, en vooral hoe ze zijn. Victor heeft een mama en een papa, en een grote zus die nooit tijd hebben om te spelen. De personages worden helemaal aan het begin in een knappe tekening, voorgesteld. Kinderen moeten spelen en dromen. Wat Victor denkt, wordt in kleine lettertjes weergegeven. Volwassenen zijn saai. In zijn fantasie woont Victor op een piratenschip, en vaart hij de zeeën af, samen met zijn overgrootvader, die in de klok op zolder woont, waar zijn zeeroversschip ’s nachts uit tevoorschijn komt. Dan begint hun avontuur! Victor, zo vertelt het verhaal vanuit Victor, woont echt op een boot! De lezer weet al snel dat hij in een huis woont. In Victor’s fantasie, wonen er geen kinderen op de boot waar hij woont, en hij vaart het liefst naar plekken waar WEL kinderen aanwezig zijn, om mee te spelen. Zijn overgrootvader kent Victor niet, en dat vindt hij jammer. De fantasie van Victor wordt aan het eind van het verhaal een halt toegeroepen, en het wordt duidelijk dat Victor, die terug met beide voeten op de grond komt, en dan maar naar school gaat, in een heel gewoon rijhuis woont. Ook andere elementen in het verhaal, duiden dat Victor een dromer is. Hij heeft een oom en tante die elke week spruitjes komen eten (bah! Zeekapiteins eten scheepsbeschuit met choco!). “Victor, je spruitjes worden koud!” Is een eerste doorprikking, maar alleen aan het eind van het verhaal worden de dromen van Victor echt doorprikt, en gaat hij weer gewoon naar school. Victor Dit boek is misschien wel een jongensboek, waar ook meisjes, omwille van de fantasie van Victor, en de “voeten op de grond- elementen” iets aan zullen hebben, terwijl de jongens misschien iets meer voor de piraten te vinden zullen zijn. Alleen jammer dat er voor de rest zo weinig wordt uitgewerkt. De tekeningen zijn wel snoepjes. Ze maken dit boek mee tot een geheel dat ermee doorkan. Maar waar de ondertitel: “Dagboek van een zeerover” vandaan komt, is mij een raadsel. Het boek heeft GEEN enkel kenmerk van een dagboek (maar goed ook, eigenlijk). Wel wordt het boek verteld vanuit een ik-perspectief. Maar dat maakt het in geen geval tot een dagboek. De tekeningen zeggen me wel iets, maar vooral de allereerste prent straalt gevoel uit, samen met de prent van het feest op het piratenschip. Deze toont een boel personages met hun gezicht, terwijl je Victor’s gezicht niet ziet. Toch merk je dat hij geboeit kijkt naar wat gebeurt. Net als het kijken naar de klok om middernacht. Ook hier zie je Victor’s uiterlijk niet, en toch straalt deze prent een spanning uit. De andere tekeningen zijn geënt op wat je eerder in een stripverhaal als “karikatuur” zou kunnen beschouwen, al past dit wel in het boek, bij “volwassenen die stom zijn in de ogen van kinderen”.
De kapitein en ik: Dagboek van een zeerover / Koen Van Biesen.- Sint-Niklaas : Abimo, 2006.- 40 p.: ill. + CD.- ISBN: 90 5932 269 X

zondag, februari 15, 2009

Een klein geheim / Kate Saunders

Op een dag komt er in Annes klas een nieuw meisje, Staffa. De rest van het schooljaar zal ze bij Anne in de klas zitten. Staffa is een beetje vreemd: ze draagt erg ouderwetse kleding, en praat ook op een vreemde manier. Haar klasgenoten lachen Staffa uit, maar Anne voelt iets als sympathie voor haar, en dat is maar goed ook…
Een verhaal dat op een heel klassieke manier begint: een nieuw meisje komt in een nieuwe klas terecht, en plagerijtjes zijn haar deel. Dat meisje hoopt op een beste vriendin. Maar ook Anne vindt haar nogal vreemd. En waarom wil zij zo graag kennismaken met haar ouders, waarom wil zij dat ze geld aannemen van haar? Allemaal dingen die in dit boek een antwoord krijgen. Een redelijk griezelig antwoord. Staffa is van een ander volk: ze is een elfje. Haar moeder, Lady Victoria, is eigenlijk een elfenkoningin, maar zij heeft eerder de rol van een boze stiefmoeder, zoals in het boek blijkt. Soms doet dit boek een beetje denken aan “Erik of het kleine insectenboek” van Bomans, of zelfs aan “In de ban van de ring van Tolkien”. Alleen is dit boek minder zorgvuldig vertaald, waardoor er soms regelrechte fouten in het boek voorkomen. (Weer: Redactie!?) Het taalgebruik van Staffa is ouderwets (mijn excuses voor de ontbrekende antwoorden, juffrouw Burs. Staartdelingen zijn altijd mijn achilleshiel geweest.”) Maar van haar kun je dat aannemen als je dit boek verder leest… Eigenlijk is het jammer: je kunt dit boek bijna geen twee keer lezen, het is maar één keer spannend, geheimzinnig, of eng. Maar “Goed kinderen,” zei juffrouw Burs, laten we maar beginnen” – het is echt ouderwets, en zij speelt in het nu. Op pagina twaalf komt mijn haar wel rechtovereind van het ouderwetse taalgebruik: De meisjes gaan eten in een kantine: “Is er een kaart?” vroeg ze. “Of dien ik de serveerster te vragen wat er op het menu staat?” Anne vindt Staffa vreemd, en ze vraagt zich af van welke school ze komt. Hier en daar in het boek is de logica echt zoek: op pagina elf bijvoorbeeld: Anne heeft als enige in de familie rood haar, terwijl alle andere (ze heeft zes broers) kinderen witblond zijn. Hoewel. Kleine Ted heeft ook een soort oranje haar. Dat Anne zes broers heeft, noopt Staffa tot het volgende grapje: Vaak moet Anne de jongenskleding van haar broers afdragen: “We hebben geel geld voor meisjeskleren. Ik moet de oude kleren van de jongens afdragen.” “Arme jij”, zei Staffa. “Dat is niet eerlijk. Als je de enige jongen was in een familie vol meisjes, zouden ze je ook niet in een jurk naar school sturen.”
Soms loopt het taalgebruik mis, zoals bij “Het bolle toetje van kleine Ted” op p. 21. Ik dacht dat zelfs Vlamingen “toetje” kennen als “dessert.”. Snoetje is misschien beter uitgedrukt. Ook het feit dat Staffa opzoek is naar een beste vriendin, zit grondig fout: op p.18 heet het nog (na wat gepraat over familie) “Ze vond Staffa steeds aardiger”. Op p. 19 wordt dit na “Ik ben zo blij dat ik je gevonden heb!” Staffa zuchtte. “Ik heb nog nooit een beste vriendin gehad”. “Wacht even!” Dit ging een beetje snel. Anne wist nog niet eens of ze Staffa wel aardig vond.” Op p.24 moet Staffa volgens haar niet meer opzoek naar een beste vriendin, terwijl Anne zich op p.25 nog steeds afvraagt of ze beste vriendinnen zijn. Ik vind dit een beetje een geval van kiezen of delen.
Dit boek bevat ook mooie ietwat bloemige gedachten, over rijke ouders, en ouders die al lang dood zijn. (p.28: Dus we zijn alleen rijk als je het over geld hebt. In alle andere opzichten ben jij degene die rijk is (omwille van een complete familie, met wie Staffa kennismaakte.)
p.29 bevat “ze had nog nooit iemand van adel ontmoet”. (Anne moet van Staffa diens moeder aanspreken met “Lady Victoria”. Is iemand die met “Lady” sowiezo adelijk? Ook bittere haha-thee op p.30 is mij compleet onbekend, of het moet een verzinsel zijn van de auteur of vertaler. Wanneer Anne lady Victoria op p.31 vertelt dat haar vader postbode is, en in zijn vrije tijd in een kroeg werkt, omschrijft Lady Victoria hem als een fidele vent. (ouderwets, ouderwets,…) Hier merk ik echt dat ik een uit het Engels vertaald boek zit te lezen. (Kate Sauders schrijft voor de Sunday Times.) Nog meer onlogica op p.33. (Gelukkig is het verhaal op zich wel spannend genoeg om door te lezen, dat is een pluspunt.) “Naast het portret stond een enorme, afgrijselijke koperen spin, waarin het woord “Tornado” was gegraveerd. Op p.35 gaat het omtrent diezelfde spin deze kant op: “Hij had vier poten gebroken. Hij moest worden afgeschoten.” “Oh.” Anne keek onrustig naar Staffa. Dit klonk wel heel gek. Welk pistool was nou zo klein dat je er een spin mee kon afschieten? Zou het niet simpeler zijn geweest om hem gewoon te vertrappen?” Of er worden cruciale komma’s vergeten, op p.36: Plotseling, zonder enige waarschuwing, omhelsde ze Anne, waarna ze terugrende het hotel in. Terwijl er in de rest van de zin wel op de juiste plaatsen komma’s staan. Op p.40 wordt Anne nieuwsgierig naar “Jullie land” (van Staffa dus), terwijl er in het hele boek nog geen sprake was van een “ander land”, wel van “een plek helemaal in het Noorden (p.8)
Wanneer Lady Victoria dronken is, op p.57 zingt ze een lied van Bastino, waarin ze aanmaant om naar het “delige gedroefte” te luisteren. (wat een vertaling, en ze is nog grappig ook)
Je komt in dit boek alles tegen: van liefde tot haat, tot droefheid, ook haat tegenover andere mensen (p. 94: Is zij ook gedeeltelijk mens?” “Oh, nee, zij is maar een Ecker. De Eckers zijn heel anders dan wij. Het is een ander ras, voornamelijk kobold met een druppeltje veldmuizen bloed. Ze zijn niet zo slim als wij. Daarom hebben we een heilige (de?) plicht om de koninklijke familie in stand te houden. Ze hebben ons nodig.” Later is het Anne die Staffa erop wijst dat Totty echt wel aardig is. En dan komt alles goed, dan begint het verhaal de kant op te gaan van de andere personages tegen het leger van de koningin. Ze heeft haar man eigenhandig vermoord, en de oude prinses Nora is ook na het feest, door haar omgebracht, omdat ze iedereen opjutte tegenover haar, koningin Victoria. Er zit heel veel in het boek, maar alle onzorgvuldig geschreven of vertaalde dingen, doen me twijfelen. Aan het eind van het boek, duurde het me ook allemaal te lang, hoewel ik wel wilde weten hoe het afliep. (Heel klassiek loopt alles goed af, Anne gaat terug naar huis, na vele avonturen in het Elfenland (maar het is absoluut geen boek over lieve Elfjes, de meesten zijn zelfs erg triest, en bang voor de fratsen van Lady, die eigenlijk koningin is, en ze regeert op dictatoriale wijze haar land.
p.128 bevat weer een slechte vertaling: mensen dragen uniforms (Recht uit het Engels, terwijl dat “uniformen” moet zijn.)
Op het feest, dat vanaf p.132 aan de gang is, wordt duidelijk dat de koningin langzaamaan haar dictatuur zal moeten opgeven. Dit wordt echter niet in de strot van de lezer geduwd, het gaat heel geleidelijk, zonder dat het allemaal saai wordt: p.133: Waag het niet om te gaan zingen, Qilliam (broer van Staffa, wordt ook, en meestal, Qilly genoemd.)! Je vader zong ook altijd, en dat was erg gênant, als je het mij vraagt” “Maar ik vraag het niet”, zei Qilly. P.136 en het hele verdere hoofdstuk drijft op de dood van de oude prinses. Anne snapt niet zo goed waarom Staffa en Qilliam daar zo heel erg triest over zijn. Welja, ze was hun oma, en dat is triest. Maar wat Staffa zegt, beneemt de adem: De oude prinses was oma niet. Het was Qilly’s vrouw… (p.162) Hierna wordt de uitleg gegeven: elfen worden veel langzamer oud dan mensen. In mensenjaren is Qilly 170 jaar(p.163), terwijl Staffa 75 is. Hierna volgt een hele uitleg, dat het al van 1951 geleden is dat zij nog eens in de mensenwereld kwam, en wordt alles voor Anne duidelijk, behalve op p169, wanneer Staffa koningin Victoria’s plan uitlegt: dat mensen HUN volk mee in stand moeten houden door met een elf te trouwen.
Op p178 is de logica weer zoek: Anne heeft nog nooit zoiets geweldigs meegemaakt (vond Anne) (Over vliegen op een bij) Waarschijnlijk niet nee. Dat vind ik als lezer redelijk belachelijk, ook in de geest van dit boek.
Ik heb dit boek graag gelezen, alleen jammer van alle slordigheden, en het feit dat dit boek slechts één keer zijn uitwerking op de lezer heeft.
“Met medewerking van Johann Wolfgang von Goethe”
Op de voorpagina staat dat dit boek is geïnspireerd op het reisverhaal dat wordt verteld achterin Goethes roman Wilhelm Meisters leerjaren. Ik vind over dat verhaal achterin dat boek, niets terug op het net, en ook “Silver Threads Among the Gold”, E.E Rexford en H.P Danks, 1873 worden geen wijsheden na het lezen van dit boek. Beetje duiding hierover in het boek, desnoods achterin het boek, het zou niet slecht zijn.
Een klein geheim / Kate Saunders ; vertaald door Sofia Engelsman.- Haarlem: Gottmer, 2007.- 222p.- vertaald van “The Little secret.- 978 90 257 4216 4

maandag, februari 09, 2009

Bijna tijd...

Vandaag "Cadans" uitgelezen, en eerlijk, ik zal Arthur missen. Graag het tweede deel, en wel nu:-) "Vaderland" is even blijven liggen, en ik weet niet of ik zin heb om daar nu mee door te gaan. Ik geloof dat ik nu Roald Dahl maar eens lekker ga herlezen. (U merkt het: ook even geen tijd om van die heerlijk lange recensies over al even prachtige boeken te schrijven. Maar ik maak het goed. Binnenkort. Beloofd)

zondag, februari 01, 2009

Veel letters en weer tegelijk...

Maar dat hoeft niet negatief te zijn, wanneer twee boeken me tegelijk kunnen boeien. "Vaderland" (Joseph Pearce) is een roman over een Joodse familie, beginnend in 2008 in België, en eindigend in 1829 in Polen. Tussendoor lees je hun welvaren, en het lijkt erop dat alles mooi zal samenvallen, afgaand op wat ik tot nu toe las. Pearce's stijl is rustig, rustgevend ook, zonder al te groot beschreven acties. Kijk ook hier eens. Ik geloof dat ik nu ook gauw "Het Belang van Edward Lindeman" en "Maanzaad" zal gaan lezen van hem. Ben benieuwd.



Het tweede boek waarnaar ik nieuwsgierig geworden was na wat surfen op het net, was "Cadans" van Micha Meinderts, over een 14 jarige jongen die met zijn verjaardag ontdekt dat hij jongens leuker vindt dan meisjes - wanneer hij zijn beste vriend kust. Hij weet helemaal niet goed hoe het nu verder moet, want het thuis, in Arnhem, vertellen (we hebben het over 1977, toch een heel andere tijd dan nu, zo blijkt), is uitgesloten. Het lijkt erop dat hij dan maar, al was het maar ter zelfbescherming, "in de kast" zal blijven. Of niet? Arthur is een heerlijk personage, naar wat ik - 40 bladzijden ver - kan opmaken. Hij is helemaal niet zielig, en heeft heel wat daadkracht in zich. Daadkracht waarvan de lezer kan gaan glimlachen. En hoera hoera, er komen nog twee delen over Arthur! Het leuke is ook dat je zijn ontwikkelingen zal kunnen volgen: het eerste boek begint op Arthurs 14e verjaardag, en eindigt in 1981, wanneer hij 18 is. De auteur wil tot Arthurs 40ste gaan. Iets om naar uit te kijken, lijkt me.