door Frank Adam * Johan De Smet * Rik Teunis
een productie van De Werf, Brugge.
Cultureel Centrum Berchem, donderdag 25 januari 2007
Sommige mensen keken vreemd naar me, toen ik op 3 juni 2006 de ticketbeurs (of wat daarvoor moest doorgaan) van CCBE bezocht, en daar tickets kocht voor januari 2007; respectievelijk voor “Jot” op 14 januari, en voor “Confidenties aan een ezelsoor” van Frank Adam. Het eerste “Confidenties” boek staat in mijn kast trots te blinken, en goed te zijn. De voorstelling “Confidenties aan een ezelsoor”, en “ezelsliederen”, vertelt 5 van deze confidenties, aangevuld met wat de auteur “ezelsliederen” noemt. Wat een sfeer! Het is wonderbaarlijk welke klanken er uit een sythesiser kunnen getoverd worden. En laat deze klanken dan nog wonderwel bij de vertellingen passen. Waar ik persoonlijk heel erg allergisch voor ben, is dat de muziek de verhalen overstemd, wat de laatste tijd wel eens wilde voorvallen. Zo niet hier. Wanneer er verteld moet worden op muziek, is de muziek aanwezig, maar nooit overdadig. Anders dan wanneer de verteller moet proberen om boven de muziek uit te komen. De muziek is echter weleens hard, maar dat is dan om een effect van chaos mee te geven. Alles dient, en vult elkaar aan.
Ik wist trouwens helemaal niet zo dat Frank Adam ook ECHT kan zingen, en hij doet dat met verve! Is dit wat ze een “multi-talent” noemen? De verhalen komen echt tot leven, door de manier van vertellen, dialect (de West-Vlaamse os, bijvoorbeeld, die aan de ezel bekent dat hij in “de woestinne” maar één vriend heeft: God. Af en toe zegt God “Papa” tegen de os.) Maar ach, deze voorstelling IS nauwelijks te beschrijven. Alles is zeer visueel, ook al ontbreken de prenten van Klaas Verplancke hier, die hij bij “Confidenties aan een ezelsoor” te boek, maakt. (Het tweede boek is er intussen ook. Hoera!). Toch: ik miste de tekeningen geen ogenblik, en dat is erg sterk, want in het boek vullen tekst en prent elkaar op heel aparte wijze aan. Vertellen de prenten wat niet in de tekst staat, en soms ook wel. De manier HOE Adam zijn ezel en zijn passanten in beeld brengt met woord en zang, het is haast magisch. Voor wie de voorstelling niet zag (en ik was dat helaas helemaal vergeten, de avond zelve, dom dom! – is er de CD “Confidenties aan een ezelsoor”. Ik denk dat ik op gepaste tijd nog wel eens van deze schitterende voorstelling wil genieten. Denk niet dat ik iets mis door Frank Adam niet te zien, en ook dat is sterk: je HOEFT niet te zien wat er gebeurd, ook als toeschouwer is er aan “Confidenties” op de planken de kracht van je eigen verbeelding. Heerlijk!
donderdag 24 september 2009
zaterdag 19 september 2009
Jot / zondag 14 januari 2007
Door TG De Schemering -naar het boek van Klaas Verplancke. Met Eric Van Thillo, Hanne Deneire en Eric Raeves. In het Cultureel Centrum van Berchem
Jot beweegt niet. Hij denkt na, terwijl hij in het gras op zijn rug ligt. Straks is er in zijn overvolle hoofd geen plaats meer! Hij wil iets uitvinden. Iets wat niet bestaat, en waarvan de mensen zullen roepen: ah! En oh! Kan Jot zoiets maken?
Hierrond draait het boek van Klaas Verplancke. En dus ook het stuk dat “vrij bewerkt” werd. Het is prachtig. Verwacht geen gemakkelijk hap slik werk. Je moet er je hoofd bij houden. Wat je te zien krijgt: het nadenken van Jot. Ja. Ik denk dat ik het zo goed omschrijf. Jot danst, en soms beweegt hij helemaal niet. En soms is hij blij met hetgeen hij uitvindt, maar is een ander dat niet. Dat krijg je dan te zien op een scherm: DE BOOM IN MET JE LETTER, JOT, danst dan letter per letter over het scherm. Je krijgt een spel van kleurige schaduwen, of schaduwvormen van wat Jot zou kunnen uitvinden: een telegeleide omeletschotel, of een ijsbolletjesmachine. Maar ijs raakt op. Mensen gaan er aan likken.
Je krijgt beelden te zien, die enigszins “eng” te noemen zijn. Twee ogen die dicht zijn, en dan lijkt het of je naar een dood gezicht aan het kijken bent. Tot die ogen opengaan, en rond beginnen te kijken, naar alle kanten. Dan komen die dichte ogen tot leven, en is het niet eng meer. Grote gezichten, tekeningen. En dan, dan kruipt Jot op een toren, en zit hij heel dicht bij de sterren, te wuiven naar de mensen onder hem. Maar niemand ziet hem: hij zit te hoog, dichtbij de maan. Nacht, na dag, na nacht, na dag. Jot verveelt zich, en plukt aan de sterren rondom hem. Jot komt naar beneden, en hij hoort ah’s en oh’s. De sterren regenen uit de hemel, en niemand weet wie die sterrenregen veroorzaakte. Zo is het goed, denkt Jot.
Heel mooie, heel vrije bewerking van het boek. Maar het is daarom helemaal niet slecht. Je merkt dat Jot voor inspiratie zorgde, en dat de mensen van TG De Schemering er hun ding mee deden. Zonder het boek oneer aan te doen. Sommige delen, waar het boek iets te fel naar voor kwam, vond ik iets minder geslaagd, en om het maar ineens te zeggen: de sterrenregen vond ik eigenlijk maar niets. De hele voorstelling draait om schaduwen, en licht- en kleurspel, terwijl dat bij de sterrenregen helemaal niet meer aan bod komt, alles blijft “éénkleurig”, en dat was in het boek toch mooier. Maar hoe de “Jot” uit de tekeningen overeind blijft, dat is magisch. Jot draagt een blauw truitje en een lange broek, en om van Jot een klein jongetje te maken op theater, en er een bewegingsvol kereltje van te maken, maakt men gebruik van dikke rollen, waaruit je een broek en een truitje zou kunnen herkennen. De bewegingen worden hierdoor trager, waardoor je als kijker als het ware naar “een levend prentenboek” zit te kijken.
Hier kun je de boekbespreking vinden
Jot beweegt niet. Hij denkt na, terwijl hij in het gras op zijn rug ligt. Straks is er in zijn overvolle hoofd geen plaats meer! Hij wil iets uitvinden. Iets wat niet bestaat, en waarvan de mensen zullen roepen: ah! En oh! Kan Jot zoiets maken?
Hierrond draait het boek van Klaas Verplancke. En dus ook het stuk dat “vrij bewerkt” werd. Het is prachtig. Verwacht geen gemakkelijk hap slik werk. Je moet er je hoofd bij houden. Wat je te zien krijgt: het nadenken van Jot. Ja. Ik denk dat ik het zo goed omschrijf. Jot danst, en soms beweegt hij helemaal niet. En soms is hij blij met hetgeen hij uitvindt, maar is een ander dat niet. Dat krijg je dan te zien op een scherm: DE BOOM IN MET JE LETTER, JOT, danst dan letter per letter over het scherm. Je krijgt een spel van kleurige schaduwen, of schaduwvormen van wat Jot zou kunnen uitvinden: een telegeleide omeletschotel, of een ijsbolletjesmachine. Maar ijs raakt op. Mensen gaan er aan likken.
Je krijgt beelden te zien, die enigszins “eng” te noemen zijn. Twee ogen die dicht zijn, en dan lijkt het of je naar een dood gezicht aan het kijken bent. Tot die ogen opengaan, en rond beginnen te kijken, naar alle kanten. Dan komen die dichte ogen tot leven, en is het niet eng meer. Grote gezichten, tekeningen. En dan, dan kruipt Jot op een toren, en zit hij heel dicht bij de sterren, te wuiven naar de mensen onder hem. Maar niemand ziet hem: hij zit te hoog, dichtbij de maan. Nacht, na dag, na nacht, na dag. Jot verveelt zich, en plukt aan de sterren rondom hem. Jot komt naar beneden, en hij hoort ah’s en oh’s. De sterren regenen uit de hemel, en niemand weet wie die sterrenregen veroorzaakte. Zo is het goed, denkt Jot.
Heel mooie, heel vrije bewerking van het boek. Maar het is daarom helemaal niet slecht. Je merkt dat Jot voor inspiratie zorgde, en dat de mensen van TG De Schemering er hun ding mee deden. Zonder het boek oneer aan te doen. Sommige delen, waar het boek iets te fel naar voor kwam, vond ik iets minder geslaagd, en om het maar ineens te zeggen: de sterrenregen vond ik eigenlijk maar niets. De hele voorstelling draait om schaduwen, en licht- en kleurspel, terwijl dat bij de sterrenregen helemaal niet meer aan bod komt, alles blijft “éénkleurig”, en dat was in het boek toch mooier. Maar hoe de “Jot” uit de tekeningen overeind blijft, dat is magisch. Jot draagt een blauw truitje en een lange broek, en om van Jot een klein jongetje te maken op theater, en er een bewegingsvol kereltje van te maken, maakt men gebruik van dikke rollen, waaruit je een broek en een truitje zou kunnen herkennen. De bewegingen worden hierdoor trager, waardoor je als kijker als het ware naar “een levend prentenboek” zit te kijken.
Hier kun je de boekbespreking vinden
vrijdag 18 september 2009
7
in "Het Paleis", 15 januari 2005
door An De Donder en Florejan Verschueren
Er was eens... de oude koningin, die graag een kindje wilde. Terwijl ze zat te naaien voor het raam, prikte zich in haar vinger. Meteen vormden zich drie bloeddruppels in de sneeuw. De koningin dacht: "ik wil een kindje met lippen zo rood als bloed, haren zo zwart als ebbenhout en een huid zo blank als sneeuw". Korte tijd later werd haar wens vervuld, en ze kreeg een dochter. Maar niet lang daarna stierf de koningin. De nieuwe koningin hield niet van kinderen, en was ijdel. Ze stond uren voor te spiegel, die ze dan vroeg (het was een sprekende spiegel) "spiegeltje spiegeltje aan de wand... wie is de mooiste van het land?
Enzovoort...
Dit stuk wordt verteld vanuit het standpunt van de zeven dwergen, bij wie Sneeuwwitje terechtkomt, wanneer zij moet vluchten voor haar stiefmoeder, die haar wil doden, omdat zij de mooiste wil blijven, en Sneeuwwitje veel mooier is. De sprekende spiegel heeft hier ontzettend mooie ogen trouwens. Ze kijken je aan vanop een groot diascherm, waar behalve de spiegel ook Sneeuwwitje in te zien zijn, rennend door het bos, of je aankijkend. Of als baby, waarbij je in de zaal echt een zindering voelt: wanneer gaat die baby nu lachen? Je merkt echt dat iedereen spontaan "oooh-t" als dat gebeurt. Mooi!
Door de zaal weerklinken de stemmen van de dwergen, die elk dezelfde nare droom van de boze koningin hebben. "Ik ben bang... Is het nog ver? We zijn te laat..."
Het is schitterend wat hier met het verhaal van Sneeuwwitje gebeurt, ook al omdat je (dat gebeurt ook hier, en zijn de essenties van het sprookje, daar komt men dus niet aan, en dat is goed) tijdens het maken van pakweg de giftige appel, ontzettend gebruik kunt maken van "special effects" maar niets hiervan. Het gif wordt ingespoten, en dat zie je ook, met iets vies groens vloeibaar), maar verder gebeurt er niks, het knalt of sist niks, en dat is goed. Je blijft nergens achter met : hé, nee, dit is niet, ik wil dit niet, het is een "ode aan originaliteit", het is prachtig. En dat zonder speciale effecten, als je wil. Tenzij je het gepraat dat op je afkomt, van de dwergen als special effect wil beschouwen. Heerlijk!
door An De Donder en Florejan Verschueren
Er was eens... de oude koningin, die graag een kindje wilde. Terwijl ze zat te naaien voor het raam, prikte zich in haar vinger. Meteen vormden zich drie bloeddruppels in de sneeuw. De koningin dacht: "ik wil een kindje met lippen zo rood als bloed, haren zo zwart als ebbenhout en een huid zo blank als sneeuw". Korte tijd later werd haar wens vervuld, en ze kreeg een dochter. Maar niet lang daarna stierf de koningin. De nieuwe koningin hield niet van kinderen, en was ijdel. Ze stond uren voor te spiegel, die ze dan vroeg (het was een sprekende spiegel) "spiegeltje spiegeltje aan de wand... wie is de mooiste van het land?
Enzovoort...
Dit stuk wordt verteld vanuit het standpunt van de zeven dwergen, bij wie Sneeuwwitje terechtkomt, wanneer zij moet vluchten voor haar stiefmoeder, die haar wil doden, omdat zij de mooiste wil blijven, en Sneeuwwitje veel mooier is. De sprekende spiegel heeft hier ontzettend mooie ogen trouwens. Ze kijken je aan vanop een groot diascherm, waar behalve de spiegel ook Sneeuwwitje in te zien zijn, rennend door het bos, of je aankijkend. Of als baby, waarbij je in de zaal echt een zindering voelt: wanneer gaat die baby nu lachen? Je merkt echt dat iedereen spontaan "oooh-t" als dat gebeurt. Mooi!
Door de zaal weerklinken de stemmen van de dwergen, die elk dezelfde nare droom van de boze koningin hebben. "Ik ben bang... Is het nog ver? We zijn te laat..."
Het is schitterend wat hier met het verhaal van Sneeuwwitje gebeurt, ook al omdat je (dat gebeurt ook hier, en zijn de essenties van het sprookje, daar komt men dus niet aan, en dat is goed) tijdens het maken van pakweg de giftige appel, ontzettend gebruik kunt maken van "special effects" maar niets hiervan. Het gif wordt ingespoten, en dat zie je ook, met iets vies groens vloeibaar), maar verder gebeurt er niks, het knalt of sist niks, en dat is goed. Je blijft nergens achter met : hé, nee, dit is niet, ik wil dit niet, het is een "ode aan originaliteit", het is prachtig. En dat zonder speciale effecten, als je wil. Tenzij je het gepraat dat op je afkomt, van de dwergen als special effect wil beschouwen. Heerlijk!
woensdag 16 september 2009
Wortels / naar het boek van Klaas Verplancke
zondag 24 april 2005
door de Zeepcompagnie
In CCBe (Cultureel Centrum Berchem).
Wow. Wat een zaligheid. Wat een zalige fijne voorstelling was dit! Zelfs de heuvelwachter, die op zijn heuvel wacht op iets wat nooit komt, ziet er hetzelfde uit als in het boek, met dat rare hoofdekseltje. Hij heeft een zalig leuk huisje, met een draaiend dak. Wat doet de heuvelwachter op zijn heuvel? De was, eten, appels. En Spaanse Pepers (denk ik)) En alleen zijn. Op een dag vind Ries een zaadje. Hij geeft dat zaadje sap, en sop en soep, en nog veel later, warmte, tegen de tijd die kou wordt. (Compleet met mini-serretje, en minute-soup.) Zijn huisje is trouwens multi-gebruik, met spleten voor zijn "heuvelwachtershandleiding", om ze droog weg te stoppen. En opeens; staat hij daar. Kerel. De boom van een kerel. Kerel vindt zijn naam ontzettend mooi, en hij bezingt hem zelfs. De boom was trouwens virtuoos goed gevonden. Ach. Nergens zat deze voorstelling scheef, het boek is op geen enkele manier "verkracht" of onrecht aangedaan, het was compleet af. Een parel. Daarvoor moet het erg laat op het seizoen zijn.
door de Zeepcompagnie
In CCBe (Cultureel Centrum Berchem).
Wow. Wat een zaligheid. Wat een zalige fijne voorstelling was dit! Zelfs de heuvelwachter, die op zijn heuvel wacht op iets wat nooit komt, ziet er hetzelfde uit als in het boek, met dat rare hoofdekseltje. Hij heeft een zalig leuk huisje, met een draaiend dak. Wat doet de heuvelwachter op zijn heuvel? De was, eten, appels. En Spaanse Pepers (denk ik)) En alleen zijn. Op een dag vind Ries een zaadje. Hij geeft dat zaadje sap, en sop en soep, en nog veel later, warmte, tegen de tijd die kou wordt. (Compleet met mini-serretje, en minute-soup.) Zijn huisje is trouwens multi-gebruik, met spleten voor zijn "heuvelwachtershandleiding", om ze droog weg te stoppen. En opeens; staat hij daar. Kerel. De boom van een kerel. Kerel vindt zijn naam ontzettend mooi, en hij bezingt hem zelfs. De boom was trouwens virtuoos goed gevonden. Ach. Nergens zat deze voorstelling scheef, het boek is op geen enkele manier "verkracht" of onrecht aangedaan, het was compleet af. Een parel. Daarvoor moet het erg laat op het seizoen zijn.
maandag 14 september 2009
Boek op de planken: De Gebroeders Leeuwenhart
Door Theatergroep "Bronks". In CC De Kern, Wilrijk, donderdag 4 december 2003
De theaterbewerking van dit boek is een aangename verrassing. Doorgaans ben ik een beetje terughoudend als het om boekbewerkingen gaat die ik al gelezen heb. Zo ook met "De gebroeders Leeuwenhart" van Astrid Lindgren. Het boek is erg erg goed, maar daarom vind ik nog niet persé de toneelbewerking goed. Gelukkig was dat met deze voorstelling NIET het geval, en was het een erg geslaagde onderneming. Heel knap, maar heel miniem decor, met eigenlijk enkel een plaat, met deurtjes in, waarop tijdens de voorstelling, tijdens het "paardrijden", dia's van voorbijflitsende bossen te zien zijn. De mensen in deze voorstelling houden Astrid's boek echt wel in ere, en maken er geen janboel van. Heel mooi, heel echt, en bij tijden erg grappig, waarbij het ook niet stoort als het publiek net ietsje langer moet lachen met iets wat op de planken gebeurt. Het lijkt wel of de acteurs dit verwachten. Mooi dus. Ik had ook op geen enkel moment zoiets van: "hé, nee, dit wil ik niet", het was mooi, en absoluut niet teleurstellend.
Hier vindt u de boekbespreking
De theaterbewerking van dit boek is een aangename verrassing. Doorgaans ben ik een beetje terughoudend als het om boekbewerkingen gaat die ik al gelezen heb. Zo ook met "De gebroeders Leeuwenhart" van Astrid Lindgren. Het boek is erg erg goed, maar daarom vind ik nog niet persé de toneelbewerking goed. Gelukkig was dat met deze voorstelling NIET het geval, en was het een erg geslaagde onderneming. Heel knap, maar heel miniem decor, met eigenlijk enkel een plaat, met deurtjes in, waarop tijdens de voorstelling, tijdens het "paardrijden", dia's van voorbijflitsende bossen te zien zijn. De mensen in deze voorstelling houden Astrid's boek echt wel in ere, en maken er geen janboel van. Heel mooi, heel echt, en bij tijden erg grappig, waarbij het ook niet stoort als het publiek net ietsje langer moet lachen met iets wat op de planken gebeurt. Het lijkt wel of de acteurs dit verwachten. Mooi dus. Ik had ook op geen enkel moment zoiets van: "hé, nee, dit wil ik niet", het was mooi, en absoluut niet teleurstellend.
Hier vindt u de boekbespreking
zondag 13 september 2009
De jongen in de jurk / David Walliams ; Quentin Blake
Dennis woont in een saaie straat ergens in Engeland. Hij heeft een saai leven, samen met papa en een oudere broer van 14, John. Mama is weggelopen. Het enige wat Dennis van haar heeft, is een foto die hij van de brandstapel kon redden toen zijn vader alle spullen van zijn moeder verbrandde. Dennis is dol op voetbal én zich verkleden. Liefst vrouwenkleding. Wanneer hij op een dag in de winkel van Raj de Vogue koopt, en dat boekje stiekem op zijn kamer leest, gaat er een wereld voor hem open. Zoveel moois! Wanneer zijn vader hier echter achter komt is hij razend. Mode is voor meisjes!Maar Dennis geeft het niet op: bij toeval leert hij het mooiste meisje van de school kennen, wanneer ze samen strafregels moeten schrijven. Lisa is 14, en Dennis is eigenlijk wel een beetje verliefd op haar. Lisa toont hem dat het helemaal niet vreemd is om te willen zijn wie je bent, en dat je je helemaal niet moet schamen… Samen bedenken ze een plan, om Dennis op school te introduceren als Lisa’s Franse pennevriendin Denise…
Het fijne aan dit boek is ook dat je als lezer wel naar Dennis kijkt, maar dat je ook echt met een verteller van dit verhaal te maken krijgt. Hij legt de lezer uit dat Dennis bijvoorbeeld een topscorer is, maar daar moet hij eerst even over nadenken. Hoeveel goals moet je maken om topscorer te zijn? Tien? Een miljoen? Twee? Daar weet onze auteur niets over, en dat zegt hij de lezer ook. Ook zegt hij dat hij nog nooit heeft gelogen, alleen net. (Dat is erg klassiek, maar blijft leuk.)
Het boek leest als een trein en is alles behalve stereotiep. Bij volwassenen zal de naam David Walliams waarschijnlijk een belletje (of een klok, dat kan ook) doen rinkelen/luiden als bedenker en acteur in Little Britain. Ook ik werd aangetrokken door zijn naam, en door de naam van de illustrator, Quentin Blake. Maar zou Walliams ook als schrijver iets kunnen betekenen? Zou Walliams niet automatisch staan voor het schrijven van pulp? Het antwoord is erg volmondig: nee. En wel in tegendeel. “De jongen in de jurk” is een erg leuk boek geworden, waarin de volwassen lezer ook wel elementen uit Little Britain zal herkennen, zoals in de scène waarin Dennis’ vader zijn zoon verbiedt om nog naar de show te kijken waarin twee mannen zich als vrouw verkleden. Het leuke aan dit boek is ook dat NIEMAND – behalve het lerarenkorps met de directeur – meneer Hawtry op kop – Dennis een vreemd iemand vindt omdat hij zich graag verkleed. Hoewel. Hij heeft dit al aan zijn vriend Darvesh vertelt, en hij ziet er geen graten in: Dennis voetbalt toch graag? Darvesh’ moeder schijnt dat eerst maar niets te vinden als ze Dennis in een jurk ziet: “Dat moet je niet doen, deze kleur staat je niet”, is haar repliek. Ze raadt hem een andere kleur aan: niks aan de hand. En ook Lisa gaat helemaal mee in Dennis’ passie.
Hier en daar zijn wat mij betreft wel een paar louter “bladvullende elementen” aanwezig, zoals een bladzijde of drie het gelach van de leerlingen wanneer “Denise” ontmaskerd wordt. Dit hoefde niet.
Alles bij elkaar genomen is “De Jongen in de jurk” precies wat de achterflap belooft: het is grappig, verrassend (vooral dat, wat mij betreft), en soms zelfs ontroerend. Vooral wanneer blijkt dat Dennis’ vader ook maar een mens is, die verjaardagen, sinds mama weg is, maar niets vindt. Dennis’ broer John is ook een echte jongen die het maar niets vindt dat Dennis een knuffel wil wanneer die triest is. “Ik ga je niet knuffelen!” Maar Dennis, John en hun vader zijn wel een gezin.
De jongen in de jurk / David Walliams ; Quentin Blake ; vertaald uit het Engels door Janneke Blankevoort.- Haarlem : Gottmer, 2009.- 211p: ill.- Oorspronkelijke titel: The boy in the dress.- ISBN: 978 90 257 4542 4
woensdag 2 september 2009
De Absurde Fabels van Frank Adam tentoongesteld
Persbericht Provincie West-Vlaanderen 10 februari 2009
Sinds 2004 publiceert auteur-theatermaker Frank Adam zijn absurde fabels Confidenties aan een ezelsoor in de krant en in meerdere Boeken, en bewerkte hij ze tot theatervoorstelling, radioluisterspel en liederencyclus.De overzichtstentoonstelling De absurde fabels van Frank Adam van de Provincie West-Vlaanderen brengt sprekende citaten samen met prenten van Klaas Verplancke, belicht Adams samenwerking met componist Johan De Smet en theatermaker Rik Teunis voor Kunstencentrum De Werf Brugge, en situeert Adams ‘Straatsburgconfidentie’ voor het Franse ruimtevaartagentschap cnes.
De tentoonstelling is voorzien van een werkkaart voor de bezoeker,een educatief luik voor adolescenten (3de graad secundair onderwijs) en een bijhorende krantje.2 professionele vertellers organiseren per ingeschreven bibliotheek een vertelmoment.
De Absurde Fabelkrant kun je hier downloaden.
De feestelijke opening vond plaats in CC De Cultuurfabriek in Damme op 15 februari 2009.
De tentoonstelling, een creatie van Winob (West-Vlaams Informatie Netwerk voor Bibliotheken) reist tot eind 2010 langs de bibliotheken van West-Vlaanderen.
In augustus 2009 te bekijken in Oostrozebeke, in september in Zedelgem, in oktober in Zwevegem, in December in Roeselare.
Abonneren op:
Posts (Atom)
