vrijdag 25 december 2009

Dag Lena!

""De Valse Blonde bleef staan tussen de gele hopklaver en maakte haar rug recht. Misschien was ze het klimmen moe. Misschien wou ze zien hoe hoog ze al stond. Ze keek om naar het land achter Lena's rug, en grijnsde toen ze naar beneden keek, dieper de helling af, waar Lena was. "Volhouden!" riep ze met haar hand aan haar mond. Lena keek omhoog en wuifde het woord onhandig weg. Ze struikelde, gleed een eind naar beneden en liet zich vloekend op haar zij vallen. In die houding bleef ze liggen. Was ik maar nooit aan de klim begonnen, dacht ze.""

(P. 5 / de eerste scène (een fragment) uit Kus me / Bart Moeyaert.- Averbode : Altiora, 1991)

""Lena bleef zitten tussen de gele hopklaver en maakte haar rug recht. (...) "Volhouden", zei ze (...) "Doorzetten", zei Lena.""

(p.75 / de dertiende scène (een fragment) uit Kus me / Bart Moeyaert.- Averbode : Altiora, 1991)

Hiermee is mijn leesleven zoals dat er nu uitziet, op mijn dertiende, geloof ik, helemaal begonnen. Met Bart Moeyaert, en met "Suzanne Dantine" toen al in de boekenkast. "Lena" was een spiegel voor me. Lena groeit, ook in "Kus me" en ik ben meegegroeid. Meegegroeid in letters en boeken. Meegegroeid in de liefde voor letters en boeken, en wat boeken en letters met een mens kunen doen.

Het is Kerstmis, dat is een mooie tijd om afscheid te nemen van "Lena", en mijn berichten voortaan zonder schroom te ondertekenen. Ik ben er klaar voor.

vrijdag 11 december 2009

Kleurt de jeugdliteratuur roze?

Dat is de vraag waarover ik me het voorbije jaar meermaals het hoofd brak. Om nu, halfweg december 2009 te bekennen: “ik weet niet of de jeugdliteratuur roze kleurt, maar Tjibbe Veldkamp heeft slechts ten dele gelijk wanneer hij stelt dat jongens niets meer zouden vinden wat hen op jonge leeftijd zou kunnen boeien.” Maar Tjibbe Veldkamp doet er wat mij betreft met zijn “Hotze de Botskabouter” wél iets aan. Hotze is een voorzichtig kaboutertje in een saai boek… Hotze zet zijn kabouterhelm op, stapt in zijn auto, doet zijn kaboutergordel om, en dan… dan gaat Hotze BOTSEN! Van cruciaal belang bij dit boek is de betrokkenheid van de jonge lezer. De auteur en illustratrice Noëlle Smit schreven dit verhaal vanuit het standpunt dat de lezer altijd gelijk heeft. Deze lezer moet de voorlezer er namelijk op wijzen dat Hotze gaat BOTSEN! En altijd klopt dit, ook al gelooft de voorlezer dat zelf nooit! Hilarisch, en het werkt. Zij het echter niet met grote groepen kinderen. Misschien kun je als voorlezer wel een klein beetje sturen bij wat je verwacht van de luisteraar. Maar dit boek is er volgens mij wél eentje dat kleine jongetjes van pakweg een jaar of drie zou kunnen boeien. Hotze botst op alle mogelijke dingen: een vork, een ooievaar, en op het laatst botst ie op een konijn. Beetje vreemd: in het filmpje dat Noëlle Smit van Veldkamp, over het boek, maakte, is het dochter Nani die naar het verhaal luistert en voor de interactie zorgt. Terwijl ie ook een zoontje heeft. Niet geheel een “terzijde” opmerking, denk ik.  Hier kun je het filmpje zien.
“Tim op de tegels”, ook van Tjibbe Veldkamp, gaat over Tim, Tim die wel héél letterlijk “op de tegels” blijft, omdat papa hem dat gevraagd heeft, ook als deze op een vrachtwagen worden geladen.

En zijn we nu rond, met onze boeken die kleine jongetjes kunnen aanspreken? Ik geloof het niet. Er is “over de blauwe, gele, rode, groene, oranje, paarse, roze, bruine, grijze, appelblauwzeegroene, witte en zwarte WOLF”, een boek van Meneer Zee en illustratrice Gitte Van Coillie, over een troep wolven in verschillende kleuren. Zij mogen bij elkaar op bezoek komen op verschillende kleuren bladzijden: de gele wolf kan zich zo verstoppen achter de blauwe wolf op de rode bladzijde, bijvoorbeeld. Maar… Berg je voor de zwarte wolf! Hij is van ver zichtbaar, en zéér kwaadaardig! Bovendien kan hij zich op geen enkele bladzijde verstoppen, terwijl de witte wolf zich WEL overal kan verstoppen. Maar hij is zeker ook geen doetje! Om bij de andere gekleurde bladzijden in dit boek te komen, stelt onze witte wolf voor om iedereen in zijn buik te verstoppen: Gele wolf, groene wolf, rode wolf, oranje wolf, … Tot hij de zwarte wolf tegenkomt, die zich afvraagt waar alle wolven naartoe zijn. De witte wolf bekent dan maar dat hij iedereen heeft opgevreten! “En ik mag niet meespelen?!” is de repliek van onze zwarte wolf. Dat zou hij nog wel eens zien! Maar de witte wolf heeft wel al heel veel wolven in zijn buik, met alle gevolgen van dien! Hij KNALT uit elkaar! Een boek boordevol actie en humor!

Er is “Woeste Willem” van Ingrid en Dieter Schubert, over een norse zeerover met pensioen. Ook over zeerovers hebben we “De kapitein en ik: Het dagboek van een zeerover” van Koen Van Biesen, over een klein jongetje met veel fantasie. Ook van Van Biesen: “Mama Lucinda” een boek over een wel heel bijzondere mama… Bovenstaande boeken kunnen zeker vanaf een jaar of vijf, zes, denk ik.

David Walliams heeft met “De jongen in de jurk”, anders dan de titel laat vermoeden ook een echt jongensboek uit: voetbal en zich graag verkleden, en kleding met glittertjes het einde vinden, gaan hier hand in hand, en wel met verve!

Ook in de rij horen “Elfenblauw”, en de “Na het licht”-trilogie thuis, denk ik. Al zijn deze boeken zeker voor oudere lezers bedoelt. Laten we zeggen een jaar of 11 voor “Elfenblauw en “Na het licht” en een tien-plusser voor “De jongen in de jurk”. We kunnen misschien opmerken dat in al deze boeken jongens de hoofdrol uitmaken. Is dit voldoende om ook jongens aan te spreken? Misschien wel. Maar in deze zijn de iets zachtere jongens als “Keizer” van Koos Meinderts, die volgens mij een jaar of acht moet zijn, de vierjarige kleuter “Robin” van Sjoerd Kuyper zeker ook niet weg te denken. Dit zijn beide jongetjes van vlees en bloed, en onze auteurs schrikken er ook niet voor terug om dat zo te houden. Kuyper laat zijn Robin gewoon huilen wanneer hij iets heel ergs vindt, zoals bv wanneer zijn papa en opa ruzie maken om God. “Keizer” is dan weer een echt denkertje, en samen met zijn vader bevolkt hij prachtige boeken!

“Elfenblauw” en “Na het licht” tonen aan dat je ook een jongen gevoelens kunt meegeven, en hem best wel eens een potje kunt laten janken, en dat dit toch geloofwaardig is. Zo ook bij “De jongen in de jurk”

Laten we eens even rondom kijken, wanneer tienjarigen pakweg de Wiet Waterlanders trillogie lezen: IEDEREEN jongen of meisje, leest die boeken graag. Ze zitten behoorlijk goed in elkaar, er zitten zowel prinsessen, gravinnen en dies meer in. Ik geloof dat HUMOR er voor veel jongens ook wel toe doet. “Sam Smith” is nog zo’n held die zowel jongens als meisjes aanspreekt.

Verder denk ik dat het verkeerd is om te gaan denken dat jongens een boek goed MOETEN vinden, willen ze blijven lezen. Je mag daar best een tijdje naar zoeken, lijkt me. Het ene kind is tenslotte het andere kind niet, en de ene volwassene is de andere volwassene ook niet. Maar ik geloof ook in deze materie in een “helpende volwassene” die zowel jongens als meisjes opweg kan zetten. Wat me veel erger stoort is de stempel die sommige reeksboeken meekrijgen als “Girls only!” Wat zou er mis zijn als een jongen die boeken fijn zou vinden? Niets toch? Maak die covers minder glitterig en je spreekt meteen een veel breder publiek aan, denk ik. Ik denk nu aan het nieuwe boek van Jacques Brooijmans “Het jaar van de veranderingen”, ook zo’n vermaledijt “Girls only”-boek, maar wel geschreven door een man. Als het Girls Only zou MOETEN zijn, zou onze uitgeverij er misschien beter aan doen om de hele reeks dan maar door vrouwen te laten schrijven, en daar WIL ik zelfs niet aan denken.

Het afbakenen van “jongensboeken” of “meisjesboeken” stoort me eigenlijk mateloos. Ook nu weer: Bied maar aan, zoveel mogelijk, stop er gerust een Geronimo-Stiltonboek tussen, maar zorg voor evenwicht. Ga NIET altijd mee in wat je kind als vanzelfsprekend op een stapel in de boekhandel kan terugvinden. Ga mee in zijn (lees)leven: wat doet jouw jongetje graag? Vind je jongen het moeilijk om doorheen een boek te komen? Ga dan gezellig samenzitten en lees voor? Opties zat. Vindt je jongen er niks aan? Ook goed. Maar zeg niet dat er geen “jongensboeken” zijn: het is een verdomde tweedeling, alweer, en ik ben er per definitie tegen. Ook nog gezien, laatst in de boekhandel: “Sprookjes voor meisjes”, met Assepoester, Sneeuwwitje en dergelijke” en “Sprookjes voor jongens” als “Het dappere kleermakertje” en “Klein Duimpje”. Met respectievelijk een roze kaft voor de meisjes en een blauwe voor de jongens. Terwijl de schreeuwlelijk ouderwetse illustraties wel feestelijk werden behouden, en men een dik sprookjesboek dat vroeger in zijn geheel in de handel was, gewoon in twee delen uitgaf. Kassa! En wel nu!



Genoemde titels:


  • Hotze de botskabouter / Tjibbe Veldkamp ; Noëlle Smit
  • Tim op de tegels / Tjibbe Velkdkamp ; Kees de Boer
  • Over de blauwe, gele, rode, groene, oranje, paarse, roze, bruine, grijze, appelblauwzeegroene, witte en zwarte WOLF”, een boek van Meneer Zee ; Gitte Van Coillie
  • Woeste Willem / Ingrid en Dieter Schubert
  • De kapitein en ik / Koen Van Biesen
  • Mama Lucinda / Koen Van Biesen
  • De jongen in de jurk / David Walliams ; Quentin Blake
  • Elfenblauw / Johan Vandevelde
  • Na het licht I, II, III / Johan Vandevelde
  • Robin / Sjoerd Kuyper
  • Keizer / Koos Meinderts
  • Wiet Waterlanders / Mark Tijsmans
  • Sam Smith / Jonas Boets
  • Het jaar van de veranderingen / Jacques Brooijmans
  • Betoverende sprookjes voor meisjes
  • Betoverende sprookjes voor jongens

woensdag 9 december 2009

Het kan ook anders met Sinterklaas...

Sinterklaas is zijn “Ring der waarheid” verloren! Zijn jongste knecht, Papperdidas, krijgt de opdracht om zijn ring overal te gaan zoeken. Sinterklaas ontdekt nog iets: er is een eiland waar hij nog nooit op bezoek is geweest. Op het eiland Sonetta, woont op het kasteel, prinses Bianca. Zij is een prinses die nooit tevreden is. Ze heeft 77 speelkamers, vol speelgoed, waar ze nooit mee speelt. Daar wil hij ook wat aan doen.

Sinterklaasverhalen hebben altijd iets gezelligs in zich. Ook dit boek. Maar het is een beetje te veel van alles. De verkleinwoorden (ik zal het “woordje” maar niet in de mond nemen!) zijn haast niet te tellen. Hierdoor krijgt het verhaal iets wolligs, en zijn de personages, ook wanneer ze een ietwat slecht zijn, toch aan de softe kant. Het boek bulkt ook van de taalkundige slordigheden, en ook het verhaal loopt soms onlogisch. De knechten en de Sint zijn mooi uitgewerkt, en je merkt dat de andere Zwarte Pieten het jongste knechtje maar een lastpost vinden. De jongste knecht was bij leven een dief, en (help) dit wordt min of meer uitgebuit in het verhaal, maar niet vaak. Het verhaal draait mijn inziens niet om wat de titel vertelt, en dat is een plus. Het element van de verdwenen ring duikt sporadisch op, en dat is wel goed zo. Ook dat de prinses een onuitstaanbaar wicht zou zijn, wordt verteld door haar personeel, maar dit is nooit overdadig aanwezig, zodat je als lezer niet het gevoel hebt dat je het nu wel gezien hebt. Maar toch. Omdat het verhaal wollig is, is het niet echt origineel. Het is een gezellig boek, maar zonder meer. De ring duikt op het allerlaatst op, in de buik van het beertje dat Papperdidas maakte, voor Kareltje. Hij wilde het mooiste stukje speelgoed maken dat er zou zijn, en dat is hem gelukt met een aantal restjes die hij vond. Ik wil het toch nog over de taal hebben die dit boek bezigt. Dat is soms echt slordig, en het stoorde me echt. Soms zijn er verwijzingen naar sprookjes, omdat de prinses sprookjesboeken zat heeft, en dat is wel leuk om dat als lezer op te merken. Op pagina 11 heeft de prinses van haar vader een spiegel gekregen. Hij heeft die op zijn beurt dan weer gekocht van de achternicht van de kleindochter van de grootmoeder van Sneeuwwitje.
  • “Het was een oude spiegel, en haar vader had HET meegebracht van een van zijn reizen.” Volgens mij is “spiegel” niet onzijdig, en hoort hier dus “HEM” te staan.
  •  Op pagina 44 – 50 ziet Sinterklaas vanuit het raam “van waaruit men alles ziet” de ronde wereldbol zweven. Het lijkt op een knikker. “De wereld” is nooit “het” dacht ik zo.
  •  Het hele verhaal door, wordt er “geknikt met het hoofd”. Waarmee bedoelt wordt dat er ja geknikt wordt. Waarmee knikt men anders? Dat stoort me mateloos, dat gebrei aan zinnen.
  • De Sint herinnert zich dat zijn ezeltje Pepijn van het eiland Sonetta komt. Hij herinnert zich ook dat er op dat eiland alleen ezels wonen. De verkoper van die ezel heeft niet over mensen gesproken. Wat is dit voor een klucht? Wat is die verkoper dan?
  • Basil, de speelgoedmaker, is nog nooit in het kasteel van Sonetta geweest, en toch weet hij dat er achter het poortje een kleine gevangenis is?
  • p. 57: Papperdidas, die de letter R moeilijk kan uitspreken (mateloos storend, je leest er heel gauw over, maar al de “J’s” die hij er voor in de plaats zet, je zou er als lezer zelf een spraakgebrek van krijgen!), krijgt van Sinterklaas regelmatig een stukje boterletter R., om de R meteen beter te kunnen uitspreken. Helemaal aan het eind van het verhaal, blijkt dat Petro, de grote vriend van Papperdidas, er te veel van at, hij sprrreekt nu te erg met r’ren.), krijgt nog eens “een stukje boterletter”. Let op het “stukje”. Dat vindt hij altijd heel lekker. “Het was een supergroot stuk”, staat er een zin verder. Wat is het nu?Op pagina 81 e.v komt het verleden als diefje van Papperdidas even boven, en dat voelt de lezer op de sokken.
  • Op pagina 80 denkt Papperdidas nog dat het best zou zijn om voor hetgeen hij moet doen van Sint, geen kopspeld aan Pietje Paspop te vragen, misschien verslikt hij zich dan. (mooi hé?) Om even verderop in het boek toch op dievenpad te gaan. Wanneer een andere zwarte piet even ijsgekoelde chocomelk is gaan halen om zijn dorst te lessen, ziet Papperdidas zijn kans. Hij trekt heel voorzichtig aan het tafelkleed, waarop Pietje Pruts een aantal dingen achterliet. Papperdidas vindt dit “wat een vondst!” Het is zomaar in zijn schoot gerold. Wat helemaal niet zo is! Hij heeft die spullen helemaal niet gevonden, en ze zijn al helemaal niet zomaar in zijn schoot gerold!
  • Omdat Papperdidas alles wat hij op de grond vindt, opraapt, blijft de vloer bovendien “mooi”. “Mooi” is niet het juiste woord wanneer je een nette gepoetste vloer bedoelt. En dat is wat bedoeld wordt, dacht ik. Dan moet “de vloer netjes of schoon” blijven. Maar niet mooi.
  • p218: in de tekst staat dat de zakjes met speculaas, mandarijnen en vijgen al zijn gevuld. p.219 vertelt dat Suzanne raar opkijkt als blijkt dat er van haar bakplaat speculaasjes ontbreken?????
  • p.220: Basil ziet aan de lucht dat er wel eens heel wat sneeuw zou kunnen vallen. Er staat niet dat het al sneeuwt. Even later “sneeuwt het nog steeds”.
  • De verkleinwoordjes in dit boek storen ook. Papperdidas heeft een beertje gemaakt, dat een rond buikje heeft, en dat uit dankbaarheid zijn pootjes om Papperdidas slaat, en hem likjes geeft met zijn rode tongetje. Echt gelezen.
  •  … Doorgaan zou te ver leiden!

De verdwenen ring van Sinterklaas / Kristien Dieltiens ; illustraties Erika Cotteleer.- Hasselt : Clavis, 2006.- 272 p.: ill.- ISBN 90 448 0646 7. – 978 90 448 0646 5

zaterdag 5 december 2009

Het Grote Sinterklaasboek / Inge Bergh, Inge Misschaert ; Jurgen Walschot

5 december. In Nederland is het vanavond “Pakjesavond.” In België weten we pas morgenochtend wat Sinterklaas in de schoen van alle flinke kindjes bracht. “Het Grote Sinterklaasboek” van Inge Bergh en Inge Misschaert, en met prenten van Jurgen Walschot is als een doos vol speelgoed: Het boek gaat van avi 0 tot avi 6, avi 0 is beperkt tot woorden op een prent vol speelgoed, en de benaming daarvan, echter NIET zonder dat “De boot van de Sint” is afgebeeld, of het ruim waarin het speelgoed zich bevindt. Een inhoudsopgave biedt ook soelaas over wat je waar terugvindt, en van welk leesniveau het is. Eigenlijk vind ik dat een beetje jammer, die afbakening van leesniveaus. Natuurlijk is het nu wel zo dat kinderen ook zelf al iets of meerdere dingen in het boek kunnen lezen, en dat is uiteraard ook een verdienste, maar toch: samen lezen is oh zo gezellig! Zo kom je ook als moeilijkere lezer door teksten heen. “Het Grote Boek van Sinterklaas” maakt zijn titel in elk geval helemaal waar. Je vindt er rijmpjes, weetjes, recepten om zelf verschillende soorten snoep en koekjes te bakken, knutselideeën rond Sinterklaas en Zwarte Piet, etc… Het boek is helemaal – van buiten af gezien – gericht op het verrassingseffect dat Sinterklaas teweegbrengt: Rood, oranje, met een groot paars boek op de cover, waarop de naam van Sinterklaas met veel zwier geschreven is. Zwarte Pieten houden dit boek met z’n velen recht, er zit er zelfs eentje in, die met een vlaggenlint zwaait. Of is hij bang om helemaal weg te duiken in de diepte van het boek?Ik had het al over beperkingen die het avi-niveau dat moet worden aangehouden, met zich kan brengen, en heel soms merk je dat helaas in de tekst: (p.41: “Piet kleurt bleek.” Maar omdat deze zinnen wél al met hoofdletters aan het begin van een zin worden geschreven, kan je wat mij betreft ook zeker al gebruikmaken van “Piet wordt bleek.”)Er staat ook een KANJER van een – hoogstwaarschijnlijk gewoon een onzorgvuldigheid – fout in dit boek op p.59: “We maken een Sintklaas en een paar Pieten”. Terwijl het voor de rest wel goed loopt met Sinterklaas. Het boek als geheel is wel erg mooi en van een hoge kwaliteit, zowel wat de verhalen, de knutsels en het koken betreft. De personages zijn zoals Sinterklaas moet zijn, maar niet zo melig als in veel andere Sinterklaasboeken. De Pieten in dit boek hebben ook wel eens geen zin om te werken, of ze willen een keer ruilen met de Sint, evenals de Sint, die wil ruilen van werk met zijn Pieten. Dan zien beiden in dat ze goed zijn in elk hun eigen werk, en ruilen ze weer. Of Sint heeft weleens geen zin om te werken, en gaat in staking. De Zwarte Pieten kijken wel op naar de Sint, maar je merkt dat Sinterklaas niet zo melig is, eerder iemand als jij en ik, met goeie kanten en minder goeie kanten, kortom: een personage dat in de verhalen goed zijn rol vervult. Noch Sinterklaas, noch de Pieten zijn TE lief, of TE ontdeugend, ze zijn precies goed. Wat wel blijft, zo merk je in de verhalen, is een fijne dosis geheimzinnigheid, en zo hoort het ook. Puik werk!
Het grote Sinterklaasboek / Inge Bergh, Inge Misschaert ; Jurgen Walschot.- Wielsbeke : De Eenhoorn, 2009.- 103p. : ill.- ISBN 978 90 5838 576 5

donderdag 3 december 2009

De schilder, de duif en de dingen / Paul De Moor ; Roger Raveel


Een boek over een kunstzinnig iemand. Roger Raveel is het personage van dienst in dit boek: de Stichting Raveel zorgde voor de originele illustraties van de kunstenaar zelf. Wanneer je een boek “over” een echt iemand maakt, kan je een biografie schrijven, wanneer iemand nog in leven is, zoals met Roger Raveel het geval is, in samenspraak, of je kan een (non)-fictie boek maken. Dat is wat Paul De Moor hier op meesterlijke wijze doet. Ook iemand die NIET vertrouwd is met het werk van Roger Raveel, of iemand die de man niet kent, kan ten volle genieten van de mooie taal in dit boek, én uitmaken of de schilderijen van Raveel hem of haar iets doen. Wederom een zeldzame jeugdliteraire parel in de oogst van 2009. Het zou kunnen dat dit het levensverhaal is van Roger Raveel, en dat de man zelf dit boek geschreven heeft; het gaat over het begin van zijn leven, en hoe hij leerde om naar gewone dingen te kijken om er daarna iets mee te doen. De bakkersvrouw schrikt, bijvoorbeeld, wanneer ze ziet hoe precies hij haar portretteerde. Je merkt ook dat wordt teruggekeken op een rijkgevuld leven (“meer dan 80 jaar geleden…”). Qua taal zit dit boekje ook helemaal goed. Het is niet zo’n vanzelfsprekend boek, maar wel een ware ontdekking. Een blik op wat (schilder)kunst met een mens kan doen: om naar te kijken of hoe het is om zelf kunst te scheppen.
De schilder, de duif en de dingen / Paul De Moor ; Roger Raveel.- Tielt : Lannoo, 2009.- 77p.: ill.- ISBN 978 90 209 8195 7