dinsdag 27 juli 2010

Heb jij zin in een nieuw Kinder- en Jeugdjuryleesjaar?



Wat hebben Balthazar en de ezel die bleef staan gemeen? Waarom wil Tommie zo’n torenhoge boterham? Ga je mee naar het circus? Dat en veel meer kan je ontdekken en kom je te weten als je tussen 4 en 6 jaar oud bent.


Wil jij kennismaken met de wereld van Mus? Of liever met De wei van Koe? Benieuwd naar de brieven aan een kikkerprins? Wie is die ongelofelijk bijzondere boekeneter? Dat en veel meer kan je ontdekken als je tussen 6 en 8 bent.

Wie is Bernie? En wie is Dummie de Mummie? Hoe is het om niet zomaar een heks te zijn? Kom dit en veel meer te weten als je tussen 8 en 10 bent.

Ooit al een Berenfanfare gezien? Kan Anna Amanda een vriendin van jou worden? Maak kennis met de broer van de nieuwe, of met mij. Nog meer? Dat kan je ontdekken tussen 10 en 12 jaar.

Epinona verwacht jou! En wie wil het niet: een stad ontdekken, boordevol boeken en beroemde schrijvers? Of een Nimf? En dat het ergste nog moet komen, is niet zo. Ontdek het en uiteraard veel meer, tussen 12 en 14!

Zou dat kunnen? Een land zonder grote mensen? Wie zijn De Hondeneters? En wat moet je met Gebroken soep? Dat en veel meer valt te ontdekken tussen 14 en 16 jaar.



Waar? Hoe? Wanneer? Wat?


Overal in Vlaanderen, met de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen 2010-2011! Een jury voor kinderen jongeren tussen 4 en 16 jaar. Je leest een lijst van tien boeken, die je daarna mag beoordelen.

Meer info over hoe je kan deelnemen in de bibliotheek van Gent, kan je krijgen bij:
  • Ilse van de bib, (ilse. verschueren @ gent.be),
  • telefonisch op 09 266 70 00, waarna je naar de jeugdafdeling vraagt.
Wij hebben er alvast veel zin in. Nu jij nog!

zondag 25 juli 2010

Een genie met dyslexie / Anja Cocquyt ; Maaike Devos


Tim’s oma is overleden. Gelukkig is opa er, die bij Tim en zijn ouders inwoont. Samen proberen ze oma’s dood te verwerken. En er is ook Rika, Tim’s nieuwe buurmeisje, dat plots naast Tim staat in zijn tuin. Tim vindt Rika maar een vreemd meisje: hij vindt haar nogal brutaal, en bovendien heeft Tim vrij snel door dat ze iets verbergt. Wanneer ze iets moet lezen, vindt ze steeds een uitvlucht om dat toch zeker niet te hoeven doen. Tim wil haar helpen, maar komt er snel achter dat hij dat niet kan.

Anders dan de titel doet vermoeden is “Een genie met dyslexie” geen boek dat je de beperking die dyslexie met zich meebrengt, door de strot wil rammen. Het boek is mooi gedoseerd, en de personages zijn geenszins doetjes. Tim en opa vinden het heel erg dat oma overleden is, maar behalve op haar begrafenis, waar veel gehuild wordt, is ze doorheen het hele boek aanwezig, maar oma wordt nooit een plakkerig, melig gegeven. Oma gaf Tim drie kaartjes, met drie keer een goede raad erop. Steeds jezelf blijven is er eentje van.

Rika heeft een reus van een papa, voor wie Tim (Tim, meneer, antwoordt hij wanneer haar vader vraagt hoe hij heet) een beetje bang is. Maar zijn grootte betekent geenszins dat Cocquyt een bruut van een vader wil introduceren. Geen van de ouders in dit boek is karikaturaal, en voor een Abimoboek is dit zeer verrassend. Een nieuwe weg? De weg die wegleidt van vrijblijvend gegriezel, of weg van alleen wat kinderen leuk vinden? Goed zo! Rika heeft ook een mama, maar het is een beetje een raadsel waarom zij pas op het laatst in het boekje opduikt. De ouders in dit boek weten heel goed hoe hun kinderen in elkaar zitten en Rika’s vader kan Tim ook uitleggen waarom ze aan hem wel vertelde dat ze dyslectisch is. Waarom ze hem vertelt dat haar ogen poot zien, haar hoofd ziet nog iets anders en ze schrijft boot. “Omdat haar trukendoos leeg is” ze kan niet blijven rondjes om haar probleem blijven lopen, steeds niets willen lezen, ze heeft Tim zelfs gezegd dat meester Dirk op de hoogte is (Ze noemt haar leraar gewoon Dirk, en ik geloof dat dit mij een beetje stoort. Niet dat de leraar, noch de leerlingen niet met respect met elkaar omgaan, maar je leraar in de lagere school met “meester” aanspreken is een minimum, geloof ik, dat mag zelfs “mees” zijn).

De leraar doet trouwens bij de spreekbeurt die Rika moet geven, over een stuk van Frankrijk, waarbij Rika de schilder Matisse kiest, geen toegevingen omwille van haar beperking: “je gaat NU voor de klas staan!”. Tim is ook boos wanneer ze er toch onderuit muist: hadden zij niet samen haar spreekbeurt voorbereidt? Cocquyt weet zeer goed te duiden waarom het toch nog misging, en waarom Tims hulp eigenlijk geen hulp was, en laat Rika’s vader hierover tegenover Tim aan het woord.

Albert Einstein, die ook dyslectisch was, zo blijkt, krijgt ook een rol in het boek, en ofschoon de illustraties van Maaike Devos eerder krabbels op papier zijn, die enigszins wél karikaturen maken van de personages, is hij zeer herkenbaar.

Zeer verrassend boekje waarin behalve dyslexie ook vriendschap, wetenschap en kunst een rol spelen.

Een genie met dyslexie / Anja Cocquyt ; Maaike Devos.- Sint-Niklaas : Abimo, 2009.- 89p : ill.- ISBN 978 90 593 2557 9 - 8+

woensdag 21 juli 2010

Roodwaternacht : Het natuurboek voor kinderen / De Dagen

Wie “De dagen” zegt, weet dat dit bijna synoniem is voor “kwaliteit”. Dit is met “Roodwaternacht” niet anders. “De dagen” maakte voor het jaar van de biodiversiteit, dat 2010 is, in opdracht van de stad Antwerpen, “Roodwaternacht”. Ze schrokken er niet voor terug om GROTE namen te vragen, om enkel het beste van het beste te kunnen afleveren. En dus zo geschiedde.
Zelfs de omslag van het boek biedt al natuur. Het woord Rood bestaat uit een vogel en een slak, water herbergt een vleermuis, een vliegezwam en een roofvogel, en in Nacht verbergt zich een slang en de zonnedauw of een den.

De “Grote namen”, dat zijn onderandere Koen Broos die voor meesterlijke natuurfotografie zorgde bij het begin van het boek. Misschien waan jij je wel in een bos, of langs de waterkant. Bibi Dumon Tak leverde met een praatje over onderandere de zonnedauw zowaar een griezelverhaal af, over een natuurketting rond je nek, die je langzaam zal wurgen. Ook Sjoerd Kuypers “Robin” en de onmiskenbare Isabelle Vandenabbeele zijn van de partij.

Tel hierbij op dat het boek de heerlijke geur van inkt herbergt, en je hebt het bijna perfecte boek, maar dan alleen maar omdat perfectie niet bestaat.

“Roodwaternacht” doet niet aan toegevingen. “Roodwaternacht” doet niet aan toegevingen, omdat Stad Antwerpen nu eenmaal vroeg om rond het jaar van de biodiversiteit een boek te maken. “Roodwaternacht neemt je mee, door water, om te kijken naar vogels, om samen met Robin en zijn mama en papa te kijken naar de sterren, om daarna terug met je voeten op de grond te belanden.

Het boek biedt een inleiding. Een inleiding die je vertelt dat je mag binnenkomen waar je wil, om op te houden waar je wil. Je mag een duik nemen, en als het boek de beek is, met droge voeten, ben jij de ijsvogel.

Bibi Dumon Tak leverde in haar eigen stijl korte stukjes af, over de zonnedauw, die zo heet omdat dat plantje dauwdruppels over zich lijkt te hebben, maar je langzaam zal wurgen, wanneer je hem rond je nek zal leggen. Zowaar een griezelverhaal. Of over Roodkapje die jaloers is op de vliegezwam. Al deze stukken zijn meesterlijk geïllustreerd, alsof ze uit de schaduw lijken te komen, door Geert Vervaeke.

“Roodwaternacht” is opgedeeld in drie stukken, en heeft drie kleuren: Rood, turkoois en donkerblauw, dat de nacht moet symboliseren. Rood biedt Isabelle Vandenabbeele haar speeltuin: al haar tekeningen hier bevatten voornamelijk rood, met wasco. Tom Naegels vertelt een verhaal over een te zoeken vlinder, en hij doet dat met verve, in klare taal, zonder op de hurken voor het jonge volkje te gaan zitten. Wie meegaat: mooi. Wie niet meegaat: ook goed.

In het “Water” stuk is het vooral Nic Balthasar die me verraste, met een verhaal over het zoeken naar water, en de ramp die het is als dit er niet is. Sterk spul.

In “Nacht” komt Robin, de vierjarige kleuter van Sjoerd Kuyper zowaar even langs. Nog steeds helemaal als de Robin die al die tijd vier is gebleven, met heel veel respect voor het kind zijn, vormgegeven. Over het kijken naar de sterren, maar het hoogstnoodzakelijke aan het eind van het verhaal, niet vergetend. Jaap Robben zorgde voor een gedicht over een kat, met een scherp kantje eraan. Ted van Lieshout zorgde voor een radijs en tomaten sonnet, maar dat hoefde voor mij niet zo. Net als het raadsel van Wolf Erlbruch. De oplossing van dit raadsel blijft namelijk redelijk “zoek”. Net als het nawoord, dat ik ook niet kon terugvinden. De foto’s van Sarah Engelhard en de gedichten van Bart Moeyaert, bijna aan het eind van het boek: ze beuken. Want wat je ziet zijn dode dieren, bij gedichten over hen. Joke van Leeuwen doet niks nieuws, maar is daarom niet minder verrassend.

De inhoudstafel dan. Vaak vind ik dat deze niet echt hoeft, maar voor “Roodwaternacht” is ze erg welkom: hier is ze namelijk een beetje als een menukaart: wat zal ik nu een keer gaan lezen? Wat wil ik zien?

Voor welke doelgroep het boek bedoeld is? Hier moest ik om lachen. Mensen vragen dit vaak, maar sommige boeken moeten gewoon aangeboden worden. En wie het opvangt, en wie er iets uit oppikt: goed zo. De anderen: het valt te hopen dat ze er toch mee in aanraking kunnen komen, want mooie dingen verdienen het gewoon om ontdekt te worden. Hoe oud je ook bent. Maar als u het toch vraagt? Begin dan bij een jaar of zeven.

Roodwaternacht : het natuurboek voor kinderen / De Dagen en de provincie Antwerpen.- Antwerpen : 2010.- 133p: ill.- 978 90 8153 341 6

zondag 4 juli 2010

26 juni 2010: Met een roze pen geschreven: over holebivriendelijke jeugdliteratuur

Een tijd terug kreeg ik een uitnodiging waar ik spontaan van ging blinken. Op 26 juni 2010 zou “Met een roze pen geschreven” plaats hebben in het Roze Huis in Antwerpen. En laat het onderwerp dit jaar nu “Holebivriendelijke jeugdliteratuur” zijn, en deze mens is vertrokken.


De praktische kant was wel érg praktisch, het ochtendlijke uur – 10.30u zorgt ervoor dat er nog fijn een lange dag overblijft. Een lange dag vol zon en fijne (boeken)mensen.

“Met een roze pen geschreven 2010” gaat door op de zolder van Het Roze Huis, en wie “zolder,” zegt, en weet dat het een erg zonnige dag was, die kan ook wel bedenken dat het lekker warm is daar. Maar dat ongemak kan worden weggewerkt met een fijn programma.

Vlaams minister Pascal Smet mocht het evenement openen, en hij vertelde dat wanneer hij vroeger boeken zocht met als thema “holebivriendelijke jeugdliteratuur”, hij wel erg vaak van een kale kermis thuis moest komen. Die boeken waren gewoon niet voorhanden, zo zei hij.

Hij had het ook over het project uit 1997, opgezet door de toenmalige onderwijsminister, met het boekje “Frida en Frieda” in de reeks “Groot gelijk”. Ook in deze reeks kunnen we “De brief die Rosie vond” van Bart Moeyaert terugvinden, over een meisje dat een brief vindt: “aan mijn hart”. Haar nieuwsgierigheid is meteen gewekt: wie schrijft er nu een brief “aan zijn hart?” (Maar minister Smet vergat dit boekje te vermelden, wat ik nogal vreemd vind)
Lies Offeciers heeft een onderzoek gevoerd naar holebiseksualiteit in kinder- en jeugdboeken, van vroeger, anno 1970, ongeveer, tot nu. Haar stuk was erg goed, maar soms nogal kort door de bocht, lijkt me, vooral toen ze het had over “een negatieve kijk op homoseksualiteit en taboes”. Hier kom ik op terug.

Wat haar opviel, zei ze, is dat er meer boeken voor jongens verschenen/verschijnen, maar dat ze vaker doodgaan: vaak aan aids, of door zelfdoding. Vaak zijn deze boeken ook negatief tov homoseksualiteit of tegenover de persoon die homo is. Het eerste boek voor jongens verscheen in 1975 en was “Maak me niet kapot”. In 1989 kwam het eerste boek voor meisjes er. Maar die titel werd helaas niet vermeld.

In de jaren 2000 kwam er meer variatie in de boeken voor holebi’s voor, en werden thema’s ook diverser. Nu komen ook andere culturen meer aan bod. Offeciers vergat hier echter zeker niet te vermelden dat er in andere culturen nog erg vaak heel negatief tov homoseksualiteit wordt gedaan. Maar de boeken met andere culturen zijn er dus zeker, waarvan “Blijf van me af!” een voorbeeld is, net als “Hou je van blauwe ogen”.

Offeciers had een heel lijstje mee, met citaten die vaak de wenkbrauwen deed fronsen, we leven tenslotte in 2010, en vaak gelukkig maar. In vroeger tijden werd dus vaak ronduit negatief gedaan over homoseksualiteit, en werd het ook vaak beschouwd als een ziekte, zoals aangetoond met “Wel kleur bekennen”. “Papa zegt dat je misschien eens naar een psychiater moet”, is wat Neil te horen krijgt van zijn moeder. “Je weet nooit, misschien helpt het”. (1993)

“Kristalnacht” wordt door Offeciers ook als “negatief” ervaren. Misschien is dit ook wel zo: een oom van een meisje heeft AIDS en het meisje neemt haar oom mee als “studieobject”. Nu, in “Kristalnacht” is het inderdaad wel zo dat er veel negativisme zit, en soms is dit misschien een ietsje naïef. De oom is heel bang voor bloedende wondjes, en laat niet na om dat aan zijn nichtje duidelijk te maken. (Het IS ook gewoon zo dat je moet opletten met besmet bloed, je hoeft daarover niet moeilijk te willen doen).

Ook “Boomhuttentijd” is volgens Offeciers eerder een negatief boek: het homopersonage Thomas komt niet zelf aan het woord, (hij heeft zelfdoding begaan), maar dit boek gaat ook gewoon voor een groot deel over hoe zijn familie hiermee omgaat, en vooral wanneer ze weten dat hun broertje en zoon homo was. Het enige wat ik negatief aan het boek vond, is dat het gegeven “zelfdoding” nogal snel leek over te gaan bij de nabestaanden: “Hadden we jou maar beter gekend”.

Ook “Kastanjes” werd als negatief beoordeeld, omdat “Sam anders was”, ze droeg bergschoenen, waarvan Sam zei dat het botinnes waren”. En dat op een strenge nonnenschool. Maar iets als negatief beoordelen omdat er van bij het begin staat dat iemand “anders is” is kort door de bocht. Je moet als auteur immers je setting doen, en de lezer laten kennismaken met de door jou geschapen personages. Want Offeciers vergat er wel bij te zeggen dat Sam en Toelie weldegelijk een relatie zullen krijgen. (Vervaele) vergeet echter nooit dat haar boek zich situeert in 1970, in een tijd dat men over homoseksualiteit nog helemaal anders dacht dan nu. En je kunt dat als “vandaag”levende mens ergerlijk vinden, maar het was niet anders. “Kastanjes” is een prachtig, rustig openbloeiend boek over de liefde tussen twee meisjes, in een streng katholiek internaat.

Wat “Binnenpaden” betreft heeft ze echter wel voor de volle 100 procent gelijk wanneer ze stelt dat dit een negatief boek is. Dit boek biedt geen enkel lichtpuntje, spelend op een Amerikaanse school, waarbij een klasgenoot merkt dat twee meisjes een relatie hebben. Alles wat lelijk is, wordt in dit boek benoemd: de meisjes moeten zich bekeren, en stoppen met hun relatie, waarbij ze zich aan het eind van het boek beiden van het leven proberen te beroven, waarbij dit een meisje lukt.

Ook “Lieve Timo” zit in de “vroeger” categorie. Timo gaat dood aan Aids, en Sofie schrijft hem een brief. Zij en Adriaan, Timo’s vriend, punker met blauw haar, moeten met zijn dood proberen om te gaan.

Offeciers had treffende citaten bij die goed typeerden wat ze wilde aantonen, en dat maakte haar stuk erg interessant. De stukken over de boeken, waarover ze gaan, komen van mij. Ze vergat bij elk boek trouwens ook de auteur te vermelden. Aan het eind van dit stuk probeer ik dit zelf te reconstrueren.

Na de uiteenzetting van Offeciers lazen Floortje Zwigtman en Dirk Bracke voor uit respectievelijk hun “Spiegeljongen” en “Zij en haar”. Waar Zwigtman erin slaagt om onvergetelijke personages neer te zetten en gedegen onderzoek te gaan verrichten in onderandere Londen om haar setting te bepalen, doet Bracke wat mij betreft nogal vaak gewoon wat lezers van hem vragen. “Ik vond een briefje op mijn tas: “wanneer schrijf je eens een boek over ons? (lesbische meisjes).” Bracke doet ook geen enkele moeite om voor de lezer enige fantasie over te laten, en legt alles uit. Jammer voor Bracke, maar “Zij en Haar” kan me niet echt bekoren.

Genoemde titels:

Frieda en Frieda, waarover ik verder niets meer kon terugvinden

(In de reeks “Groot gelijk, waarin ook “De Brief die Rosie vond / Bart Moeyaert en André Sollie ondergebracht werd, nu gebundeld in “Durf voor drie”.)

Maak me niet kapot / [Lynn Hall]

Blijf van me af! / [Mohamed Sahli]

Boomhuttentijd / [Do Van Ranst]

Kastanjes / [Katrien Vervaele]

Binnenpaden / [Jack Gantos]

Lieve Timo / [Elin Brodin]

Kristalnacht / [Diane Broeckhoven]

Hou je van blauwe ogen / [Robin David]

Spiegeljongen / Floortje Zwigtman

Zij en haar / Dirk Bracke