vrijdag 31 december 2010

Nét op tijd…

…Om u te laten delen in een paar boeken die ik in 2010 erg graag gelezen heb.  En om u te laten delen in een paar boeken waarvoor ik in 2011 tijd hoop te vinden…
Je bent een slecht mens, meneer Gum! / Andy Stanton ; David Tazzyman (8+)
Een slordig uitziende voorplat, met kriebelige letters die de titel vermelden, en een gekrabbelde illustratie, die samen de slechtheid van ene Meneer Gum goed uitbeelden. Ik begon met enige tegenzin aan dit boek, regels met veel witruimte ertussen, maar die wel goed leesbaar zijn omwille van grote schreefletters. Mede hierdoor leest dit boek erg vlot, en algauw zat ik vaak te schudden van het lachen. Om meneer Gum, een heel erg vies heerschap, en bovendien nog redelijk kwaadaardig ook. Meneer Gum’s huis is één grote vuilnisbelt, maar zijn tuin, oh zijn tuin, dat is een plaatje. Wanneer Meneer Gum zijn tuin namelijk niet onderhoudt, komt de fee, die in Meneer Gums badkuip woont, tevoorschijn, om met een koekenpan op zijn hoofd te timmeren. Het boek zit vol piepkleine elementjes, waar je in eerste instantie vaak gewoon overheen leest. Over blaffende kippen en kale hoofden met grote bossen haar op, bijvoorbeeld.
Sofie en de pinguïns / Edward van de Vendel, Floor De Goede, Ype + Willem (9+)
Een erg vol boek, over een meisje dat stapelverliefd wordt op pinguïns, en er zelfs alles voor wil doen opdat ze hun kunstjes in het circus, nooit meer zullen moeten opvoeren. Met weetjes over pïnguïnsoorten, een fotostrip over een pinguïn uit plastic dat met zijn kindje (een ei) op reis wil. Maar waarnaartoe? Dat is de vraag. De tekeningen zijn ook nu weer, net als in “Draken met stekkers” en “Opa laat zijn tenen zien” verzorgd door Floor de Goede.  Zijn stijl is erg herkenbaar, en van de Vendel heeft wat mij betreft groot gelijk wanneer hij stelt dat De Goede iemand is die àlles kan tekenen.   Sofie is aandoenlijk, ook als ze verschrikkelijk hard “NEEEEE!” schreeuwt in het circus. Het ei en de plastic pinguïn werden in fotostrips gegoten door Ype + Willem, een duo dat op het internet ook een fijne plek heeft, vol fotostrips in dagboekvorm. De fotostrips in “Sofie en de pinguïns” beslaan telkens een pagina, en eindigen met een grappige pointe.

De Hongerspelen / Suzanne Collins (15+)

Een boek dat ik deze zomer las, uit de bibliotheek. En prompt vond ik het jammer dat het mijn eigen exemplaar niet was, en toen loste ik dat op. “De Hongerspelen”, ik las er een hele tijd terug al over dat het “een boek was dat je leven compleet overneemt”. “Het zal wel”, dacht ik. “Weer zo’n boek dat iedereen maar meteen goed gaat vinden”. Dacht ik. En ik dacht verkeerd. Want ook ik ben helemaal verkocht. Na “De Hongerspelen” volgden nog “Vlammen” en sinds november 2010 is de trilogie over Panem en het Capitool helaas compleet, en dus afgelopen met “Spotgaai”. Het Capitool waakt over de bewoners van Panem. Waakt als een woeste hond. Elk jaar organiseren zij “De Hongerspelen” opdat de bewoners nooit zullen vergeten wat hen is aangedaan. Elk jaar moeten twee mensen vanaf twaalf jaar, uit elk district, meedoen aan deze bloedstollende spelen, en vaak gaan ze een gewisse dood tegemoet, want er kan maar één winnaar uit de Spelen komen. Bloedstollend spannend, goedgeschreven leesvoer.

De hemel van Heivisj / Benny Lindelauf (14+)

Het vervolg op “Negen open armen”. Hoe blij was ik met “De hemel van Heivisj”. Hoe blij was ik dat ik verder kon lezen hoe het de zusjes Jes, Muulke en Fing en hun broers, en de pap en oma Mei, verder verging, nadat ze in “Negen open armen”, een huis aan het eind van de wereld, waren terechtgekomen. Fing zal in “De hemel van Heivisj” van school af gaan, en hulp in huis worden bij de familie van ene Liesl. Iets dat Fing in eerste instantie helemaal niet wil.
Het Paradijs / Bart Moeyaert (15+)

Na “De Schepping”, een boek dat Moeyaert samen maakte met Wolf Erlbruch, uit 2003, is er nu “Het Paradijs”. Wie dacht dat de tekenstijl van Wolf Erlbrüch voor “Het Paradijs” hetzelfde zou zijn, dat wil zeggen, een beetje speels met een vleugje passende humor zoals we die zagen in “De Schepping” komt bedrogen uit. De prenten in “Het paradijs” zijn eenzijdig bruin, en bevatten helemaal geen humor.
Een ergernis bij het verschijnen van “Het paradijs”, en die evengoed zou passen bij “de ergernissen van 2010” is dat mensen “Het Paradijs” niet snel genoeg in een hokje konden stoppen. Het hokje van “het prentenboek, en prentenboeken zijn automatisch voor kinderen”. Want dat lukt niet met “Het Paradijs”. “Voor WIE is dit boek bedoeld?”, het was ook een vraag, en daar deden mijn oren pijn van. En mijn hart. Want laat het u niet tegenhouden: “Het Paradijs” is een boek voor iedereen die het boek ontdekt, en het mooi vindt. Andere mensen die het niet mooi vinden, ik zal van hen geen brandhout maken, die mogen dat van mij best. Genoeg ander leesvoer.
Tijd
om onderstaande boeken te lezen
Mare en de dingen / Tine Mortier en Kaatje Vermeire
Wolfling / Di Toft
Galgenmeid / Jean- Claude Van Rijckeghem en Pat Van Beirs
Dissus / Simon van der Geest
Melodie van ijzer en staal / Benjamin Lacombe
Meneer Gum en de peperkoeken biljonair / Andy Stanton en David Tazzyman
Mevrouw Verona daalt de heuvel af / Dimtri Verhulst
Het Paradijs / Bart Moeyaert en Wolf Erlbrüch
Tijd om uit te kijken naar
De Melkweg / Bart Moeyaert
andere mooie dingen op het gebied van schone letteren die ongetwijfeld ook in 2011 op me af zullen komen stormen – en die ik – zij het natuurlijk en helaas niet allemaal – met open armen zal ontvangen.

donderdag 30 december 2010

Op de valreep...

De klassieker onder de klassiekers: het lijstje aan het eind van het jaar. Nu kan het, want nu is mijn inspiratievat leeg.


Wat vrat ik uit in 2010? Niet veel wereldschokkends, nu ik mijn lijstje zit te overpeinzen.

Boeken? Die las ik alsof ik boterhammen at. En boterhammen moeten, om in leven te blijven. Net als het drinken van thee en koffie, per liter. En ademen, om in leven te blijven.

En toch. De boeken van 2010. Hierover kan ik dit jaar wel erg kort zijn. Ik las er maar twee waarmee ik u over pakweg twee jaar, nog graag om de oren zal slaan.

De Hongerspelen van Suzanne Collins was een boek dat ik deze zomer las, uit de bibliotheek. En prompt vond ik het jammer dat het mijn eigen exemplaar niet was, en toen loste ik dat op. “De Hongerspelen”, ik las er een hele tijd terug al over dat het “een boek was dat je leven compleet overneemt”. “Het zal wel”, dacht ik. Weer zo’n boek dat iedereen maar meteen goed gaat vinden. Dacht ik. En ik dacht verkeerd. Want ook ik ben helemaal verkocht. Na “De Hongerspelen” volgden nog “Vlammen” en sinds november 2010 is de trilogie over Panem en het Capitool helaas compleet, en dus afgelopen met “Spotgaai”. Het Capitool waakt over de bewoners van Panem. Waakt als een woeste hond. Elk jaar organiseren zij “De Hongerspelen” opdat de bewoners nooit zullen vergeten wat hen is aangedaan. Elk jaar moeten twee mensen vanaf twaalf jaar, uit elk district, meedoen aan deze bloedstollende spelen, en vaak gaan ze een gewisse dood tegemoet, want er kan maar één winnaar uit de Spelen komen. Bloedstollend spannend, goedgeschreven leesvoer.

Sprakeloos van Tom Lanoye is een boek over de moeder van de auteur. Ze is een geweldige amateuractrice, met een uitgesproken liefde voor de Nederlandse taal, de appel valt dus niet ver van de boom. Ze werkt mee in de beenhouwerij van vader Lanoye, én voedt vijf kinderen op. Na een beroerte verliest ze wat haar zo lief is: het vermogen om te spreken. Het boek verbloemt niets, en laat de grauwe werkelijkheid zien over aftakeling. Tom Lanoye heeft met “Sprakeloos” een erg liefdevol boek over zijn ouders, en nu ze allebei overleden zijn, een tijdsdocument geschreven. Een boek dat me vaak ademloos achterliet, telkens ik het moest wegleggen, om laten we zeggen, te eten of te drinken.

Nog meer boekentips die ik in 2010 las? Neem gerust een kijkje helemaal onderaan de lijst met besproken boeken, even klikken op het rode linkje.

Theater? Jawel. Aleksej in HetPaleis, op een tekst van Frank Adam en in een regie van Koen De Sutter was adembenemend knap, en groots. Over tsaar Peter de Grote, die zijn macht wil afstaan aan zijn zoon Aleksej. Deze laatste ziet de macht helemaal niet zitten. Hij is anders, zo zegt hij. Een denker, een lezer. En oorlog voeren tegen Zweden wil hij liever niet. Tien acteurs geven het beste van zichzelf, met grote naturel, en in zuiver Nederlands. Geen verkavelings Vlaams deze keer. Heerlijk. Ook heerlijk: GEEN mobiele telefoons. Ook geen “op stil gezette”. ‘Gelieve uw gsm “uit” te zetten, zodat u ook niet gaat kijken hoe laat het is. Acteurs hebben hier last van’, zo werd gezegd. En iedereen deed wat hem of haar werd gevraagd. En gaf op geen enkele scene luidop commentaar. Het was zaaaalig toekijken, met open mond. Van tijd tot tijd. Drie uur lang. Elke toeschouwer kreeg een gratis theatertekst, na afloop. Op krantenpapier. Als dit stuk ooit in boekvorm verschijnt, al dan niet met leeslintje, dan hou ik u daar erg graag van op de hoogte.

De zeven laatste woorden” inspireerden Joseph Haydn al, het zouden de laatste zijn die Jezus aan het kruis zou hebben gesproken. Het Ensor Strijkkwartet vroeg Dimitri Verhulst om zich hier eveneens door te laten inspireren. Hij schreef zeven verhalen over lijdenswegen voor en over mensen van nu. Zeer pakkend en echt. Verhulst weet te beklijven, en te raken. Alleen vonden sommige mensen rond mij in de zaal dat niet. Mobiele telefoons bleven aanstaan en gingen af, en als de telefoon gaat, moet je opnemen, toch? Ook als het Strijkkwartet het beste van zichzelf gaf in een intiem kader. Of wil iemand zijn jas niet uitdoen? Tja, dan blijft ie ritselen. Vraagt iemand iets aan iemand anders? Dan praat je toch gewoon een beetje fluisterend met elkaar? Ja toch? Wie zei dat zestienjarigen geen discipline meer hebben? Ik alvast niet. Want de mensen in dit stuk waren stuk voor stuk volwassen(?!). Deze voorstelling is nu integraal in boekvorm gegoten, met dezelfde titel. Het boek bevat twee cd’s: één met de muziek, én een waarop Dimitri Verhulst doet wat hij op het podium heeft gedaan: zijn verhalen brengen. Zeer de moeite, de inzet mijn paasweekend van 2010.