zondag 17 april 2011

Bij het verdwijnen van de Gouden Uil Jeugdliteratuur in 2012 (3)

"De Gouden Uil Jeugdliteratuur raakte ondergesneeuwd", aldus Geert Joris.  "Wie herinnert zich de Gouden Uil Jeugdliteratuur vorig jaar nog?"   En dus is de conclusie: "schaf hem dan maar meteen af?"   Denkt Joris nu echt dat niemand zich herinnert dat Carll Cneut en Peter Verhelst met "Het geheim van de keel van de nachtegaal" hem wonnen?  Ook al kwam die Uil nauwelijks in beeld?  En oh, meneer Joris?  Het jaar tevoren ging ik uit mijn dak toen "Linus" van Gaudesaboos, Versyp en Clement met de Uil gingen lopen.  En "Mariken" van Peter van Gestel won de Uil in 1998.  Heeft u bewijs genoeg?  Natuurlijk zijn er nog mensen die zich de Gouden Uil Jeugdliteratuur de voorbije jaren herinneren!  Omdat, meneer Joris, we wél geïnteresseerd zijn in kinder- en jeugdliteratuur.  En omdat we wél kennis van zaken hebben.  Omdat we onze slaap er wel eens voor durven laten, om de jeugdliteratuur op de kaart te blijven zetten.

Vraag blijft echt: WAAROM laat de nieuwe organisatie een kans van jewelste liggen om die "ondergesneeuwde" Gouden Uil Jeugdliteratuur gewoon weer op te nemen, en hem de plek terug te geven die hij verdient: Deel een uitzending als je ze maakt gewoon in twee:   Mét dezelfde aandacht die er is voor de Grote Gouden Uil, graag mét groot bijhorend artikel in de krant. 

Want jawel, meneer Joris, ik ergerde me groen met witte en rode spikkels, toen ik berichtgeving bij De Gouden Uil hoorde: lange stukken in de krant, en één miniscuul, ter grootte van één velletje toiletpapier, voor De Gouden Uil Jeugdliteratuur.  Op de radio: "bladibla, over dit jeugdboek, bladibla".  Terwijl de Grote Gouden Uil het mocht stellen met zelfs wat de auteur van het winnende boek de vorige dag had gegeten.  Waarom mag iemand die NIET helemaal thuis is in Kinderliteratuur niet weten waarover bijvoorbeeld "Het geheim van de keel van de nachtegaal" gaat?  Want dat werd gemakkelijkheidshalve vergeten, terwijl we van "Sprakeloos" wel mogen weten (en heel uitgebreid ook) dat het over de moeder van Tom Lanoye gaat.

Beste meneer Joris, Beste sponsors van De Gouden Boekenuil: proficiat, u laat een gigantische kans liggen: een kans om de Jeugdliteratuur de plek te gunnen die ze verdient.  Mét een Gouden Uil als Grote Bekroning.  U schaamt zich toch?

vrijdag 15 april 2011

Bij het verdwijnen van de Gouden Uil Jeugdliteratuur in 2012 (2)

Geert Joris van Boek.be, ergert zich aan mensen "zonder kennis van zaken" als het over het verdwijnen van de Gouden Uil Jeugdliteratuur gaat.  Ik vat dit op als ten eerste een zware persoonlijke belediging, en ten tweede vind ik het wel erg grof gesteld van Joris, om mensen, jeugdauteurs en illustratoren in de eerste plaats, te verwijten "geen kennis van zaken te hebben."  Pardon?  En waaruit blijkt dat dan?  Ten derde: volwassenen die kinderen met hart en ziel de liefde voor het boek willen bijbrengen, die daarvoor zelfs hun slaap laten om hen met leuke activiteiten rond boeken nét dat stapje verder te brengen dan de Geronimo Stilton / Twilight Hype, waarmee Boek.be zijn stelling bewezen ziet dat het "goed gaat met het kinderboek in Vlaanderen": moeten al deze enthousiastelingen er dan ook maar meteen mee stoppen?  Daar wìl ik zelfs niet over dénken.  Ik ben er verdorie fier op dat ik zo opga in het lezen van kinder- jeugd, en prentenboeken, dat ze mijn blik op de wereld verruimen, en dat ik mijn liefde voor het (kinder)boek kan delen met andere volwassen enthousiastelingen, én met kinderen.

Ter staving van dit stukje

donderdag 14 april 2011

Bij het verdwijnen van de Gouden Uil Jeugdliteratuur in 2012 (1)

Ik plan een artikel omdat ik een boze volwassen kinderboeken lezer ben.   Een artikel dat mijn ergernis over het verdwijnen van de Gouden Uil Jeugdliteratuur zal moeten weergeven, samen met de dingen die mij al jaren ergeren als het over Kinderboeken aankomt.  Ook u kunt hiermee helpen.  U vindt op dit blog twee enquêtes, waarop u uw stem kunt uitbrengen.  Dit mag anoniem.  Maar u kunt hieronder ook zelf reageren waarom u een of meerdere antwoorden gaf, zodat ik wat u zei misschien kan meenemen in mijn artikel.  Alvast bedankt voor uw medewerking.

zondag 10 april 2011

Davidsfonds / Infodok goes Stilton

Kid Kat is een Geheim Agent bij de Gee Dee (Geheime Dienst) in Noensia, een dierenland. Bevolkt door vliegen, katten en honden. De vlieg Honda werkt trouwens ook voor de Geheime Dienst, net als Buldog, die de baas is van de GD. Verder maken muizen, die de klokken bij oom O moeten doen werken, en Albert Mol de dienst uit in dit zoveelste Geronimo Stilton afkooksel. Want waar Geronimo Stilton een muis is die de hoofdrol heeft, is het hier Kid Kat die de honneurs moet waarnemen, zelfs de vorm van dit boek is dezelfde, alleen is het dus geen muis die zich aan de lezer voorstelt, maar een kat. Ook nu weer moet je als je al geluk hebt, (ja dus) in de credits kijken wie er schuilgaat achter het personage dat Kid Kat gestalte gaf. Dirk Neyens is de gelukkige, en de illustraties komen van Eric Bouwens.


Ook hier moet niet al te veel gelezen worden, maar des te meer trekt het boek de kaart van een aantrekkelijke vormgeving, met gekleurde groter gedrukte woorden, en twee bladzijden die uitgetrokken worden om een volgend hoofdstukje aan te kondigen. Hoofdstukjes worden keurig afgerond, waardoor het jonge volkje zeker geneigd zal zijn om verder te lezen, en prenten te kijken. Elk hoofdstuk begint met een paginagrote prent van Kid Kat, en op fel oranje bladzijden staat de hoofdstuknummering, en wat de lezer daarin mag verwachten. Voorin het boek staat alles nog eens netjes opgelijst in een inhoudstafel op commercieel geruit papier.


Kid Kat laat geen gelegenheid ongemoeid om af en toe aan te duiden dat er een verteller aan het woord is, die aan de lezer wil duidelijk maken dat hij het over katten heeft: (ik maakte me uit de voeten, euh, poten – p37)

De strijd tussen goed (de katten) en kwaad (de honden, geleid door ene Tony Teckeloni, een teckel) woedt hier volop. En dat onze Kid een beetje stuntelig is, dat kan er ook wel bij, zo creëert Neyens een antiheld, die ondanks alles wat hij meemaakt, toch zal winnen. Maar Teckeloni en zijn bende worden niet verslagen, er volgen dus zeker nog boeken over Kid Kat.


Het verhaal dan. Kid Kat moet infiltreren in de Ratrace, georganiseerd door Teckeloni, we zouden zijn bende het best kunnen vergelijken met de maffia, om uit te zoeken waar al de vis uit Noensia naartoe is, want die verdwijnt op raadselachtige wijze. En Buldog heeft zo’n donker vermoeden dat Teckeloni er wel eens bij betrokken zou kunnen zijn.

Kid vermomt zich als rat, maar valt bijna door de mand, omdat ie in plaats van “wow!” weleens “mow!” durft te gebruiken. En hoe komt het dat Kid Kat’s Vlooienbak (die rijdt op CC Mel brandstof)

Simpel verhaal dat het vooral moet hebben van de vormgeving, en de felgekleurde tekeningen, die eerder op televisie thuishoren in een tekenfilm, en zeker niet in een boek.

Zullen we het er maar op houden dat ook Davidsfonds dit soort boeken moet uitgeven, om daarna weer betere boeken van grotere kwaliteit te kunnen afleveren, en dat Kid Kat ongetwijfeld makkelijk verkoopt, omdat kinderen zeker de vormgeving van Geronimo Stilton, Thea Stilton en Joe Carrot (Baeckensbooks), en in iets mindere mate Bat Pat, uitgaves van uitgeverij Abimo herkennen? Elke kinderboekenuitgeverij heeft nu zijn afkooksel van deze muis, en het ergert me mateloos. Maar u doet maar.


Kid Kat en het geheim van de Ratrace / Kid Kat; Eric Bouwens.- Leuven : Davidsfons Infodok, 2010.- 137p.: ill.- ISBN 978 90 5908 379 0


zaterdag 9 april 2011

Verdwijnkind / Bies van Ede

Biko wordt twee dagen na zijn tweelingbroer Jaap geboren. Jaap is van bij zijn geboorte een schreeuwer eerste klas, Biko komt muisstil het leven in. Zo stil, dat zijn moeder er niets van merkt. En wat erger is: Biko is zo’n stil jongetje, dat iedereen, inclusief zijn moeder, hem gewoon vergeet, alsof hij er niet is. Alleen Jabba, een vluchteling die als poetsman in het ziekenhuis werkt waar Biko geboren is, ziet het jongetje wel. Hij spreekt Tswangi, een taal die op zingen lijkt. Jabba neemt de baby mee naar de garage waar hij illegaal woont, en zorgt voor hem als was Biko zijn eigen kind. Want, zo denkt Jabba: ook ik ben er eigenlijk niet.

Biko kan zich onzichtbaar maken, en dan slaat de schrik Jabba weleens om het hart. Maar ook dat went. Biko en Jabba hebben het goed, en maken het samen gezellig met hun leventje.

Wanneer Biko naar de kinderopvang gaat, maakt hij algauw kennis met Loekie. Loekie is even stil als Biko, maar waar liedjes volgens Biko ook mooi kunnen zijn, vindt Loekie alle geluiden alleen maar lawaai. Maar Biko kan het weten, dat liedjes ook mooi kunnen zijn ; Jabba zingt in het Tswangi voor hem. Bij Loekie thuis is alleen maar lawaai. Het is een geluk, trouwens, dat Loekie Biko ziet zitten spelen in de kinderopvang, want de kinderverzorgsters zijn hem algauw vergeten. Vergeten dat hij bestaat. Biko en Loekie worden algauw goede vrienden.

Bies van Ede kennen we van zijn griezelverhalen, maar verrast met het eerste boek over Biko en Loekie op zeer aangename wijze. Van Ede treedt in “Verdwijnkind” op als “verteller aan je bed”, en vertelt met veel inlevingsvermogen over Jabba, een door en door lief personage dat heel erg trots is op zijn gevonden zoon, maar hij is bang om het land te worden uitgezet. Zo slaagt van Ede erin om het thema van vluchtelingen ook in zijn boek te verweven, zonder dat het echt een thema wordt.

Ook waar Biko eigenlijk vandaan komt, komt de lezer op briljante wijze te weten. Losse eindjes zijn in dit boek niet te vinden. Alles en iedereen komt op een bepaald moment samen, en het geheel vormt een mooie cirkel.

Van Ede laat Biko zijn leven leiden: door en door rustig, en Loekie die hierdoor herademt omdat het bij haar thuis steeds een drukte is. Zo vormen zijn en Biko een mooi stel.

Hoewel Loekie heel slim is, vinden haar ouders dat hun dochter niets kan Dit in tegenstelling tot de rest van de familie. Zij maken muziek. Maar of ze echt zo goed zijn in wat ze doen? Haar moeder “kraakt zulke hoge noten dat de ruiten boven sneuvelen”, Loekies broer laat zijn gitaar meehuilen, want lachen deed de gitaar niet. Haar broer speelde om te huilen zo slecht. en Loekies vader drumt. Soms ook op Loekie.

Snuggere Loekie lijkt Roald Dahl’s Matilda wel, als je de rest van haar familie bekijkt. Want ook Dahl’s Matilda is als vierjarig ukje veel slimmer dan haar vader, moeder en negenjarige broer Michiel samen, en ook haar ouders zien dat niet zo.

Omdat Biko Biko is, die kan verdwijnen wanneer hij dat wil, zorgt dit voor gekke situaties, die voor iedereen, of bijna iedereen, goed aflopen. Behalve dan voor autodieven.

De bladspiegel en het formaat van “Verdwijnkind” is aangenaam, het lettertype is net groot genoeg, met voldoende witruimte tussen de regels. Hoofdstukken zijn opgedeeld met titels.

“Verdwijnkind”: een klein(ood)boekje met een groene cover, met in grote rood- en witte letters de titel, met een zwarte kinderschaduw erop, die in niets prijsgeeft waarover het boek zal gaan, en dat is goed zo. Blijf wat mij betreft ook maar van de achterflap af: Lees ze niet en laat je maar gewoon verrassen. Oudere lezers omwille van dubbele bodems en woordspelingen, en jongere kinderen kunnen zich dit verhaal - genesteld in kussens of knusse banken - rustig laten voorlezen. Doen. Nu. En voor wie meer wil: er komt meer. Nog in 2011: “Vergeetman”. Nu maar hopen dat van Ede kan blijven verrassen.

Verdwijnkind / Bies van Ede.- Pimento, 2010.- 128p.-(Biko en Loekie).- ISBN 978 90 499 2437 9

vrijdag 8 april 2011

De 5e boog / Dirk Nielandt

5 jongeren, zomervakantie, en elk een andere brief. En toch komen ze samen in een huis op Domein Bokrijk. Elke jongere heeft iets anders in zijn brief staan, dus wanneer ze met z’n vieren arriveren, hebben ze elk andere verwachtingen. Kato wil dolgraag musicals zingen, Tuur is een gamefanaat, Arne is Arne, en Babs houdt van avontuur. Cara, een exentrieke vrouw, die in een bakkershuisje op het domein woont, samen met Bakkestoe, haar buizerd, heeft hen naar het domein gelokt. Eens in de tweehonderd jaar, wordt Mordus, een moerasbewoner, die heel wat met het vuur opheeft, weer actief, en hij is dan in staat om alles rond zich te vernietigen. Met behulp van het boek, dat alleen de vijf uitverkorenen kunnen ontcijferen, omdat ze één ding gemeen hebben – hun geboortedatum – 5 mei – kunnen ze Mordus verslaan. Alleen … de vijfde kon door Bakkestoe nog niet gevonden worden… En welke rol speelt de smid van het domein?
Het boek begint heel klassiek: tijdens een zomervakantie zijn er jongerenkampen. Gepakt en gezakt komen Kato, Babs, Arne en Tuur in Bokrijk aan. Cara helpt hen algauw uit hun illusie: de brieven die de jongeren kregen over avonturenkampen, musicalstages of gamekamp waren nep, en ze zijn door haar gelokt. Omdat ze hulp nodig heeft.
Elk hoofdstuk vertelt verder waar het vorige hoofdstuk de spanning wist op te bouwen. Zo slaagt Nielandt er zeker in om zijn lezers geboeid te houden.
Vlotlezend boek, zonder al te populair taalgebruik om jongeren vast te houden. Hiervoor is het verhaal op zich krachtig genoeg, net als hoe Nielandt Cara als geheimzinnige “witte kracht” weet uit te werken. De strijd tegen goed en kwaad is me iets te expliciet, en de smid verwordt iets te snel tot algemene slechterik, en handlanger van Mordus. Hier was iets meer geheimzinnigheid op zijn plaats geweest. De smid zorgt er trouwens in zijn eentje voor dat het verhaal aan het eind gerekt wordt als een elastiek. Dat de jongeren maar niet lijken door te hebben dat de smid, die zichzelf omdat hij aanhanger van Mordus is, kan veranderen in een tuinman of een vlieg (de faunaten uit Harry Potter zijn hier niet ver weg, en het opsluiten van de smid/de vlieg, wanneer de jongeren met behulp van de vijfde jongen, Sam, die uiteindelijk toch is weten te ontsnappen aan de smid en Mordus, waar hij werd vastgehouden, komt letterlijk uit Harry Potters “De vuurbeker”.) – wordt ronduit lachwekkend, en zorgt ervoor dat het verhaal nodeloos wordt gerekt. Ik had de jongeren wel graag iets snuggerder gezien.
Behalve een vlotlezend avonturenverhaal – doorspekt met verliefde tieners en een paar magische elementen, , lijkt dit boek wel een reclamepamflet voor het Openluchtmuseum Bokrijk. Er is geen letter onbenut gelaten om ook het domein in de bloemetjes te zetten, en om aan de hand van een verhaal mensen te lokken, zo lijkt het wel.
De 5e boog: als vrienden voor elkaar door het vuur gaan / Dirk Nielandt.- Antwerpen : Manteau, 2010.- 231p.- ISBN 978 90 223 2560 5 - 11+

zondag 3 april 2011

De KJVGent Winnaars uit 2011!

Graag uw applaus voor ...

Groep1
-6 jaar


  1. Het circusschip van Chris Van Dusen
  2. Tommie en de torenhoge boterham van  Lorraine Francis & Pieter Gaudesaboos
  3. Keepvogel: het diepste gat van Wouter van Reek
Groep 2
6 tot 8 jaar


  1. Het land van de grote woordfabriek.   Agnès de Lestrade & Valeria Docampo
  2. Een wereld voor Mus van Jaak Dreesen & Benjamin Leroy
  3. Brieven aan mijn kikkerprins Reine de Pelseneer & Martine Decroos & Hoe het varken aan zijn krulstaart kwam  van Gerda Dendooven
Groep 3
8 tot 10 jaar


  1. Dummie de mummie en de gouden scarabee van Tosca Menten & Elly Hees
  2. Operatie Bernie Buiten van Hilde Vandermeeren  & Lotte Leyssens
  3. De verdwenen oma van Mieke van Hooft & Marja Meijer
Groep 4
10-12 jaar


  1. Onweer van Anna Woltz
  2. Opgejaagd van Lydia Rood
  3. Wolf Sophie van Swerts Knudsen

Groep 5
12-14 jaar




  1. De kleine Odessa van Peter van Olmen
  2. De hongerspelen van Suzanne Collins
  3. De ogen van Kronos van Marie Rutkoski

Groep 6
14-16 jaar


  1. Deadline van Rachel Ward
  2. De hondeneters van Marita de Sterck
  3. Papinette van Kristien Dieltiens & Ik denk dat het liefde was van Kathleen Vereecken

vrijdag 1 april 2011

Jim / Judith Eiselin ; Monique Bauman

10+


Kiki (Friederike) Emma Moerman woont samen met haar ouders en haar veertienjarige broer Jelmer ergens in Nederland. Al van bij het begin voelt de lezer dat er spanningen in dit gezin zijn, en dat die deels te maken hebben met Kiki’s broer Jelmer. Want Jelmer is een beetje vreemd. Bovendien heeft hij Pimmetje, Kiki’s allereerste knuffelpaardje, kapotgemaakt. Kiki vindt het maar niets dat het steeds om hem draait, en ze voelt zich vaak het vijfde wiel aan de wagen. Op het verjaardagsfeestje bij oma in Utrecht, besluit ze dat ze niet meer meedoet, en ze stopt met praten. Ze zoeken het maar uit. En dan is er de vakantie, waarvan Kiki tot het zover is, tot ze aankomen – eerst per vliegtuig, en dan per boot, naar het eiland – niet weet waarheen de vakantie gaat.


De vakantie gaat naar Sark, een van de Kanaaleilanden tussen Frankrijk en Engeland. Dit gegeven kan de lezer op het eind van het boek vinden, als documentatie, waarin Eiselin zelf aan het woord is. (http://www.sark.info/)

Knap psychologisch portret van een gezin dat langzaam uit elkaar dreigt te vallen. Daar komen Kiki’s ouders achter tijdens hun vakantie, die ze daarom vervroegd afbreken.

Kiki heeft van bij het begin van het boek een geheimzinnige vriend: Jim. Eerst vindt ze bij oma een versnipperde ansichtkaart, nog later een snoepje in de vorm van een hart waarop SMS ME staat. En bovendien laat Jim geregeld boodschappen achter in grafitti, om Kiki op zijn spoor te brengen. Dit gegeven is ronduit verrassend, en laat het boek helemaal openbloeien. Kiki’s zoektocht naar hem, neemt de lezer mee op verkenning op Sark.

De foto’s in dit boek komen misschien wel recht van het eiland Sark zelf, en laten paard en kar zien, waarmee het gezin rondtoert als ze niet in hun huisje zijn, of in het hotel om te eten. Kiki’s liefde voor paarden wordt mooi weergegeven en is nooit melig of geforceerd.

Het boek is aantrekkelijk uitgegeven en heeft de vorm van een dagboek annex fotoalbum.  Voor- en achterbladzijdes in het boek bevatten een kaart waarop de lezer kan terugvinden waar het gezin op vakantie is.

Jim / Judith Eiselin ; Monique Bauman.- Amsterdam : Querido, 2010. 160p.: geïllustreerd met foto’s.- ISBN 978 90 451 0973