zondag 27 november 2011

Exit / Tim Kestens

Bas (De Koning), Thijs (De Puistige Prins), Jelle (Mister IQ) en Finn (De Blonde Ridder): vier jongeren die in hun zestienjarige leventje steeds opzoek zijn naar fun.  Die fun wordt ook wel bereikt met een jointje en xtc, waarna ze met z’n vieren weten dat ze in een zalige roes zullen belanden.  Ze plannen dingen voor de fun waarnaar ze steeds opzoek zijn: er wordt een krantenwinkel overvallen, Sinterklaas moet eraan geloven, en omdat Finn zo van vuur houdt, en hij dat eigenlijk al jaren vergeten is, wordt zelfs brand gesticht op de heide.  Nu komen ze zelfs in de krant, zonder dat de brandweer erachter hoeft te komen dat zij de heide in brand staken.  Kicken!  Maar hun laatste  daad gaat te ver.  Veel te ver.  En dan valt het vriendengroepje uiteen, en worden de vier vrienden op hun verantwoordelijkheden gewezen.    
Tim Kestens biedt zijn lezers met “Exit” een puzzeldoos aan.  De namen van de vier vrienden worden slechts met mondjesmaat genoemd, er is vaker sprake van hun bijnamen, waardoor je als lezer constant alert moet blijven, en slechts heel geleidelijk bij de plot van het boek uitkomt.    Het boek wordt verteld in wisselend vertelstandpunt, met hoofdstukken die titels dragen als “Vampiertanden”, of “Cool als een ijsbeertje”. De wisselende vertelstandpunten, worden bovenaan de bladzijden weergegeven met de naam van het personage dat aan het woord is. Tussen de hoofdstukken door lees je cursief wat er voorafging aan hun laatste daad, de daad die zoveel te ver ging.

Kestens zit op de huid van zijn personages, en slaagt er met verve in om hen met een grote geloofwaardigheid tot leven te brengen.  Het is namelijk niet omdat je als auteur een stel zestienjarigen schetst, dat je dat niet met vuur kunt doen, of dat je hen ongeïnteresseerde pubers moet laten zijn.  Het bewijs hiervan zien we in “Exit.”  Deze jongeren komen op een ochtend aan op school, en het gonst er.  “Leon is overleden”.  En meteen merkt de lezer dat dat onze vier vrienden raakt, en dat zij vooral niets mogen zeggen.  Tussendoor wordt er gewoon school gelopen, en krijgen we een inkijk in het gewone leven van de vier.  Bas is een “prikkeldraadhomo”, en zeker geen knuffelig type waar de meisjes graag mee zouden pronken dat hij een vriend van hen is.   Finn heeft een absoluut ongeïnteresseerde moeder, die wel steeds wil horen van haar zoon dat hij haar vraagt hoe haar dag was, maar die het niets interesseert dat Leon is overleden, en dat dit Finn raakt.  Ze komt niet verder dan “Heb je hem goed gekend”?  Als Finns antwoord “Nee” is, is dat voor haar minder erg, zo lijkt het wel.  Soms haat hij zijn vader ook wel, maar meestal vindt hij hem wel een geschikte papa.  Thijs’ moeder is daarentegen wel aanwezig, en is wel in staat om haar zoon eens lekker vast te pakken als hij dat nodig heeft.  De ouders van Jelle zijn in het boek gewoon aanwezig, en het gezin woont langs het kanaal.
Door het boek in het gewone decor van een huiselijk leven en het schoolleven te zetten, heeft Kestens  met “Exit” een voltreffer geschreven, die dichtbij jongeren blijft, maar ook volwassenen kan aanspreken.  Kestens slaagde erin om de leefwereld van “zijn” jongeren weer te geven zonder moraliserende vinger.  Ze experimenteren met drugs, en ze  zijn vooral bezig om hun eigen hachje te redden, en toch kan Kestens hen een ziel meegeven, zodat de lezer ook intens kan meeleven met hen.  Vereenzelvigen lukt niet meteen, en dat heeft dan weer te maken met het gegeven van de “puzzeldoos” die Kestens de lezer aanbiedt met “Exit”. 

Exit / Tim Kestens.- Hasselt : Clavis, 2011.- 112p.- ISBN 978 90 448 1560 3.- 14+

Boekenoverzicht

 Boek één: De Woestijn (Davidsfonds Literair, 2005)

Boek twee: De Wereld (Davidsfonds Literair, 2007)


Boek drie: Erotische Fabels (Davidsfonds Literair, 2008)



Confidenties aan een ezelsoor - Absurde Fabels. Verzamelbox, Boek Een, Boek Twee, Boek Drie, cd Confidenties! en cd Klara-Luisterspel ‘Erotische Fabels. (Davidsfonds/Literair, 2009)


Boek vier: Liefdesfabels (Vrijdag, 2010)


Boek vijf: Belgische fabels (Vrijdag, 2013)

zondag 20 november 2011

Meisje van Mars / Anna Woltz ; Vicky Janssen





“Mannen komen van Mars, vrouwen komen van Venus.  Tussen Mars en Venus ligt de Aarde, dus ik ben thuis, en jullie niet”.


Evy wordt geboren als jongen.  Als ze drie is, begint het haar te storen dat ze steeds bij de jongens in de kleuterklas wordt ingedeeld, dat ze raketten moet tekenen, en met jongensspeelgoed moet spelen, omdat dat nou eenmaal zo hoort.  Evert zou namelijk veel liever in de poppenhoek spelen.  En wanneer ze daar met de meisjes uit de klas speelt, spelen ze vadertje en moedertje, en is hij steeds mama.



Als Evert zeven is, en zijn vader hem weer eens betrapt omdat hij met de barbies van zijn zus speelt, zegt hij hem dat ze wel eens met hem naar het ziekenhuis zal gaan, om een meisje van hem te maken.  Laat dat nou net zijn wat Evert zo graag wil…

Wanneer Evert de film “De Kleine Zeemeermin” ziet, begint het helemaal, en kan je als lezer ook mee volgen hoe het leven voor Evert is.  Een leven dat hij in een jongenslichaam niet zou overleven.  Evert zal er alles aan doen om een meisje te worden.
“Meisje van Mars” verbloemt niets.  Het is een ongelofelijk hard, maar heel eerlijk relaas, opgetekend door Anna Woltz, die Vicky Janssen interviewde over haar leven.  Een boek over eenzaamheid, want de lezer merkt dat Evy er, wanneer ze erachter komt dat ze een meisje is in een jongenslichaam, helemaal alleen voorstaat.  Want voor haar is dat snel heel duidelijk.  Ze is geen jongen die graag in vrouwenkleren rondloopt, ze is een meisje in een jongenslichaam, en dat maakt een heel verschil.  Thuis is dat voor haar erg moeilijk, want haar ouders mogen nergens achter komen.  Niet dat ze soms, en steeds vaker, meisjeskleren draagt, en schoenen met heel hoge hakken.  En zeker niet dat ze optrekt met Sjefke, een jongen die ook graag meisjeskleren draagt, en optrekt met Mirjam.  Sjefke is namelijk “niet normaal”.
We volgen Evy’s strijd om te zijn wie ze wil zijn, haar harde leven in de klas, waar ze zich niet aanvaardt weet door haar klasgenoten, die Evert maar een rare vogel vinden.   Voorzichtig probeert Evert aan Simone, die bij hem in de klas zit, een brief te schrijven over wat er met hem aan de hand is.  De volgende dag weet de hele school wat er met Evert aan de hand is, en dat fragment is als een stomp in de maag van de lezer.  Simone is namelijk met Everts brief, op de speelplaats op de bank gaan staan, en heeft de brief voorgelezen.  “Wees blij dat ik die brief heb voorgelezen, nu ben je tenminste uit de kast”, voert ze aan.  Evert laat het hier niet bij zitten en gaat van die rotschool af. 
Daarna is er een leven mét de rotschool, waar Evert dagelijks met de ergste pesterijen geconfronteerd wordt, en een leven nà de rotschool.  Want op de kappersschool keert het tij.  Iedereen denkt daar namelijk dat Evert gewoon homo is.  En plotseling is Evert er klaar mee, en hij vertelt zijn klasgenoten gewoon wat er aan de hand is.  Niemand begint hier te pesten, en hier zijn zelfs leerkrachten die Evert willen helpen.  Dat werkt bevrijdend, en geven Evy mee kracht om verder te gaan in haar strijd om het meisje te worden dat ze al zo lang wil zijn.  Een meisje als Mary Poppins of Madison uit de zeemeerminnenfilm “Splash”.
Tussen de hoofdstukken in het boek krijgt de lezer tips mee.  Dat (…) “Dit boek geen handboek is, maar mijn levensverhaal”.  Voor meer informatie kan de lezer steeds op internet dingen opzoeken over transseksualiteit.  Of de tip om nooit naar Evy’s oude naam te vragen.  Want dat Evy die persoon niet meer is.  Ook vraagt ze om haar niet proberen begrijpen, want dat ze dat zelf ook heel vaak niet doet.  Dat ze zoveel dingen nog moet ontdekken.  Deze tips zijn schuin gedrukt.
Woltz en Janssen maakten van “Meisje van Mars” een” must-read” boek.  Het is een boek dat de lezer anders naar de wereld rondom zich laat kijken, dat naar de keel grijpt, en waar je niet makkelijk vanaf komt.

Meisje van Mars / Anna Woltz ; Vicky Janssen (med.).- 155p.- (Slash ; 11) ISBN 978 90 451 129 - 14+


maandag 14 november 2011

Bang: jij net zoveel als ik / Ingrid Dullens


Tijdens het laatste jaar aan de kunsthumaniora leert Anna Jazz kennen.  Jazz is een vreemde eend in de bijt.  Iemand die erin slaagt om iedereen voor haar kar te spannen.  Maar Anna ziet vooral haar zachte kant, en ze denkt zelfs dat Jazz heel eenzaam is.  Maar volgens haar vriendinnen en vriend Dieter is Jazz ronduit gevaarlijk.  Wie heeft gelijk?  En zal Anna kunnen bewijzen dat Jazz is wie ze denkt dat ze is?  Algauw komt ook Anna erachter dat Jazz eerder gevaarlijk is.  Ze liegt en bedriegt, en ze steelt.  Ze heeft een broer, Chet, die algauw als een blok voor Anna schijnt te vallen.  Maar Anna heeft Dieter.   Chet slaagt erin om hem helemaal te doen vergeten.  Al is dit niet helemaal wat Anna wil, en de spijbel- annex steeltochtjes met Jazz zou Anna liever ook niet doen.  Maar Anna laat zich steeds beïnvloeden, en algauw draait haar hele wereldje rond Jazz en Chet.  Komt dat ooit weer goed?Anna heeft enkele vriendinnen die wél zien hoe Jazz echt is, en proberen haar dat ook duidelijk te maken.  En dan is er de inbraak bij Lize thuis.  In deel 2 leren we dat zij een ongeluk had, waardoor ze nu rolstoelgebonden is.  Maar hiervan is tijdens het hele eerste deel nooit sprake geweest, en daardoor lijkt het alsof het gegeven van het ongeluk zomaar in het boek werd gegooid.  De achterflap meldt wel dat Jazz iets met Lizes ongeluk te maken heeft, maar ik had dat liever wat geduid gezien in het boek.  Het boek belooft een spannend verhaal, want Anna is al de hele dag onrustig, en kregelig op Wouter, haar vriendje.  Jazz komt na een jaar terug, voor de reünie.  Maar ik kan eigenlijk nergens ontdekken waarom Anna zo bang is voor Jazz, ze doet anders dan haar klasgenoten, en zij vinden haar een rare vogel, die “gevaarlijk” is, terwijl het eigenlijk haar broer Chet is die in de gevangenis is moeten belanden na een drugsaffaire.  Maar Chet loopt nog rond, terwijl Jazz op school eigenlijk alleen zwaar rebels is.  Om iemand “gevaarlijk” te noemen, omdat ze erin slaagt om mensen die anders in het leven staan dan zij zelf, mensen die liever naar school zouden gaan dan voortdurend te spijbelen, rond haar vinger te winden, is  nogal kort door de bocht. Dullens schetst éé- dimentionale personages, en haar Anna is het typevoorbeeld van een nog net niet totaal ongeïnteresseerde  zestienjarige,  die overhoop ligt met haar moeder, moet opgroeien zonder vader, en het vriendje van haar moeder ziet ze ook liever gaan dan komen.  Ze kan haar moeder er wel nog net op wijzen dat Henry getrouwd is.  Dullens laat Anna’s moeder wel toe om af en toe bezorgt over te komen, maar zij is liever met Henry bezig dan met de angsten om Jazz, waar haar dochter mee worstelt.  Om van de angst af te komen, kan haar moeder nog vragen of ze misschien een psychiater nodig heeft. Dat het boek in twee delen is opgesplitst in het NU en ANDERHALF JAAR  GELEDEN, maakt weinig goed.  Ook de titel komt heel in het begin even aan bod “Omdat jij net zo bang bent als ik, liefje”.  Dullens slaagt er totaal niet in om dat gegeven op een beklijvende manier te schetsen, en blijft hangen in een scenario dat in een boek werd uitgegeven.  Ik had wel graag meer geweten over wie Chet is, over waarom hij in de gevangenis zou moeten zitten.  Ik bleef op mijn honger zitten, 200 pagina’s lang.  Dullens heeft geen boek geschreven.  Ze schreef een knap scenario voor een ijzingwekkende thriller op televisie of  in de bioscoop.  Maar een verhaal in een boek moet op een andere manier. 
Enkele willekeurige voorbeelden hiervan zijn:    (een dialoog met Jazz): Ze trekt haar kap af en wrijft even door haar haren, duwt daarna te hard tegen de schouder van haar boer, die inmiddels is opgestaan om een sigaret aan te steken.  “Wat kom je doen”? vraagt ze aan Anna.  “Ik wou je vertellen van school”.  Volledig het noorden kwijt, stotterend bijna.  “Heeft Marc nog iets gezegd misschien?”  Agressieve toon die Anna bang maakt.  Voorbeeld één van iets dat zo lijkt weggeplukt uit een scenario op papier, waarmee aan de slag moet gegaan worden.   (…) “Was de frituur open, vraagt Anna in plaats van een antwoord te geven.  Nog vreemdere blik van Jazz dan daarnet.  “Je ging toch frieten halen, zei je?  Valt Chet meteen bij. “De frituur was dicht, is het dat wat je wou weten, Chet?” antwoord Jazz kil.  Voordat Anna zich kan afvragen waarom de sfeer tussen hen ineens zo vreemd en ijzig is, staat Chet op en verdwijnt al rokend naar buiten.
Voorbeeld twee, willekeurig in het boek: “Zou kunnen.  Achteloos gaat Anna op haar zij liggen.  Waarom maak je me eigenlijk wakker?”  “Omdat ik een paar dagen wegga.”  Afwachtende blik naar Anna, maar de gevreesde reactie van haar dochter blijft uit.  “Naar zee.  “Met wie?”  Anna springt fel op, dan toch. (…) Moeder stuurt een kushandje in haar richting en trekt de deur van de slaapkamer dicht.  Anna hoort haar kittige voeten op de trap.  De voordeur gaat open, een vrolijke mannenstem klinkt in de gang, de koffers worden opgepakt en de deur gaat weer dicht.
Voorbeeld drie: “De voordeur gaat met veel lawaai open.  Prince blaft. Chet veert verschrikt overeind, klapt de laptop dicht en vliegt al vloekend naar de keuken.  “Jazz!!!” Gegil in de gang.  Een dikke vrouw met lang, grijs piekhaar stormt naar binnen.”
  En zo kan ik nog wel even doorgaan.  Er is sprake van warme lach, blikken in bepaalde richtingen, allemaal dingen die een scenario ongetwijfeld ten goede komen om er een spannend iets op televisie of in de bioscoop mee uit te richten.
 
De achterflap van het boek meldt over Dullens dat ze artistiek en zakelijk leider is van Padarijs, een professioneel theaterhuis in Limburg, en dat ze gestudeerd heeft aan Studio Herman Teirlinck.  Met “Bang” bewijst Dullens helaas dat je soms maar beter bij je leest kunt blijven, en dat een actrice, zangeres, zakelijk leider of wat dan ook bij theater, niet noodzakelijk een boek moet gaan schrijven.  Waarschijnlijk is dit boek echter wel het typevoorbeeld van wat 15+’ers die misschien anders nooit een boek zouden lezen, nu wel zouden lezen.  Maar daarom moet ik het nog geen goed boek vinden, om niet te zeggen dat ik een slecht gemaakt  boek las, maar wel graag de filmversie wil zien.
 
Bang / Ingrid Dullens.- Antwerpen : Manteau, 2011.- 200p.- (Edge).- 978 90 223 2639 8 - 14+

zondag 13 november 2011

Catwalk / Dirk Bracke

Wanneer je “Catwalk” zoekt, kun je er niet om heen.  Het boek heeft een voorplat als een glossy-magazine, met zelfs dezelfde lay-out als de magazines hanteren.  Jonge meiden zullen hier zeker door worden aangesproken.  Op deze cover, met overwegend hardroze, zien we een meisje dat zo weggeplukt lijkt uit een dergelijk magazine.
Dirk Bracke doet het weer, of je er nu voor of tegen bent.  In dit boek neemt hij de lezer mee in de wereld van glitter, glamour en mode.
Polly is zestien, en leeft samen met haar zus Emelie, haar moeder, en stiefvader Rob.  Met Rob leeft ze op voet van oorlog, meldt de voorflap, en dat kan je gerust letterlijk nemen.  Het boek begint ook met een lijstje met “verboden”.  Geen spaghetti-bandjes dragen, geen chips voor televisie, want dat maakt teveel lawaai, en ga zo maar door.

 Als Polly op een dag met haar vriendinnen Anna en Zita op de Wapper een terrasje wil doen, wordt ze aangesproken door een dame, die haar vraagt of ze niet geïnteresseerd is in een  modellencarrière, iets wat Polly in eerste instantie niet wil doen, het lijkt haar niets.  Om een bladzijde later aan haar zus te vertellen dat modellenwerk echt wel iets voor haar is.  Ze komt voor een eerste fotoshoot bij amateurfotograaf Willem terecht, die van foto’s maken zijn hobby heeft gemaakt.  Hij heeft af en toe rare voorstellen, vindt Polly, zoals naakt poseren, maar dat wil Polly niet.  Het siert Bracke dat hij niet meteen all the way wil gaan, en Polly toch probeert enige body mee te geven, er iemand van te maken die toch voor zichzelf wil opkomen.  Dat merk je doorheen het boek: Bracke heeft van geen van zijn personages sletjes gemaakt, of willozen, die alles zouden doen voor het geld.  Polly wil ook later in het boek niet naakt, maar wanneer er geld aan te pas komt, en er gedreigd wordt om haar contract dan maar te verbreken, beseft ze, als ze verder wil gaan, ze wel zal moeten.  Ook al loopt Polly nu halfnaakt te koop, ook voor haar familie, en ze is als de dood dat Rob erachterkomt, want mode, dat zou wel helemaal verboden zijn!
Bracke hanteert een grove pen, zoals we dat van hem gewend zijn.  Maar als dit boek wel subtiel zou zijn, zou “Catwalk” gewoon van iemand anders moeten zijn, want de “grove borstel” is nu eenmaal het handelsmerk van Dirk Bracke.  Dat kan jammer zijn, en ook ik had meermaals zin om hoofdschuddend te bedenken dat het allemaal wel wat minder kon.  Bracke is zeer expliciet in zijn boeken, alles wordt uitgelegd en is ongenuanceerd.  Een jong meisje wil aan mode doen?  Dan trekt Bracke gewoon alle registers open, en krijg je de gevaren van Facebook door je strot, krijg je te lezen waarom Polly en Rob op voet van oorlog leven, de mannen in het modewereldje fladderen van het ene grietje naar het andere, waarbij de achterblijvende griet achterblijft met massa’s verdriet, zonder nuance.

Bracke stoort mij een beetje.  Het kan zijn (daar maakt Bracke een erezaak van) dat hij met mensen over wie hij een verhaal wil schrijven, en hun subwereldjes, gaat praten, de verhalen die hij daaromheen dat schrijft, zouden subtieler mogen.  Ik heb een en al sensatie gelezen, met behalve een beetje body voor de personages, vooral vlakke figuren, en bijeengeraapte elementen, zoals wie de stalker is van Polly, want jawel, dankzij het openstellen van haar Facebookprofiel (haar adres en mobiel telefoonnummer staan daar op, en ze zet daar ook regelmatig foto’s van zichzelf op, gemaakt tijdens fotoshoots) heeft ze al heel gauw een stalker.  En gore berichtjes van waarschijnlijk vieze oude mannen.
De Jambers in jeugdboekenland!

Catwalk / Dirk Bracke.- Leuven : Davidsfonds/Infodok, 2011.- 150p.- ISBN 978 90 5908 394 3 - 14+

dinsdag 1 november 2011

Engelenmoord / Wendy Stroobant

België, 1880. De zestienjarige Louise woont met haar kleine broertje Emile, haar vader en de huishoudster Miet in een huis naast een oude gevangenis. Haar vader is directeur van deze gevangenis. Louise wordt voorbereidt op een leven als huisvrouw, in dienst van haar man, onder het alziend oog van zuster Aleydis. Maar dat is niet wat de avontuurlijke Louise wil: zij wil fotografe worden. Ze krijgt de kans om in de gevangenis een paar portretten te gaan maken, maar moet dit doen zonder dat haar vader dit weet, want hij wil zijn dochter het liefst zover mogelijk van de gevangenis vandaan houden. Vraag is uiteraard hoe dat kan, als je er als tiener naast woont, en je in een naaikamertje, waar je uiteraard niet naar binnen mag, en waar tralies voor de venster zitten, toch naar de gevangenen kunt kijken. Waar je hen dan met een kap over hun hoofd kunt zien wandelen op de binnenplaats. Ook de tuin van de directeur wordt door een van de gevangenen onderhouden.
Op het bal van de burgemeester, een invloedrijk man met twee kinderen, Filip en Elisabeth, leert Louise zijn zoon kennen. Elisabeth zit bij haar in de klas. Filip is advocaat, en overtuigd dat je aan de vorm van het gelaat van iemand kunt zien of hij misdadiger is. Louise raakt in de ban van zijn theorieën, maar zal gauw genoeg merken dat Filip helemaal niet is wie hij laat uitschijnen dat hij is… Waarom heeft hij trouwens in zijn kamer in huis een kast met schedels, gipsen afdrukken?
Stroobant grijpt je meteen, zonder omwegen naar de keel, en houdt je aandacht vast tot aan de laatste bladzijde. Ze begint haar verhaal op een plek die afgezet is met touwen, en waar een gevecht tussen twee jongens zal beginnen. Een gevecht op leven en zeker de dood van een van de omstaanders, die in een kring rond de misdadigers staan, want misdadigers zijn ze, dat merkt de lezer snel genoeg. Eentje van gisteren net twintig geworden, en straks misschien dood. Wanneer de jongens niet willen beginnen te vechten is er het niet mis te verstane dreigement: “vecht of ik laat dat kind (de zus van een van de jongens in de vechtcirkel) doodschieten.”

“Engelenmoord” is een onweerstaanbaar spannend verhaal, dat goed geschreven en een sterke compositie heeft. Alle elementen in dit boek vertrekken vanuit de startscène. Later in de gevangenis leren we dat het Andrei is, die verteerd van spijt in de gevangenis, naast het huis van de directeur, zijn dagen moet slijten, in de wetenschap dat een van de mannen in de cirkel zijn zusje heeft doodgeschoten. Hij zint op wraak. Iemand met een rode baard zie je niet zo vaak, hij zal hem weten te vinden. Wanneer de dochter van de gevangenisdirecteur, die roodharig is, hem en nog twee anderen (een moordenaar en een dief), ze worden verder in het boek allemaal “boeven” genoemd) komt fotograferen, en haar vader hier weet achter te komen, gaan de poppen aan het dansen.
Stroobant vergeet ook niet dat ze haar boek situeerde in 1880. Dus geen loeiende sirenes van politieauto’s, wel koetsen die getrokken worden door paarden, en gaslampen, en porseleinen po’s. Louises broertje Emile is ziekelijk, en wordt kalm gehouden met chloraal, waarvan hij tijden achter elkaar kan slapen. Dan eens denkt hij dat hij een vogel is, om later te denken dat hij een engel is. En omdat Louise te avontuurlijk is, wordt ook zij opgenomen in het ziekenhuis, om haar onvruchtbaar te laten maken, zo blijkt. Maar dat is zonder haar wilskracht gerekend en ze kan ontsnappen.
Rangen en standen zijn ook een belangrijk gegeven in “Engelenmoord”: Louise is als dochter minder waard dan Elisabeth, die de dochter van de burgemeester is. Zij mag in de klas altijd bij het vuur zitten. En Valerya? Zij is de dochter van een gravin, en ze is haar broer en zusje Olga verloren. Tijdens een séance bij de gravin thuis, verschijnt haar dode zusje Olga aan hen. Vanaf dan komt Olga regelmatig rondspoken bij Louise. Maar wie moet er gered worden?
Erg knap boek, met een ijzingwekkend knap in elkaar gestoken plot, en waarvan de eindjes altijd netjes bij elkaar komen.
Engelenmoord/ Wendy Stroobant.- Leuven : Davidsfonds Infodok, 2011.- 176p.- ISBN 978 90 5908 407 0 - 14+