maandag 27 februari 2012

Waarom lees jij? (2)

Het is een antwoord dat ik jullie wil bieden na een eerdere krabbel.  Met dat antwoord moet u wat mij betreft niet aan de slag gaan, maar u mag dat wel.  De vraag waarom ik lees is even simpel als langgerekt te beantwoorden. 
Lezen geeft mijn leven zin, en het maakt het wachten op bussen, trams en treinen die al dan niet op tijd komen, zinvol.  Of ze maken de ritten op dat op tijd komend openbaar vervoer aangenaam.  Zo aangenaam zelfs, dat ik afkickverschijnselen ga vertonen als ik ooit een keer geen leesvoer bij me heb, op een trein,- tram- of busreis.

Maar los van dat openbaarvervoer gegeven, is lezen een buitengewoon zinvolle bezigheid, die mij af en toe meeneemt naar andere werelden, mij doet (glim)lachen of af en toe doet tranen met tuiten huilen.  Soms heb ik zelfs het gevoel dat lezen af en toe de reden is waarom ik op deze wereld ben neergezet.  Al is dat laatste een zeer grote uitspraak.
Lezen doet mij de wereld rondom me even vergeten, of laat mij er anders naar kijken.  Het opent mijn blikveld.

Lezen is een erg groot stuk van mijn leven geworden, en heel eerlijk: ik kan me geen leven meer zonder lezen (en schrijven over lezen) voorstellen.  Mijn leven zou er zonder boeken ongetwijfeld helemaal anders uitzien.

woensdag 22 februari 2012

Het grote boek van kleine vampiers / Paul van Loon ; Hugo van Look


+


+


+


=



In “Het grote boek van kleine vampiers” zijn vier eerdere verhalen van Paul van Loon en illustrator Hugo van Look gebundeld.  Kees en Gijs, twee vrienden die we leren kennen in “Bang voor vampiers”, willen maar wat graag wraak nemen op Rik, de oudere broer van Gijs.  Rik leest een boek over vampiers, en hij vind zijn broertje nog veel te klein om zo’n eng boek te gaan lezen.  Daar is Gijs het totaal niet mee eens, en samen met Kees bedenkt hij een griezelig plannetje om zijn broer een lesje te leren.

In “De vampierclub” leren we naast de vrienden Gijs en Kees ook Lot kennen.  Zij kan niet erg goed opschieten met Gijs en Kees, en in vampiers gelooft zij al helemaal niet.  En dat is nu net wat Gijs en Kees in dit verhaal zijn: vampiers.  Echte.  Maar plotseling duikt Hugo op.  Hugo is echt bang voor knoflook en scherpe stokken…

“De meester is een vampier” mag je letterlijk nemen.  We maken kennis met leerlingen die in doodskisten slapen, en pas ’s avonds les krijgen.  Hugo is een buitenbeentje: hij overslaapt zich bijna altijd, heeft al vijf gaatjes in zijn oren, omdat de meester hem altijd moet wakker maken, en bovendien wil Hugo liever geen mensen bijten.  Al is het precies dat wat de meester van zijn leerlingen wil.

Vampiers zijn ook in deze bundel, en als je Paul van Loon een beetje kent, nooit zo eng als ze lijken.  Hugo geeft Pieke bijvoorbeeld veel liever een kusje dan dat hij haar zou bijten. Overdag gaat Hugo mee in haar rugzak.  Maar Hugo mag niet ontdekt worden, en zal doodgaan van daglicht.  Het liefst zou Hugo eigenlijk helemaal niemand bijten, maar hij moet van de meester.   

Fleur is een meisje dat in de ban raakt van een vampiertand in het gelijknamige verhaal, en ’s nachts wel érg enge dromen heeft.  Ze hoort ook een stem in haar slaap, die haar zegt dat hij haar zal komen ophalen…

Fleur is niet helemaal tevreden is met haar uiterlijk, en ze brengt uren voor de spiegel door.  Ze is ook helemaal niet zo populair op school, en heeft weinig vrienden.  Rond haar nek hangt een ketting met een vampiertand, al gelooft ze niet helemaal dat het een vampiertand is.  Op een nacht vergeet ze echter haar ketting af te doen, en wordt ze door de tand geprikt.  Algauw krijgt ze enge dromen, en wordt ze langzaamaan bleker en bleker.  Gelukkig is er Wouter, die veel over vampiers weet, en Fleur wil helpen.  Hij wil onder meer de spiegeltest doen.  Want als Fleur niet gelooft dat ze een vampiertand draagt, wil hij haar dat bewijzen: een vampier heeft geen spiegelbeeld, en een vampiertand dus ook niet. 

Paul van Loon hoeft niet meer te worden voorgesteld.  In “Het grote boek van kleine vampiers” zijn vier verhalen rond vampiers gebundeld, voor kinderen vanaf zeven jaar, die wel van actie en griezelen houden.  De illustraties zijn erg kleurrijk, Hugo van Look voorzag ook deze bundeling van illustraties.  Hij illustreerde ook de boeken die eerder afzonderlijk verschenen.  Met veel oog voor detail zien we hoe Gijs op zolder een cape gaat halen, of hoe hij zijn vampiertanden staat te  bekijken in de badkamer.  Over de bladzijden heen vliegen in zwart-wit, doorheen het hele boek vleermuizen rond.

van Loon is een kei in het vasthouden van de aandacht van zijn lezers.  Ook als ze te jong zijn om “De Griezelbus” of “Dolfje Weerwolfje” al te lezen.  “Het grote boek van kleine vampiers” is nét griezelig genoeg, en wanneer het eng wordt, weet van Loon dat om te buigen.  Wanneer de dag vol vampierplezier erop zit voor Gijs en Kees, in “De vampierclub”, en de lezer fijn mee gegriezeld heeft, zien we dat Gijs gaat slapen, maar niet zonder zijn teddybeer.  Ook humor is van groot belang in “Het grote boek van kleine vampiers”, en dat merk je op in kleine dingen.  Of  als Kees en Gijs, verkleed als vampiers, moeten binnenkomen van mama, bijvoorbeeld.  “Ja, mama, zegt de ene vampier”, “Ja, buurvrouw”, zegt de andere.  Deze ingrepen zorgen ervoor dat “Het grote boek van kleine vampiers” nooit te eng is. 

En wat is er eigenlijk aan de hand met de vampier die Fleur wil komen ophalen in “De vampiertand?”  Ontdek het gerust zelf, en sla als je het toch maar wat te eng vindt,  de tekening van de stem die Fleur in haar dromen hoort, gerust over.      Maar of het goed afloopt wanneer Fleur verlost is van haar vampiertand, dat valt maar af te wachten.  Want kistjes met tanden erin, die je in de rivier gooit, kunnen ook weer worden opgevist. 

Het grote boek van kleine vampiers / Paul van Loon ; Hugo van Look.- Amsterdam : Leopold, 2011.- Bevat : Bang voor vampiers ; De vampierclub ; De meester is een vampier ; De vampiertand.- 153p.: ill.- ISBN 978 90 258 5930 5 - 7+

zondag 19 februari 2012

Hotel Aphrodite: een Bracke met meer om het lijf!

Jadzia woont met haar moeder en twee zussen in een woonblok ergens in het Poolse Gdansk.  Met haar twee vriendinnen, Halina en Ozella, droomt Jadzia wel eens van een beter leven.  Want net als alle jonge meisjes van 15 wil ze ook wel eens een nieuwe jurk of die laatste nieuwe mobiele telefoon kunnen kopen, en dat kan niet, want haar moeder verdient niet erg veel.
Dan komt Lech op haar pad.  Lech is dertig, en beloofd Jadzia de hemel op aarde.  Algauw is Jadzia smoorverliefd op hem, en ze volgt hem naar België: hij heeft haar immers beloofd dat ze daar zal kunnen studeren, en dat ze daar in een riante villa zal wonen.
Niets is echter minder waar, en Jadzia belandt in de prostitutie.  Van de liefde die ze voor Lech voelde, blijft algauw alleen maar haat over.  Ze krijgt slaag van hem, en bij sommige mannen moet ze dingen doen die ze helemaal niet wil.  Lech heeft haar verblijfsvergunning op zak, en haar geld moet ze aan hem afgeven. Ze mag niet buiten zonder hem, en ze moet de schijn ophouden dat Lech goed voor haar is.  Dan ontmoet Jadzia Nic, een vijftienjarige jongen met een dubbele hazenlip. Hij is hierover erg onzeker, en ook hij zoekt liefde en genegenheid op, die hij vindt bij Jadzia.  Maar voor Jadzia is Nic niet meer dan een klant.

Met “Hotel Aphrodite” schreef Dirk Bracke zijn tweede boek in 2011, na het oppervlakkige “Catwalk”, een boek dat zich afspeelt in de modellenwereld.

"Hotel Aphrodite” is van een ander kaliber, en dat is goed zo.  Dirk Bracke blijft de auteur die zeer expliciet schrijft, maar Nic en Jadzia zijn mensen van vlees en bloed.  Jadzia mag dan al een hoer zijn, Dirk Bracke maakt van haar een meisje met haar op haar tanden, maar de lezer kan intens met haar meeleven.  Haar werk wordt niet zo uit de doeken gedaan, Bracke focust eerder op wie Jadzia is, en hoe ze zich voelt.  Ook Nic blijft geen oppervlakkig figuur. 

Hij heeft het flink lastig met het feit dat hij een dubbele hazenlip heeft, en hij beseft heel goed dat hij meisjes met zijn lip afschrikt.  Op een dag leert hij via Facebook Nora Verreydt kennen.  Hij is bang om haar een foto van hem te tonen, al dringt zij nog zo aan.  Nic’s beste vriendin Puk, krijgt op haar beurt een relatie met Bram Verreydt, die bij Nic en haar op school zit.  Ik vind het eigenlijk een beetje jammer dat Bracke die verhaallijn, die er duidelijk inzit, niet uitwerkt, want misschien is Nora wel de zus van Bram.

Facebook, je afvragen wie je bent, en of je daar tevreden mee bent, dat zijn de elementen naast de grote verhaallijn over Jadzia en het wereldje waarin zij terecht komt.  Maar Jadzia is geen doetje, en ze beseft dat ze zo niet verder kan.  Samen met Nic bedenkt ze een plannetje om van Lech af te komen, waarvan de lezer op voorhand niets te weten komt.   Dat maakt wat een supersensationeel element zou kunnen worden, eerder iets dat de lezer naar adem doet happen, en is uiterst slim aangepakt.

“Hotel Aphrodite” is opgedeeld in hoofdstukken, en begint “drie maanden eerder” [in Gdansk], om tussen genummerde hoofdstukken, te eindigen met [drie jaar later in Gent], waar Jadzia intussen terecht is gekomen, en daar Rechten studeert.  Intussen is ze getrouwd met een klant, en hier kan de lezer uit opmaken dat Jadzia waarschijnlijk nooit echt zal kunnen loskomen van hoe ze vroeger leefde, toen ze seks had met mannen tegen betaling.  Ze beseft ook dat ze, om van Lech af te komen en te kunnen vluchten, gewoon gebruik heeft gemaakt van Nic, terwijl hij wél heel erg verliefd op haar is geweest.
“Hotel Aphrodite” is een Bracke met een ietsje meer, die zeker het lezen waard is.
    
Hotel Aphrodite / Dirk Bracke.- Leuven : Davidsfonds/Infodok, 2011.- 175p.- ISBN 978 90 5908 437 7 - 15+

vrijdag 17 februari 2012

Literaire nominaties voor Confidenties aan een ezelsoor 2011...

 


Erotische Fabels en Liefdesfabels werden geselecteerd voor

  • de Literaire Lente en bewerkt door Frank Adam tot luisterspel voor Klara. Liefdesfabels werd genomineerd voor
  • de Cutting Edge Award 2011 en de Literatuurprijs 2011 van de Vlaamse Provincies.


maandag 6 februari 2012

Rood weeskind / Begga Dom

Thor is de ene helft van een tweeling.  Zijn broer Olmo stierf bij hun geboorte, en sindsdien is Thor een eenling, en dat is nog zwak uitgedrukt.  Olmo is de enige met wie hij praat, met wie hij gesprekken voert.   
Wanneer Thor zeventien is, komt er aan zijn “alleen in het leven staan” een eind: vrienden die dertien jaar geleden naar Amerika gingen verhuizen, komen nu terug naar de afgelegen plek waar Thor met zijn ouders woont, in een niet nader genoemd land, maar omdat er sprake is van elanden, zou “Rood weeskind” zich weleens in Zweden kunnen afspelen.  Ook de namen die Begga Dom voor haar personages koos, klinken Scandinavisch.  Yann, Mette en hun dochters Louise en Lilith staan na al die jaren weer voor de deur.  Op slag wordt Thor verliefd op Louise, maar zij ziet hem niet staan.  Het is Lilith, die veertien is, die doorheen het zelf opgebouwde pantser van Thor probeert te breken. 



Thor, die wel rust vindt in de natuur, waarvan er waar hij woont genoeg te vinden is, met rotspartijen en water, en vlinders, waarvan hij altijd weet hoe ze heten.  In zijn kamer verschanst zich een rood weeskind, die eigenlijk zou moeten rondvliegen, en wel ’s nachts.

Wat moet je met een boek waarin haast niets lijkt te gebeuren?  Dom hanteert een prachtige taal, en ze heeft met “Rood weeskind” zeker een parel afgeleverd als het op taalgevoeligheid aankomt.  Maar met alleen taalgevoeligheid alleen creëer je wat mij betreft geen personages die bij de lezer blijven hangen.  Wat Thor in zijn leven doet, komt wel mooi in beeld.  Hij houdt van de natuur, en van foto’s maken, en heeft een donkere kamer, waar hij zelf foto’s ontwikkeld.  Ook op de boerderij van zijn ouders, vindt hij rust, wanneer hij bezig kan zijn om de koeien te melken. 
Dom’s taal is poëtisch, maar vaak ook te veel uitgesponnen.  Ze gebruikt iets te veel en te ver gezochte vergelijkingen om haar personages neer te zetten: “Ik lag urenlang zonder te bewegen op mijn rug.  Als een slang die moest vervellen.  Alsof ik genoodzaakt werd om van vorm te veranderen.  Om via een pijnlijk proces onherkenbaar te worden.  Zoals een rups zich, om vlinder te worden, moet inkapselen en voorgoed moet afsluiten van alles wat hij kent.”  Of nog: “Ik keek op en knikte.  Ik keek haar recht in de ogen.  En ik dacht aan Lilith, zo sterk dat het leek of zij naast ons stond en ons kon horen en zien.  Voor de zon gleden toen takken en bladeren, die bewogen in de wind, zodat het licht enkele keren verschoof.  Alsof er bladzijden werden omgedraaid.”

Toch kan de lezer ook ontdekken dat Thor wel ondernemend is.  Hij mist zijn broer heel erg, en wil eigenlijk maar wat graag weten wat er met doodgeboren kinderen gebeurt.

“Rood weeskind” is  een poëtisch boek, maar ik had er graag iets meer levendigheid in gezien.  Thor is nogal lethargisch neergezet.  Zijn twijfels over zijn gevoelens voor Louise dan wel Lilith, gaan soms vervelen, en  het lijkt wel of het boek,  met 110 pagina’s, nog wel wat meer body kon gebruiken.  Om Thor en de zijnen wat meer levendigheid te kunnen meegeven, bijvoorbeeld, zodat ze onvergetelijk zouden overkomen op de lezer.

Rood weeskind / Begga Dom.- Hasselt : Clavis, 2011.- 110p.- ISBN 978 90 448 1610 5 - 15+

zondag 5 februari 2012

Op een dag was de liefde moe / Paul Verrept en Tim Van den Abeele

Dit boek begint al voor de titelpagina.  In cyaan, magenta,  geel en zwart zien we een slaapkamer, waarop een koffer open ligt.  Her en der liggen kleren verspreid over de vloer.  De prent is haast schrikwekkend detaillistisch, er is geen detail vergeten.  Je kijkt er naar als wanneer je de kamer vanachter een gordijn zou zien.  Slaan we de eerste bladzijde om, dan zien we een ouderwetse badkamer, die je vanuit de slaapkamer kunt bereiken.
“Op een dag was de liefde moe” gaat over de liefde.  De liefde die moe is, en dat merk je wanneer je het verhaal binnenstapt.  De vrouw verlaat haar gezin, met man en kinderen, die daar helemaal niet blij om zijn.  Misschien hoor je zelfs de filmspoel draaien, wanneer het heel stil is.  Want het boek leest als was het een film die zich afspeelt ergens in Amerika, wanneer je de huizen langs de weg bekijkt.  Je raakt gewoon niet uitgekeken op de vrouw die haar huis heeft verlaten, en moe op haar knieën op de weg zit.  Zij symboliseert de liefde.
Helaas heeft “Op een dag was de liefde moe” de tekst van Paul Verrept niet nodig.  Verrept speelt met woorden en zegswijzen als “De moed zinkt de liefde in de schoenen”, of “[de liefde] denkt vast dat niemand om haar geeft".  De tekst doet de illustraties namelijk wat oneer aan, omdat die illustraties zo krachtig en detaillistisch zijn.  Ik hoef niet te lezen dat de liefde nog een eindje kruipt, en echt niet meer verder kan.  Dat het eigenlijk geen gezicht is.  Dat ze zomaar ligt.  En dat voor iemand die stresskrampen krijgt van prentenboeken zonder tekst, het wil wat zeggen.  Sorry Paul Verrept.  Dat er een hongerige wolf voorbijkomt, en vindt dat er weinig vlees aan de liefde zit, omdat ze mager is geworden, ik moet dat allemaal niet lezen. 

Dat de mussen een liedje fluiten, en ik daar dan een mens met een vogelkop zie zitten, dat wil ik dan weer wel graag lezen, dat vat de prent ook treffend samen.  De vogel zorgt voor enige vrolijkheid in het donkere gegeven dat de liefde moe is.
De prins kust haar als gek, maar ze wordt niet wakker.  Ze is dood.  Op twee grote prenten, van mannen met heldere ogen, vrij donker geschetst, kunnen we lezen dat het lang duurt, maar dat de liefde geduld heeft.

Twee kinderen, een jongen en een meisje, brengen de liefde eten, drinken, en een boek.  Ook een deken, dat moet helpen tegen de kou.   Ze  graven een kuil, waar ze haar voorzichtig in leggen.  Het boek, eten en drinken: voor als de liefde trek krijgt.
De liefde overwint, soms, en dat brengt de hoop weer terug.  De hoop op betere tijden.  En het is waar: de liefde wandelt na een tijd haar huis weer in.

Ik wil het even over leeftijdsindicaties hebben.  Overal in de recensies die ik over het boek lees, krijgt het boek een 8+ label, of heel soms een 6+ label.  Een zesjarige haalt misschien, heel misschien iets uit de tekst, maar zal niks kunnen met de illustraties, terwijl deze net essentieel zijn.  Het is gewoon heel erg jammer voor dit juweeltje, als het niet ontdekt zou worden, omdat het tussen de kinderboeken verstopt of zelfs ondergesneeuwd zou raken.
Maar ik ben de laatste om in hokjes te gaan denken, al zou ik het boek eerder aan een 14+er cadeau geven.  Een 14+er die het gewend is om veel te lezen.  Of aan een volwassene die ik een warm hart toedraag.  Anderzijds: als ik een zes- of achtplusser, ook bij de Eenhoorn staat het boek onder deze categorie, onder mijn hoede krijg, en hij of zij – al is het maar een blik werpt – omdat “Op een dag was de liefde moe” een groot formaat boek is, bijvoorbeeld – zal ik hem of haar niet tegenhouden om deze parel te ontdekken.  En misschien ben ik dan wel helemaal mis, en vind mijn acht- of zesjarige het boek wél helemaal geweldig.

Op een dag was de liefde moe / Paul Verrept, Tim Van den Abeele.- Wielsbeke : De Eenhoorn, 2011.- 32p.: ill.- ISBN 978 90 5835 692 2

Meer illustraties van Tim Van den Abeele zien?  Dat kan hier.

vrijdag 3 februari 2012

Niet helemaal alleen / Constance Ørbeck, Akin Duzakin ; Willem Ouwerkerk

Lars is een klein jongetje dat voor de allereerste keer helemaal alleen naar school zal lopen. Want mamma kan toch niet zijn hele leven mee naar school lopen? Om op school te komen, moet hij door een groot, donker bos. Hij begint achterwaarts te lopen, zodat hij zijn huis, en mamma, zolang mogelijk kan blijven zien. Maar hoe verder Lars loopt, hoe kleiner zijn huis, en dus ook hoe kleiner mamma wordt. Onderweg naar school, door het donkere bos denkt Lars aan allerlei enge dingen die in het bos rondlopen, zoals de grote zwarte hond, die zomaar zijn zin mag doen. Maar, zo achteruitlopend, komt Lars Lefja ook tegen, een lieflijk uitziend wezen dat aan een vlinder doet denken. Zij stelt Lars gerust. Ze heeft de hond niet gezien. Karo is een vreemd uitziend soort autootje, dat hem kwaad toespreekt: als hij niet doorloopt, komt Lars te laat op school!

“Niet helemaal alleen” is een feestje van een boek. Lars is een jongetje van vlees en bloed, met angsten die kinderen eigen zijn, wanneer er zich iets nieuws aandient, iets onbekends, in dit geval alleen naar school moeten lopen. In het donkere bos zijn op de prenten die een en al groen zijn, allerlei donkere schaduwen zichtbaar, die de angsten van Lars symboliseren. De lezer kan zich Lars’ angsten goed voorstellen. Lefja kan Lars’ angsten even wegnemen, maar voor Karo is Lars toch banger, en dat merk je. Samen symboliseren ze de fantasie van een kleine jongen, die prachtig vormgegeven werd, compleet met rugzakje en warm ingeduffeld. Lars wordt niet levensecht geschetst, hij blijft meer een tekenfiguurtje, in zachte kleuren, en grote verwonderde ogen, waarin de angst doorheen schemert: het bos is ook zo groot!

Willem Ouwerkerk maakte van deze Noorse parel de Nederlandse vertaling. Het gebruik van ’t en ‘r vind ik minder geslaagd, en er is niets mis met “ik kan haar niet meer zien”, ’t en ‘r fnuiken wat mij betreft de leesbaarheid een beetje. De vormgeving van de prenten die soms over twee bladzijden gespreid zijn, zou ook beter kunnen. Lefja staat met haar kopje op één bladzijde, waarbij haar staart op de naad van de andere bladzijde staat, en dat is jammer, want op die manier komen de prachtige illustraties vaak niet helemaal tot hun recht. De prenten zijn consequent redelijk donker gehouden, met veel groen, om het bos te blijven vormgeven zolang Lars niet op school aankomt.

“Niet helemaal alleen” is een erg sterke vertelling, want Lars loopt al die tijd nooit alleen door het bos, zo moet blijken… Constance Ørbeck en Akin Duzakin weten hun verhaal erg hoopvol te houden door hetgeen ze aan het eind van “Niet helemaal alleen” laten gebeuren, en dat maakt het boek tot iets uitzonderlijks, maar toch zo gewoon. “Niet helemaal alleen” moet ontdekt worden! Kinderen vanaf vijf jaar mogen wat mij betreft hun ouders de oren van het hoofd zeuren om “Niet helemaal alleen” voorgelezen te krijgen. En nog eens, en nog eens, want misschien ontdekt de kleine lezer steeds weer nieuwe details in de prenten, en kan hij meeleven met Lars, hoe hij helemaal alleen het bos doorloopt, op weg naar school.

Niet helemaal alleen / Constance Ørbeck, Akin Duzakin ; Willem Ouwerkerk.- Nieuwegein : Watervis, 2011.- Prentenboek.- oorspronkelijke Noorse titel: Ikke helt alene.- ISBN 978 94 90035 03 7 - 6+

donderdag 2 februari 2012

Waarom lees jij? (1)

De vraag "waarom lees jij" is  kortgezegd, heel makkelijk te beantwoorden.  Namelijk:   Omdat ik u ook niet vraag waarom u ademt, of eet.  Of drinkt.  Welaan dan:   Omdat je al deze dingen nodig hebt om in leven te blijven.  Neem mij mijn boeken af en verlies datgene wat mijn leven het meeste zin geeft.  Zo simpel is dat.  Maar let vooral op de (1) in de titel van deze snipper.  Dan weet u dat er meer komt.  Binnenkort.

woensdag 1 februari 2012

Waarom?

Als u kinderen hebt die in hun "waarom?" fase zitten, zult u misschien al bij de titel van dit snippertje ophouden met lezen.  Omdat u nu niet in bent om de zoveelste "waarom-vraag" te beantwoorden.  Daarom wil ik dat in uw plaats doen.  Niet op kindervragen, maar wel op vragen die ik erg geregeld krijg, over het hoe en het waarom ik als volwassene zo'n zot idee heb gehad om mij op de kinder- en jeugdliteratuur te willen storten.  Want wie doet dat nu?  Ik wens u de komende tijd veel leesplezier toe!