woensdag 28 februari 2007

Ik blijf in bed / Cees Rutgers

Roy heeft een ongeluk gehad, waardoor hij verlamd is geraakt. Hij beslist om na het ongeval in bed te blijven, en er niet meer uit te komen. Dit klinkt alsof dit boek een erg depri kant op zal gaan, maar dat is absoluut niet zo. Er wordt veel gebruik gemaakt van herhalingen, die soms ietsje overbodig zijn, en het verhaal belemmeren, maar de personages worden goed geschetst, en leven met elkaar, en dat merk je als lezer. Roy waarschuwt de lezer ook dat niemand verplicht is zijn verhaal te gaan lezen, want wat heb je daaraan, een jongen die zijn bed niet meer zal uitkomen?
Zijn zus Elske, zijn vader, waarvan je als lezer pas heel laat in het boek te weten komt dat hij ook nog bij hen in huis woont, zijn ma, en zelf Worrow, zijn hond, krijgen een plekje in het verhaal. Elske wil voor haar broer een plekje regelen in het programma "Vraagsjaak", over zijn handicap. Zonder hem daarin te kennen. Roy wil dit echter niet, terwijl het de programmamakers erom te doen is om "een leuk programma te maken". "het is een verrassing, Roy!" Gelukkig komt er van deze onderneming niets in huis.
Roy denkt vaak terug aan de dag van zijn ongeluk, en toch krijg je als lezer, wanneer hij je daarover verteld, nooit een beklemmend gevoel, of het gevoel dat dit boek op sensatie drijft, want dat is aboluut niet zo. Je kijkt mee door de ogen van een jongen die moet zien verder te leven met zijn handicap. Het ongeluk wordt zelfs nooit beschreven. Enkel een prent in het boek duidt dit gegeven. Roy denkt ook aan vrouwen, trouwen en kindjes krijgen: Hij heeft een dwarsleasie opgelopen bij zijn ongeluk, waardoor hij niets meer voelt, en hij denkt dat wanneer hij ooit zal trouwen, dat met een rolstoel-vrouw zal zijn. Maar als je vanonderen niets meer voelt: kan er mij dan nog iemand liefhebben, zal ik dan nog genot kunnen voelen?
Soms droomt Roy, terwijl hij televiesie kijkt: hij kan met zijn ogen iemand verlammen, zodat, in dit geval een voetballer en een minister op televisie, nooit meer zullen kunnen lopen. Hij schrijft een opeising hierover aan de krant. Dat droomt hij terwijl hij vanuit zijn bed naar televisie kijkt. Roy ziet het allemaal niet meer zo goed zitten, denk je. Maar dan is het er het internet! Roy gaat weleens chatten, maar kijkt wel uit om echt iets over zichzelf te vertellen. Hij weet ook heel goed dat mensen op internet heel dikwijls niet zijn wie ze zijn, en dat je daarvoor moet uitkijken. Toch heeft internet ook heel fijne troeven, waarvan aan het eind van dit boek een knap staaltje bewijs steekt... Sterk boek!
Ik blijf in bed / Cees Rutgers ; illustraties van Irene Goede.- Amsterdam : Ploegsma, 2001.- 76p.: ill.- ISBN: 90 216 1654 8 - 12+

maandag 26 februari 2007

Klein verhaal van de nacht / Paul Verrept

Er was eens een meisje, alleen in een donker bos. Zo donker als de donkerste nacht. Het lijkt wel of het meisje met haar hoofd onder de dekens ligt. Het werd nog donkerder in het hoofd van het meisje. In de verte hoort ze opeens ook haar grootmoeder zingen, en ze denkt aan haar mama en papa. En aan andere dingen.
Dit boekje doet me een beetje denken aan het sprookje "Het meisje met de zwavelstokjes". Ook hier merkt de ervaren lezer snel op dat het meisje in het donkere bos zal sterven, of zelfs al dood is. In een poëtische, heldere taal verwoord, met eigenlijk niet echt iets om erg bang om te worden. Het is alleen jammer dat jonge kinderen moeten doodgaan. Toch is dit verhaal helemaal niet triest, het gaat niet in op waarom en waaraan dit meisje doodgaat, het GAAT alleen over het sterven van dit meisje. En hoe ze dat beleefd. Maar verwacht geen dik boek, het is amper 32 bladzijden lang. Maar mooi! Eindelijk heb ik dit boekje gelezen, en heel graag gelezen.
Klein verhaal van de nacht / Paul Verrept.- Hasselt : Clavis, 2000.- 32p.: ill.- ISBN: 90-6822754-8 - 7+

zondag 25 februari 2007

Lodewijk de koningspinguïn / Dimitri Leue

Lodewijk is een twijfelaar, een waggelaar, een "niet weten wat doeneraar." Hij waggelt (zoals pinguïns doen, natuurlijk!) en zo zegt hij bijna altijd "misschien". Is iets goed? Of fout? Wat doe ik? Waar was ik naar opweg? Maar wat hij wel zeker weet, is dat hij wil vliegen. Maar dan twijfelt ie weer: Pinguïns kunnen niet vliegen!
Naast dit boek - en dat was eerst - is er ook het theaterstuk: "Lodewijk, de koningspinguïn". Op muziek van Benjamin Boutreur, live uitgevoerd tijdens de opvoering. Je merkt dat Leue een woordkunstenaar is die meetelt, en dat hij graag met taal speelt. Leue heeft zijn stuk helemaal bewerkt, om het als "verhaal in een boek" tot zijn recht te kunnen laten komen. NOG meer? De CD, van Lodewijk, met de integrale theatervoorstelling. Om terug eens heerlijk bij weg te dromen... Volg mee, het verhaal van Lodewijk, de vreemde eend in de bijt.
Lodewijk de koningspinguïn/Dimitri Leue ; met illustraties van Sabine Clément.- Tielt : Lannoo, 2004.- 56p.:ill.- ISBN:90-209-5873-9

zaterdag 24 februari 2007

De stoel van Opa Dolk / Gil Vander Heyden

Ivo mist zijn opa, die kortgeleden is overleden. Voor opa stierf, heeft hij gezegd dat Ivo de enige is die in zijn makkelijke stoel mag zitten. Ivo merkt, wanneer hij in de stoel zit, in de keukendeur, een ander huis op, met een terras aan, waarop precies zo'n stoel staat als die van opa. Dit is het begin van het verhaal.

Een verhaal dat een beetje bizar is, omdat verschillende elementen niet worden uitgewerkt, of uitgelegd, en die elementen zijn essentieel. Ivo merkt twee mensen op op het terras. Een dikke schommelige vrouw, en een meisje in een rolstoel. Ivo raakt geïntrigeerd door hen, en hij wil hen graag leren kennen. Dat gebeurd ook, hij leert Koot en Elleke, het meisje in de rolstoel, kennen. Ze worden goede vrienden, ook al zit Elleke in een rolstoel. Elleke verteld Ivo dat ze toen ze heel klein was, wel kon lopen, maar dat ze zich daarvan haast niets meer herinnert. Samen gaan ze naar zee, en Ivo hoort van Koot dat zij opa heel goed heeft gekend. Elleke verteld Ivo haar geheim: ze denkt dat Koot haar moeder niet is, maar iemand die aan het strand in een huisje woont, en erg knap is, wel. Elleke geraakt hier niet goed uit. Ze is er van overtuigd dat de knappe vrouw haar moeder is, dat zij haar weggaf. Maar waarom ze dat denkt, en later toch overtuigd is dat Koot haar mama is, dat blijft leeg. Daardoor raakt dit verhaal niet uitverteld. Ik had graag een beetje meer uitdieping gezien. Er moet voor mij niet zo nodig uitgelegd worden waarom Elleke niet loopt, maar als er dan toch gemeld wordt dat ze dit vroeger wel kon, had ik hierover wel graag wat verhaal gehad, dat zou het verhaal niet zo leeg maken. Nu gaat dit verhaal alleen maar over vriendschap tussen twee kinderen, en is het niets meer.
De stoel van opa Dolk / Gil Vander Heyden ; illustraties van Bianca Hugens.- Leuven : Davidsfonds, 2004.- 95p : ill.- ISBN: 90 5908 096 3

vrijdag 23 februari 2007

16

Herman Brusselmans wordt dit jaar vijftig, lees ik in "De Morgen", en hoorde ik gisteren ook al op Radio 1 in "Neon". Mede tergelegenheid daarvan, gaat op zes april een groot feest door in de Vooruit, in Gent. Dat feest is ook tergelegenheid van de "Literaire lente" lees ik. Maar daarover wil ik het niet hebben. Ik ben 16, en ik zit in de tuin. Ik lees "Het mooie kotsende meisje" van Brusselmans, korte stukjes, je zou het columns kunnen noemen. En haast altijd, zit ik ofwel te glimlachen, of wel te schaterlachen. De glimlachjes herinner ik me niet, de schaterlach kwam hierdoor: Etienneke moet de kippen gaan eten geven, voor ze de buren wakkerblaffen. Waar dat op sloeg? Waar het op slaat? Geen idee, maar het is een grappig beeld.
Nog? Een paar jaar eerder keken we op donderdag naar "Het Huis van Wantrouwen" waar Brusselmans elke week zijn gal kwam spuwen in zijn onnavolgbare stijl. En toen wilde ik Brusselmans gaan lezen. Waar mijn ouders me voor waarschuwden: "Zijn boeken zijn niet te lezen". Dat zou ik dan zelf wel uitmaken. Er zijn boeken die enkel goed zijn, volgens mij, wanneer je zestien bent, en blozend in de boekhandel een boek van Brusselmans komt vragen, waar je ze kunt vinden. Ik noem hier de "ex-trilogie". Andere boeken blijven overeind, nu ik de dertig nader: "Vrouwen met een IQ", "Het mooie kotsende meisje", en vooral "Autobiografie van iemand anders."

donderdag 22 februari 2007

Een hoofd vol letters

Al wanneer ik 's ochtends opstond, gisteren, lag om te beginnen de krant in de keuken op de ontbijttafel. Het is woensdag, dat betekent: boekenbijlage-dag! In de boekenbijlage staat de (hoeveelste was het ook alweer?) "Confidentie aan een ezelsoor". Ik lees de bijlage alvast vluchtig door, en ik lees de krantenkoppen. Op de tram, en tijdens het wachten aan de haltes, maak ik dat goed, en lees ik de confidentie grondig. Wanneer die uit is gelezen, moet ik de volgende tram nemen, en lees ik nog een stukje in "We zouden samen naar Keulen gaan", van Henri Van Daele. (Alvast, ik ben aan bladzijde 45 aanbelandt, eeuwig en drie dagen dank aan Jaak Dreesen voor die tip op de Villa Kakelbont-Blog.) Heerlijk boek. En wanneer ik ben aangekomen op mijn werk, een uur later, ongeveer denk ik: hopelijk krijg ik die letters er vandaag een heel klein beetje uit, want mijn hoofd is zwaar van de voorbije letters.

woensdag 21 februari 2007

Arenden en herinneringen.

“Hotel California” van The Eagles. Na “Mijn hondenjongen” van Do Van Ranst, is dit lied nooit meer hetzelfde geweest. Telkens komen Bloem en haar moeder me gezelschap houden als ik dit liedje hoor. Bloem’s vader is overleden, en “Hotel California” was een van de lievelingsplaten van Bloem’s vader en moeder. Daar dansten ze samen op, met hun zevenjarige dochter Bloem tussen hen in. Daarbij ging Bloem steeds op haar moeders tenen staan, vertelt ze. Of John Coltrane. Haar vader hield ook van Jazz, meldt “Mijn hondenjongen”. Maar of Bloem’s moeder nou al die oude herinneringen aan haar huwelijk wegdoet? Ach, “Hotel California”…

dinsdag 20 februari 2007

De vondeling van Ameland vs Die dag aan zee

"De vondeling van Ameland", het moet zowat één van de mooiste Nederlandstalige liedjes zijn die er bestaan. Dat liedje is van Boudewijn de Groot, en het vertelt tegelijk een klein verhaaltje over een groot drama. Over een jongen, die opgroeide bij een visser, die hem wijze lessen leerde. Maar de jongen hield ontzettend van de zee. Riep hij niet: "Ik kom eraan?" Dus stapt hij, onder toezicht van verschillende mensen, die zich op de duin verzamelden, omdat ze voelden dat er iets te gebeuren stond, de zee in. En hij verdronk. Als ik dit liedje hoor, krijg ik nog steeds kippenvel. De kou kruipt in al mijn botten. Het beeld van een jongen, die zomaar de zee in loopt, ook al zie ik het niet, zit op mijn netvlies. Met dit gegeven in mijn hoofd, begon ik twee jaar geleden, zo lang al, in "Die dag aan zee" van Peter van Gestel. Het boek begint met "Mijn broer Cham verdronk terwijl ik lag te slapen." Ook hij is de zee ingelopen, zo blijkt. Misschien is "De vondeling van Ameland" een foute optie om "Die dag aan zee" te beginnen lezen. Ik raakte er maar niet in, voelde me niet betrokken bij wat er verder met Cham's familie gebeurde, en ik heb het boek na een kwart lezen, terug in mijn kast gezet. Misschien krijg ik er heel binnenkort weer zin in, zonder "De vondeling van Ameland" deze keer.

Eén-nul voor de autisten / Karlijn Stoffels

Op haar vijftiende verjaardag verblijft Loes in een psychiatrische instelling. Het is goed mis met haar, en ze vertoont rare gedragingen. Ze is iemand met aan autisme verwante stoornissen. Dit boek lijkt in geen enkel opzicht op andere boeken die ik al over dit onderwerp las, het is een geweldig positief geschreven boek! Loes en de andere jongeren in dit boek worden NOOIT zielig of onnozel, ze zijn wie ze zijn. Bartje kent het spoorboekje uit het hoofd, Carmen heeft smetvrees, Jezebel snijdt zichzelf, ... Dit klinkt allemaal heel zwaar, maar in dit boek ploft dit nooit op iemand neer. Het boek speelt in de psychiatrische instelling, en opvoeders worden gezien uit de ogen van de mensen die er voor hun problemen verblijven. Ze zijn geen doetjes, geen van de twee partijen. Ze moeten met elkaar verder. Je leest over de strijd die Loes met zichzelf, en met de mensen rondom haar moet voeren, en uiteindelijk met een bang hart naar huis terugkeert. Ik heb echt geen zin om hier meer woorden aan te "verspillen", dit boek verdient het gewoon om gelezen te worden!

Eén-nul voor de autisten / Karlijn Stoffels.- Amsterdam : Querido, 2004.- 119p.- ISBN: 90 451 0068 1 - 14+

maandag 19 februari 2007

Sneeuwt het nog lang, opa? / Jaak Dreesen

Opa neemt Lejo mee op tocht door de sneeuw. Tijdens een sneeuwstorm, die opsteekt, moeten ze schuilen. Ze vinden een vervallen hutje, en proberen daar wat te eten, wat ze meehebben uit hun rugzak. Dan komen de verhalen boven. Over oma, en over mama en papa. Soms zijn de verhalen echt, en soms zijn ze fantasie. Maar wel altijd mooi. Lejo is bang, en vooral: hij is een klein jongetje dat vertrouwen stelt in zijn opa, ook al zijn ze helemaal alleen in het bos, in een tochtige hut, midden in een ijzige winter. Dit verhaal is erg mooi, maar hier en daar zijn er toch elementjes die ik er graag had bij gezien: waar woont de familie van Lejo? Er is sprake van beren en wolven in het bos, en door de sneeuwstorm kunnen opa en Lejo niet direct gevonden worden. Hoe komt dat? Maar toch: het lezen waard!

Sneeuwt het nog lang, opa? / Jaak Dreesen ; illustraties van Annemie Heymans.- Davidsfonds Infodok, 2003.- 60 p.- ISBN: 90-5908-070-X

zondag 18 februari 2007

30 jaar Kiekeboe: Vampiersaga! Merho

Dit album is het eerste in wat je een "reeks" zou kunnen noemen. Het album begint met een scène waarin het – voor een zoveelste keer- uit is met ook weer – een zoveelste vriendje van Fanny. Maar Kiekeboe is juist heel vrolijk: hij heeft een verrassing! Hij wil met zijn gezin op vakantie naar een camping! Maar Charlotte ziet dat niet zitten: een camping? Ze wil op wereldreis! Maar bij de stemming blijkt dat er toch naar de camping "Het nieuwe paradijs" wordt gegaan. Hoera! Een hele week zonder één enkel bekend gezicht! Maar is dat wel zo? Marcel Kiekeboe komt als eerste – om de vakantie goed te starten, zijn buurman en zijn gezin, Vander Neffe tegen! Hij staat al jaren op "Het nieuwe paradijs"! Dat tot daaraan toe. De volgende bekende die Kiekeboe op de camping tegen het lijf loopt, is Goegebuer. Hij houdt toezicht op de tuintjes, en is een graaggezien iemand, zo blijkt. Hij heeft echter één probleemgeval op de camping: een zwarte caravan, bewoont door een grootvader en zijn kleinzoon… Sapperdeboere is zich uitgerekend op de camping, aan het verdiepen in de geheimen van de barbecue. En tot overmaat van ramp vergist Moemoe zich ook nog eens van datum: mevrouw Stokvis komt pas volgende week naar de camping, en of ze dan maar bij haar zoon mag blijven slapen tot ze er is? Hmf! Geen bekende gezichten rondom je? Vergeet het. Ook Baltasar duikt op, en hij heeft een geheime opdracht, terwijl hij verkleed is als padvinder, en "reist om te leren."
Maar dat zijn buurman naast hem op de camping staat, slaat alles, en Kiekeboe beslist om voortaan nog enkel de andere kant op te kijken! Zo zien we zijn ogen uit hun kassen vallen, bij het aanschouwen van Mona, zijn andere buurvrouw. Op slag lijkt het alsof Kiekeboe aan een Midlife-crisis lijdt: hij lijkt smoorverliefd op Mona. Zij noemt hem Toetje, trouwens. Fanny doet op vakantie waar ze goed in is: uitgaan. Maar ze houdt zich wel braaf aan de fruitsapjes. Ze leert Mikal kennen, maar Fanny komt er al gauw achter dat hij een vampier is! Wat nu? Maar Mikal stelt haar gerust: hij houdt niet van bloed, het doet hem kokhalzen, en hij is dol op look! Samen gaan Fanny en Mikal op onderzoek uit in de privé-kliniek van dokter Van Pier, die er een duister handeltje op nahoudt… En of Mona veilig blijft in de armen van Kiekeboe? Vergeet het! Mona is mooi, en dat heeft Dokter Van Pier goed gezien…

Dit verhaal begint met een inbraak, gepleegd door Baltasar, en zijn compaan Benny Slim, die zich Solo Slim laat noemen, omdat hij altijd alleen werkt. Zo niet vannacht, en het loopt mis. Baltasar heeft de code van het alarminbraaksysteem te pakken gekregen, via via via via, en die luidt 1914, het jaar waarin de eerste wereldoorlog begint (of was het de tweede…? Let op het feit dat er slechts 18 seconden zijn om het alarmsysteem uit te schakelen…)
Benny is woest, en vlucht. Hij belandt op het kerkhof, waar hij de mooie Mona (in een lang kleed met twee diepuitgesneden snits, waar ze horen…J) ontmoet, en op slag verliefd op haar wordt: "je bent bloedmooi". Waarop Mona repliceert dat je dit inderdaad zo zou kunnen stellen. Maar Mona heeft zin in bloed… Benny moet niet te veel vragen stellen. En zo raakt Benny spoorloos… Een zoektocht levert niets op, en intussen leeft Benny zijn leven tussen andere vampiercreaturen, waaronder een homo, die vindt dat Benny een racist is. (Hilarisch!)
Benny is echter stikjaloers op alle mannelijk volk dat rond Mona zwermt… Maar Mona heeft alles om een perfecte vrouwelijke vampier te zijn, en ze heeft behoorlijk wat haar op haar tanden! Opa woont ook op het kerkhof, en hij vindt het dan weer erg sneu dat er gebouwd zal worden op hun "woonplaats" terwijl ze het kerkhof beter zouden toegankelijk maken voor gehandicapten… Opa Vladimir weet alles van de bouwplannen van Immo Bill Ding, de firma waarvoor de zoon van Thea Traal werkt… (Mikal, hem zijn we in "Het witte bloed" ook tegengekomen.) Mona vindt dat Kiekeboe – Toetje! Hij was destijds smoorverliefd op mij! – voor hen de kastanjes uit het vuur moet halen… Met alle vrolijke, spannende gevolgen vandien!

Waarom zou een vampierkoppel geen ouders kunnen worden van een schattig babyvampiertje? Maar laat Baltasar nu ook nog op de proppen komen, en denken dat hij (met allerlei bochten en kronkels…) eindelijk "een opvolger voor zichzelf" heeft gevonden in Vladje. Mona krijgt terstond een postnatale depressie, ook al stelt Benny voor (hufter!J) om een nieuwe baby te maken. Uiteindelijk, zij zijn ook weer opgedoken, plegen dokter Van Pier en zuster Bloedwijn een kidnapping…
"Mona, de Musical", heeft heel veel, maar alles behalve vampiers, en dat is verschrikkelijk jammer. Mona heeft in dit verhaal niets meer van een vampier, eerder van een vamp uit de gewone vrouwelijke mensenwereld. Het verhaal gaat over het maken van een musical, en alles wat je je maar kunt bedenken bij het maken van een musical. De Bourlaschouwburg in Antwerpen wordt hier op een prachtige manier weergegeven, dat moet gezegd, evenals de moeilijkheden die je kunt ondervinden bij het reserveren van een ticket…

zaterdag 17 februari 2007

Loedolf, het stokstaartje / Lieve Hoet

Dit verhaal schotelt je het leven voor van een kolonie stokstaartjes. Ze eten, ze leven samen, en zorgen dat ze vooral "overleven". Want overal liggen rovers op de loer - zoals bijvoorbeeld de jakhals, of een arend. Je leert echt wat bij over deze boeiende diertjes (die ook op de kinderboerderij van de ZOO wonen). Wat me vooral trof, bij het lezen van dit boek, is dat Hoet écht ingaat op het leven van deze dieren. Het gaat om een verhaal, maar toch weet je ook echt iets over hoe stokstaartjes leven. Vreemd vond ik ook (maar wel echt zo: kijk ook naar de VTM-reeks "De familie Stokstaart", waarin biologen een kolonie stokstaartjes volgen) dat er slechts één nest jongen per keer mag geboren worden. Elk lid van de kolonie zorgt mee voor dit nest. Wanneer een ander stokstaartje drachtig is, en haar jongen geboren worden, is het niet denkbeeldig dat het lid van de kolonie dat eerder jongen kreeg, de jongen van het andere familielid, doodt. Zo kan het voorkomen dat "oma" haar "kleinkinderen" doodt. Boeiend boek, en een goed verhaal in één.

Er komt ook een vervolg aan over Loedolf, de titel kun je al vinden op de website van Lieve Hoet, zo gauw ik hem vindt, link ik hem op dit blog.

Loedolf, het stokstaartje / Lieve Hoet.- Tielt: Lannoo, 2003.- 138 p.- ISBN: 90-209-5359-1

vrijdag 16 februari 2007

Koekoeroets / Gerda Van Cleemput ; Gijs Mertens

"Koekoeroets" heet eigenlijk Grisjo, maar in het land waarin hij woont betekent "Koekoeroets", maiskolf. Die komen in dit boek heel vaak naar voor: Koekoeroets gezin bestaat uit mama, grootmoeder en overgrootmoeder. Vader is niet zolang geleden bij een arbeidsongeval in de fabriek omgekomen. Koekoeroets' moeder heeft nu een nieuwe vriend, Nikolo. Hoewel Nikolo steeds lief is voor Koekoeroets, vindt deze niet dat hij aan zijn moeder moet zitten. Koekoeroets wil geen nieuwe papa! Maar hierop wordt verder niet ingegaan. Koekoeroets gaat als Nikolo komt, wandelen, en hij komt pas terug wanneer Nikolo weg is. Op een van zijn tochtjes, komt hij, hij is verder dan ooit gelopen, aan een deel van het bos waar hij nog nooit is geweest, Tinka tegen. Tinka rijdt paard, en dat heet Brak. Beiden leren elkaar kennen, en Koekoeroets vertelt over zijn leven, en over wolven in het bos. Dat is tenminste wat Sandor, de apotheker die in een hut in het bos woont, vertelt. Sandor is volgens Koekoeroets niet te vertrouwen. Je zou kunnen stellen dat hij voor een stuk de rol van slechterik op zich neemt. Of die van vreemde eend. Tinka en Koekoeroets leren elkaar beter kennen, maar het valt Koekoeroets op dat Tinka nooit iets over zichzelf vertelt. Tot ze op een dag zwicht, en Koekoeroets laat zien dat ze zigeuners zijn. "Nu zal je wel niet meer met mij willen omgaan?" Maar hier wil Koekoeroets niets van weten, ook al sloeg Tinka de nagel op de kop wat Nikolo betreft: Koekoeroets is egoïstisch! Tijdens een volgend tochtje raakt Barak, Tinka's paard, verstrikt in een illegaal gezette klem, en werpt Barak Tinka van zijn rug. Ze moet naar het ziekenhuis gebracht worden, en Sandor bekent dat hij die klemmen plaatste. Hij is toch niet zo goed van inborst, zo blijkt. Maar hij vindt het wel erg wat er Tinka gebeurde. Koekoeroets wil naar Tinka toe, en met het geld dat hij spaarde voor een viool die hij wil kopen, koopt hij in plaats daarvan bloemen en snoep voor Tinka.
Dit verhaal is heel gewoon, met goed uitgewerkte personages. Het verhaal zelf zou iets beter mogen uitgewerkt zijn, vooral over hoe en wat: waar wonen Koekoeroets en Tinka? Wat is dat land? (Misschien is of zou het Mexico kunnen zijn, maar dat komt niet boven.) Hoe ziet Koekoeroets' familie eruit? Nu lijkt het alsof ze alleen bij naam genoemd worden, met hier en daar een detailtje over hoe het haar of de handen van Nikolo of zijn moeder eruitzien. De zinnen beginnen ook vaak met En, waar dat helemaal niet hoeft. Zinnen beginnen nooit met En, leerde ik in het derde middelbaar al.
Voor een boek dat dit jaar dertig wordt, doet het verhaal nog redelijk modern aan, en heb ik het nog een keer sinds tijden, graag terug gelezen! (Mooie, redelijk ouderwetse, tekeningen, met paarden die echt het wezen van het paard weergeven.) De tekeningen werden gemaakt door Gijs Mertens.

Koekoeroets / Gerda Van Cleemput ; Gijs Mertens.- Altiora, 1977

woensdag 14 februari 2007

Luna van de boom / Bart Moeyaert

Luna, Luna van de boom... Jaren geleden - toen dit boek voor het eerst in de winkel lag - al betoverd door de naam "Moeyaert" op de kaft van het boek, dat in plastic verpakt zat. Ben heel erg blij dat het in m'n boekenkast is belandt, al vind ik de tekeningen ECHT niet mooi, Ze zijn te groot, ik vind de kleuren te fel. Ze zijn totaal niet mijn stijl. De gekleurde bladzijden bemoeilijken het lezen van de tekst soms ook wel eens. Ik vind het een heel erg mooi, lief verhaal, maar toch niet té lief dat het lullig wordt, en dat gebeurt wel eens bij sprookjes. Niet bij "Luna van de boom" dus. Of hoe zelfs een duivel kan zien dat mensen bij elkaar horen, en dat , omdat je mooie dingen wenst, je wensen ook uitkomen.
Luna van de boom / Bart Moeyaert ; op muziek van Filip Bral ; met illustraties van Gerda den Dooven.- 3e druk - Brussel : Pantalone, 2001.- ISBN: 90-805417-1-0

dinsdag 13 februari 2007

Honden, verhuizen en een medaille die twee kanten heeft, altijd.

Bloem gaat met haar moeder verhuizen naar een huis aan zee. Daar ontmoet ze Kerel, een wat nukkige jongen van haar leeftijd. Maar hij is ontzettend goed met honden. Langzaam komt boven waarom Kerel beter is met honden dan met mensen...Wat een pracht van een boek is dit. Alles zit er goed in. Romantiek, liefde, maar echter nooit zonder keerzijde. Alles in het leven heeft een donkere kant, en niet alleen in dit verhaal. Je komt te weten waarom Vicky haar dochter Bloem alleen opvoedt, maar de reden wordt nooit sentimenteel (weergegeven). Het is allemaal zo normaal vertelt, dat je dit automatisch een goed boek vindt. Zalig.
Mijn hondenjongen/Do Van Ranst.- Averbode : Altiora, 2003.- 135p.- ISBN: 90 317 1842 4

maandag 12 februari 2007

Vuurzee vs poëzie die om het hoekje komt loeren

Vrijdagavond, 20 voor tien 's avonds, dat is tijd voor "Vuurzee", de Nederlandse thrillerreeks, die ook al op de Nederlandse Vara te zien was. Ik vind deze reeks echt een heel goed verhaal bevatten, en de acteurs in deze reeks leggen in hun personage heel veel liefde en geloofwaardigheid aan de dag. Maar daarover gaat dit blog niet. In de aflevering van vrijdag, leest Marcel voor zijn dochter Merel, die eerder dood gevonden werd aan de pier, een gedicht van Herman Gorter voor. "Zie je, ik hou van je". Los van de elementen dat deze aflevering heel pakkend was, zonder plakkerig of zielig te worden, toont ze hoe je kunt omgaan met het verlies van je dochter. ("Welke bloemen koop je wanneer je je dochter begraaft?") Nee, het gaat erom dat "Zie je, ik hou van je" van Herman Gorter een bestaand gedicht is, en ik ben alweer verschrikkelijk blij dat ik de poëziebundel van Herman Gorter, uit "De Morgen" in huis heb, en dat gedicht dus wel even snel snel kan zoeken - (De reeks draait om "de mooiste gedichten van...", dus moet "Zie je, ik hou van je", toch ook in zijn bundel te vinden zijn) - en dus niet moet denken: "Dit moet ik even opzoeken in de bib. Om zo'n dingen snel te weten, is het alweer veel fijner om snel even in je kast te kunnen duiken.

Ook in "Het lied van de raaf" van Per Nilsson zit een Noorse dichter, "Nils Ferlinn", en ook deze dichter bestaat. Dat is goed: het toont aan dat je niet zomaar eender wat neerschrijft of in een thrillerreeks stopt.

zondag 11 februari 2007

Reinaart de Vos / H. Van Daele ; K. Verplancke

Reinaart, de vos, de leperd met al zijn streken, die iedereen in zijn sluwe plannetjes doet trappen, die zich overal weet uit te praten, al gaat het soms heel erg moeizaam. Ik heb de uitgave die Henri Van Daele samen met Klaas Verplancke maakte, nu net uit, en het lijkt alsof er nooit meer iets beters zal komen. Je kunt zo’n spijt hebben dat een boek uit is… Reinaart de vos, ik leerde deze schelm kennen, lang geleden, toen ik eigenlijk nog heel klein was. Mijn vader was helemaal voor hem gewonnen, en hij vond het heerlijk. “Floere het fluwijn” van Ernest Claes is nog zo’n boek, of “De witte.” Mijn vader vond dat mijn zus en ik deze boeken moesten kennen. Van Floere het fluwijn, herinner ik me, ben ik gaan huilen. Maar goed. Het boek dat Henri Van Daele en Klaas Verplancke maakten. Het is heerlijk, een en al actie, en vooral een boek met eigenlijk alleen maar mensen erin. In dierengedaantes, zo lijkt het. Je krijgt echt een spiegel, en je kijkt erin. Soms kijk je er graag in, en soms stijgt het schaamrood je naar je wangen. Om de grote eerlijkheid, die in het boek zit. Om je te laten kijken naar de slechte kanten van mensen. Ik ben, geloof ik, helemaal gewonnen. Ik wil Reinaart de vos ook in andere edities lezen. Eerst mijn vader helpen om zijn pocketboek terug te vinden.
Reinaart de vos : de felle met de rode baard / Henri Van Daele ; illustraties Klaas Verplancke.- Antwerpen : Manteau, 2006.- 106p.: ill.- ISBN 978 90 223 1975 8
Het Reynaertgenootschap

Ravenhaar heet eigenlijk Fatima

Ravenhaar heet eigenlijk Fatima, maar van zodra de vrienden uit de club die ze samen vormen, eerst moeizaam, maar dan steeds beter, haar haar zagen, noemt iedereen haar in de club Ravenhaar. De club, dat zijn Dorien, Mies, Stan, Victor, Bram, en Ravenhaar. Ze worden groot. Misschien zelfs te groot voor spelletjes die ze vroeger speelden, als beautyfarm, of kapper, of tearoom. Het spel dat ze nu spelen moet groter en beter worden dan alle vorige spelletjes samen. Zal het lukken?Het gegeven is erg goed. Een Marokaans meisje integreert dankzij haar buurmeisje Dorien, bijna als vanzelfsprekend in een groepje jongeren, al vinden zij dat eerst wel een beetje vreemd. Het meisje zegt haast niks, en doet haar schoenen uit, ook al zeggen de anderen dat dat niet hoeft. Verder merk je toch ook dat ze af en toe wel heel erg van mening kunnen verschillen, en dat dit te maken heeft met de andere cultuur waaruit Ravenhaar - die eigenlijk Fatima heet, maar zo genoemd wordt omdat ze zulk prachtig lang ravenzwart haar heeft - komt. Zij is ook heel duidelijk de oudste van de groep, haar vrienden steken tegen haar, als twaalf-dertienjarigen een beetje af, en ik weet niet of dat wel hoeft.Er zitten heel veel elementen in dit boek, maar ik heb het gevoel dat ze wel een verhaal willen vormen, maar het niet zijn. Het hangt allemaal maar wat aan elkaar. Daardoor mist het ook de kracht, die het verhaal zou kunnen zijn: een krachtige vertelling. Al is het gegeven over uithuwelijking wel eens "wat anders". Dit wordt met respect behandelt, en dat is ook erg goed uitgewerkt. Het komt hard aan voor de lezer, maar misschien doet het ook ogen openen.

Ravenhaar / Do Van Ranst.- Leuven : Davidsfonds, 2005.- 84p.- ISBN: 90-5908-128-5

vrijdag 9 februari 2007

Mijn hart is een pinguïn / Bewerkt door Bart Moeyaert

Prachtig boek, in een doosje, dat je moet open maken alvorens je kan beginnen lezen, je moet het boek eerst uit het doosje halen. In het doosje vind je een hart, en een gids om te filosoferen met kinderen rond het verhaal. Achteraan in het doosje zit een piepklein cd'tje, dat uiteraard wel afspeelbaar is. Leuk en heel erg rustgevend, 's avonds in bed...Heel sobere, maar wel heel mooie tekeningen, met onder elke tekening op elke pagina, een minimum aan tekst. Maar je wordt er ECHT rustig van. Een echte aanrader. Ga trouwens ook een keer langs bij my penguin, en laat je verrassen. Wat doet een pinguïn die zich van alle kanten laat zien? Wat doet hij niet? Is hij blij met zichzelf? Wat zegt hij dan of wat juist niet? En zo kan ik nog wel even doorgaan. een párel van een site, en een párel. van een boek. En een cd waar je rustig van wordt. En van "hier" word je ook rustig, en van rust kan je beter nadenken. Heel mooie muziek op het minicd'tje, en héél mooi verteld, precies zoals ik het zou willen, sober, nét genoeg.

Mijn hart is een pinguïn / Chiharu Sakazaki ; bewerkt door Bart Moeyaert met muziek van Filip Bral.- Brussel : Pantalone, 2000.- 1e Japanse editie: 1998 ; "Penguin Gokoro"ISBN: 90-805417-2-9

donderdag 8 februari 2007

30 jaar Kiekeboe - Merho - deel 1

Vrolijke Vrolijke Vrienden
Dit album van Kiekeboe begint met (alweer) een afwijzing door Fanny van een van haar vriendjes. Deze heet Jens. Wat ook fijn is: hij gaat al meerdere albums mee, in "Mona, de musical" was hij wel nog het vriendje van Fanny. Jens is ervandoor met Alanis, de beste vriendin van Fanny. Intussen vindt Konstantinopel de verzameling Dinky-toys (match-box-autootjes) van zijn pa weer. Dit is de start van een verhaal dat deels in het verleden speelt. Wanneer Moemoe opduikt heeft zij een brief bij zich, die 35 jaar onderweg is geweest. De brief komt van ene Ryan Csardeus. Kiekeboe snapt er niets van, tot hem een lichtje opgaat. Dit is de eigenlijke start van het verhaal, en Merho neemt je mee naar de Marcel Kiekeboe (Robke Mac Kielee) van 35 jaar geleden, die zich aansluit bij een clubje vrienden, die allevier een anagrammen-naam hebben. Ryan Csardeus heet eigenlijk Andreas Cruys. Etc… Je komt als lezer terecht op een camping in Schaependonk, krijgt te maken met racisme, en merkt dat Kiekeboe het moeilijk heeft wanneer hij, 35 jaar later, nu dus, teruggaat naar Schapendonk om het raadsel dat de brief bevat die hij ontving, te ontrafelen. Knap verhaal, en heel erg a-typisch Kiekeboe. Dit verhaal grijpt echt naar de keel, heeft geen domme (de meesten zijn altijd wel leuk, maar soms redelijk dom) moppen, en IS in wezen ook een echt verhaal, alleen eentje met prentjes. Knap!

maandag 5 februari 2007

Duivelse weerwolven

Hmmjmie! Waar een boekenverkoop van de bib al niet goed voor is! Dit boek is één van de eerste exemplaren die ik las toen we met 't internaat naar de bib gingen, en daar minstens om de drie weken één boek moesten ontlenen. Stapeldol was ik op dit boek. Weerwolven, mensen die griezelige gedaantes aannemen bij nacht... Ik geloof dat mijn kleine fascinatie dankzij dit boek daarvoor nooit meer is overgegaan. De verhalen in dit boek (allemaal korte verhaaltjes, met altijd een wolf of een weerwolf in de hoofdrol) zijn redelijk klassiek van opbouw, en soms wel van "dit zie ik toch wel op mijn sokken aankomen", maar ze zijn daardoor wel oerdegelijk. Perfecte spanningsbogen - nacht - middernacht - donkerte - mensen die bij nacht pas heel laat naar huis komen, terwijl niemand wist waar ze uithingen, ...
Nooit genoeg van weerwolven, en daarom ben ik ook nog altijd dol op de verhalen over weerwolven van Paul van Loon. Jaja. Dit boek is in deze vorm al tijden niet meer in de winkel, maar als ik het goed heb, is het in 1993 opnieuw verschenen onder de titel "Het wolfsvel", naar een ander verhaal in het boek.

Het duvelsjong en andere weerwolfverhalen / Ton van Reen ; illustraties van Annemarie van Haeringen.- Amsterdam : Van Goor, 1987.- 133 p.: ill.- ISBN: 90 00 026210

zondag 4 februari 2007

Misschien wisten zij alles ; 313 verhalen over de Eekhoorn en de andere dieren


313 dus, ook wel de "Tellegenbijbel" genoemd. 313 verhalen in een meer dan 600 bladzijden tellend boek, allemaal over de eekhoorn en de mier, en de andere dieren die in het bos wonen, met hun grote kanten, hun kleine kantjes, en hun Oh zo menselijke trekjes. Dit is, zo vertelde mij een man tijdens de "etalagelezen"weken in "De Groene waterman", een boek dat je redt. Letterlijk. Het haalt je uit je donkerste gedachten, en het laat je zien hoe menselijk wij als "mens" wel zijn. Een juweel van een boek. Overal in dit boek zitten verborgen hoekjes. Of nog: het boek is zo dik dat je haast nooit alle verhaaltjes ineens gelezen krijgt, en wanneer je het boek dan toch ter hand neemt, en het openslaat, denkt: "dàt verhaal kende ik nog niet."
Misschien wisten zij alles : 313 verhalen over de eekhoorn en de andere dieren / Toon Tellegen ; met prenten van Mance Post.- 5e vermeerderde druk.- Amsterdam : Querido, 1999.- ISBN: 90-214-8438-2

zaterdag 3 februari 2007

De Fantastische Meneer Vos / Roald Dahl

Meneer Vos woont samen met Mevrouw Vos en Vier Kleine Vosjes in een heuvel bij een bos. Achter het bos liggen drie boerderijen : die van Boer Bolus, Bits, en Biet. Alledrie zijn ze stuk voor stuk vieze mannen. Ze worden omschreven dat je als lezer kan ruiken dat ze stinken. En slecht zijn, (bijna: uiteraard, anders heb je geen Dahlboek, bij momenten). Bolus is een kippenboer die alleen maar kip en macaroni eet, Bits was een eenden en ganzenboer, hij is dik, en erg klein. Van zijn dieet ga je als lezer, bij te veel inleving in dit boek, kokhalzen. Hij leeft op beschuitbollen en ganzenlever, die hij pureert. Van die pap en die bollen krijgt hij een beestachtig slecht humeur. En boer Bits? Die heeft een kalkoenenkwekerij en een appelboomgaard. Hij eet niets, hij drinkt enkel appelwijn. Bij het volgende hoofdstuk leren we Meneer Vos en zijn familie kennen. Die gaat elke dag op jacht op de kippen en de ganzen van de bovenstaande heerschappen. Die vinden dat uiteraard helemaal niets, en ze besluiten Meneer Vos te willen doden.
Maar of dit lukt? Reken maar van niet! Meneer Vos is daarvoor veel te slim.

Toch zijn de plannetjes niet uitgekookt, maar wel erg grappig. Wanneer de drie boeren besluiten dat ze Meneer Vos zullen doodschieten, en dat niet lukt, besluiten ze hem en zijn familie uit te graven. Dit lukt bijna! Je zou denken dat je met bulldozers wel verder komt, maar dan ken je Meneer Vos nog niet! Hij graaft samen met zijn familie steeds dieper, en de drie boeren krijgen hen nooit te pakken. Dit verhaal is erg grappig, de streken en het karaktertje van Meneer Vos en Co hilarisch opgetekend. Natuurlijk kan een vos nooit een plankenvloer met een "hand" omhoogduwen van onder de grond, natuurlijk heeft een vos geen tafels en stoelen, en in dit geval gaat dit boek ook niet over dieren, en worden cliche's bevestigd - een vos eet alleen gestolen kippen en gevogelte van boeren, maar daarom is dit boek niet minder goed en grappig.

De Fantastische Meneer Vos / Roald Dahl ; met illustraties van Quentin Blake ; vertaald door Harriët Freezer.- oorspr. titel: Fantastic Mr Fox.- 25e gew. dr.- Baarn : De Fontein, 1997.- ISBN: 90 261 1305 6

vrijdag 2 februari 2007

Kindjes Bibliotheekboekje

Ik zit in het lager onderwijs. Ik ben rond de negen jaar geloof ik. Met onze klas gaan we naar de bibliotheek, waar onze juf of meester ons netjes uitlegt dat we, als we ZO oud zijn, bij de A boeken boeken mogen kiezen, en als we dan volgend schooljaar een jaartje hoger zitten, mogen we bij de B boeken boeken kiezen. De B boeken, wanneer je net oud genoeg bent voor A boeken, daar pas je dan voor, in de meeste van onze gevallen.. Die zullen dan ECHT wel moeilijk zijn. En wanneer je NOG een jaar hoger zit, mag je bij de C boeken kijken. (ZO ver weg...!) Bibliotheekmensen legden ons ook altijd uit dat we, wanneer we boeken inkeken, we de leesplankjes dan zeker tussen het genomen boek en het andere moesten zetten, zo konden we, wanneer we het genomen boek toch niets vonden, het netjes terug op zijn plaats zetten. Kortom: iedereen van de volwassenen rond ons, deed mee. Zelfs onze directeur zaliger. Hij maakte voor de hele school "Bibliotheekboekjes". Een voorblad met de hand geschreven, en de blaadjes in het boekje zijn blanco. Wel aanwezig: de ruimte om de titel van het boek te noteren, wie het schreef, en de auteur. Een gelezen boek uit de bib in kwestie MOEST in dat boekje komen, als de juf of meester je huiswerk wilde meegeven rond het boek. Ik geloof dat we nog een aparte juf hadden waarmee we over de boeken praatten, of een apart uurtje. (Een apart uurtje! Een apart uurtje! Maar dat diende ergens anders voor... Verrassing!)

donderdag 1 februari 2007

De duivel draagt het licht / Karin Fossum

Knappe psychologische thriller van een vrouwelijke auteur waar ik omzeggens nog nooit van gehoord had. Had op de boekenbeurs vorig jaar geen zin om alleen thuis te komen met enkel jeugdboeken, zodoende vond ik: "hmm, deze lijkt me wel wat". Het boek draait deze keer eens NIET om enkel het oplossen van de zaak (wat bij Vlaamse thrillerauteurs meestal WEL het geval is), en is zelfs bijkomstig, lijkt het soms. Fossum gaat in op wat er met haar personages gebeurd, wat hen drijft. (Ik lijk Jambers wel). Een vrouw komt in verwarde toestand aan op het politiebureau om haar man als vermist op te geven. Haar man wordt helemaal niet vermist. Ze houdt in haar kelder een jongen vast, die bij het inbreken van de trap is gedonderd. En ze doet niets om hem te helpen...
De duivel draagt het licht/Karin Fossum ; vertaald door Annemarie Smit.- Antwerpen : Manteau, 2004.- 5e druk.- 284p.- Oorspr.titel: Djevelen holder lyset.- ISBN: 90 7634 136 2