donderdag 31 mei 2007

Een boek in rondjes.

Als Despereaux geboren wordt, is hij de enige overlevende muis van de worp. Alle andere muizen zijn dood. Maar Despereaux is vreemd. Hij heeft grote oren, hij is met zijn ogen open geboren, en hij is veel te klein, zelfs voor een muis. Bovendien is hij helemaal on-muis-achtig: Zijn broers en zussen leren hem dat hij moet rennen door het kasteel - waar de muizenfamilie achter nissen en in kieren – woont. Maar dat interesseert Despereaux allemaal niet. Hij “ruikt” muziek, dat ruikt naar honing. Wanneer hij de prinses, die samen met haar vader en moeder in het kasteel woont, ziet, wordt Despereaux op slag verliefd op prinses Erwt. En hij overtreedt alle muizenregels. Daardoor wordt hij berecht, en hij belandt in de kerker. De kerker: dat is een donker doolhof onder het kasteel, waar je nooit meer levend uitkomt. Dat is de verdienste van de ratten, die in de kerker leven….
Maar Desperaux blijkt niet zomaar een kleine muis met veel te grote oren te zijn…
Dit is een ietwat vreemd boek. Het draait rond. Het draait rond, om uiteindelijk als je eigenlijk het eind van het boek helemaal achter de kiezen hebt – bij het begin uit te komen. Je maakt kennis met Despereaux, om pas daarna met alle andere beschreven personages kennis te maken, je weet wat er zal gebeuren, zij het nooit op een brute manier. De elementen om tot een mooi verhaal te komen, op die speciale manier, worden je niet opgedrongen. En dat is al iets. Voortdurend wordt je als lezer meegenomen door de auteur van dit boek: ze vraagt je om je een voorstelling te maken van de kerker, en de stank ervan. Die stank wordt me een ietsje te fel al omschreven, zodat ik geen plaats meer heb om me zelf een beeld te kunnen vormen Wanneer een rat, bijvoorbeeld, schrikt van het vlammetje van Gregor, de gevangenisbewaarder, roept hij “aah!”. Maar dat léés ik alleen maar, ik voel er niets bij.
Ze vraagt je: “lezer, heb jij ooit een koning zien huilen?” of “lezer, Despereaux deed dit om zichzelf te redden.”. Enzovoorts. Ik weet niet of ik dit fijn vind, het stoort enigszins het leesritme.
Dit boek wil wat mij betreft ook een ietsje belerend zijn. Niet krampachtig, gelukkig, maar het gebeurt wel, je MOET als lezer haast nadenken over goed en kwaad. De ratten symboliseren bijvoorbeeld het kwaad, en de muizen het goede. Denk hierbij niet aan engeltjes en lovertjes, want ook dat zou het boek dan weer oneer aan doen. Het is gewoon een speciaal boek, door de structuur, die je een “te schudden flesje” wil aanbieden. Schudden tot je rustig alles hebt gelezen, en verrast bent door bepaalde wendingen en hoe die er kwamen. Denk vooral aan de titel, dat kan helpen. Maar laat de achterflap voor wat ze is. Die stelt het hele boek voor als een zak meel, en dat is het geenszins: een melig boek over goed en kwaad. De personages zijn echte mensen van vlees en bloed, en dat maakt heel veel goed. De moeite waard!
Despereaux, of het verhaal van een muis, een prinses, een schoteltje soep en een klosje garen / Kate DiCamillo ; vert. Martha Heesen.- Amsterdam : Querido, 2005.- 182p.: ill.- 90 451 0142 4

maandag 28 mei 2007

Vreemde dingen

Pff, ik lijd aan "leesverveling", denk ik. Je kent dat gevoel wel: je loopt doelloos rond, je weet niet wat je doen moet om je tijd te verdrijven. Ik heb het nu al een paar keer aan de lijve ondervonden: ik weet nooit in "welk boek ik zin heb om te beginnen?". Niet dat ik lukraak maar een boek uitkies, ergens is er dan iets waarvan ik denk: "ja! Dit boek ga ik lezen!". En zo las ik de voorbije weken - gelukkig maar! - de prachtigste boeken, over Lucas en Arend naar een lekker weglezende nieuwe "Aspe". Is het leven niet mooi soms?

Gloeiende voeten / Edward van de Vendel

Claudio is bijna jarig. Hij is bijna 10. Nog even en dan slaat de klok twaalf. Hij wil alle dingen op zijn lijstje. En plots krijgt hij er zomaar twee vriendjes bij: twee verjaardagsvrienden. Duiv en Jesse. En wat nog vreemder is: ze hebben gloeiende voeten! Zijn Duiv en Jesse echt? Of zitten ze in de verbeelding van een jongetje dat de zomervakantie zonder zijn vriendjes moet doorbrengen?
Dit is wat je noemt een heel vrolijk, warm boek, ondanks het toch wel zware thema rond adoptie van één van de ouders van het tienjarige hoofdpersonage. Het is geestig, het is licht, met heel veel respect voor het "kind-zijn". Er wordt naar Claudio geluisterd, er wordt begrepen wat hij bedoelt, en hij heeft een warme familie om op terug te vallen. Het deed me, dat realiseerde ik me pas toen ik het boek bijna uit had, ook heel erg denken aan de Polleke boeken van Guus Kuijer. Kortom: Gloeiende voeten is een dikke aanrader!
Gloeiende voeten/Edward van de Vendel.- Amsterdam: Querido, 2004.- 133p.- ISBN: 90-451-0124-6 - 9+

Dwaalsporen / Jacques Brooijmans

Joost en Daniël, allebei heel erg verschillend - Joost voetbalt en Daniël goochelt en is een beetje meisjesachtig - groeien op in een tehuis. Hoewel ze heel verschillend zijn, worden ze heel goeie vrienden, en ze vertellen elkaar heel erg veel. Ook weet Joost van Daniël dat Daniël zelfs liever een meisje zou zijn. Ze trekken op met Mira, een meisje uit het dorp, en samen spelen ze toneel, en schieten ze goed op met Mira's ouders.
Hoe groei je op als je dat zonder ouders moet doen? Dit is een probleemboek, maar het is alles behalve triest of zwaar geschreven, en bevat heel veel humor.
Dwaalsporen/Jacques Brooijmans.-Hasselt:Clavis, 2001.-199p.-90-6822-857-9

zondag 27 mei 2007

Prinses Olil en de zwarte ruiter / M. De Bel, A. Van Reeth

Het is feest in het land van Ny. Er is een nieuw prinsesje geboren, dat de naam Olil meekrijgt. De traditie van Ny wil dat elke nieuwgeborene wordt ondergedompelt in de Bron van Leven. Dus trekken de koning, de koningin, prinses Olil, en de Cocoridders (Grompel, Joekel (hij is klein van gestalte) en Claustro) er naartoe. Helaas weten ze niet dat ook de Zwarte Ruiter hier rondzwerft…

Het verhaal loopt goed en zit zonder haken en ogen in elkaar. Is ook best mooi. Doet me soms denken aan het sprookje van Doornroosje, waarin bij haar geboorte twaalf feeën een wens doen, en de dertiende, niet uitgenodigde fee, voorspelt dat Doornroosje zich op haar zestiende zal prikken aan een spinnenwiel en zal sterven. De laatste fee kan dit ongedaan maken, maar ze kan de voorspelling niet helemaal ongedaan maken. Hierdoor zal Doornroosje honderd jaar slapen.
In “Prinses Olil en de zwarte ruiter” waren het ooit zwarte tijden in het land van Ny, waarin draken het hele Land van Ny platbrandden door vuur te spuwen. Bij de geboorte van Prinses Olil moeten Joekel, Claustro en Grompel opzoek naar overgebleven drakeneieren en deze vernietigen, zodat dit nooit meer kan voorkomen. De personages zijn cosequent. Wanneer gezegd wordt dat Nyerianen niet doden, gebeurt dit ook niet, ook niet wanneer men eindelijk de zwarte Ruiter heeft kunnen overmeesteren.
Het taalgebruik slaat soms nergens op, en zit soms echt helemaal fout! “Gelukkig HEBBEN de koning, koningin en prinses Olil kunnen ontsnappen” Op pagina 14 staat een veel te lange zin, die refereert aan spreekwoorden, en dat is wel leuk gevonden.
Alles wordt uitgelegd met bijwoorden (Bolronde Grompel, zo groot als een biobloemkool, de pompoenzon “de vroege zomerzon boorde zich als een reuzenpompoen door de grijsblauwe nevelsliert die als een zilveren sluier over het land van Ny lag” Deze zinsconstructies komen erg vaak voor, maar dat belet de voortgang van het verhaal niet, wat mij betreft. Waarom moet tot drie keer toe vermeld worden dat Kokki de haan is op nog geen twintig bladzijden?(…) “Kokki, de haan van de kasteelhoeve”…, “Kokki, de haan, wipte op het podium en koesterde zich op een zanderig plekje in de zon.” Kokki wordt hier drie keer geïntroduceert, terwijl dat met Spiet, de hond van Alano, niet zo is. Dat moet de lezer dan weer wel goed weten. (Gewoon omdat het opvalt). Ook de personages worden een eerste en een tweede keer, drie kwart van het verhaal later) met naam en beroep, opnieuw voorgesteld. Waarom dat moet is mij een raadsel. Maar het kan nog erger op bladzijde 23-24 (…) “Dus spande koning Nicolaas de HOOGBEJAARDE koninklijke boerenknol Stella voor de koninklijke koets. (Let hier op het woordje hoogbejaard!) Het begon al aardig te schemeren toen het zestal bij de Bron van Leven aankwam. STELLA HIJGDE ALS EEN OUD PAARD(!!!!!!!)” Dat lijkt me redelijk logisch als ze geïntroduceerd is als “hoogbejaard”. Dat je dan niet als een jong veulen ronddartelt… Taalgebruik is (te?) expliciet. Stella het paard heeft helaas een kop en geen hoofd, zoals het normaal hoort wanneer je een paard beschrijft. De paddenstoelen in het Donkerbos worden (Groene Knolamaniet) bij naam genoemd. En ook het feit dat ze giftig zijn. (Maar het gaat erom dat een slecht personage hem opeet, dus is het minder erg.
Tekeningen ogen ouderwets, maar de personages zijn goed uitgewerkt, je leeft als lezer met hen mee in wat ze doen of laten. Wel erg zwart / wit. (De Nyerianen ->zijn goed de zwarte Ruiter en zijn bende zijn slecht.) Wanneer Alano, de zoon van de kleermaker Liloe, die opgevoed werd door de magiër Nife – tegenkomt in het bos, weet je als lezer (veel te?) snel dat het om de verloren gewaande prinses Olil gaat. Daardoor wordt het verhaal erg klassiek. (Thomas de timmerman, Monk de molenaar, Stomp de smid, Blommerd de bakker (Myra is zijn vrouw), Schele Willem is brillenmaker, Andreus de kleermaker, Viek de visser, Sezar de slager. De ridders zijn hilarisch in hetgeen ze zeggen en doen. Da’s fijn. Er komen in het schemermoeras trollen en alfen (wat zijn dat?) voor, wezens die je liever niet wil tegenkomen. Dus wagen de Nyerianen zich nooit zonder reden in dit moeras.
Het verhaal zit goed in elkaar, de personages zijn goed uitgewerkt, maar helaas slaat het taalgebruik nergens op, en is dit soms erg expliciet. (Oa het gebruik van “kakken”.)Anderzijds kun je niet voorbij aan de “eigen stem” van Marc De Bel, en ik heb dit verhaal graag uitgelezen.
Prinses Olil en de zwarte Ruiter / Marc De Bel en Anke Van Reeth ; illustraties Matthias De Clerq, Tingel, 2005

vrijdag 25 mei 2007

Kweenie / Joke van Leeuwen

Op een avond, valt er zomaar iets op haar bed! Het begint te schreeuwen: Bweeeehh! Bewewawwe! Ben gevalleuh!"Het" blijkt uit haar eigen verhaal gevallen te zijn, dat nog niet begonnen was, en nu gaan mama en papa verder zonder "het". Hoe het heet? "Kweenie", want het verhaal was nog niet begonnen. Samen met het meisje dat Kweenie op een avond vond, gaan ze opzoek naar het verhaal van Kweenie. Ze komen strips tegen, potloden, droedels, ... Je kunt het zo gek niet bedenken. Zullen ze Kweenie's verhaal terugvinden?Heerlijk boek, met een soort fantasie om duimen en vingers van af te likken. Probeer ook maar een keer om de droedels op te lossen. Je moet er ook constant je kopje bijhouden, en dat is een zaligheid.
Kweenie / Joke van Leeuwen.- Amsterdam : Querido, 2003.- ZPNR : ill.- ISBN: 90 451 0023 1 - 8+

woensdag 23 mei 2007

De droom van Vlerk Vos / Marc De Bel

Vlerk gaat samen mijn zijn zus Veertje een nachtje bij oma Griet logeren. Mama en papa vos gaan namelijk deze nacht met Barkas praten, een grote gevaarlijke hond die Veertjes en Vlerk's broertje gedood heeft. Een nachtje logeren bij oma Griet is echter niet zomaar "uit logeren" gaan! Vlerk ontdekt er een superknargekke schrijfmachine, een kruisboog en een bolle dromenspiegel... Vlerk's ouders vinden dat je met praten veel meer bereikt dan met terugvechten, en deze ideeën worden doorgezet in het boek. Ook bang zijn komt mooi aan bod, en de zo typische elementen die een Marc De Bel boek soms goed maken. Dit boek is gewoon een lekker wegleesboek met mooie ideeën over groot worden en samenleven.
Typisch, maar daarom zeker niet minder leuk, Marc De Bel boek, met fantasy-elementen. Het "dier" vos komt hier niet naar voor, maar dit boek heeft wel mooie ideeën. Echter: vossen leven in burchten, en ze moeten het opnemen tegen dieren (een hond in dit geval: Barkas - zijn naam alleen al laat vermoeden dat dit wezen niets goeds in zich heeft.). De Bel heeft getracht zich in de biologie van de vos in te leven, maar heeft zich van ogenkleur vergist volgens Wikipedia: volgens De Bel worden jonge vosjes geboren met blauwe ogen en worden ze bij het volwassen worden geel. Wipikedia vermeldt echter dat jonge vosjes inderdaad met blauwe oogjes geboren worden, maar ze worden bij het volwassen worden bruin. Dit gegeven wordt in dit boek uitgewerkt naar het "groot worden". Gele ogen betekent dus dat Vlerk groot geworden is. Vlerk controleert dit maar al te gretig, hij houdt niet van kinderachtige spelletjes, en is dol op aardbeien.
De droom van Vlerk Vos / Marc De Bel, Mie Buur ; met illustraties van Jan Bosschaert.- 5e druk.- Leuven : Davidsfonds/Infodok, 1999.- 110p.: ill.- ISBN: 90- 6565-905-6

dinsdag 22 mei 2007

Arend / Stefan Brijs

Anna is als vijftienjarige door haar vader meerdere malen verkracht. Haar ontwikkeling is daardoor op haar negentiende nog niet wat ze zijn moet: Anna is plat. Overal. Plotseling krijgt ze toch het verlangen naar een kind, en ze besluit een beroep te doen op een spermabank. Zij zullen haar wel kunnen helpen met haar meisjeswens. Niet dus. Niemand kan haar garanderen dat ze, wanneer ze zwanger is, een meisje zal krijgen. In haar hoofd groeit echter het idee, en ook de kinderkamer is ingericht als meisjeskamer. Haar dochter zal Hanne heten. Maar Anna krijgt een jongen… Hij groeide in de baarmoeder al buitensporig “Drie weken na zijn verwekking mat hij al zes centimeter.” Arend had nooit mogen geboren worden. Je krijgt als lezer onmiddellijk door dat hij niet gewenst is. Het denken van dit embryo is ietwat ongeloofwaardig. Dit hoort eerder thuis in een grappig boekje “hoe vind ik mijn ouders, en zij mij?” “Hij nam zich voor zo hard te blijven groeien zodat hij nooit op een natuurlijke manier ter wereld zou kunnen komen.” Ook wanneer de zwangerschap vordert, “verveelt” Arend zich, en speelt hij wat met de navelstreng, die hij uitrekt, en om zijn hals draait. Anna is tonrond, en heeft op het einde van haar zwangerschap zelfs hulp nodig om haar onderkant te wassen.
Wanneer “Hanne” “Arend” blijkt, en bovendien veel te groot is, is het hek van de dam, zij het erg subtiel. Arend voelt (Dat is wel geloofwaardig) dat hij niet gewenst is. “Hij verheft het huilen tot een kunst.” (En drijft zijn moeder tot wanhoop, evenals de andere flatbewoners.) Tot Anna het moe is, en hem onder zijn armen uit het raam hangt tijdens een regenbui. Nu stopt Arend, en spreidt zijn armen. Als baby wil hij reeds vliegen. Arend is bezeten van alles wat vliegt, vleugels heeft. Bij een ongeluk in zijn babypark (zijn moeder laat hem hele dagen alleen, ze kan de zorg voor “de zoon die zo hard op haar vader lijkt” niet aan. Soms ziet ze haar vader dan ook weer voor zich.), loopt hij een beperking aan zijn linkerbeen op. Door zijn omvang gaat Arend hoe langer hoe schever groeien, en voor zijn moeder kan hij al die tijd niets goed doen, en krijgt hij meer slaag dan eten. Toch is dit gegeven zeer subtiel weergegeven, deels bekeken door de ogen van Arend, die toch een wat vreemde jongen zal worden, je zou voor minder, zonder impulsen. Alles wat Arend doet, wordt door zijn moeder beloond met vloeken en slaan. Op de duur merkt de lezer dat Arend heel erg bang voor haar wordt, als hij wat ouder wordt. Als baby laat ze hem onverschillig.
Dit is een heerlijk boek. Perfect gedoseerd, en nooit belust op sensatie. Je krijgt eerder ongelofelijk medelijden met de mensen uit dit boek. Met Anna, met Arend, die er niets aan kan doen dat hij geboren is, en met Hans, de bovenbuur, die Arend toch een beetje liefde wil geven, waar Arend zo naar verlangt, hoewel hij het niet kan zeggen. Op school is hij een nul, de kleuterschool zegt hem niets. Zijn ma zegt dat hij dom is. Gelukkig heeft Arend zijn vleugelverzameling, waarvan hij bezeten is. Wanneer het boek toch ietwat sensationeel zou KUNNEN worden, wordt dit op een heel natuurlijke manier de kop ingedrukt, en begint een volgende fase in het leven van Arend. ! “Arend fogel stukgedaan…” (De vogel is dood, en dat is aan Arend te danken, dat is zo) “Anna en Nelly’s stemmen klinken hysterisch (na de dood van Arend’s grootvader, het is Anna’s vader zijn wens om zijn kleinzoon voor zijn dood toch één maal te mogen zien.) Of nog: nooit heeft Arend zich zo licht gevoeld… Waarmee het boek eindigt… Ook de pesterijen waarmee de mismaakte Arend af te rekenen krijgt, worden nooit heel erg expliciet, en geweld is daardoor nooit een “gratis element” in het boek. Ik zei het al, een heerlijk, nooit vrijblijvend boek.
Arend / Stefan Brijs.- Amsterdam : Atlas, 2000.- 270p.- ISBN 90 450 0280 9 - 16+

maandag 21 mei 2007

Alle verhalen van Kikker en Pad / Arnold Lobel

Heerlijk boek om bij te gaan slapen. Verhaaltjes met dieren in de hoofdrol, maar wel dieren met héél menselijke trekjes. Pad droomt dat hij de "grote Pad" is, maar voelt zich toch wel erg alleen zonder Kikker, of ze griezelen samen, met een verhaal dat Kikker vertelt over de grote boze kikker, of nog: lijstjes maken met wat je vandaag allemaal moet doen. Maar wat doe je als dat lijstje wordt weggeblazen door de wind? Mooi!

Alle verhalen van Kikker en Pad / Arnold Lobel ; vertaald door Ed Leeflang, A.G. van Melle en W.G. van Melle-Meijer, Ank van Wijngaarden.- 5e druk.- Amsterdam : Ploegsma, 2005.- Oorspr. titels: Frog and Toad are friends, Frog and Toad together, Frog and Toad all year, Days with Frog and Toad.- Bevat: Lente ; Morgen ; Om de hoek ea.- ISBN: 90 216 1938 5 - 5+

zondag 20 mei 2007

De GVR / Roald Dahl

De GVR galoppeert elke avond door de straten van vrijwel alle landen, opzoek naar kinderen die slapen, waar hij dromen bij naar binnen blaast, zodat ze mooie dromen hebben. Sofie ziet de GVR op een avond, en dat mocht niet. Iedereen zou opzoek willen gaan naar de reuzen, of denken dat Sofie gek was. Dus neemt de GVR Sofie mee naar reuzenland...Ach, wat een boek is dit. De GVR heeft een zalig taaltje (de arme Nederlandse student of Vlaamse student die Engels moet leren, en dit boek in het Engels achter de kiezen moet stoppen...:s:)), en bovenal, hij is lief. Maar hij is nooit melig. Hij drinkt Fropskottel, laat flitspoppers, en is de kleinste van de negen reuzen die in Reuzenland rondhossen. En hij eet geen mensen... De andere reuzen vinden hem maar niks. Hij is een puddingbroodje, of een pietepeutertje. Ach, gewoon lezen, dit boek, indien je dit nog niet deed!
De GVR / Roald Dahl ; illustraties Quentin Blake ; vertaald door Huberte Vriesendorp.- Baarn : De Fontein, 1983.- 28e druk, 1997.- 212p : ill. .- Oorspr. titel: The BFG.- ISBN: 90-261-1275-0

vrijdag 18 mei 2007

Scandinavië en tristesse

Gisteren. Mijn ma en ik zijn een avondje alleen thuis. Het is later op de avond, en we besluiten dan we nog geen zin hebben in slapen. We zappen een beetje, en zo komen we terecht op Nederland 3. We belanden (nostalgie!) midden in een documentaire over ABBA, de ongemeen populaire Zweedse popgroep van weleer. (Aaaah, heerlijk, eigenlijk, als ik eerlijk ben). We begrijpen het opzet niet zo, misschien omdat we middenin de documentaire zijn belandt. Mensen die de musical "Mama Mia!" speelden, gaan blijkbaar na welke nummers van Abba nu nog steeds een hit zouden kunnen worden. (Dat is fijn, hoor, te merken dat al hun liedjes nu nog zouden aanslaan, en dat werkelijk iedereen "Dancing Queen" kent, zo blijkt. (De top 20 heeft een bedroevende nummer één, namelijk "Mama Mia!" zelf, waar ik totaal niet aan zou gedacht hebben. Eerder "Fernando" ofzo. Maar goed. Ook in de documentaire: "Abba heeft in elk liedje wel een soort tristesse zitten, die eigen is aan ELKE Scandinaaf, zeggen ze in de documentaire. Nu, ik geloof inderdaad dat dat klopt. Ik merk dat ook wanneer ik Scandinavische boeken voor kinderen of jongeren lees, of boeken van de Noorse Karin Fossum. Als voorbeeld neem ik "Luisje en de ijsprinses" van Kerstin Gavander, een Zweedse schrijfster, die met haar boek 9-12 jarigen wil aanspreken. Veel van de Nederlandse of Vlaamse auteurs die voor deze leeftijd schrijven, willen vaak OF erg trieste boeken schrijven, of heel vrolijke. Bij Scandinaven, merk ik (cf ook de boeken van Per Nilsson voor jongeren), is dit gegeven ALTIJD netjes gedoseert. Mensen zijn echte karakters, zoals je ze zou kunnen tegenkomen in je eigen leven, en zo hoort het ook. Mensen zijn nooit alleen maar vrolijk of triest, ze zijn veelzijdig, zo ook met Scandinaven.

donderdag 17 mei 2007

Met huid en haar / Marita De Sterck

De ouders van Joppe gaan een weekje op vakantie. Joppes overgrootvader (jawel, de grootvader van zijn vader) over een halfjaar honderd, heeft een verkoudheid. Joppe werkt voor school, en gaat met zijn klas en de rest van de school een vredesbetoging doen, met een "auditief bombardement". Plannen, samen met Tobias en Alya, die ook tijd vraagt. Maar dan wordt Tist echt ziek, en zit Joppe aan hem gebonden. Hij zorgt voor hem, en blijft 's nachts zelfs bij hem slapen. En Tist vertelt... Over vroeger, maar hetgeen echt verteld moet worden, komt wel heel erg laat...
Pracht van een boek, het gaat heel erg diep, en daar moet je echt wel voor zijn. Het verbloemd niks, het is echt.

Met huid en haar / Marita De Sterck.- Amsterdam : Querido, 2003.- 232p.- ISBN: 90-451-0147-5

dinsdag 15 mei 2007

Dimitri Verhulst en 4FM

Op 4FM speelt sinds een paar dagen(??) de "Top800 van de jaren '80" (aah! Nostalgie! Nostalgie!). Op mijn werk heb ik enkel een radio met zo'n draairadje om de zender naar keuze te vinden. *ramp!* (Maar goed, verder vind ik dat niet zo erg hoor). V. kwam gisteren thuis en zei dat de "TOP800 van de jaren 80" erg goeie muziek biedt. Goed, fijn, denk ik vandaag, laat ik maar eens opzoek gaan, het is intussen 8.15 uur. Dus ik ga opzoek van bij VRT Radio 1, naar 4FM. Ik vind er niks van terug, ik ben enkel blij dat ik een - letterlijk - "richtlijntje" heb om radio 1 toch tenminste terug te vinden. Ondertussen is het 9 uur, en kondigt Friedl Lesage zowaar Dimitri Verhulst (ja, die van De Helaasheid der dingen, onderandere). Ik laat 4FM maar voor wat het is, en graag ook.

donderdag 12 juli 2007
In "Cabrio" vandaag op Radio 1 kondigt Barbara Rottiers "Califoria Blue" van Roy Orbison af. Ze zegt dat iedereen die "De helaasheid der dingen" van Dimitri Verhulst heeft gelezen, nu een ietsje anders naar Roy Orbison gaat luisteren, of luistert. En of ze gelijk heeft!

Over "Arend" van Stefan Brijs

Ik had al een tijdje geen zin meer om te lezen. Ik wilde een klein beetje rust, denk ik, na een tijd lijsten te lezen. Ik heb een paar boeken met comissaris Van In, van Pieter Aspe - voor de "ste" keer achter de kiezen. Ik geloof dat ik tweeënhalf boek gelezen heb. Toen was ik het beu, maar ik vond ze nog steeds leuk weglezen. Niet meer, maar zeker ook niet minder, goeie personages, en in de eerste boeken, goede verhalen met een goede plot. De laatste boeken ontbreekt een goeie plot wel eens. Maar goed. Daarna lees ik anderhalf "Harry Potter" boek - ook voor de "ste" keer uit. Boek drie laat ik op een kwart van het einde voor wat het is, en ik word een beetje triest: "Wat moet ik nu lezen? Waar heb ik zin in?" Tijdens de laatste leesdip (ook van een paar weken VOOR het einde van de verplichte lijsten) dacht ik: "Heb ik zin in "Lucas" van Kevin Brooks? Niet echt, maar ik begin er toch maar aan. en *hoera!* het boek is prachtig bevonden. Aah, wat een boek. Mijn "eeuwige lijstje" neemt vorm aan, geloof ik. Maar, de afgelopen dagen dus, wist ik het niet goed meer. Mijn bibliotheek opgeruimd en grondig schoongemaakt, na een hele maand droogte en dus open ramen en dus stof allerhande. *eigenlijk heel erg bah!* Ik besluit dat ik mezelf de volgende maanden (of weken, wie zal het zeggen?) ga trakteren op een "verhaaltje voor het slapengaan". Neem het gerust letterlijk, ik snuister met graagte in de sprookjesboeken die mijn kast sieren. (En ja, meestal gaat het om de klassieke sprookjes, die eigenlijk in geen enkele kinderkamer zouden mogen ontbreken) De laatste dagen las ik voor mezelf al "Hans en Grietje" (een versie uit het sprookjesboek van Henri Van Daele, en de versie uit "De sprookjes van de Efteling"), en gisteren was "De zes Dienaren" uit hetzelfde boek aan de beurt.
Sinds twee dagen zit er *gelukkig!* een parel van een boek in mijn tas opweg naar het werk, en weer terug naar huis: "Arend" van Stefan Brijs. Wat een heerlijk boek is dat! Met niet veel zin in het boek begonnen, maar het lijkt net als "Lucas" (die twee hebben NIETS met elkaar gemeen!) een prachtig geheel te gaan vormen.

maandag 14 mei 2007

Olek schoot een beer: een totaalplaatje

"Olek schoot een beer" is een verhaal op muziek. Over Olek, die het woud intrekt. Hij verlaat zijn ouders, en van hen heeft hij geleerd: doe wat je kunt. En dat doet hij dan ook. Hij helpt kleine jongetjes hun veters opnieuw te binden, konijnen uit stroppen te bevrijden, dat is allemaal belachelijk gemakkelijk, als je het vergelijkt met het schieten van een beer. Ook bevrijdt hij, of dat wil hij tenminste, een vogel. Deze vogel echter, kan, ondanks een lamme vleugel en veel lawaai (ze koert als een hele til), zelf omhoog komen, en ze vliegt weg. Toch laat ze voor Olek iets achter: een rode veer, die hij moet gebruiken wanneer hij in groot gevaar verkeert. Voor jongens als Olek, moet gezorgd worden.Prachtig boek, waarbij de muziek, de tekst, én het beeld een perfect geheel vormen. Al maakt de begeleidende cd bij het boek het lezen meteen veel makkelijker, zonder dat het daardoor afstompend werkt. Moeyaert vult de leeservaring aan. Je krijgt er andere inzichten door, en de muziek past perfect. De tekeningen zijn groot(s). Soms houtskool, soms verf. Soms deden de prenten me denken aan een collage. De duivel, die in de helft van het boek zijn intrede doet, is op een prachtige manier spuuglelijk. Olek staat voor de poort van de hel, en dat merk je: het water is zwart, de vissen laten hun buik zien (en dit is mooi gezegd, het is heel anders dan zomaar zeggen: “er drijven dode vissen op het water”.) en het stinkt. HOE de stank is, dat moet de lezer zelf uitmaken, de suggesties in dit boek zijn er in overvloed, al vult de muziek, wanneer je dit boek samen met de cd leest, hetgeen perfect lukt, dit af en toe voor je in. Het boek heeft een happy- end, en misschien heeft de lezer door dat hij eigenlijk een sprookje zit te lezen, toch heeft het niet het klassieke “en ze leefden nog lang en gelukkig”. Het verhaal doet, wanneer Olek bij de poort van de hel belandt, en hij dertien stenen beelden ziet van stoere krijgers, denken aan een versie van het sprookje van “Hans en Grietje”. Daarin heeft de heks in haar tuin levensgrote speculazen poppen staan. Wanneer Hans en Grietje de heks doden in haar oven, komen deze poppen tot leven. Dit is bij Olek in zekere zin net zo. De duivel jent Olek eerst: Hij is dapper, maar wat komt hij eigenlijk doen? Hij heeft een jongetje met zijn veter geholpen, en een konijn uit een strop bevrijdt, een meisje met haar emmer geholpen, maar waar was de duivel, en hoe deed Olek dat allemaal? Dan komt de rode vogelveer op de proppen, en de duivel schrikt enorm. Hij valt, en zijn drietand passeert hem een aantal keer. De stenen beelden worden op slag 12 stoere mannen. Het bezorgde meisje echter, loopt met Olek mee naar huis. Hij geeft haar een kus. Maar ze moeten nog oefenen. Dit einde geeft meteen een heel andere demensie dan: “en ze leefden nog lang en gelukkig.” Hier wordt de suggestie gewekt dat het allemaal niet altijd rozengeur en manenschijn zal zijn. Het stuk waarin Olek verstopt zit onder de rokken van de twaalf meisjes is enigszins storend, vond ik: haast bij ALLES wat Olek tegen de meisjes zegt “Wat een triest liedje, “wat een akelig liedje”… komt als antwoord: “Dat zeg jij.”. Ik weet niet of dat wel anderhalve bladzijde lang zo hoeft. Natuurlijk, in dit boek komt niets gezocht over, maar toch. Maar voor het overige: een prachtig boek dat zowel in taal, tekst, beeld en muziek perfect klopt.De voorstelling – de tournee, die bij het boek hoort, is kort. Ze is kort, maar goed. Al vond ik het boek, mét bijbehorende tekeningen, én de cd minstens even goed samengaan. Natuurlijk was het vanmiddag zo: Wanneer je op de tweede rij vooraan zit, kijkt Bart Moeyaert je in je ogen. Dan kun je terugkijken. Of je kunt naar de muzikanten kijken. Dat doe ik ook graag. Om te kijken naar hun vingers. Of naar hoe ze voor hun instrumenten zorgen. Of hoe ze met elkaar omgaan. De dia’s die geprojecteerd werden, stelden niet zoveel voor, vond ik. Wel ok, maar als je toch volledig wilde zijn: waarom werden er dan geen tekeningen uit het boek geprojecteerd? Het liedje dat VOOR de voorstelling gezongen werd, over de meisjes die zingen dat ze restjes zijn, was mooi, erg mooi. Mooi omdat de tekst die Bart Moeyaert verteld, over restjes zijn, nu muziek worden, en een stem. Mooie voorstelling, zonder meer. Gelukkig maakt het geheel dat het boek en de muziek vormen, alles goed.
Olek schoot een beer /Bart Moeyaert ; illustraties Wolf Erlbruch.- Amsterdam : Querido, 2006.- 32 p.: ill.- + CD.- ISBN: 90 4510330 3 - 12+

zondag 13 mei 2007

Huilen naar de maan / Gerda Van Erkel

Wanneer Dehlia Luna ontmoet, is Luna helemaal verwilderd. Ze leeft immers al een aantal jaren ver weg van mensen in het dorp, en mensen in het algemeen, samen met de honden Mucha, Tako en Tauro. Dehlia probeert het meisje terug "mens" te laten zijn. Luna is acht. Wat is er met haar allemaal gebeurd?
Heel aangrijpend, knap verteld, zonder een spoor van sentiment of tranentrekkerij.
Voor wie een boek over een ECHT wolfskind wil lezen, en daar tot in de topjes van zijn teentjes of vingertjes van wil genieten. Héérlijk boek, waarbij de Disney-versie van het Junglebook in het niets opgaat.... Wat een boek zeg.Oh, en misschien even vragen: ben ik nou echt zo'n superfreak, of hebben er nog mensen die ervaring: wanneer ik een echt fantastisch goed boek lees, zou ik dat in twee dagen kunnen uitlezen, zonder ook maar aan eten (zelfs geen boterhammen met choco!:-)) te HOEVEN denken. Alleen van tijd tot tijd een kop thee of koffie naast me, en dan maar lezen... Heerlijk!
Huilen naar de maan / Gerda Van Erkel.- Leuven: Davidsfonds/Infodok, 2004.- 267p.-
ISBN: 90-5908-117-X

**-**-
Dit is een artikel dat ik na het lezen van "Huilen naar de maan" terugvond in De Morgen:
zevenjarig jongetje werd grootgebracht door een hond door The Independent
publicatiedatum : 05-08-2004
Algemeen

'Jungle Book' op z'n Siberisch
In Siberië is een zevenjarige jongen ontdekt die 'opgevoed' werd door een hond. Het kind kon enkele weken nadat hij gevonden werd al rechtop lopen en eten met een lepel. Eva Dierckx, assistente psychologie aan de VUB, zegt dat dit geen unicum is. 'In de wetenschap zijn honderden van dergelijke gevallen bekend.'
Brussel
Van onze medewerker
Bart Vermijlen
Andrei Tolstyk leefde tot hij zeven was samen met een hond in een afgelegen gebied in Siberië. Het 'wolfskind' werd gevonden door sociale werkers in het dorpje Bespalovskoya. Ze gingen op zoek naar de jongen omdat hij na jaren nog steeds niet ingeschreven was in de lagere school.
Andrei werd geboren met spraak- en gehoorproblemen. Toen hij drie maanden oud was, werd hij verlaten door zijn moeder. Zijn lot lag vanaf dan in de handen van zijn aan alcohol verslaafde en gehandicapte vader. Blijkbaar heeft ook hij het kind achtergelaten. Andrei had toen enkel nog het gezelschap van de waakhond, die hem heeft helpen opgroeien en overleven. Het gehucht waar de jongen woonde, was immers zodanig afgelegen dat het de andere bewoners nooit was opgevallen dat de ouders afwezig waren.
Toen Andrei werd gevonden en overgebracht naar een tehuis, was de jongen bijzonder bang van andere mensen, reageerde hij agressief en snuffelde hij aan het voedsel dat hem voorgezet werd. Het personeel kon na verloop van tijd toch met hem communiceren via eenvoudige gebarentaal. Met resultaat, want twee weken later slaagde hij er al in om rechtop te lopen, te eten met een lepel, zijn eigen bed op te maken en met een bal te spelen.
Zogenaamde wolfskinderen zijn geen nieuw fenomeen. Denk maar aan Romulus en Remus in het oude Rome, die volgens de overlevering werden opgevoed door een wolvin. Wolfskinderen zijn ook vaak een onderwerp geweest voor schrijvers en andere kunstenaars. De bekendste fictieve wolfskinderen zijn Tarzan, die volgens het verhaal groot werd in het gezelschap van apen, en Mowgli uit Kiplings Jungle Book. Maar de term 'wolfskind' wordt in de wetenschap niet enkel gebruikt voor kinderen die grootgebracht werden door wolven of andere dieren. Men bedoelt er ook kinderen mee die alleen, zonder hulp van wie of wat dan ook, in de natuur zijn opgegroeid. En kinderen die lange tijd binnen hun gezin sociaal geïsoleerd leefden, worden eveneens als wolfskinderen bestempeld.
Het beroemdste kind dat zonder andere mensen of dieren opgroeide is zonder twijfel Victor, de Franse jongen die in januari 1800 in Saint-Sernin sur Rance gevangen werd genomen. Hij kreeg de naam Victor naar een beroemd toneelstuk uit die tijd. Ene dokter Itard wilde hem leren spreken maar is daar nooit in geslaagd. Het tot nu toe bekendste voorbeeld van een door dieren opgevoed kind is Oxana Malaya. Zij werd in 1991 in Oekraïne aangetroffen. Oxana had vanaf haar drie tot acht jaar bijna constant in een hondenkennel achterin de tuin geleefd, omdat haar ouders haar verwaarloosden. Ze overleefde de vijf jaar tussen de honden en verblijft momenteel in een tehuis voor mentaal gehandicapten. Men is er nooit in geslaagd om haar complexere sociale vaardigheden bij te brengen.
Het meest ophefmakende voorbeeld van een sociaal geïsoleerd wolfskind is ongetwijfeld 'Genie'. Men ontdekte haar in 1970, toen ze dertien was. Ruim tien jaar lang werd ze op een stoel (overdag), en op de grond in een slaapzak ('s nachts) vastgebonden. Wetenschappers slaagden erin om haar veel aan te leren, inclusief complexe wiskundige structuren, maar haar taalvaardigheden bijbrengen lukte nooit. Op dit moment leeft ze onder begeleiding in een home in Californië.
De wetenschappelijke wereld is altijd gefascineerd geweest door wolfskinderen. Eva Dierckx, assistente aan de VUB op de dienst ontwikkelings- en levenslooppsychologie (ONLE), is ervan overtuigd dat wolfskinderen achteraf nooit meer volledig kunnen gerehabiliteerd worden in de maatschappij. "Het is onmogelijk om de mankementen te herstellen en er normale mensen van te maken. Als mensen niet in een sociale, menselijke omgeving zitten tijdens de eerste drie jaren van hun leven, kan taal nooit meer tot ontwikkeling komen. Zelfs mensen die bijvoorbeeld tussen de leeftijd van dertien en achttien jaar sociaal geïsoleerd worden hebben achteraf bijna geen kans meer om nog normaal te kunnen communiceren door middel van taal."
Het wetenschappelijke onderzoek rond wolfskinderen heeft ook een maatschappelijke relevantie. Zo weet men dat het bijzonder belangrijk is om sociale problemen binnen een gezin vroeg op te sporen. Dierckx: "We moeten opletten dat kinderen niet emotioneel of sociaal achtergesteld worden. Eenmaal de schade er is, valt ze nog moeilijk te repareren. Dit is zeker belangrijk voor jeugdinstellingen en weeshuizen. Men moet er bijvoorbeeld op letten dat de kinderen kost wat kost voldoende sociale contact blijven hebben met begeleiders en anderen." Volgens de psychologe zijn er in Belgie geen gevallen van wolfskinderen bekend. (De Morgen)

Boekenfestijn!

... In Antwerpen, dit weekend. Ik koester al een aantal jaar op rij geen grote verwachtingen meer, wanneer ik het Boekenfestijn bezoek. Ook nu niet. De tafels waarop de boeken liggen uitgestald, en waar je af en toe iets heel fijns tussen vindt - de mensen die je met die afschuwelijke "trolley's" zoals dat heet, bijna onder de voet lopen, mensen die (sommigen verdenk ik daar toch van) nog nooit een boek van dichtbij zagen. Maar goed. *zucht* en je loopt verder. Wat vind ik? Klein verhaal van de nacht van Paul Verrept, *hoera!*, "Schijnbewegingen" van Floortje Zwigtman, in een nieuwe uitgave nog wel. Om de ene of de andere reden had ik nooit zin in Zwigtman, maar toch. "Bij Mol thuis", een kerstverhaal uit "De wind in de wilgen" van Kenneth Grahame. *hoera!*, en ik heb nog een boek bij van Karin Fossum, waar ik wel naar uit kijk om erin te beginnen, en "Pieter Bas" van Godfried Bomans. Andere boeken die ik in mijn "pollen" had, maar die ik heel flink, omdat ik toch niet 100% overtuigd was, heb teruggelegd? "Wij, twee jongens" van Aline Sax (sorry Aline!), "Vuistrecht" van Rudi Hermans (Sorry Rudi!), en het eerste boek van Mijnheertje Kokhals heb ik ook gelaten voor wat het was. Wel nog in de tas naar huis? "Kies mij!" van Dirk Weber, en "Zomerzeer" van Hilde Hagerup.
Het is intussen middag, en ik besluit dat ik er genoeg van heb. Ik moet nog een paar boekencadeautjes kopen. (Waarschijnlijk bekijken veel mensen mij nu erg vreemd aan, maar ze doen maar). Ik besluit om eerst mijn buit thuis af te leveren, en dan terug naar het winkelcentrum in de buurt te rijden. Pff, ik loop een Standaardboekhandel binnen, omdat ik geen zin heb om nog helemaal naar de Fnac te rijden, maar ik vind alweer niets van wat ik zoek. (Niets vragen, de mensen voor wie de cadeautjes bedoeld zijn, weten niets...:-)) . Dan zal de rest voor "avonden na het werken" zijn. Wat vind ik wel? "De kamer hiernaast", een boek van Dimitri Verhulst dat ik tot hiertoe nergens kon vinden. Toch blij. Want na "De helaasheid der dingen" wil ik meer, en heb ik meer. En graag ook. Net zoals zijn stukken die hij voor "De Morgen" schrijft. Soms heel mooi, soms erg hard.

vrijdag 11 mei 2007

Hoe Mieke Mom haar maffe moeder vindt / G. Kuijer ; M. Post

Ik kende Mance Post voorheen enkel van haar linosneden die ze maakt bij oa "Misschien wisten zij alles", het boek dat ook wel eens de "Tellegenbijbel" genoemd wordt. En die lino's, gezegd en gezwegen, ik heb het er niet zo voor. Maar de tekeningen die Mance Post maakte voor "Hoe Mieke Mom haar maffe moeder vindt" en de "Madelief" boeken van Guus Kuijer, die vind ik heel mooi. Ze zijn lief, maar niet op een rozige strikkenmanier. (Wie zei ooit een keer dat zij (het was een zij, dat weet ik zeker) het niet heeft voor strikjes en rokjes en schoentjes?) En dat treft voor dit verhaal, want ik vind het er helemaal "over" gaan. De achterflap van dit boek verteld dat Mieke Mom een meisje is, en dat de volwassenen haar een "moeilijk opvoedbaar meisje" vinden. Maar wat Mieke Mom van de volwassenen vindt, wordt nooit gevraagd. Dus ik blij, want voor zulke boeken heb ik het wel. Het respect voor het kind, weet je wel. Maar dit boek is me echt een karikatuur, en helemaal heel erg overdreven in hetgeen de volwassenen doen, het wordt allemaal een ietsje te expleciet, voor mij. De juf in school bijvoorbeeld, heeft helemaal niks op met kinderen, en voor haar zijn zij nummers. Die juf deed me een beetje denken aan de Bulstronk in "Matilda" van Roald Dahl, en in dat boek werkt dat wel helemaal goed, dat kindertjes kleine onderkruipseltjes zijn in de ogen van sommige volwassenen. Maar in "Mieke Mom" vindt zowat iedereen dat, en als Mieke Mom later haar ma blijkt terug te vinden (is dat echt haar ma? Het ergerde me eigenlijk zodanig, dat het mij niet echt meer iets kon schelen) in een psychiatrisch ziekenhuis, met alle gevolgen vandien (ook weer niet te hard naar problemen zoeken hoor - dat is een plusje, dat je de problemen die Mieke Mom misschien wel heeft, niet echt ziet - maar dit komt alleen uit de verf dan weer - door het overdreven slechtmaken van volwassenen. Mja, vreemd boek.
Hoe Mieke Mom haar maffe moeder vindt / Guus Kuijer ; met illustraties van Mance Post.- 9e druk.- Amsterdam : Querido, 2000.- 96p.: ill.- ISBN 90 214 3288 9

donderdag 10 mei 2007

Egel Snuit / Patricia De Landtsheer ; Ann De Bode

Egel Snuit loopt samen met Moe en zijn kleine broertje egel Snoet, door het bos. Maar Egel Snuit wordt moe, en zijn pootjes doen pijn. Dus moet hij die tegen elkaar wrijven om de pijn weg te nemen. Maar plots zijn zijn moeder en broertje weg... Wat nu?

Wat je te lezen krijgt is een redelijk simpel verhaaltje, dat op mij een beetje een lachwekkende uitwerking had. Wat Egel Snuit tegenkomt, is redelijk gewoon, voor een verloren gelopen egel, maar hoe dit is uitgewerkt is dat aboluut niet, en doet eerder denken aan een sprookje. Natuurlijk is het een verhaal en geen sprookje. Hij maakt kennis met een kabouter bij de vijver, die van steen is. (Een tuinkabouter dus). Egel Snuit en de kabouter kunnen met elkaar praten. Egel Snuit vindt de kabouter sympathiek. Dan trekt hij verder opzoek naar zijn familie, vanuit zijn holletje onder het tuinhuis. Hij maakt kennis met Willie Wolk, en vliegt met haar mee, op haar rug. Dat vindt Egel snuit maar niets, maar hij dankt de wolk toch, die "terug naar mama moet, anders wordt zij ongerust". Een slak die Prit heet, en met Egel Snuit wil zwemmen, en Egel Snuit die daarvoor zijn stekeljasje uittrekt. Dat is hij wanneer hij uit het water komt, kwijt en hij voelt zich heel bloot. (????????). Op het laatst vindt hij, dankzij zijn mama en wanneer alles weer goed is, terug. Egel Snuit heeft daar trouwens wat op gevonden, en hij trekt een krant om zich heen.
Hij leert kippen kennen, waarvan een kip Kippie heet.
Zelfs het mannetje uit de maan (Slapie) heeft een rol, en Snuit vliegt ook weer met hem mee.
Enzovoorts.
Simpel verhaaltje, waarschijnlijk wel ok voor de oudste kleuters, maar waarschijnlijk niet meer zo geschikt voor zeven tot negenjarigen, waarvoor het volgens de uitgeverij bedoeld wordt. Jammer.
Egel Snuit / Patricia De Landtsheer ; illustraties Ann De Bode.- Wielsbeke: De Eenhoorn, 2002.- 80p : ill.- ISBN: 90 5838 155 2

woensdag 9 mei 2007

Astrid Lindgren, een herinnering / Rita Verschuur.

Zeer warm boek, over een toch wel koppige schrijfster, denk ik, die wist wat ze wou, en altijd partij heeft gekozen voor het kind. Dat heeft ze ook tot het einde van haar leven uitgedragen. Rita Verschuur tekende haar herinneringen aan een "mooie oude vrouw" erg mooi op, het boek is zeker een aanrader! Het leest ook heel vlot.
Oh, en dat van "die mooie oude vrouw" slaat op Astrid, wat mij betreft, ik heb haar ECHT altijd qua uiterlijk, een mooie vrouw gevonden. Heb onlangs pas (sorry mensen, moet er dringend verandering in brengen, ik weet het!) een eerste boek van haar ("De gebroeders Leeuwenhart" gelezen, en ik vind het een prachtboek! Hoewel dat boek blijkbaar nogal wat kritiek kreeg te slikken... (Hmm, dankzij het boek van Verschuur, zal ik vermoedelijk "De gebroeders Leeuwenhart" heel anders gaan lezen, want wat geschreven wordt in "Een herinnering", was me helemaal nog niet opgevallen bij "Leeuwenhart".

Beestig peterschap

Het is er! Het is er! Ik ben op 1 mei meter geworden van een das in Planckendael! En dus ging ik de voorbije weken al naarstig opzoek naar (kinder)boeken met verhalen rond de das. Wat is dat toch? Een bibcatalogus heeft toch verschillende ingangen? (waaronder "titel", waar ik netjes Das* intikte om zo alle titels met das erin te zien te krijgen.) Niets. Trefwoord: 6 tot 9 treffers. Thema: 6 tot 9 treffers. Dus ging ik op het net kijken: "Kinderboeken, Das (dieren)". Meteen krijg ik titels die ik om mijn das te verwelkomen, kan gebruiken. Nu alleen nog eens tijd vinden om dat lijstje (samen met mij:-)) eens in de bib te krijgen.