Sprookje over de natuur, die verpest dreigt te worden in Groendorp... Dat laten de Groendorpers natuurlijk niet zomaar gebeuren...
Dit vind ik nu echt nog eens een boek van alle tijden. Het is opgedeeld in twee stukken, wanneer het verhaal door "De oude Wijze" verteld wordt, en daarna. Het heeft hele mooie prenten, waar ik het helemaal voor heb. Net zoals voor de andere tekeningen die Bosschaert maakte in de (oude) drukken van de boeken van Marc De Bel. Nu zien de boeken er allemaal hetzelfde uit, en vind ik de tekeningen echt niks meer. En dat is jammer...
De monsters van Frankenzwein/Marc De Bel ; met illustraties van Jan Bosschaert.- 3e druk.- Leuven: Davidsfonds/infodok, 1998.- 148p.: ill.- ISBN: 90-6565-726-6
maandag 23 juli 2007
Boekje: De Zoölogie, het gebrul van een stad
Zoölogie, het gebrul van een stad, vrijdag 20 juli 2007 in de ZOO
De avond valt in de Antwerpse Zoo. Maar zolang het licht blijft, kun je helemaal tot achteraan de tropische serre voor je kijken. Door het raam zie je de planten, en wanneer je omhoog kijkt, naar de balustrade, zie je een duivenpaartje op het balkon. Achter je maken de flamingo’s kabaal. En op de banken zitten wij. We kijken. Naar wat Johan Petit en de zijnen uit hun hoed toveren. Johan Petit en de zijnen, dat is het Martha!tentatief. Al tijden kijk ik uit naar wat zij in de zoo doen. En deze zomer kwam het er eindelijk van. Ik kende – wat zij "hun hit, maar het is nog geen hit, kunnen jullie niet naar de VRT schrijven, bellen, mailen, dat ze onze hit draaien?" – noemen - enkel van Radio 1, waar het liedje over "de zoölogie", weleens achter een "natuurpraatje" werd geplakt. En bij de voorstelling van "O dierbaar Antwerpen", waar deze voorstelling – voor de laatste keer – in past. Petit begint bovenop het balkon, waar je hem bijna niet kunt zien, om daarna naar beneden te komen. Hij vertelt. Hij vertelt wat bezoekers, dierenverzorgers, zoo-gidsen en abonnees van de Zoo, hem vertellen. Het levert een héérlijke avond op. Tussendoor worden liedjes gezongen, en wordt het zielenleven van zijn muzikanten zowaar blootgelegd… Wanneer de vissenverzorger Wilfried Van der Elst aan de beurt is, worden bellen geblazen, en er wordt verteld dat Van der Elst ne vis eigenlijk een heel compleet dier vindt. Over "papa pinguïn" wordt verteld dat hij tegen zijn dieren praatte. Dit alles op zo’n authentieke manier, dat je niet anders kan dan af en toe van harte lachen. Of glimlachen. Versteld staan om het talent van Petit om ergens over te beginnen, een heel andere kant op te gaan, om zo toch weer, als een kat, op de pootjes te belanden. Over de Lapland Sneeuwuil, die niet graag in de Zoo is, omdat hij daar niet kan vliegen, "mijn kot is te klein." "Ik ben tegen den draad gevlogen en ‘k hem koppijn". De lapland Sneeuwuil die jaloers is op zijn schoonbroer, die in Planckendael woont. "Die heeft een bubbelbad en ne ferrari. "En ik ben hier nie graag." "Mijn vrouw heeft hare midlifecrisis." Je aanhoort het "griezelige leven van Bartlett, een vogel die zijn vrouw vermoordde, en daarom nu in quarantaine zit. Echter niet zonder een gigantische ronde langs het Victoriaanse Londen, en olifantenmoppen uit de oude doos. (Het is onmogelijk om ze hier neer te schrijven…) "Dat is toch schoon, als wij iemand vermoorden moeten we naar de gevangenis, polis daarbij, en de Zoo denken ze 'tja, dat gebeurt', en hup, in quarantaine tot Bartlett rustiger is". Mooi toch? Aah, een mens zou voor minder lyrisch worden van zoveel perfect gedoseerd moois…
Bij de voorstelling hoort een geweldig fijn boekje dat dezelfde naam meekreeg. Voor wie niet in de Antwerpse taal thuis is, levert de schrijfwijze van de uitgeschreven interviews misschien problemen en ergernis op. Het hele boekje werd geschreven in "spreektaal", en aangezien de interviews werden afgenomen in de Zoo, zijn veel bezoekers, abonnees en verzorgers, soms Antwerpenaren in hart en nieren. Dit levert evenwel een authentiek boekje op, heel warm, met mooie schetsen gemaakt door Tom Clement, die ook deel uitmaakt van Dolefante. Als geheel leveren dit boekje en de cd een prachtige herinnering aan een al even prachtige avond.
Zoölogie, het gebrul van een stad. Teksteditie Johan Petit
maandag 16 juli 2007
Een opa met gaatjes / Wally De Doncker
Hanne's opa woont na de dood van oma alleen in een huis, maar hij beslist op eigen houtje dat hij naar een bejaardentehuis wil gaan, omdat hij niet meer alleen kan zijn. Hij begint ook steeds meer dingen te vergeten. Hanne begrijpt het allemaal niet zo heel erg goed, waarom noemt hij haar bijvoorbeeld Liesje? Opa weet toch dat dat de dochter van tante Rina is? Toch blijft Hanne van opa houden, met of zonder gaatjes.
Dit is nu echt es een boek dat ondanks het thema, dat toch vrij zwaar is, heel vrolijk en licht van toon is.
Een opa met gaatjes/ Wally De Doncker; met illustraties van Anne Westerduin.- Leuven : Davidsfonds/Infodok, 1996.- 66p. : ill.-
ISBN: 90-6565-748-7
Dit is nu echt es een boek dat ondanks het thema, dat toch vrij zwaar is, heel vrolijk en licht van toon is.
Een opa met gaatjes/ Wally De Doncker; met illustraties van Anne Westerduin.- Leuven : Davidsfonds/Infodok, 1996.- 66p. : ill.-
ISBN: 90-6565-748-7
zondag 8 juli 2007
Voor Paulien / Paul Kustermans
1860: Paulien is elf. Haar broer en vader werken in de mijn in Charleroi. Wanneer haar broer een ongeluk krijgt, moet Paulien hem onmiddellijk vervangen...Een prachtig, klein verhaal over het leven van arme mensen rond 1860, als de mijnen nog volop open zijn. Kinderen moeten er vaak vanaf heel jonge leeftijd al werken. Dit boek geeft je een inkijk. Maar het is allesbehalve "documenairisch" opgevat. Paulien staat er, als klein meisje van elf, die niet weet wat ze moet verwachten wanneer ze haar broer moet vervangen. Wel heeft ze de vreselijkste verhalen over de vreselijkste verminkingen die de mijn in petto heeft, gehoord. Toch moet ze mee. Je voelt als lezer de donkerte, de onzekerheid, de honger en dorst. Wanneer de staking waarvan sprake is, voor een hoger loon, uitbreekt, en Paulien en haar vader en nog enkele anderen, niet meedoen, gebeurt er een zeer zwaar ongeval. Veel kompels verdrinken. De lezer volgt mee hoe het de paar niet-stakers vergaat. Het slot van het boek bezorgt me, ook na jàren, een krop in de keel. De personages leven, ze staan met verve beschreven. Kort en goed, is hier van toepassing.
Voor Paulien / Paul Kustermans.- Averbode : Altiora, 1995.- 94p.- ISBN 90 317 1150 0
zaterdag 7 juli 2007
Deel II uit de Paddenwratjes-saga!
Kabouter wordt op een morgen wakker en hij voelt zich “glamp”. Hij weet niet wat het betekent, hij heeft het woord zelfs nog nooit gehoord, maar het heeft te maken met niet uit je pyjama willen klimmen, je baar de kammen, en het je niet kunnen schelen welke muts je zult gaan opzetten. Het resultaat is dat Kabouter met een vliegenzwammuts – dat is een herfstmuts – rondloopt terwijl het volop lente is! De dieren in Woestewoud willen hem helpen. Uil geeft hem de raad om naar zee te trekken, omdat je aan de zee alles kunt vertellen…Heel tof boek, met oh zo menselijke trekjes. Je herkent de gegevens van depressies, onderandere. Toch is dit boek in de eerste plaats sprookjesachtig opgevat. De Kabouter in dit boek draagt een hoofdletter, net als de dieren die Woestewoud bevolken. In het boek merk je dat mensen die Woestewoud niet kennen, bang zijn voor Heksje Paddenwratje, die nog steeds haar huisje in Woestewoud heeft, en nog steeds in Kikkerprinsen (en omgekeerd) doet. Kabouter trekt naar zee in een klomp, met alle gevaren vandien. Toch is dit boek nooit sensatie en erg sprookjesachtig opgevat, in die zin dat Kabouter zich wel regelmatig aan mensen vertoont, ook als ze niet in “het kleine volkje” geloven. Voor Prinses Zonnevlekje merkt Kabouter algauw, kan hij beter uitkijken. Zij is een verwend nest, dat in hem haar nieuwe stuk speelgoed ziet. Ze stuurt er haar palfrenier Sebastien en Adhemar op af… Maar Kabouter voelt er niets voor om als poppetje te dienen! Wanneer Kabouter de zee bereikt, is de ontlading groot. Heksje Paddenwratje loodst hem veilig terug naar Woestewoud, waar er na Kabouter ’s thuiskomst een feest van drie dagen is.
De stukken waarin de dieren uit Woestewoud Kabouter missen, geven de lezer een gevoel van thuiskomen, van rust. Je merkt het jachtige leven van de mensen waarmee Kabouter in aanraking komt, en dat is erg sterk. Ook wanneer er in die mensenwereld dieren voorkomen, is het nog niet zeker dat ze een Hoofdletter dragen. Kabouter loopt rond in een akelig achterafstraatje, en hij komt er een kat tegen. Wanneer hij vriendelijk “dag Kat” zegt, blaast het beest alleen maar naar hem. Paard en Meeuw dragen wel een hoofdletter, en ze zijn bereid Kabouter te helpen waar ze dit kunnen.
Ook in dit boek heeft Heksje Paddenwratje een rol, samen met Ninotchka, die in mannen doet… Zij is een ongelofelijk personage, en wordt bestempeld als mannenverslindster.Geweldig boek, met verschillende lagen.
Glamp !, of hoe Paddenwratje Kabouter opkikkerde / Henri Van Daele ; illustraties Klaas Verplancke.- Leuven : Davidsfonds Infodok, 2003.- 313 p.: ill.- ISBN 905908 075 0 - 14+
donderdag 5 juli 2007
Over een jong, hip én sexy heksje
Heksje Paddenwratje is hip, jong en sexy. Op Walpurgisnacht, de heksensabbat, wordt ze verliefd op de jonge duivel Iscariot. Hij heeft haar opslag zo in de ban, dat ze al haar spreuken kwijtraakt. Bovendien krijgt ze daardoor pech met haar Hell’s Broom. (Jawel, ook dit hippe heksje beweegt zich voort op een bezem.) Ze trekt tevoet verder, en komt in aanraking met verschillende kleurrijke personages. Koning Bombardon I, die stiekem in de duinen bombardon speelt, terwijl iedereen denkt dat hij een overspelige echtgenoot is. Of de eenmansfanfare van Flierefluiter. Paddenwratje leert Kabouter Fons kennen, die oefent om te “verstillen”. Als je verstild, kun je doorgaan voor tuinkabouter. Hij heeft een herberg, waarin alles perfect geïntegreerd is, mensen en kabouters zijn er welkom. Maar Ook Pater Ambrosius en Anselmus, zijn twee onverbeterlijke heksenjagers, die ook achter Heksje Paddenwratje aanzitten… Daarvoor schuwen ze geen enkel middel. Maar ook paters maken weleens fouten, ze eten bijvoorbeeld heksen, in de vorm van appelflappen…Heksje Paddenwratje weet zich geen raad meer, nu ze al haar spreuken kwijt is, en dat Iscariots spreuk alle andere spreuken uit haar hoofd jaagt. Maar verliefd zijn is des mensens. En Heksje Paddenwratje heeft de gelofte van het boze afgelegd. Van Kabouter Fons leert ze dat verliefd zijn zweverig begint, maar dat dit ook kan veranderen in liefde, en dat houdt in dat je de gebreken van iemand voor lief neemt. Iscariot is echt deel van het boze. Hij zegt ook niet dat hij van Heksje Paddenwratje houdt: “Ik haat je, ik heb nog nooit iemand zo gehaat als jou.”
Heksje Paddenwratje is geen typische “heks”, ze heeft lieve kanten, waar ze soms geen blijf mee weet ; volgens Kabouter Fons houdt ze toch ook een beetje van Koning Bombardon, geeft ze Kabouter Fons bij het afscheid een zoen en weet ze zelf niet goed waarom. Ze begrijpt ook dat het veranderen van Kikker in Prins, geen pretje is. Of haar rotstuintje, elke steen die daar ligt, heeft zijn persoonlijkheid gehouden.
Misschien kun je hier van een soort identiteitscrisis spreken, maar misschien kun je het ook als een mooi, gedoseerd hilarisch verhaal spreken, met verwijzingen naar sommige andere sprookjes, zoals Sneeuwwitje. Sneeuwwitje is NIET wie men ons al die tijd heeft willen geloven, volgens Kabouter Fons is ze een sloerie die uit is op geld. En het werken in de mijnen, en het zingen van Hei ho! Mijn oor! Het was telkens hard werken, en mevrouw Sneeuwwitje was nooit tevreden.
Je merkt dat Heksje Paddenwratje niet door iedereen graag wordt gezien. Loense Bet, een heks die Voodoo doet, bijvoorbeeld, die is jaloers op de moderne Paddenwratje. Met haar fax, haar Hell’s Broom, en ze zal het niet laten om Heksje Paddenwratje erop te wijzen dat het allemaal haar eigen schuld is. Ze is na de Sabbat niet thuisgekomen, toch? Laat Heksje Paddenwratje zich nu net tijdens zo’n scheldtirade aan haar adres, de appelflapspreuk weer herinneren…Wanneer ze terug thuis is, is het verhaal afgelopen, en is Ricoh, een omgetoverde raaf, blij dat zijn bazin weer thuis is. Heksje Paddenwratje beloofd hem het hele verhaal van haar tocht. Die heb je als lezer wel gekregen, maar het zou misschien leuk zijn om het verhaal op te tekenen uit de mond van Heksje Paddenwratje!
Heksje Paddenwratje / Henri Van Daele ; illustraties Klaas Verplancke.- Leuven : Davidsfonds, 2002.- 206 p. : ill.- ISBN 90 5908 038 6 - 14+
Abonneren op:
Posts (Atom)
