zondag 30 maart 2008

Gouden Uil Jeugdliteratuur 2008 voor "Linus"


"Linus", het prachtige boek van Pieter Gaudesaboos, Mieke Versyp en Sabien Clement heeft gisteren "De Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs 2008" gewonnen. De prijs van de jonge lezer ging naar "Koekkoek Vos en Haas" van Sylvia Vanden Heede en Thé Tjong-Khing. Na de uitreiking van deze prijzen ging de televisie uit, nauwelijks een kwartier ofzo later. Op teletekst, om elf uur ofzo dezelfde avond, in de hoofdpunten: Marc Reugebrink wint de Gouden Uil. Waarom stond "Linus" niet mee in de hoofdpunten? Maar da's een oud zeer, de stiefmoederlijke behandeling van jeugdliteratuur. Laat ik dat zeer maar een beetje mee verminderen, en de goeie jeugdboeken in de kijker zetten. Blij dat "Linus" won, en gelukkig dat mijn buren langs twee kanten op vakantie waren...
en de alternatieve lijst van Leesgoed, boeken die schandelijk over het hoofd werden gezien door de Gouden Uil-jury.

vrijdag 21 maart 2008

't Is beloofd, iedereen gaat weleens dood...

Deze week, en terecht, eigenlijk: heel veel trammelant omtrent de dood van Mijnheer Hugo Claus. Soms zijn er van die dagen of weken dat je merkt dat iedere kunstenaar die jij goed vindt, of dat nu een schrijver, een zanger, een dichter of who ever ook, is - tegelijk doodgaat. Hugo Claus wordt op 29 maart gecremeerd. Net lees ik op de Papieren Man dat Ed Leeflang, de man die onderandere de Kikker en Pad verhalen van Arnold Lobel mee vertaalde, is overleden. Hij werd 78.

Hier zijn ze! De Winnaars van de Kinder- en Jeugdjury Gent uit 2008

Hier zijn ze dan, de winnende boeken, althans volgens KJV Gent!
Wie nationaal met de prijzen gaat lopen, weten we op 25 mei, dan vindt het grote boekenfeest plaats in Gent (meer informatie hierover volgt)

Groep 1.1. Het verhaal van Slimme Krol. Gerda Dendooven
2. Vos en Haas op zoek naar koek. Sylvia vanden Heede
3. Schattig. Lida Dijkstra

Groep 21. De tijgerprins. Chen Jianghong
2. Robbe toch! Martine Lefevere
3. Circus Pingies. Een avontuur van Zippy en Slos. Daan Remmerts de Vries

Groep 31. De wonderbaarlijke reis van Edward Thulane. Kate Dicamillo
2. Vlinders in je buik, brok in je keel.Annika Thor
3. Het geheim van villa Argo. Ulysses Moore

Groep 41. het geheim van te veel torens. Mark Tijsmans
2. Pepijn en het wonderkabinet. Katie Velghe
3. 100 procent Lena. Stefan Boonen

Groep 51. Bella Donna. Annejoke Smids
2. Ik, Coriander. Sally Gardner
3. Dun. Do Van Ranst en Elfenblauw. Johan Vandevelde

Groep 61. Wij, twee jongens. Aline Sax
2. Twilight: een levensgevaarlijke liefde. Stephenie Meyer
3. De jongen in de gestreepte pyjama. John Boyne

maandag 17 maart 2008

Weg / Bettie Elias ; Anne Westerduin

Pristina. Dinar’s vader wordt opgepakt door soldaten tijdens de oorlog in Kosovo. Dinar, zijn moeder en zusjes Morina en Sherine vluchten halsoverkop. Waar ze naartoe moeten weten ze niet. Waar hun vader nu is, en of ze hem ooit nog zullen terugzien, weten ze al helemaal niet.

Bettie Elias kruipt als het ware onder de huid van haar personages. Dit is geen “vluchtrouteverslag” maar eerder een verhaal over wat er achter die vlucht zit. Je voelt mee met de personages, je voelt dat ze bang zijn, en begrijpt als lezer dit ook heel goed. Het boek komt nooit lachwekkend over, maar het is ook nooit echt zielig. Het grijpt je aan, en laat je niet los. Dinar en zijn familie, of wat er nog van over is, zijn tante Sejtin is verloren in het gedrum aan de grens in Macedonië, en Riza, haar man, is tijdens hun vlucht neergeschoten door soldaten. Dit wordt ook beschreven terwijl de kinderen erbij staan. Toch is hier niet naar sensatie gezocht, het boek verruimt blikken. Je merkt wel dat kinderen in dit boek hun ouders willen steunen in hetzelfde verdriet. Maar ook dat kinderen kinderen zijn, en als het ware weten dat ze verder moeten met hun leven. Ook al is dit moeilijk. Niet dat Dinar’s moeder dit niet wil, maar voor haar is het moeilijker, zo lijkt het. Zij wordt ziek, en komt het asielcentrum niet uit, terwijl Dinar, hoewel hij dat eerst niet wil, wel naar school gaat, en zijn weg probeert te vinden. Omdat dit om een Vlaams boek gaat, denk ik dat Dinar en zijn familie in een Vlaams asielcentrum terechtkomen na hun vlucht, maar dit wordt niet gespecificeerd, en dat is toch iets wat ik wel graag gezien had. Het taalgebruik is erg correct en het verhaal loopt goed. Het is goed gedoseerd nergens te veel aan triestesse of teveel aan humor. Hoewel de personages bang zijn over wat hen nog allemaal te wachten staat, proberen ze toch om zich aan te passen. Dinar en zijn familie mogen bijvoorbeeld in België blijven, terwijl Arti uit zijn klas, gevlucht uit Albanië, wel het land wordt uitgezet. Hoewel Dinar dat niet zo goed begrijpt, wordt dit wel uitgelegd dat Arti wist dat dit kon gebeuren. Verder geen gedramatiseer, maar een ietwat uitleg tegenover Dinar over wat er met Arti is gebeurd: zijn leven werd in Albanië niet bedreigd, wat bij Dinar in Pristina wel het geval is. Zij worden uiteindelijk wel erkend als vluchteling. Dinar vindt het een beetje vreemd dat hij alweer weg zal moeten uit het asielcentrum, maar ergens is hij toch wel blij. Al weet hij nog steeds niets over zijn vader. En dat vreet aan allevier de mensen uit het gezin. Dinar heeft (als laatste band met papa) een medaillon, dat zijn vader aan zijn moeder gaf bij hun tiende huwelijksverjaardag. Hij heeft het altijd in zijn broekzak zitten. Wanneer hij dat meeneemt naar school om “iets te tonen van hemzelf”, hoewel hij zo goed als niets van zichzelf heeft kunnen meenemen uit Pristina, is het bijna verplicht, zo lijkt het wel, dat hij dat kwijtraakt. En dat hij daar triest om is. Uiteindelijk duikt het medaillon weer op in het asielcentrum, en misschien heeft Arti het genomen/gepikt. Waarom dat zo is, blijft onduidelijk, evenals of Arti het wel gestolen heeft. Er is in Dinars klas een jongen, Geert, die iets tegen vreemdelingen heeft, maar daarom moet hij nog niet noodzakelijk dat medaillon pikken om Dinar te raken, en dat is vrij knap. Het lijkt hier dat er altijd wel iemand iets tegen vreemdelingen zal hebben, maar dat gelukkig niet heel de klas of omgeving zo reageert. Later, wanneer Dinar’s familie erkend is als asielzoeker, moet hij van school (en van dorp) veranderen, en schrijft iedereen iets op een kaart. Op het eind van het boek, blijkt dat Geert, behalve zijn naam, toch op het kaartje heeft gezet: “het ga je goed.” Dit geeft hoop, en het is niet het zoveelste “wij tegen zij” gegeven, om het zo uit te drukken. Dit boek draait om asiel, en hoe en wat dat als mens met je doet. Sterk. Maar: Waarom hebben mensen, wanneer zij duidelijk worden afgebeeld (de overgrote meerderheid van de tekeningen zijn haast “vlekkerig”), maar één oog? Dinar heeft een foto van zijn vader, die duidelijk is afgebeeld, maar enkel potloodlijntjes bevat, en haast kinderlijk getekend, net als Leen, die beschreven wordt als “met mooie ogen en een lange blonde vlecht”, maar zij heeft ook maar één oog. Terwijl het perfect mogelijk is om die tekeningen van die mensen met twee ogen af te beelden. Hun haar valt ook niet in hun gezicht ofzo. In het begin van het boek vond ik wel dat de vorm van het verhaal beter in het verleden kon geschreven worden. Iedereen kijkt of loopt, ze liepen of keken niet. Maar door het verhaal in de tegenwoordige tijd te vertellen is de toon van het verhaal fris, en ben je als lezer nog meer betrokken. Mooi!
Het nawoord is misschien een ietsje te eenvoudig gesteld. Het is zo dat het om een kinderboek gaat, maar stellen dat een asielzoeker iemand is die bescherming vraagt in een ander land omdat hij zich niet veilig voelt in zijn eigen land (dat klopt), maar “Je kunt asiel krijgen om verschillende redenen: bijvoorbeeld omdat sommige mensen je pijn willen doen of in de gevangenis willen gooien omdat je een andere huidskleur hebt. Of omdat je in een andere god gelooft.” Ik vrees dat het iets gecompliceerder is. Ik mag hopen dat de huidskleur van iemand niet de enige reden is waarom mensen je iets willen aandoen! Dat is te simpel gesteld, vrees ik. Dit boek heeft een groot waarheidsgehalte, en dat is erg sterk. Maar misschien hadden nog iets meer kanten van het leven in een asielcentrum aan bod moeten komen. Het leven is daar met alle verschillende culturen, niet altijd vredig, en mensen doen elkaar daar ook wel eens iets aan. Het merendeel van dit nawoord is wel erg duidelijk, en getuigt van opzoekingswerk.Weg / Bettie Elias ; Anne Westerduin.- Hasselt : Clavis, 2005

woensdag 12 maart 2008

Een boekenmaaltijd

Een lekkere boekenmaaltijd bestaat voor mij uit verschillende gangen, en kan van alles bevatten. Heel verschillende dingen. Dat houdt een mens gezond. Soms heb ik geen zin om gezond te eten, en eet ik weleens een broodje. Snoepen? Ook. Soms. Ik geloof dat dat voor mijn boekensmaak ook telt. Broodjes? Ja hoor: De Griezelbus-boeken van Paul van Loon, wanneer ik geen zin heb om iets anders te lezen. Pieter Aspe's thrillers zitten daar ook onder. Leuke complexloze boeken, wel nog even in je mond nemen en stukbijten voor je kunt doorslikken. Kunnen ook tot zoetigheden gerekend worden. Enkel doorslikken is niet leuk. Meestal zijn deze boeken een en al ergernis, trouwens. Net als appelmoes en rodekool. Boeken met taalfouten erin, of onlogische elementen. Voor uitgebalanceerde maaltijden komen in aanmerking: Boeken waarbij je iets leest, en je daarin herkent. Om wat je leest. Omdat ze méér zeggen dan dat er geschreven staat. Bart Moeyaert's boeken horen daarbij. Paul van Loon's boeken en Pieter Aspe's boeken worden door mij ook wel als "toffe boeken" omschreven. Harry Potter hoort daar ook bij. De boeken van Bart Moeyaert zijn al "goede" boeken. Je gaat ervan nadenken, de personageschetsen houden je een spiegel voor. Je proeft de juiste taal, elke zin zit juist. Sommige boeken voor eerste lezers horen daar wat mij betreft ook bij, Wat Wim Vromant doet in zijn boeken voor eerste lezers: briljant. Zelf let ik al lang niet meer op een leeftijdsaanduiding. Ik denk weleens: hoera! Het is een zeven+ label! (Dus dan kan ik het zéker lezen) Delicatessen? Op eetgebied heb ik er niet veel, eigenlijk. Misschien kan ik veel prentenboeken daaronder rekenen: Werk van Klaas Verplancke. Geert De Kockere, (soms), Wolf Erlbruch. Om er maar een paar te noemen: boeken waarbij ik niet alleen woorden lees, maar ook de prenten "lees", omdat ze binnen de tekst een eigen verhaal vertellen. Of een tekst mooi mee begeleiden. Mooi? Wanneer een verhaal zo loopt dat alle elementen samen komen, of tot herkenning leidt. Geloof ik. Wanneer ik één "mooi" boek zou noemen, geloof ik dat ik uitkom bij Wolf Erlbrüch's "De Eend, de dood en de tulp. Een boek waarbij je zowaar sympathie zou krijgen voor de dood.Misschien heel kort gezegd: wanneer een boek mij kan verrassen, is het een goed boek. Als het soms onverwachte hoeken en kantjes heeft. Dikke turven, waar zowaar wél prenten in zitten! (Niels Holgerson, geïllustreerd door Anton Pieck, om er eentje te noemen.) Korte verhaaltjes als die in de bundel over "Kikker en Pad" van Arnold Lobel. (Dit stuk schreef ik eerder voor de weblog Vertel Eens, met dezelfde titel)

zondag 9 maart 2008

Eén miljoen Vlinders

Edward van de Vendel voert in “Een miljoen Vlinders” het olifantje Stach op, die op een nacht allemaal vlinders rond zich ziet vliegen. Zijn ouders weten dat het tijd is, tijd voor Stach om zijn eigen weg te zoeken. Een prachtig boek, heerlijk grote prenten van Carll Cneut, die de sympathie de de lezer voor Stach kan voelen, alleen maar groter maken, maar dat geldt zeker ook voor de tekst. Er zit een cd bij het boek, die het verhaal voorleest, ingelezen door Roel Vanderstukken. Met muziek, én tijd om tijdens het luisteren een ietwat rustig naar de prenten te kunnen kijken. Heerlijk.
Een miljoen vlinders / Edward van de Vendel en Carll Cneut.- Wielsbeke: De Eenhoorn, 2007

woensdag 5 maart 2008

Wie? Wanneer en hoe?

Op Vertel eens onder het kopje duivendrop is een interessante discussie aan de gang, waarop ik graag verderga, hier, op mijn eigen blog. Ik moet er overigens nog aan wennen, aan "samen bloggen", meningen die niet persé de jouwe zijn, maar die zeker ook waardevol zijn. "Wie bezielde jou?" is de vraag die gesteld wordt: een leerkracht? Iemand anders, ook iemand die liefde voor boeken kan overdragen? Beiden, waarschijnlijk. Voorlezen was bij ons thuis heel gewoon. (Maar lezen in bed is nu een gruwel, dat lukt voor geen meter!). Later op school was ik een echte boekenwurm. Maar waarom ik wel en iemand anders uit mijn klas totaal niet? Die zelfs het tegenovergestelde was: een cijferkindje? Onze meesters in de lagere school, toch de twee waarvan ik het me herinner hebben ervoor gezorgd dat én Roald Dahl met zijn boek "De Griezels" én "Duupje" nooit meer dezelfde personages waren. Ik hoor mijn meester uit de voorlaatste klas nog steeds "Duupje" zijn, in zijn stem en in zijn mimiek. Was dat voor de anderen uit mijn klas ook zo? Ik kan dat niet zeggen. Omdat ik het eenvoudigweg niet meer weet. In het eerste jaar middelbaar las de juf van Crea op donderdag voor uit "Matilda" van Roald Dahl, en het was toevalligerwijs ook in het jaar dat Dahl overleed. "Matilda" kreeg er extra glans door, voor mij althans. Later heb ik dat boek cadeau gekregen.
Verder ging voorlezen in het middelbaar niet. Ook boekbesprekingen gingen tot aan het vierde middelbaar voor ons niet door. Tot er een leerkracht kwam die vond dat we een boekbespreking moesten kunnen maken. Daarvoor had ze niet de "boeken voor volwassenen" veil: nee, ze had voor elke graad een andere jeugdboekenlijst. Die ze dan met ons doornam: "Dit kun jij zeker aan". "Dit schrappen jullie maar, ik zie jullie tot meer in staat." zei ze. Voor zover ik weet was ik in het middelbaar ook een van de weinigen die lol vond ik boeken lezen en boekbesprekingen maken, inclusief een zoektocht door de jeugdafdeling van de Gentse bieb. Ik geloof dat in het middelbaar al alles was terug te brengen op één auteur: Bart Moeyaert. Mijn kamergenootjes op het internaat hebben allemaal mogen meegenieten van mijn voorleessessies uit "Kus me", trouwens. Dat vond iedereen fijn, herinner ik me, en ik vond het fijn dat er mensen me lieten doen wat ik graag deed: boeken lezen, en anderen daarvan laten proeven.

zondag 2 maart 2008

Dulle Griet / Geert De Kockere ; Carll Cneut

Griet, Dulle Griet, werd geboren als Greetje. Dat was ze ook: een Greetje, een heel lief kind. Langzaam verandert ons Greetje echter in Greet, om later een Griet, een Dulle Griet te worden. “Nee” zeggen haar ouders, “nee” roepen haar ouders. Maar Griet roept dubbel zo hard terug: “Jawel!” Ze rukt bloemen uit, met wortel en al. Of ze duwt mensen van een toren, waarna ze verbaast staat te kijken naar wat er van die mensen overblijft. Niemand houdt van Dulle Griet,en je zou voor minder. Dat maakt Griet nog bozer, nog kwader. “Loop naar de hel” roepen de mensen. En dat heeft Griet goed gehoord. Ze vertrekt. Opzoek naar de duivel, of hij haar hebben wil…

Is dit een mooi boek? Allerminst. Toch is dit mijn tweede tip in mijn eigenzinnige “mooi” boekenlijst voor de jeugdboekenweek 2008. Het is een bitter, boos boek, met een boos personage erin. Toch had ik ook mededogen met het personage dat De Kockere en Cneut hier samen op een meesterlijke manier neerzetten : Wanneer Griet op haar toren kijkt naar wat ze heeft aangericht – ze kijkt wat er overblijft van de mensen die ze voor het plezier van een toren duwde – het is knap: je ziet Griet bijna overhellend, met toch wel een geschrokken – of is het verbaast? – uiterlijk, kijken naar wat ze gedaan heeft. Op andere prenten zie je dan weer mensen rondhossen, en boos zijn op die Dulle Griet.
Je volgt Dulle Griet op haar tocht richting hel. Onderweg ernaartoe, ruik je verderf, en zie je mensen rondzeulen, of wat er nog van hen overblijft, met boten op hun rug. Mensen met vissenkoppen. Vissen of wat er van overblijft, die op het land rondkruipen en mensen opvreten. In de hel stinkt het nog erger dan buiten. Naar halfverteerde mensen.
Griet roept op de duivel, of hij haar hebben wil. Maar een antwoord krijgt ze niet. Want de duivel neemt alleen maar…

De Kockere en Cneut hebben het schilderij van Bruegel “Dulle Griet” - te zien in het museum Mayer Vanden Bergh in Antwerpen, samen te boek gezet. En wel op meesterlijke wijze. Cneut gaf “Dulle Griet”, het oude schilderij, een nieuw elan, en de Kockere heeft het op meesterlijke wijze “leesbaar” gemaakt. Toch moeten tekst en illustraties samen gezien worden, en vertellen ze wat mij betreft elk hun verhaal. Op de achterplat van het boek staat een kleine versie van het schilderij, waarvan in het boek achterin, vermeldt staat dat dit “een schilderij was dat niet te schilderen viel”. Hoe schilder je zoveel boosheid? “Spookachtig” staat vermeldt. Dat is misschien wel zo. In elk geval: “Dulle Griet”, het schilderij, zal er nooit meer hetzelfde uitzien, na het lezen van dit boek.
Dulle Griet / Geert De Kockere en Carll Cneut.- Wielsbeke: De Eenhoorn, 2005