zondag 15 januari 2012

Niets meer te verliezen / Steven Hayward

Mike is de broer van Jim Morrison.   Jim Morrison is niet de zanger is van The Doors, maar wel een andere, die drie dagen nadat Jim Morrison van The Doors dood in een hotelkamer werd teruggevonden, werd geboren.
Jim’s broer komt om bij de ontploffing  van de bibliotheek in Cleveland’s Heights, in Ohio.  Vanaf die noodlottige avond, wanneer het nog niet zeker is dat Mike is omgekomen, moet Jim wel de zorg voor zijn vierjarige broertje Petey opnemen, omdat zijn moeder helemaal het noorden kwijt is.  Hij moet zijn broertje naar de kleuterschool brengen, en komt daar terecht bij een groep moeders, die hun kinderen in de kleuterschool met allerlei dingen moeten helpen.  Jim vult zijn dagen nu met het praten over pindakaasallergieën en borstvoeding.
Samen met zijn ouders, zijn zestienjarige zus Vivian, en zijn broertje Petey, probeert hij de draad van hun leven weer op te pikken, ook al is er nu een leven mét Mike en een leven zonder hem.

Petey is trouwens het soort jongetje dat een beetje leven in de brouwerij brengt, een typisch nakomertje.  Hij heeft een knuffelhaai (gekregen van Mike), en een duikbril, en zonder deze twee dingen gaat hij nooit van huis.  Verder wordt hij niet zo betrokken in wat er met Mike gebeurd is, maar dat maakt “Niets meer te verliezen” ook tot het boek dat is het is: niet allemaal kommer en kwel, kleine broertjes moeten niet beladen worden met de zorgen van zijn ouders, ook al moet Jim nu voor hem zorgen, omdat zijn moeder er de fut niet voor heeft.  Maar ook zij komt heel stilaan weer op haar positieven, na een verjaardagsfeestje voor Mike (want ook wie dood is, is nog steeds gewoon jarig hoor). 
Het boek wordt zowel in het heden verteld, als in het verleden, waar je een blik krijgt over hoe Mike was, en hoe zijn familie voor hem was.  Deze delen worden verteld in de verleden tijd.  De stukken waarin Jim, meestal in de kleuterschool, wachtend op zijn broertje, met de Moeders praat, staan in de tegenwoordige tijd.

“Niets meer te verliezen” wordt verteld vanuit Jim, en dat is een ontwapenend personage.  Hayward geeft hem veel humor mee, maar je merkt als lezer tussen de regels heel veel verdriet op, en de wil van het gezin om te weten wat er precies met hun broer en zoon is gebeurd.  Hiervoor gaan de gezinsleden soms langs bij dokter Kasoff,  een psychiater die de praatgroep leidt van mensen die allemaal een kind hebben verloren.  Soms valt Hayward hierover in herhaling.  Deze mensen worden namelijk steeds voorgesteld aan de hand van hoe hun kinderen zijn omgekomen: “De vader wiens zestienjarige zoon is omgekomen bij een jetski-ongeval”, of “De vrouw met de ongeboren baby in haar buik”. 
Overloze uitwijdingen maken echter dat ik het boek al na een half boek wilde wegleggen.  Als Vivian bijvoorbeeld met een nieuw vriendje aan tafel zit, en Grant kennis wil maken met de familie, moet Jim er meteen aan denken hoe zijn ouders elkaar hebben leren kennen, en steekt hij van wal.  Met alle details, dat zijn moeder net is uitgetreden uit het klooster, dat zijn vader haar meteen aantrekkelijk vond, enzoverder.  Of hij denkt aan liedjes bij een andere situatie in zijn leven, en meteen weet de lezer daar ook alles over.  Dat maakt dat het boek heel erg afwijkt van waar het eigenlijk om draait: de verwerking van de dood van een gezinslid.  Dit boek zou geen 347 bladzijden nodig hebben indien alle uitwijdingen achterwege zouden blijven, en het zou de leesbaarheid verhogen.

Niets meer te verliezen / Steven Hayward ; Jasper Mutsaers.- Amsterdam : Pimento, 2011.- oorspronkelijke titel: Don ’t be Afraid.- 347p.- ISBN 978 90 499 2511 6 - 15+

zaterdag 7 januari 2012

Al gelezen in 2012

Al dat heerlijke verdriet / Peter van Gestel
Alleen lukt het niet! / Benny Braem ; Harmen van Straaten
Amber & S. / Dimitri Leue ; Vanessa Verstappen
Dag Sinterklaas : Vertelboek / Hugo Matthysen ; Marjan Van Den Berghe
De boodschapper / Markus Zusak
De bovenkamer van Jakob / Evelien De Vlieger
De glittergrot / Odo Hirsch
De grote reis van kleine Emma / André Sollie ; Kristien Aertssen
De kleuren van het getto / Aline Sax, Caryl Strzelecki
De laatste zomer van de Krijgers des Doods / Francisco X. Stork
De Nostradamusvoorspelling / Theresa Breslin
De ogen van Sitting Bull / Mireille Geus
De Vertelsels van Baker de bard / JK Rowling
De zwarte adem : Code F242 / Erwin Claes
Dokter Doppert / Marieke Van Hooff ; Bas J. De Wit
Een liefdesverhaal met mijn dode beste vriendin in de hoofdrol / Emily Horner
Eiland / Pieter Aspe
Erebos / Ursula Poznanski
Dood aan God / Kevin Brooks
Gestolen zielen / Holly Payne
Gewoon anders / Luc Descamps
Heaven can wait: Jagers / Luc Descamps
Heaven can wait: Reizigers / Luc Descamps
Het Cupidocomplot / Johan Vandevelde
Het Flipeffect: gevangen in het lichaam van een ander / Martyn Bedford
Het grote boek van kleine vampiers / Paul van Loon ; Hugo van Look
Het kleine paradijs / Jef Aerts
Het Sneeuwmeisje / Koos Meinderts en Annette Fienig
Hotel Aphrodite / Dirk Bracke
Ik en de rovers / Siri Kolu
Kulanjango : Mijn vogelvriend / Gill Lewis
Liefde :-( / Thomas Brinx, Anja Kömmerling
Liverpoolstreet / Anne C. Voorhoeve
Mijn naam is Nina / David Almond
Mijn zus woont op de schoorsteenmantel / Annabel Pitcher
Nachtegaal / Sébastien Perez, Benjamin Lacombe ; Piet De Loof ; Lies Lavrijsen
Natte sokken : Bente gaat in zaken / Guido De Grefte
Nelle: De heks van Cruysem / Marc De Bel ; Jan Bosschaert
Niet helemaal alleen / Constance Ørbeck, Akin Duzakin ; Willem Ouwerkerk
Niet zonder liefde / Marita De Sterck
Niets meer te verliezen / Steven Hayward
O Echo : Stadsgeluidenboek / Stan Van Steendam
Ondergedoken als Anne Frank : verhalen van Joodse kinderen in de Tweede Wereldoorlog / Marcel Prins, Peter Henk Steenhuis
Onderstroom / Bart Yates
Op een dag was de liefde moe / Paul Verrept, Tim Van den Abbeele
Over the edge / Dirk Bracke, Helen Vreeswijk
Plafondmeisje / Fran Bambust ; An Van Dooren
Prikkeldraad / Derk Visser
Radio Plug In / Thomas Piessens
Regentijd / Kolet Janssen
Robijnrood : Eindeloos verliefd / Kerstin Gier
Rood weeskind / Begga Dom
Rotmoevie / Marian De Smet
Saffierblauw : Eindeloos verliefd / Kerstin Gier
Schaduwliefde / Ruta E. Sepetys
Sneeuwwitje / Gebroeders Grimm, Benjamin Lacombe ; literaire bewerking Piet De Loof
Soldaten huilen niet / Rindert Kromhout
Solo / Pieter Aspe
Spinder / Simon van der Geest ; Karst-Janneke Rogaar
The future of us / Carolyn Mackler, Jay Asher
Trash / Andy Mullighan
Verwelken / Lauren DeStefano
Wiet Waterlanders en de Negende Compagnie van Heethoofden / Mark Tijsmans

zondag 1 januari 2012

Paul van Loon en ik





Toen Paul van Loon destijds schreef, schreef hij in negen op de tien gevallen voor het kleine meisje dat ik toen was, al wist ik toen nog niet dat het Paul van Loon was.  Die man die “afspraak in het bos” of “stuurloos tussen de sterren”  schreef.  Boeken voor op school – geen denken aan dat ik de “zoeklichtboeken” voor mezelf, voor thuis, nog maar voor mijn verjaardag zou vragen!  Waarom zou je boeken die je op school moest lezen, tenslotte thuis nog WILLEN lezen?  “Zoeklicht”boeken waren boeken voor op school.  Klaar.  Dat de ene helft van de klas graag las, en de andere helft, zo ongeveer, totaal niet, laat ik even buiten beschouwing.  Als ik ze zag in de winkel, was ik wel verrast: dat je die boeken ook gewoon in de winkel kon kopen, was nieuw voor mij.  Ging ik af op wie “Karate op de stortplaats”, of “Stuurloos tussen de sterren”, of mijn favoriete zoeklichtboek omdat het zo triest was, omdat Opoe doodgaat, “Afscheid van Opoe” schreef?  Nee.  Het waren de kaften van de boeken die voor herkenning zorgden, in de boekhandel, buiten de schoolmuren.
De “Zoeklichtboeken” waren boeken, en ook als kind verslond ik boeken, zo simpel was dat.  Alleen bleven de “Zoeklichtboeken” echt iets van school.  Terwijl “De griezels” en later “Duupje”, wél een klok deden luiden, en dat wél boeken waren die ik voor thuis wilde.  Dat waren namelijk boeken die onze leraars met veel verve voorlazen op vrijdagmiddag, als er op het uurrooster “Vertellen” stond.
Intussen zijn we aanbeland in het jaar 1991.  Het jaar waarin het eerste deel van “De Griezelbus” verschijnt.  Ik heb dat boek nooit gelezen toen ik er de leeftijd voor had.  Toen las ik namelijk een keer of drie achter elkaar “Het duvelsjong en andere weerwolfverhalen” van Ton van Reen.  Een man op wiens naam ik toen wél al lette, hoewel het mij ook toen nog altijd alleen maar over het verhaal zelf ging, en niet zozeer over de auteur ervan.  Maar ik moest natuurlijk wel weten waar ik het boek in de bib kon vinden, en dus moest ik zijn naam onthouden.
Tot ik Bart Moeyaert op een foto in de bib zag.  Ik ben dan een jaar of dertien.  Toen veranderde alles, en ging ik defintitief overstag voor lezen.  Alles wat los en vastzat.  Als Bart Moeyaert destijds niet met een fotootje in de bib had gehangen, was ik misschien een rekengriet geworden.  Of een kruidenvrouw.  Of zwerfster.
Nu ben ik wie ik ben: een letterenvrouw met hart en ziel.
Ik geloof dat ik een kanjer van een inleiding schreef.  Een inleiding die mij bij “De Griezelbussen” van Paul van Loon moet brengen.  Ik leer de boeken kennen via het nog maar pas aan het venster kijkende internet, op een of andere encylopedie.  Allemaal in het kader van mijn studie, waarover u hier meer kunt lezen.  Beste dames, heren, mensen die vinden dat recensenten altijd maar weer “het betere boek willen aanbrengen en dan maar meteen vinden dat al de rest niet hoort: u gaat mij dat nooit horen zeggen, dat kinderen Paul van Loon en consoorten niet mogen lezen”.  Maar dat leest u dan hier weer.

Want ik meen dat oprecht: ik geniet echt van tijd tot tijd van het herlezen waar ik op mijn negentiende mee begon, omdat ik voor mijn studie toch wilde weten wie ik in mijn “rapport over griezelen in jeugdboeken” voor mij had.  Ik geniet oprecht van “De Griezelbussen”.  Alleen bekijk ik de boeken vanuit een iets ander standpunt: ik ben volwassen (maar dat was ik op mijn negentiende ook al, medunkt), en ik schrijf over boeken, en ik werk met hart en ziel voor de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen, waar ik het als mijn taak zie om kinderen en jongeren net die boeken aan te bieden waar ze anders nooit naar zouden grijpen.

De Griezelbus, dat is een raar geval.  Elk jaar tijdens de kinderboekenweek, om met “De Griezelbus 1” in uw huiskamer te komen binnen denderen, komt schrijver P. Onnoval  met zijn bus vol beschilderde skeletten, en zijn kameraad Beentjes aan het stuur, in scholen klassen oppikken voor een rit met de bus, die er ook vanbinnen lekker eng uitziet.  En dan begint de reis met de Griezelbus: Onnoval leest verhalen bij voorwerpen die hij in de bus heeft uitgestald.
Maar waarover gaat het tiende verhaal dat de schrijver beloofde?  Terwijl er maar negen voorwerpen op de tafel liggen?

Van Loon weet de spanning er goed in te houden, en de lijm tussen de verhalen in “De Griezelbus 1” werkt voortreffelijk.  Omdat P. Onnoval zich echt als schrijver die een klas meeneemt, kan opwerpen.  Hij weet echt bij elk voorwerp wat hij moet vertellen, alvorens hij het verhaal dat bij dat voorwerp hoort, begint voor te lezen.  En wanneer het voor de leerlingen in de bus te spannend wordt, of wanneer zij het niet meer leuk vinden of het te eng beginnen te vinden, is er altijd de helpende leraar, die echter ook niet altijd goed weet hoe hij moet reageren.  Getuige hiervan is het verhaal over “De Stoel”, waarin Meester Maurice mag plaatsnemen.

De personages zijn in “De Griezelbus 1” ook nog het best uitgewerkt, iets wat in de andere delen minder het geval is.  Maar dan zijn het weer de griezelelementen die voortreffelijk de bovenhand nemen, zoals een radio die in de Griezelbus 2 zomaar een programma begint uit te zenden dat “De Griezelbus” heet, en waar de vier kinderen die in de bus zijn belandt, die op een autokerkhof staat, omdat het zo hard regent, naar MOETEN luisteren, of ze dat nu willen of niet.  Een radioprogramma waar je naar moet blijven luisteren: Paul van Loon maakt hiermee weer dat ik aan zijn boek gekluisterd blijf, al vind ik de lijm die ik in deel 1 wel erg goed vond kleven, iets minder aanwezig, en komen de verhalen in dat radioprogramma iets te makkelijk.  In de Griezelbus 2 zijn er geen voorwerpen, maar verhalen over vriendschappen die de dienst uitmaken.  In deel 1 kon je echt nog samenhang merken, en kwam “De Griezelbus 1” iets dichterbij de leefwereld van kinderen uit de basisschool, en waren de leerlingen ook echter zijn.  Met durvers die er niks van geloofden, en dapper willen zijn.  Ze willen zich niet laten kennen door hun klasgenoten.  In De Griezelbus 2 wordt van de vier kinderen in de bus, één karaktertrek uitvergroot, zoals André die voorzichtig verliefd wil worden op Anke, een durfalmeisje.  André vraagt zich af of zij hem wel ziet zitten.  Eddy C. is iemand die de rol van dappere jongen op zich neemt, en Hassan luistert naar muziek uit zijn hoofdtelefoon voor zolang dat kan.
Hetzelfde als het over de personages gaat, kan gezegd worden over de andere delen in de reeks.

De griezelelementen echter zijn ALTIJD voortreffelijk, ook als een verhaal mij (misschien heb ik ze al te vaak herlezen, dat zou kunnen) minder zegt.  Het verhaal over het jongetje van wie de vader een vampier wordt, en zijn vrouw, de moeder van dat jongetje, natuurlijk niet kan achterlaten: NATUURLIJK komt een normaal mens dat in het echte leven niet tegen, maar dat is zonder Paul van Loon gerekend, die van Jakob, zoals het jongetje heet, een twijfelaartje maakt, die uiteindelijk weet dat hij eigenlijk niet zonder zijn ouders verder wil.  En je kan er ook maar beter op letten dat je de juiste trein neemt naar je oma.  Maar of oma in een normaal dorp woont, zonder weerwolven en duistere wezens?  Dat mag je zelf uitzoeken.
De Griezelbus 4: Van Loon weet er een leraar in te laten gijzelen door zijn creatuur P. Onnoval, en dat is dan wel weer die voortreffelijke “lijm”.  Want Onnoval heeft de leraar letterlijk in zijn macht, terwijl er op allerlei plaatsen dit keer, aan een klas kinderen, verhalen worden verteld over de plaatsen in kwestie.

En dan heb ik het nog niet gehad over De Griezelbussen 5, 6 en 7.  Over deel 5 zou ik kunnen kort zijn: voor dit boek trok van Loon de kaart van het internet, en worden verhalen verspreid via de pc van zijn personages, in de vorm van een wormvirus.
Deel 6 is het boek van de film, die ik helaas nog altijd niet gezien heb.  Deel 7 is voorlopig aan mij voorbijgegaan.  Bij dit boek zaten sterretjes die lichtgaven en die je op je muur kon kleven.

In “De Griezelbus 0” komen we te weten waar het heerschap P. Onnoval vandaan komt, en hoe het komt dat hij geworden is wat hij is, en waarom dat zo is.