Posts tonen met het label voorlezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label voorlezen. Alle posts tonen

zondag 15 oktober 2023

Kinderboekenweek Nederland 2023: "Bij mij thuis" met Max en de Maximonsters!

Dé klassieker over thuis, of... van Maurice Sendak, een wonderlijk prentenboek uit 1963, dat enkele jaren geleden in de actie "Geef een prentenboek cadeau zat. En dat is niet voor niets. "Max en de Maximonsters" is er anno 2023 nog altijd, en het staat als een huis. (Of een bootje, of een bos, of de zee).

Hoe het minimum het absolute maximum kan zijn!

Het blijft een ronduit cool, avontuurlijk, ontroerend en verrassend boek, dat met een minimum aan tekst en paginagrote prenten de aandacht van de (voor)lezer en / of kijker weet vast te houden.

Max is een klein jongetje dat het thuis nogal bont maakt: Hij trekt zijn wolvenpakje aan, en zit dan achter de hond aan, en dreigt ermee zijn ouders op de vreten! Zijn moeder stuurt hem daarop zonder eten naar bed... Op zijn kamer groeit een bos, en Max reist helemaal naar het land waar de Maximonsters wonen.

Met een eigen bootje naar het land van de Maximonsters

"Max en de Maximonsters speelt zich af in het bos, op zee in Max' eigen bootje en uiteindelijk in het land van de Maximonsters totdat... Max reist wel een jaar rond...

Dit is een subliem boek, vol details en (niet) enge monsters. Het spel dat Sendak met zijn lezers en kijkers speelt is en blijft zorgen voor verwondering.

"Max en de Maximonsters" is een boek voor iedereen. 

Voor de volwassene die het (voor)leest, voor het kind op schoot dat met grote ogen naar Max of naar de monsters die hij ontmoet kan kijken, en daar misschien een beetje bang voor wordt, maar dan kan ontdekken dat het wel weer goedkomt, of de veiligheid van een volwassene rond zich weet. Het boek laat zien dat het helemaal O.K is om als kind boos te zijn en dan op te gaan in je eigen fantasiewereld.

Dave Eggers' "The Wild Things", dat hij opdroeg aan Maurice Sendak, uit 2010 staat binnenkort vast op mijn "te lezen" lijstje.

Max en de Maximonsters / Maurice Sendak ; LM Niskos (vert.-). Lemniscaat, 1968, 2005 ev.- 40p.: ill. ISBN 978 90 6069 069 9

woensdag 5 januari 2022

Het geluk van schildpad is een gedicht... / Tiny Fisscher ; Barbara De Wolf


Complimentje

Mooi feestje

Of

Gedurig haast?

Welnee,

Precies goed

Geluk

En toen sloeg ik het nieuwe boek van Tiny Fisscher en Barbara De Wolf pas helemaal open. Op basis van de inhoudstafel (zonder bladzijdeaanduiding, omdat er geen nummering op de bladzijdes staat). Ik maakte van de inhoudsopgave dit kleine gedicht, gewoon omdat ik daar zin in had.

Tiny Fisschers nieuwe boek toont aan dat ze een veelzijdige schrijfster is, met durf in vingers en hoofd. Ze hertaalde voor kinderen en jongeren een aantal klassiekers, waarvan de laatst verschenen “Oliver Twist” is. De hertaling die ze van "Sinbad de zeeman" maakte, is in aantocht, en  haar boek “Mijn jaar in een tent” prijkt op de nominatielijst van de Leesjury in de categorie 10-12 jaar.

“Het geluk van schildpad” is een prentenboek met dieren in de hoofdrol, voor jongere kinderen. Het boek heeft een filosofische insteek, en focust vooral op wat woorden kunnen doen. Zoals bijvoorbeeld “complimentje”. Wat is dat woord precies, en wat doet het met de dieren in het bos? Sommigen worden er verlegen van, als ze een complimentje krijgen, en weten niet meer wat gezegd. Tot uil aan Schildpad uitlegt wat een complimentje is. En dat uil wél echt blij is met het compliment van Schildpad.

Alle dieren die Schildpad tegenkomt, weten uiteindelijk iets goeds over Schildpad te zeggen, en dat maakt van dit boek een vrolijk geheel om nog een tijdje over na te denken. Over wat het is om haast te hebben. Kan een schildpad wel haast hebben? En hoe voelt het om op reis te zijn?

Je komt het allemaal te weten als je dit boek leest.

Barbara De Wolf voorzag dit kleurrijke boek van collagetechnieken die van dit boek een waar kijkfeestje kunnen maken. Of doen terugdenken aan “De Fabeltjeskrant”, dat is ook een optie.

Hier en daar komt de bladspiegel van dit boek niet helemaal goed uit, en staat de tekst toch wel tot heel laag op een pagina.

Het geluk van Schildpad / Tiny Fisscher ; Barbara De Wolf (ill.).- Amsterdam : Samsara, 2021.- 48p.- ISBN 978 94 93228 42 9


zondag 14 april 2019

Leeschallenge met Kinderboekenjuf: "Mijn huis staat in de dierentuin" / Pieter Gaudesaboos en Sylvia Vanden Heede

Als je in de dierentuin woont, is gewekt worden door een giraf heel gewoon. Of dat je je witte geroosterde boterham, gesmeerd door de beren, bij hen gaat opeten. Merk hier de kinderliedjesklassieker “’k Zag twee beren” op.

Het huis van Lotta staat middenin de dierentuin, en zij maakt daarom heel wat mee met de dieren! Slurfjesurfen bij de olifanten vindt Lotta een klein beetje gevaarlijker: zo’n olifant is immers een groot dier!

De grote krokodil leert haar hoe ze haar tanden goed moet poetsen. “Tot later, alligator”, en daar gaat Lotta alweer, naar de cobra toe, waarvan ze niet bang is, het is maar een slang. Bij haar gaat ze zwemmen. Bij de pinguïns leert ze schrijven, of wordt ze aangemoedigd om zelf kunst te maken. Met een grote K.

Pieter Gaudesaboos en Sylvia Vanden Heede maakten van dit prentenboek op groot formaat een waar kijk- en leesfeest. Eerst stelt Lotta op haar step zich aan de lezer voor, waarna we haar om zeven uur zien gewekt worden door de giraf. Het boek beslaat één wonderlijke dag, vol dieren, kleur en zoekplezier, dat nà het verhaal begint. “Heb je ons op elke bladzijde gevonden”? is een vraag van een paar kleine dieren. (Antwoord: nope, nog niet, maar dat komt vast nog eens.)

Gaudesaboos maakt in bijna al zijn boeken gebruik van de vorm van het speelgoed uit de jaren ’80, en dan vooral van de vingerpoppetjes zoals we die hadden van het bekende speelgoedmerk. Elke bladzijde nodigt uit tot kijken, nadat kinderen de tekst op rijm kregen voorgelezen, zoals die aan de andere kant van meestal een gekleurde bladzijde staat.
Omwille van de omvang van de tekst  kunnen ook al wat oudere kinderen die de kleuterschool achter zich hebben, van dit boek genieten, en zelf het boek lezen.

“Mijn huis staat in de dierentuin” is een vrolijk, toegankelijk boek, waarin toch steeds genoeg uitdaging zit om meer te zijn dan een zoveelste zoek- of kijkboek over de dierentuin.
Mijn huis staat in de dierentuin / Pieter Gaudesaboos ; tekst Sylvia Vanden Heede.- Tielt : Lannoo, 2018.- 32p.: ill.- ISBN 978 94 0145 317 2

Lestips:

  • Ken jij alle dieren die in dit boek voorkomen?
  • Welke dierenboeken vind jij nog meer leuk? Wat is jouw lievelingsdier?
  • Laat jouw klas het liedje over de broodjessmerende beren horen. Youtube helpt je zeker op weg.
  • Ga opzoek naar alle kleine dieren, zoals aan het einde van het boek wordt gevraagd. Vind jij alle dieren terug?


Leestips





woensdag 25 december 2013

Een Swingende Benjamin Lacombe, betoverend mooi!

Ondertussen doet de naam Benjamin Lacombe veel meer dan één belletje rinkelen. Wie zijn naam noemt denkt meteen aan paginagrote illustraties met veel oog voor detail, die van elk boek een feest maken om naar te kijken. Neem er “Sneeuwwitje” maar eens bij, of zijn debuut “Melodie van ijzer en staal” en “De tuin van de feeën”.
Met “Swinging Christmas” levert hij opnieuw een boek van formaat af, en dat mag u letterlijk nemen. Het boek ligt door zijn formaat niet zo makkelijk in de hand. Maar dat nodigt dan weer uit om met grote ogen naar de schitterende illustraties vol sfeer te kijken.

Robin is een negenjarig jongetje dat in Helemaalnietsgat woont. Zo noemt hij zijn dorp, omdat er nooit iets opwindends gebeurt.

Het is bijna kerst, en dus zorgt Robins moeder ervoor dat ook mensen die alleen zijn met kerst, wat te eten hebben.
Ze stuurt Robin naar een kluizenaar, die in een heel groot huis woont, en waar alle kinderen bang voor zijn, ook Robin. Zijn angst wordt mooi in beeld gebracht, met een donkere prent van het grote huis. Een hand grijpt Robin in zijn nek, en daar staat de kluizenaar achter hem.

De man blijkt een hart voor muziek, jazzmuziek, te hebben, en een huis vol boeken. Die gebruikt hij soms zelfs om de deur open te houden. Hij leert Robin van boeken houden, ook als lezen voor Robin soms moeilijk is, omdat hij niet ontspannen genoeg is om de letters tot zich te nemen.
Het verhaal over Gargantua, de reus die uit het oor van zijn moeder Gargamella geboren wordt, bestaat echt. Ook dit gegeven maakt van “Swinging Christmas” geen al te klassiek kerstverhaal.

De man vertelt ook over Sol, zijn grote liefde uit een grote stad, die niet kon wennen aan het leven in Helemaalnietsgat, en op een keer, op kerstmis, zomaar vertrok. Hij heeft haar nooit meer teruggezien.
Robin en Bernard worden in de jaren die volgen goede vrienden, die samen van muziek en boeken kunnen genieten. Als Robin op internaat gaat, zien ze elkaar in de vakanties. En dan is Bernard op een keer helemaal weg. Het huis is helemaal leeg, op een brief voor Robin na…

‘Swinging Christmas” is een boek vol sneeuw en koude, maar vooral een ode aan boeken, verhalen, vriendschap en muziek.

De CD bij het boek met vijf jazzliedjes op, werd ingezongen door Olivia Ruiz, de Franse zangeres die de novelle “Swinging Christmas” schreef, en waar Benjamin Lacombe zijn “Swinging Christmas” naar maakte.
Swinging Christmas / Benjamin Lacombe ; naar een novelle van Olivia Ruiz.- Hasselt : Clavis, 2013. Prentenboek + CD.- ISBN 978 90 904 482084 3

zaterdag 13 april 2013

Over een lief, wollig schaap

Dit lieve prentenboek wil twee zaken aanbrengen voor kinderen vanaf een jaar of vier: Homoseksualiteit en stotteren. Erg geslaagd, en de CD bij het boek die het verhaal als hoorspel brengt, is een meerwaarde.

Joep het kleine schaap weet niet wat hij heeft. Hij is op een ochtend veel te vroeg wakker, en vertelt zijn moeder dat hij het soms warm heeft, om het daarna weer koud te hebben. Of hij heeft zin om heel hard te lachen. Dan weer moet hij huilen. En dan weet hij het! Hij wil het aan iedereen vertellen!

Maar Joep stottert. Soms wat meer dan anders. Het is niet gemakkelijk als iedereen je zinnen wil afmaken, of niet naar je wil luisteren als je iets belangrijks te vertellen hebt!

Zijn vriend Tijn, een konijn, denkt dat Joep op wereldreis wil, en Mies de eekhoorn denkt dat hij de gekkeschapenziekte heeft. Ibbe de hond kan niet blaffen, maar ook hij wil niet naar Joep luisteren. Zelfs Joeps vader denkt dat Joep jarig is, en gaat snel een feestje voorbereiden. Maar Joep is pas volgende week jarig!

Gelukkig is er Joep’s nieuwe buurschaap ook nog. Joep wil hem graag vertellen wat er aan de hand is, maar hij komt niet uit zijn woorden. Dirk vertelt dat wanneer hij onrustig is, hij naar de wolken kijkt, en dat hij daar rustig van wordt. Moet Joep ook maar eens proberen.
Na een tijdje wordt Joep in de buurt van Dirk, inderdaad rustig, en kan hij het hem vertellen. Joep is verliefd. Op Dirk.
Illustrator Wouter Tulp heeft van dieren geen mensen willen maken, al hebben wel Disney-trekjes. Tulp gebruikte felle kleuren, zijn dieren worden groot afgebeeld. Op die manier is ‘Joep’ een aantrekkelijk boek.

Beide thema’s, stotteren en homoseksualiteit worden niet geproblematiseerd of opgedrongen, het zijn heel gewone gegevens binnen het boek. “Joep stottert. Een beetje. Soms wat meer, soms wat minder”. En iedereen, behalve misschien de egeltweeling Isa en Lisa, die dachten dat Joep verliefd is op een van hen, is blij voor Joep, omdat hij verliefd is op Dirk. Reden voor een feestje!

De CD bij het boek geeft meerwaarde.   Het voorgelezen verhaal  biedt meer dan alleen voorlezen: verschillende mensen verleenden hun medewerking, onder wie Paul Haenen, die de verteller is. Hij slaagt erin om de lieve sfeer van het boek vast te houden in zijn manier van vertellen. Zachte muziek, gecomponeerd door Marnix Dorrestein begeleidt de verschillende deeltjes van het verhaal. Elk dier heeft een andere verteller.

Het verhaal op de cd duurt niet langer dan een kwartiertje, wat ook een pluspunt is om de aandacht van kleine kinderen net lang genoeg te kunnen vasthouden.
Joep! / Mark Haayema ; Wouter Tulp.- Becht : Gottmer, 2013 Prentenboek met CD.- ISBN 978 90 257 5316 0 - 4+
(Dit stuk verscheen eerder op ZiZo Online)

zaterdag 19 januari 2013

Wie is er bang voor wie?

Ridder Florian is van het bange type.  Hij woont in een kasteel, en komt in aanraking met draken, heksen, jonkvrouwen, en zelfs rovers.  Allemaal figuren waarvoor Florian bang is.  Maar of dat eigenlijk allemaal nodig is?  Marjet Huiberts en Philip Hopman schreven en tekenden met “Ridder Florian” een uiterst verzorgd, humoristisch voorleesboek  voor stoere meiden en lieve jongens, of omgekeerd. 

De draken, rovers, knappe jonkvrouwen en, heksen en maken van “Ridder Florian” een grappig sprookjesachtig boek.  En zijn het niet net al die anderen die een beetje bang zijn voor Ridder Florian?  Bij de rovers in het eerste verhaal zou je daaraan kunnen twijfelen, maar de eenzame draak is ronduit blij dat hij Florian ziet.
Huiberts schreef haar Ridder Florian-verhaaltjes, allemaal ongeveer anderhalve bladzijde, met pagina grote kleurillustraties, op rijm.  Maar laat dat u niet tegenhouden om deze ridder in je hart te sluiten, want hij verdient dat.  Bovendien maakt de rijmvorm van de verhaaltjes het leven van de ridder die Florian is, echter.

Ridder Florian / Marjet Huiberts ; Philip Hopman.- Haarlem : Gottmer, 2006. ; 5e druk, 2012.- prentenboek.- 978 90 257 4084 9 - 4+

vrijdag 9 november 2012

Dag Sinterklaas: nu ook leesbaar!

Half november, bijna tijd voor Sinterklaas.  20 jaar geleden werd de eerste aflevering van “Dag Sinterklaas” uitgezonden: een reeks waarin Bart Peeters het wat naïeve jongetje was, dat het hulpje van de Sint en Zwarte Piet werd, in ruil voor antwoorden op vragen als: “Hoe heet het paard van Sinterklaas?”  “Waar woont de Sint?”. 

De reeks vloeide uit de pen van Hugo Matthysen, die ook tekende voor het onsterfelijke Kulderzipken” en “Zingaburia”.
Dit Vertelboek bundelt wat op televisie te zien was nu in een boek. 

Eerdere versies van dit boek waren er in 1993 en 2007, geïllustreerd door Jan Bosschaert.

Het is nacht, en Bart, een kleine jongen, ligt wakker in bed.  plotseling beginnen zijn twee pantoffels tegen hem te praten: zij weten waar de Sint woont!  Bart moet hiervoor op de fiets, richting een plek waar een rode bus op hem zal staan wachten.  De bus zal hem naar een wei brengen, waar een stier in zal staan, die een beetje raar praat.  Hugo Matthysen zou zichzelf niet zijn, mocht hij de stier ook echt in dialoog laten gaan met Bart: “Ben jij een stier die een beetje raar praat? (…)” “Een zdier tie een peetje raar braat?  Ik pegrijp niet wat je petoelt” (…)  Eens de wei uit, zal Bart een heuvel zien, met daarop een kasteeltje.  Daar woont de Sint!

Het boek begint als een feestje om te lezen, wat veel te maken heeft met het feit dat je voelt dat Matthysen zich voor deze “geschreven versie” van zijn televisiereeks ook heeft uitgeleefd.  Pratende pantoffels en raar pratende stieren, het is hem allemaal op het lijf geschreven, en Matthysen kan het de lezer nog laten geloven ook.  Ook op de vraag “Hoe heet uw paard, Sinterklaas?” waarop Zwarte Piet antwoordt: “Slechtweervandaag”.  Waarop Bart zegt Bart dat het “wel een beetje koud is vandaag”.
Dit Vertelboek gaat verder een heel klassiek Sinterklaasboek vormen, waarin kinderen alles kunnen terugvinden over wat ze over Sinterklaas willen weten: waar woont hij?  Zijn er dit jaar stoute kinderen?  En laat ik u geruststellen: volgens Sinterklaas zijn er ook dit jaar GEEN stoute kinderen.  Ze zijn allemaal braaf tot zelfs uitzonderlijk braaf.

De vraag die echter een beetje moeilijker is om te stellen, voor Bart althans, is of de Sint ooit al eens verliefd is geweest.  Maar dat is zonder Zwarte Piet gerekend, die Bart maar al te graag wat op weg wil helpen om het de Sint te vragen. 
Hier merk je dat ook Zwarte Piet een oerklassieke rol krijgt toebedeeld, waar ook Matthysen niet van afwijkt: die van een ietwat ondeugend iemand, die opkijkt naar de Goedheilige man die Sinterklaas is, ook in het “Vertelboek Dag Sinterklaas”.  Zwarte Piet speelt bijvoorbeeld samen met Bart dat ze Sinterklaas en Zwarte Piet zijn, waarbij Zwarte Piet de rol van Sinterklaas op zich neemt.  Dat de rollen nu omgekeerd zijn, is iets waar Bart een beetje aan moet wennen: hij moet Zwarte Piet nu aanspreken met “Sinterklaas”, terwijl Zwarte Piet zich te pletter amuseert met het inleven in zijn rol: hij vind Sinterklaas soms een beetje onbeleefd, en zou hem graag iets vaker “dankjewel Zwarte Piet” horen zeggen.  Vaak zegt de Sint alleen “hm”, of hij deelt bevelen uit. 

Sinterklaas kuiert bijvoorbeeld ook, in plaats van te wandelen, hij heeft een schoorsteen, die Zwarte Piet alleen maar om de Sint een beetje te pesten consequent “schouw” noemt, rijdt op een rijwiel in plaats van op een fiets.  (Maar het liefst rijdt Sinterklaas op zijn paard Slechtweervandaag, natuurlijk).

Marjan Van den Berghe maakte voor dit vertelboek bij elk verhaal enkele kleine tekeningen in blauwige tinten, die het boek een beetje aan een stripverhaal doen denken.  Ze passen wonderwel bij de soms gekke vondsten van Hugo Matthysen.
Het “Dag Sinterklaas: vertelboek” is een welkome aanvulling op de soms brave verhalen die er over de Sint al verschenen zijn.  Sinterklaas en Zwarte Piet hebben geen onmogelijke bochten meegekregen waardoor ze meteen helemaal anders zijn dan hoe we De Sint en Zwarte Piet kennen, hun rol blijft wat hij is, met Zwarte Piet als ondeugend, en Sinterklaas als goed, met al zijn kleine verdrietjes.  Dat het een afgeleide is van het televisieprogramma dat elk jaar opnieuw wordt uitgezonden, is goed voor de verkoopcijfers.  Boeken bij televisieprogramma’s scoren namelijk nogal eens.  Het “Dag Sinterklaas: vertelboek” mag dan al afgeleid zijn van het televisieprogramma, dat is zonder de schrijfkunsten van Matthysen gerekend, en ook de illustraties van Marjan Van den Berghe bieden de lezer dat ietsje meer, wat het boek zeker los van het televisieprogramma leesbaar maakt.

Dag Sinterklaas : Vertelboek / Hugo Matthysen ; Marjan Van den Berghe.- Antwerpen: Vrijdag, 2012.- 64p.: ill.- ISBN 978 94 600 1178 8 - 7+

zondag 30 september 2012

Gelukkig woont er in het dorp een dokter!

Kolderkerke is het dorp waar Dokter Doppert woont.  Het is er erg gezellig, en kleurrijk.  Mensen zijn er vrolijk, of een tikkeltje gek. 

Op een dag  hoort Dokter Doppert dat de smid van het dorp, Ricus, lachend verkondigt dat hij zich niet lekker voelt.  En dat is vreemd.  Heel vreemd.  Want Ricus is in zijn hele leven nog nooit ziek geweest.  En als je ziek bent, ga je toch niet lachen?  Dokter Doppert heeft in het huis van Ricus al snel een oude mafketel ontdekt.  Op de ketel staan allerlei vreemde tekens, en dat is geen goed teken.   Iedereen weet dat mafketels heel gevaarlijk zijn: je krijgt er de slappe lach van.  En van de slappe lach kun je dubbelklappen, of driedubbelklappen.  Bij vierdubbelklappen is het met je afgelopen.  Dus vertrekt dokter Doppert met het hele dorp op expeditie, om de ketel te vernietigen, in de rivier van Vergetelheid.
Een makkelijke expeditie wordt het allerminst.  Want er is ook nog Felrood, en Felrood wil wel weer eens een nieuw grijsrijk stichten, en heeft daarvoor Kolderkerke uitgekozen!  Grijsrijken zijn gedoemd om langzaam te verdwijnen, samen met de mensen die er wonen: mensen in eerdere Grijsrijken kregen last van apathie, en waren nergens meer in geïnteresseerd.  Dat mag niet gebeuren, ook al zou Felrood graag weer een Grijsrijk stichten: dan kan hij weer eens de baas zijn.  Had Ricus aan Dokter Doppert ook niet verteld dat er een koopman met felrood haar, hem zijn ketel had aangeboden?

“Dokter Doppert” is een gek boek, bedoeld voor kleuters.  Het boek zit vol woorspelingen, waar kleuters waarschijnlijk nog niets van zullen meedragen, maar hun voorlezers wel.  Dat maakt “Dokter Doppert” een boek voor iedereen. 
Vooraan worden de dorpsbewoners voorgesteld, met Dokter Doppert als eerste, die zich éénmaal per jaar, met carnaval, helemaal laat gaan, en zich dan verkleedt als worstenbroodje.  (Daar heeft ie het figuur wel voor: Dokter Doppert is bolrond).  Er woont ook een kabouter in het dorp, kabouter Kneutel, en hij heeft de laatste slag van de molen nog meegemaakt.  In zijn tuin heeft hij tuinkabouters die hij wekelijks water geeft.  Zo hebben alle dorpsbewoners wel wat, Petertje is bijvoorbeeld de dorpsgek.  Hij begroet de lezers  visueel op de titelpagina.

Het jammere is dat je, wanneer je op de laatste bladzijde, vlak voor de ruimte voor de CD, die bij het boek zit, en waarop het verhaal ook te beluisteren is, wél kunt zien dat er een track is die “wie is wie” heet, en dat dat in het verhaal in het boek, is weggelaten.  Op deze manier begint de voorstelling nogal snel, en zit je eigenlijk te wachten tot het verhaal eindelijk begint.  Bovendien worden alle dorpsbewoners voorgesteld, terwijl er erg veel alleen maar een kleine tot iets grotere figurantenrol hebben.  Want waar Dokter Doppert eerst graag met iedereen op expeditie zou gaan, vertrekt hij uiteindelijk toch alleen, want de Kolderkerkers zijn nogal op hun gewoontes gesteld, en ze houden van gezelligheid.  Een picknick moet altijd kunnen, vinden ze, en voor ze kunnen vertrekken, neemt iedereen ook nog zijn lievelingsspulletjes mee.  De burgemeester wil ook nog een toespraak houden.  Maar Ricus moet echt wel geholpen worden, dus vertrekt de dokter alleen, maar algauw krijgt hij het gezelschap van Reus, en van Jetje, die volgens de tekst vlechten in haar haar heeft, maar haar haar ziet er eerder uit als een reuzensnoepje.  Op deze manier kan de oudere (voor)lezer zich alleen een vrij volledig beeld van Jetje, Reus, Dokter Doppert, en Petertje vormen.  Terwijl het voor kleuters dan weer fijn is dat Evert aap een brulaap is, die ook zachtjes kan brullen.

Merk ook op dat met de figuur van Felrood losjes wordt verwezen naar het verhaal van Sneeuwwitje, wanneer Ricus vertelt dat hij de mafketel heeft aangeboden gekregen.  Verder lijkt Felrood ook erg op Repelsteeltje (die verwijzing is minder subtiel), met eigenlijk een heel moeilijke naam, met een Q, een X en een Y erin.

De illustraties zijn groot, en fel gekleurd ; ze nodigen uit tot kijken.  En te zoeken, naar Jo de Vlo, die niet in het verhaal voorkomt, maar zich af en toe op een bladzijde verstopt.  De illustraties bevatten leuke details, zo ziet de dokterstas van Dokter Doppert eruit als een uil.
De hoofdstukken beginnen allemaal met een letter volgens het alfabet, waardoor een leergierige kleuter (vanaf vier jaar, ongeveer) het alfabet ook nog kan leren bij een erg fijn verhaal.  Ook dat gegeven maakt van “Dokter Doppert” veel meer dan zomaar een voorlees- en prentenboek.

Dokter Doppert / Marieke van Hooff , Bas J. de Wit.- Sint-Niklaas : Abimo, 2012.- 117p. : ill.- ISBN 978 90 593 2888 4 - 4+

vrijdag 3 februari 2012

Niet helemaal alleen / Constance Ørbeck, Akin Duzakin ; Willem Ouwerkerk

Lars is een klein jongetje dat voor de allereerste keer helemaal alleen naar school zal lopen. Want mamma kan toch niet zijn hele leven mee naar school lopen? Om op school te komen, moet hij door een groot, donker bos. Hij begint achterwaarts te lopen, zodat hij zijn huis, en mamma, zolang mogelijk kan blijven zien. Maar hoe verder Lars loopt, hoe kleiner zijn huis, en dus ook hoe kleiner mamma wordt. Onderweg naar school, door het donkere bos denkt Lars aan allerlei enge dingen die in het bos rondlopen, zoals de grote zwarte hond, die zomaar zijn zin mag doen. Maar, zo achteruitlopend, komt Lars Lefja ook tegen, een lieflijk uitziend wezen dat aan een vlinder doet denken. Zij stelt Lars gerust. Ze heeft de hond niet gezien. Karo is een vreemd uitziend soort autootje, dat hem kwaad toespreekt: als hij niet doorloopt, komt Lars te laat op school!

“Niet helemaal alleen” is een feestje van een boek. Lars is een jongetje van vlees en bloed, met angsten die kinderen eigen zijn, wanneer er zich iets nieuws aandient, iets onbekends, in dit geval alleen naar school moeten lopen. In het donkere bos zijn op de prenten die een en al groen zijn, allerlei donkere schaduwen zichtbaar, die de angsten van Lars symboliseren. De lezer kan zich Lars’ angsten goed voorstellen. Lefja kan Lars’ angsten even wegnemen, maar voor Karo is Lars toch banger, en dat merk je. Samen symboliseren ze de fantasie van een kleine jongen, die prachtig vormgegeven werd, compleet met rugzakje en warm ingeduffeld. Lars wordt niet levensecht geschetst, hij blijft meer een tekenfiguurtje, in zachte kleuren, en grote verwonderde ogen, waarin de angst doorheen schemert: het bos is ook zo groot!

Willem Ouwerkerk maakte van deze Noorse parel de Nederlandse vertaling. Het gebruik van ’t en ‘r vind ik minder geslaagd, en er is niets mis met “ik kan haar niet meer zien”, ’t en ‘r fnuiken wat mij betreft de leesbaarheid een beetje. De vormgeving van de prenten die soms over twee bladzijden gespreid zijn, zou ook beter kunnen. Lefja staat met haar kopje op één bladzijde, waarbij haar staart op de naad van de andere bladzijde staat, en dat is jammer, want op die manier komen de prachtige illustraties vaak niet helemaal tot hun recht. De prenten zijn consequent redelijk donker gehouden, met veel groen, om het bos te blijven vormgeven zolang Lars niet op school aankomt.

“Niet helemaal alleen” is een erg sterke vertelling, want Lars loopt al die tijd nooit alleen door het bos, zo moet blijken… Constance Ørbeck en Akin Duzakin weten hun verhaal erg hoopvol te houden door hetgeen ze aan het eind van “Niet helemaal alleen” laten gebeuren, en dat maakt het boek tot iets uitzonderlijks, maar toch zo gewoon. “Niet helemaal alleen” moet ontdekt worden! Kinderen vanaf vijf jaar mogen wat mij betreft hun ouders de oren van het hoofd zeuren om “Niet helemaal alleen” voorgelezen te krijgen. En nog eens, en nog eens, want misschien ontdekt de kleine lezer steeds weer nieuwe details in de prenten, en kan hij meeleven met Lars, hoe hij helemaal alleen het bos doorloopt, op weg naar school.

Niet helemaal alleen / Constance Ørbeck, Akin Duzakin ; Willem Ouwerkerk.- Nieuwegein : Watervis, 2011.- Prentenboek.- oorspronkelijke Noorse titel: Ikke helt alene.- ISBN 978 94 90035 03 7 - 6+

zondag 18 december 2011

Met opa in het donker / Stefan Boonen ; Marja Meijer

Opa’s kleinkinderen komen allemaal samen logeren, op de grote zolder bij oma en opa thuis.  De bijbehorende prent van Marja Meijer laat alvast de sfeer zien die bij een logeerpartijtje past, we zien zeven kinderen die allemaal hun spulletjes, van luchtbedden tot sport- en rugtassen op de zolder zetten, of kinderen die blij zijn dat ze in een stapelbed mogen slapen.  De zolder is buitengewoon knap vormgegeven.  Maar opa kijkt wat mij betreft toch wat sip.

Bij een logeerpartijtje hoort natuurlijk ook iets te doen te zijn!  De kinderen willen erg graag verstoppertje spelen, en wel in het donker.  Ze mogen toch niet meer buitenspelen omdat het te laat is en omdat het stormt.  Boonen trekt hiervoor de kaart van het sprookje van de zeven geitjes, waarbij opa de wolf wordt, en de kinderen de zeven geitjes.  Erg origineel is deze vondst niet, maar in het kader van dit laatste opa-boek vond ik het wel passend.  Eén kind verstopt zich zelfs in de staande klok.  Wanneer opa alle kinderen heeft gevonden (en ze worden niet opgegeten), willen de kinderen dat opa zich gaat verstoppen.  Maar of dat zo’n dapper idee is?  Nu zijn de kinderen namelijk alleen in het huis, want oma is die avond op stap.  Toch gaan ze dapper op zoek naar opa.  Maar het is zo donker, en de regen rammelt tegen de ramen.  Dat regen rammelt is vergezocht.  Je kunt in een voorleesverhaal net zo goed gewoon van “kletteren” gebruikmaken, maar dat bekt minder leuk.  Bovendien zijn er in huis toch wel allerlei enge geluiden te horen.  En of het licht na een tijd niet gewoon terug aan kan?  Anders is het toch te donker…  Tenslotte vinden ze opa, die in slaap gevallen is in een kast.
Dit gegeven neemt de spanning van het vreemde huis even weg, en alles wordt weer gewoon.  De kinderen moeten gaan slapen, en daarbij hoort het tandenpoetsenritueel, en natuurlijk ook het verhaaltje.  Maar van slapen komt niet veel terecht.  Eenmaal met z’n allen op zolder, slaat de angst weer toe.  De wind die waait, en de regen die maar blijft tikken tegen het raam.  Sommige kinderen zijn er daardoor van overtuigd dat er een wolf op het dak zit.  Dit gegeven is zeer herkenbaar in de fantasiewereld van jonge kinderen.

Gelukkig is opa er nog.  Maar of hij in zijn eigen bed kan gaan slapen is maar de vraag.  Omdat de kinderen toch bang bleven, zijn ze in opa’s bed in slaap gevallen, echter zonder dat opa hier iets van weet.  “stilletjes, opa”, is de repliek van Gitte.  We vinden opa op de laatste bladzijde terug op de bank in de woonkamer, waar oma net terug is van haar avondje weg.  Waarom ligt opa nu op de bank te slapen?  Je ziet het haar gewoon denken.  Maar met de geitjes is alles goed.  Alleen de wolf is een beetje moe.
Onder het motto: “de laatste zijn vaak de beste” sluit “Met opa in het donker” de opa-reeks van Stefan Boonen met verve af.  Voldoende spankracht, uiterst verzorgde prenten, een voltreffer. 

Met opa in het donker / Stefan Boonen ; Marja Meijer.- Hasselt : Clavis, 2011.- Prentenboek.- ISBN 978 90 448 1588 7 - 4+

zaterdag 17 december 2011

Met opa in de sneeuw / Stefan Boonen ; Marja Meijer

Terwijl het hier op dit moment nog eigenlijk in de verste verte niet wil gaan sneeuwen, vinden we opa en zijn kleinkinderen terug bij opa en oma thuis, en daar sneeuwt het wel volop. Binnen is het gezellig warm, maar de kinderen willen naar buiten, in de sneeuw gaan spelen! Welk kind zou dat niet willen? Wel moeten ze laarzen aan hun voeten, en sjaals aan en mutsen op. Kortom, ze moeten zich klaarmaken voor alles wat je in de sneeuw kunt doen: sleetje rijden, of een sneeuwpop maken, en sneeuwballen gooien! En wat ook leuk is? Met de slee van de helling glijden, en vallen in de sneeuw! Want als je in de sneeuw valt, doe je je geen pijn. Alle kleinkinderen willen dat maar al te graag proberen. En dat gaat goed. Maar ook opa wil dit proberen. Maar of het bij hem ook zo goed gaat? Gelukkig zijn er zijn kleinkinderen, die hem zoveel mogelijk helpen…
“Met opa in de sneeuw” is het derde boek over opa en zijn kleinkinderen. Weer een gezellig voorleesverhaal, met prenten in kleur van Marja Meijer. De humor bij deze boekjes zit ‘m vooral in het feit dat Stefan Boonen van opa een lief, nogal klunzig iemand maakt, en dat het dan zijn kleinkinderen zijn die het initiatief nemen, en dat is maar goed ook. Elk boekje eindigt ook altijd ongeveer hetzelfde: opa is een beetje moe… En je zou voor minder!
Met opa in de sneeuw / Stefan Boonen ; Marja Meijer.- Hasselt : Clavis, 2010.- Prentenboek.- ISBN 978 90 448 1147 6 - 4+

woensdag 14 december 2011

Met opa naar zee / Stefan Boonen ; Marja Meijer


Opa trekt er met zijn kleinkinderen op uit naar zee.  Ze hebben, rugzakjes en petjes, een luchtkrokodil, emmertjes en schepjes, kortom: ze zijn met z’n allen klaar voor een dagje zee.  Daar gaan ze naartoe met de trein, waarop het zeer druk is.  Opa neemt meteen de leiding: vandaag is hij generaal, en de kinderen zijn zijn soldaten.
Aangekomen op het strand, doet opa wat hij beloofd heeft, en hij trakteert met ijs.  Hij heeft de kinderen op het hart gedrukt om zeker de plek waar ze op het strand zitten, niet te verlaten, zodat hij hen makkelijk kan terugvinden.  Maar zal opa de weg naar hun plekje zélf wel kunnen terugvinden, liefst mét ijsjes?  Bijbehorend zien we op een dubbele pagina een strandtafereel.

“Met opa naar zee” is een totaalpakketje.  De prenten in kleur van Marja Meijer bieden dit keer wel meer dan wat enkel de tekst vertelt.   We zien bij het vertrek dat oma bijvoorbeeld nog snel een kleinkind helpt om zijn rugzakje aan te trekken, en de was hangt aan de lijn.
De prenten stralen een en al vrolijkheid uit, en zo hoort het ook bij een dagje aan zee!

“Met opa naar zee” is iets avontuurlijker  dan “Opa op de fiets”.  Dat heeft te maken met opa die niet zo makkelijk de weg terugvindt, en met smeltende ijsjes.  Wat mij betreft nemen de kinderen in “Met opa naar zee” meer het voortouw dan dat ze dat doen in “Met opa op de fiets".  Boonen heeft hen hier iets meer body meegegeven.   
Met opa naar zee / Stefan Boonen ; Marja Meijer.- Hasselt : Clavis, 2010.- Prentenboek.- ISBN  90 448 0823 0 - 4+

maandag 12 december 2011

Met opa op de fiets / Stefan Boonen ; Marja Meijer

Opa trekt er met zijn kleindochter Isa op uit, met de fiets. Maar of ze lang met hun tweetjes zullen fietsen is maar de vraag. Algauw vraagt Gitte of ze ook mee mag. En Emma verveelt zich, zij wil ook mee. Bram komt er ook bij, en dan is er Pieter nog. Zal dit wel goed gaan?


“Met opa op de fiets” is een vrolijk, heel gewoon verhaal over een opa en zijn kleinkinderen. Opa is iemand die veel voor zijn kleinkinderen overheeft, en dat maakt mee de warmte van dit boekje uit. Ook al is er geen plaats voor iedereen op opa’s fiets, Pieter mag in opa’s nek, maar hij moet zich vasthouden aan zijn oren. Makkelijk zat. Ook al vond opa al op het bruggetje dat hij net een bus is.

Marja Meijer tekent de buitenwereld waar opa en zijn kleinkinderen doorheen fietsen. Dat doet ze in prenten vol kleur, met dieren die dieren blijven, kijken we maar naar de koeien in de wei. Zij worden niet vermenselijkt. De wolken in de lucht, waarin je soms een vliegtuig of een huis kunt herkennen met een beetje fantasie, fnuiken je fantasie net wél, en dat is jammer. De tekst vertelt dat opa naar een wolk wijst, waarop Isa zegt dat het net een boom is. Meijer schetst een wolkenlucht, waarvan ze dan maar van de wolken een vliegtuig maakt, of zelfs een t-shirt. Terwijl de wolken die je soms in de lucht ziet, echt niet zo levensecht de vorm van een t-shirt hebben. De illustraties stralen warmte uit, en maken het verhaal compleet, hoewel ze niet veel meer vertellen dan wat de tekst al doet.

Met opa op de fiets / Stefan Boonen ; Marja Meijer.- Hasselt : Clavis, 2010.- prentenboek.- ISBN: 978 90 448 1187 2 - 4+

zondag 4 april 2010

De fanfare van Heuvelbos / Henri Van Daele ; Klaas Verplancke

Op een avond ziet de Olifant, die in het circus moet rondlopen met een roze tutu aan, en op commando andere kunstjes moet vertonen voor publiek, zijn kans schoon: hij ontsnapt. Hij vlucht naar Heuvelbos en maakt daar kennis met Ridder Louis MPoint, heer van Heuvelbos, die een geheim heeft. De Olifant went snel aan het leven in Heuvelbos, en maakt ook nieuwe vrienden: Beertje Kareltje, een klein beertje, dat koste wat het kost een eigen berenrepubliek wil oprichten. En hij ontdekt dat De Kleine Grizzly, zoals Ridder Louis MPoint eigenlijk heet, een beetje verliefd is op Prinses Limoentje, die is voorbestemd om koningin te worden. Maar niet iedereen is zo blij met de bewoners van Heuvelbos, zoals de beren en de Olifant vaak mogen merken. Gelukkig is er ook nog Maroni, een verkoper van ijs in de zomer, en gepofte kastanjes in de winter.


Een oerdegelijk geschreven, klassieke vertelling. Een verhaal zonder al te veel tierlantijnen en een grote dosis nuchterheid, zoals we van Van Daele gewend zijn. Wanneer de Grizzly zijn honing bijna op is, bijvoorbeeld, en hij naar de bijen moet om verse honing te halen. Hier zou men een en al actie in het boek kunnen stoppen, van bijen die er niet voor terugdeinzen om onze grizzly aan te vallen. Niet zo met Van Daele: de bijenkoningin weet dat de grizzly niets kwaad in de zin heeft, en ze geeft hem wat hij vraagt. (p65-66-67)

Alles in dit boek klopt, en dingen die ongeloofwaardig zijn, zijn in dit boek wel geloofwaardig: De Grizzly en de Olifant maken een liedje, en besluiten dit te gaan zingen. Dit komt echter niet zomaar tot stand, en de Olifant is ook zeer kritisch, (net als de lezer), wanneer hij opmerkt dat dingen niet rijmen. “Het is een beeld”, legde de Grizzly geduldig uit. Misschien moet je hiervoor wel gewoon Henri Van Daele zijn. Om met een grote dosis nuchterheid je boeken bij elkaar te schrijven.

Je merkt ook een grote genegenheid van de Grizzly voor Prinses Limoentje, en hij is een beetje jaloers wanneer er roddels over haar opduiken, en over haar nakend huwelijk. Dat mag niet! Ook prinses Limoentje heeft hier trouwens haar derde rol, na “De Grizzly die niet slapen wou” en ook in “Het grote berenvoorleesboek” komt ze om het hoekje loeren. In die zin is “De fanfare van Heuvelbos” misschien een vervolg voor oudere lezers op “De grizzly die niet slapen wou”: Prinses Limoentje is een jonge, zelfbewuste vrouw geworden, en de lezer merkt dat de zoo, waar de grizzly ooit in werd ondergebracht, bij het paleis, zijn tijd heeft gehad, dat dieren niet horen te worden opgesloten.

De olifant zal in dit boek ook met een depressie gaan worstelen, omdat hij het publiek begint te missen. (Zou je dan terug in een roze tutu willen rondlopen? – het antwoord hierop is nee). Dat merkt de lezer mooi op, echter zonder dat dit iemand door de strot wordt geramd: je mag zelf je invulling aan het gegeven depressie geven.

De tekeningen van Klaas Verplancke, die ook het vorige “Grote Berenvoorleesboek” van illustraties voorzag, zijn wat mij betreft redelijk terug “to basic”. Maar waar Verplanckes tekeningen normaalgezien bij de desbetreffende tekst (of een beetje verderop, maar wel op zo’n manier dat je een beetje kunt opmaken wat de tekeningen vertellen) passen, is dat in “De fanfare van Heuvelbos” niet echt zo, en heb ik de indruk dat de tekeningen zomaar “ergens in het boek” zijn gesmeten. Zo zorgen ze enkel voor verlichting van de tekst.

Waar “Het grote berenvoorleesboek” echt de kaart trok van “voorlezen voor jonge kinderen” is “De fanfare van Heuvelbos” een boek vol dubbele bodems ; liefde, drank en depressies. En filosofie. Waarom de olifant bijvoorbeeld liever geen blauwe bloempjes eet: “gras heeft geen oogjes”. Hij vindt dat de bloempjes zo lief kunnen kijken. Hier en daar wordt het boek een beetje melig, zoals bij de regendans: “Kom grizzly. Ze maakten een kring. De Olifant greep met zijn slurf het korte staartje van de beer. Maroni pakte de Olifant bij zijn oor en de grizzly bij zijn linkervoorpoot. En zo dansten ze, tot ze alle drie kletsnat waren.

Er wordt ook niet vergeten dat “De fanfare van Heuvelbos” striktgenomen een tweede berenvoorleesboek zou kunnen zijn: de beren in dit boek zijn allemaal “opgeleid” om als speelgoedbeer kindertjes gelukkig te maken, maar zij zijn dit eigenlijk een beetje moe. Ze willen veel vrijer zijn. Gepetto, de speelgoeddokter, die we ook kennen uit Pinnocchio, krijgt ook in dit boek de rol die hem op het lijf is gesneden: die van vriendelijke oude man, zonder ooit naïef te zijn.

Een crème van een boek!

De fanfare van Heuvelbos : de glorieuze en grappige lotgevallen van Ridder Louis MPoint en tal van andere beren / Henri Van Daele ; Klaas Verplancke.- Leuven : Van Halewyck, 2009.- 214p.: ill.- ISBN 978 90 5617 942 7

zondag 5 juli 2009

ik zomer, jij zomert, wij zomeren...

ik bundel, wij bundelen, zij bundelen
ik lees, wij lezen, zij worden voorgelezen!

Zou het zomervakantie zijn, en zouden er daarom zoveel verhalenbundels verschijnen? Ik zag er laatst zelfs eentje ("Als engelen de grond raken")waarin drie boeken van Gerda Van Erkel gebundeld werden ("Engel in rood", "Ik kom je halen" en "Mijn zoute zoen". Of eentje van Marc De Bel, gelukkig wel met drie érg goeie verhalen over de Boeboeks, niet toevallig ouder werk waaronder "Soezie Boebie" en "De pilletjes van Opa Kakadoris".

De laatste tijd val ik blijkbaar ook voor Rindert Kromhout, en eigenlijk heeft de man mij nog niet teleurgesteld: ik las laatst "Igor, beer in nood" opnieuw, en werd van mijn sokken geblazen door "Alle maskers af", naar mijn gevoel een verhaal waarin niets is wat het lijkt, of waarin niemand is wie hij lijkt. Ook: "Het grote boek van Meester Max", waarin veel, veel verhalen over Meester Max' kleutermonsters zijn samengebracht. Het laatste boek bij de bundels is "Grote Helden" ook van Kromhout, waarin verhalen over Kleine Ezel, Merel en Meester Max zijn terug te vinden. En verhalen van Bil en Wil. Naar dit boek ben ik nog benieuwd, en da's er zowaar eentje in full color en op van dat prettig bijna glanzend papier. Jaja. Wat zou een mens doen zonder boeken? Helemaal niks. Ook niet wanneer het te warm is onder een lezende mens' schedeldak, want dan leest ie alle Harry Potter boeken opnieuw, boeken vol vriendschap, vijandschap en magie.

U wilt NOG iets anders? Dan beveel ik u van harte en met veel graagte de Robin-bundels en verhalen van Sjoerd Kuyper aan! Van "Robin is verliefd" is trouwens een compleet luisterboek gemaakt ook, voor wie geen zin heeft in letters, maar wel in geluid...

maandag 15 juni 2009

Trouwen met Tanja / Bart Van Nuffelen en Klaas Verplancke


Het is de laatste dag in de kleuterklas en het is feest! Er wordt gedanst, zot gedaan en gelachen. Plotseling: een plakkerig handje en de vraag: “Wil je met me trouwen”? De vraag komt van Tanja, en het jongetje uit het boek weet niet wat hem overkomt. Vooral niet wanneer hij zomaar “ja” zegt. De hele zomer lang bedenkt hij hoe hij onder trouwen met Tanja uit kan komen.

Gelukkig is Stief er nog: Stief is anders: hij weet dingen waarvan de meeste andere kleuters nog nooit hebben gehoord, en hij heeft al echte borsten gezien. Maar niet die van zijn mama. Veel grotere. Stief zegt: “ik moet kakken” waar andere kleuters zeggen: “ik moet naar het toilet.” Zal het Stief zijn die het arme jongetje van zijn trouwplannen met Tanja moet af helpen?
Tanja is namelijk nogal griezelig. Of “De monding van de Nijl” “het Oeral” of “De monding van de Amazone” de kleuterdoelgroep al veel zeggen valt te betwijfelen, maar dat stukje is overslaanbaar, lijkt me.

Geestig, fris boek met felle kleuren en grote tekeningen. Op de kaft langs de binnenkant is met pen geschreven wat kinderen al erg lang doen met bloemblaadjes – maar hier met een balpen neergeschreven: “Ze houdt (of “hij” houdt, natuurlijk) van mij, niet van mij”. Dat wordt hier: “Ik trouw met Tanja ik trouw niet met Tanja”.

Op de eerste bladzijde komt Paul Van Ostaijen langs “Dag grote wereldbol, dag mama en dag papa. Dag broertje met de blokkendoos (…) Dag meneertje Marc met de stok, pok pok. Dag ventje met de bloem ploem ploem”.

We zien ook tekeningen, gemaakt met balpen, waarna ze uit ruitjespapier geknipt werden, lijkt het wel. Al die verschillende tekenstijlen nodigen uit om naar de prenten te blijven kijken. De personages in dit boek zijn fijn uitgewerkte individuutjes, waarvan Stief, ons hoofdpersonage (valt me nu pas op: hij heeft geen naam, hij wordt aangeduid met “ik”.

Maar de hamvraag blijft: zal er getrouwd worden, na de zomer?!

vrijdag 24 april 2009

De verboden vraag / Michael Morpurgo ; Michael Foreman

Lesley is een jonge journaliste die door een toevalligheid de wereldberoemde violist Paolo Levi mag interviewen. Ze is door het dolle heen “de een zijn dood, is een ander zijn brood”, is namelijk op haar situatie van toepassing. Levi houdt niet van interviews geven en heeft al menig journalist gewoon de deur gewezen – maar de journaliste die het interview in Venetië zou hebben met Levi, heeft een skiongeluk gehad. Lesley wordt gebrieft, ook over “de verboden vraag”. Lesley zegt maar “ja” op Meryls vraag of ze weet heeft van die éne vraag die ze zeker niet mag stellen. Ook wat ze verder over hem weet, ratelt ze af. Maar Lesley is heel erg zenuwachtig, en bang om fouten te maken.
Bij Levi aangekomen, doet deze haar een voorstel: zij mag één vraag stellen, en hij zal een verhaal vertellen… Daarna zullen andere vragen overbodig zijn.
“Maar de maestro vindt haar aardig”, meldt de achterflap, “en hij begint uit zichzelf te vertellen…”

Ook hier: de achterflap alleen zou er me niet toe bewegen dit boek te lezen. Wel wanneer ik het boek opensla, en lees dat de oorspronkelijke titel van dit boek “The Mozartquestion” is. En verwacht wat mij betreft ook zeker niets fabelachtigs. “Fabelachtig mooi” is dit boek in elk geval wel, maar het is absoluut geen “fabel”, zoals de achterflap meldt.

Hoe is Paolo (De achterflap spreekt zelfs van Paulo, terwijl er het hele boek door gebruikgemaakt wordt van Paolo) geworden wie hij is?
“Hij houdt niet van applaus, blijft er niet op wachten. Hij gelooft er blijkbaar niet in. (…) Hij vindt dat als er zo nodig geapplaudisseerd moet worden, het voor de muziek moet zijn, of eventueel voor de componist, maar in geen geval voor de uitvoerend musicus. Hij zegt dat de stilte na de uitvoering deel uitmaakt van de muziek en niet onderbroken zou mogen worden.” (…) Vindt dat muziek levend moet zijn, niet ingeblikt”. “Ik heb een hekel aan kou”. “Taal lijkt op muziek. Je leert het het beste door te luisteren. (…) “Geluid heeft ruimte nodig om te ademen. Net als wij lucht nodig hebben.”

Waarom is hij zo’n begenadigd muzikant? Uit passie, zo blijkt, en omdat het – als je het verhaal leest – zijn lot is, of het zo is moeten zijn. Levi werd echter niet in die richting geduwd, en dit boek gaat ook niet over het worden van een zeer beroemd iemand. Integendeel, bijna. Maar al te verre uitwijdingen over de titel is het boek – voor wie het nog niet las – oneer aandoen. De Verboden Vraag heeft alles te maken met wat Paolo’s ouders hebben meegemaakt tijdens Wereldoorlog II, en dat is weer een heel andere kant uit die oorlog die op heel korte tijdspanne van nauwelijks 72 bladzijden die dit boekje telt, wordt uitgelegd - zij het op een fractie van het boek. Morpurgo heeft zich hierover ook zeer goed gedocumenteerd. Achteraan in het boek zit ook – beetje een modetrend, zo lijkt het wel – een “bericht van de schrijver.” Het is echter raadzaam om eerst het verhaal te gaan lezen, en niet eerst naar achteraan het boek te bladeren.

Hier en daar had ik wel het gevoel dat het interview door Lesley er niet echt bij hoefde, en het is al helemaal niet zo dat expliciet uit de tekst blijkt dat Signor Levi haar aardig vindt. Maar dat is goed zo: zo wordt louter op het leven van Paolo Levi gefocust.
Ook de tijdspanne in het boek klopt, maar vergt enig rekenwerk.

Dit is een zeer indrukwekkend maar klein meesterwerkje, met prachtige tekeningen van Michael Foreman, een wereldberoemde illustrator, die zeer veel gevraagd wordt. Wanneer je de prenten bekijkt, merk je wellicht meteen op waarom dit zo is. Ook in dit boek levert hij meesterwerkjes af, die soms voorafgaan wat de tekst vertelde of wat de tekst nog zal vertellen.
Ook Paolo’s woonplaats Venetië wordt heel mooi in de prenten weergegeven.

Zowel in de tekst als in de tekeningen zitten grote emoties vervat, die een element uit WOII zo treffend weten te vatten voor kinderen vanaf een jaar of acht. Voorlezen kan zeker ook al vanaf deze leeftijd.

Morpurgo heeft sinds ik zijn boek “Het verbluffende verhaal van Adolphus Tips” las, een streepje voor. Om zijn taal, en om de warmte die in zijn verhalen zit, en hoe de personages met elkaar omgaan. Over liefde zonder klefheid, om maar een element te noemen.

De verboden vraag / Michael Morpurgo ; Michael Foreman (ill.) ; vertaald door Jenny de Jonge.- Amsterdam : Arena, 2008.- 72p.: ill.- Oorspronkelijke titel: The Mozart Question.- ISBN: 978 90 6974 953 2

maandag 24 november 2008

Kriepie en de matrollen / Walter Baele en Claudia Verhelst

Tika Kriepie wordt op een keer in de winter, ontvoerd door kleine mannetjes met zwemvliezen tussen hun tenen, en groezelige baarden. Niemand in het sprookjesdorp weet waar Tika heen is, en door wie ze ontvoerd werd. Tot Kobe de matrol in zijn encyclopedie tegenkomt… Het hele dorp wordt opgetrommeld om Tika te zoeken.

Een nieuw avontuur over de familie Kriepie. Wat me aangenaam verraste. Bij titels als deze komt al te vaak maar één personage naar voor. Niet zo hier: Kriepie is een hele familie: mama heks, papa heks, en Tika en Kobe. Ze hebben ook een oudere zus, Mout, maar zij komt in dit verhaal niet als personage naar voor. Waarom ze dan wel ineens moet opduiken is enigszins een raadsel.
Waar sommige verhalen doorgaan op een ontvoering, die aan het eind van het verhaal wordt opgelost, is dat hier niet het geval. Tika wordt teruggevonden, en de bosbewoners zinnen op wraak op de matrollen. Dit is een heel fijn boek, dat voor volwassenen veel herkenning zal oproepen, zoals de GPS (want zonder zo’n dinges, volgens mevrouw Duim, vlieg ik altijd fout als ik naar kapper Pinkie moet (Alles in het roze…) maar waar ook kinderen omwille van de sprookjesfiguren, heksen op kop, veel plezier aan zullen beleven. In mama Kriepies winkel duiken geiten op. Waar komen die vandaan? Je komt te weten dat moeder geit ziek is, en dat mama Kriepie op de geitjes moet passen. Maar de geitjes zetten de boel behoorlijk op stelten, en mama telt zes geitjes… Het zevende zweeft tegen het plafond. Dat is een grap van Tika, die vindt vliegende geitjes leuk. GPS staat hier voor Geleide Papegaai Systeem. Een Limo Safira (Opel Safira) is een luxe-bezem met steelverwarming, waar je dus ook een babbelbezem van kunt maken. Het is een spannend grappig verhaal, met hier en daar wat een opgestoken vingertje: “zou jij het leuk vinden als ze het bos van ons zouden afnemen? De matrollen vinden het namelijk maar niets dat ze de zee niet meer kunnen zien. Terwijl ze zo graag aan zee wonen. Ze wonen in een paddenstoel met een blauwe hoed. Hij is zo groot als drie giraffen bovenop elkaar. (Meldt het boek, op de achterflap staat dat de paddenstoel groter is dan vier giraffen bovenop elkaar.(zucht: redactie!) p.13: “mèhèhè, klinkt het dan. Dat is geitengemekker.” Overbodige zin. Op de achterflap staat ook dat matrollen houden van gebakken zeepaard en inktvispuree. Waarom lees ik daarover niets in het verhaal? De krab en de paddenstoel zijn de enige elementen die ook effectief opduiken in het boek.
Maar verder zijn er mij geen taalfouten of ongerijmdheden opgevallen, en dat is goed zo.
Nadat Tika werd gevonden, gaat het boek dus verder met de kennismaking met de matrollen. Zij lijken op trollen, zou je kunnen zeggen. De baas van de matrollen is een vies oud, doof mannetje. Bij de gevangenneming van alle andere matrollen door de bosbewoners (daar houden matrollen niet van), kan hij als enige nog even in de paddenstoel blijven, hij hoorde het tumult niet.) De dieren in dit boek hebben ook geen alledaagse namen als Prik de egel, om er maar eentje te noemen. De egel uit dit sprookjesbos heet Floris. Agent Knuppelpoot is een everzwijn, en de eend heet voor een keer eens niet iets wat echt naar een eend verwijst, ze heet Birgit. Wel is het een echte tatereend, maar dat is voor de rest van dit goedlopende verhaal geen belemmering. . Tussendoor is papa Kriepie, die moet vermageren, ook jarig. Hij krijgt geen worstjes of kastanjebier, maar allerlei gezonde alternatieven: wortels, sapjes, … en hij moet, als de matrollen het bos willen laten overstromen, leren zwemmen onder leiding van kikker Wippo. Maar hij vind die hele zwemles maar idioot. En dat is een fijne vondst: ze zouden beter iets aan de matrollen doen, zodat zij het bos niet KUNNEN laten overstromen, dan dat zij bosbewoners zouden verdrinken! De bosbewoners willen de matrollen, die dus aan zee wonen, en bewaakt worden door een krab zo groot als een koe, en de rol van slechteriken op zich nemen, ze ontvoeren elfjes – helpen. Maar eerst willen de bosbewoners hen een poets bakken. Tenslotte hebben zij Tika ontvoerd. Ook alle hout wordt uit de boshuisjes geroofd, voor de houtrupsen van de matrollen. Later veranderen alle houtrupsen in vlinders. Dat vinden de personages in dit boek ietwat vreemd, maar het is wel een mooi gegeven. In het huis van mevrouw Duim (geen tuttig mens, ondanks dat ze rijk is en een eigen winkel heeft, en in een kasteeltje woont) verven alle bosbewoners lakens blauw, die ze op en neer zullen laten bewegen vlak voor de matrollen. Zij zien slecht, dus moet hun plannetje, uitgedoktert door het slimme broertje van Tika, Kobe, zeker lukken.
Maar hoe zullen ze de matrollen ook helpen? Dan komt mevrouw Duim met een geweldig plannetje: zij en haar man gaan elk jaar op reis naar Tangaloulou (Honolulu), en wonen daar vlak bij de zee! Dat vinden de andere bosbewoners een goed idee, en zo gebeurt het ook. De oudste matrol heeft trouwens nog een geweldig verjaardagscadeautje voor papa Kriepie: een kietelkwal, waar ook matrollen gek op zijn, omdat ze je overal kietelen.
Fijn boek, zonder de klassieke sprookjeselementen, maar toch een sprookjesverhaal.
De tekeningen zijn ook verrassend: ze zijn een combinatie van foto’s, en getekende elementen, waardoor je vaak naar collages kijkt. Mooi.
Kriepie en de matrollen / Walter Baele ; Claudia Verhelst.- Sint-Niklaas : Abimo, 2007.- 95p.: ill.- ISBN 978 90 5932 366 7

woensdag 23 juli 2008

Om acht uur bij de Ark / Ulrich Hub ; Jörg Mühle

Ergens op de wereld, is een plek vol sneeuw en ijs, en ijs en sneeuw, zover je kunt kijken. Wanneer je echter beter kijkt, ontdek je tussen alle sneeuw en ijs, drie figuurtjes op. Kijk je nog beter, dan merk je dat het drie pinguïns zijn: twee grote en een kleinere. Pinguïns stinken. Naar vis. (En ze kunnen ook niet vliegen, maar dat weten we al uit “Lodewijk, de koningspinguïn”) Eigenlijk doen deze pinguïns niets liever dan ruziemaken. Op een dag gebeurt er iets, daar in de sneeuw- en ijsvlakte: iets wat het leven van de pinguïns voor altijd zal veranderen…
Wat het leven van de pinguïns voor altijd verandert: ik laat het graag voor de “nog niet- lezer” van dit boek liggen. Grappig boek, maar af en toe wat mij betreft toch wel heel erg belerend. Over houden van, en over ruziemaken, dat dat eigenlijk toch tot niets leidt.
Dit boek is ook echt een hervertelling van het ark-verhaal van Noach uit de Bijbel, daar kun je in dit boek geenszins om heen: het gaat regenen, erg lang regenen, een boodschapper die dit nieuws komt brengen, … Alle dieren zijn vertegenwoordigt, zelfs tot en met de vredesduif (alleen wordt ze hier niet zo aangeduid: ze is “de duif”. Zij weet dat ze iets vergeten is, en ze vindt dat ze op de ark veel te hard moet werken. De pinguïns in dit verhaal zorgen echter mee voor een uiterst grappige noot en ze worden hier beschreven als een beetje dommig. Hoewel: zij zijn tegen alle regels in te laat op de boot gestapt, zoals altijd: pinguïns komen ALTIJD te laat. Nu hebben zij daar echter een erg goeie reden voor…
Mooi boekje als geheel, maar weinig vernieuwend. In dit geval voelt dit voor mij zeker niet aan als “ouderwets” of voorbijgestreefd. De boodschap van vriendschap en liefde voert de boventoon.Om 8 uur bij de Ark / Ulrich Hub en Jörg Mühle ; vert. Tjalling Bos.- Rotterdam : Lemniscaat, 2008.- oorspr titel: An der Arche um Acht.- 72p.: ill.- 978 90 477 0019 7