Posts tonen met het label De Wereld. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Wereld. Alle posts tonen

zondag 27 juli 2025

Yash! / Inez van Loon

Realistisch en interessant nieuw boek van Inez van Loon

Yash! is een realistisch en interessant boek dat zich in 1906 afspeelt in India en Suriname, waar de Zamindar de plak zwaait, en waar Yash sinds het overlijden van zijn "mata" (mama) bij zijn slechtgehumeurde tante woont. Het speelt zich later ook af op zee, maar daarvoor moeten Yash en Ravi eerst zien dat ze daar heelhuids geraken: dat doen ze door op het dak van de trein mee te liften... Hoofdpersonages zijn de twaalfjarige Yash en zijn beste vriend Ravi.

Yash woont in een klein dorpje in India, in het jaar 1906. Zijn vader is al een tijd contractarbeider in Sarnam (Suriname), maar zijn contract loopt weldra ten einde. Dan komt hij terug. Maar de tijd verstrijkt, en zijn vader komt niet terug. Yash besluit om samen met zijn beste vriend Ravi om illegaal de oversteek over de Kala Pani (Het Grote Zwarte Water) te maken om zijn vader te zoeken.

Goed gedocumenteerd boek

Inez van Loon schreef een zeer goed gedocumenteerd boek over hoe het leven er voor kinderen uitzag ten tijde van de slavernij in Suriname-India-Suriname. Omdat ik hier zeer weinig over wist, heb ik het boek graag uitgelezen. Yash en Ravi worden zeer levendig weergegeven.

De verteltoon (in de derde persoon: het is de auteur die het boek schrijft) is passief. (Er wordt beloofd dat Yash en Ravi samen zullen kunnen werken, het hart van Ravi klopt in zijn keel, ...) Dat maakt dat ik het boek dan weer NIET zo graag las. Maar over het wat en hoe, en vooral het waarom van dit boek ben ik zeer te spreken. Ook wanneer blijkt dat iemand slechte bedoelingen met het werkvolk heeft, en Yash en Ravi daar achter komen, komt er wat meer actie in dit boek. Het zijn soms net jonge katjes die af en toe willen en kunnen wegglippen onder het toeziend oog van enkele goedmenende volwassenen.

Yash! laat zien dat het vaak belangrijk is om de juiste mensen tegen te komen. Ook dat je voor jezelf en je vrienden moet opkomen wordt duidelijk in dit boek, zonder dat dit gegeven er te dik op ligt. Ook nu bekroop me weer het gevoel (en dat is een warm gevoel)  dat Inez van Loon een moderne Thea Beckman is, hoewel ik met Beckman's werk niet zoveel opheb, enkele uitzonderingen daargelaten.

Door de eenvoudige vertelstijl en duidelijke zinnen die nergens te lang zijn, kunnen ook minder goede lezers over streep getrokken worden met een goed verhaal. Andere lezers zullen dan weer smullen van de geschiedenis van India en Suriname. Dat het verhaal zich in 1906 afspeelt is geen bezwaar. (Kun je proberen om je in te leven). Omdat de hoofdpersonages twee jongens zijn is het boek misschien ook een serieuze plus om ook jongens aan het lezen te krijgen.

Yash! / Inez van Loon.- Hasselt : Clavis, 2024.- 232p.- ISBN 978 90 448 5258 5 

dinsdag 4 april 2023

Alma: Van Honduras naar de Verenigde Staten 2500 kilometer op de vlucht / Sander Meij

 Het mooiste en dapperste waartoe een mens in staat kan zijn, zit in dit boek, net als het allerlelijkste waartoe een mens in staat is om iemand anders aan te doen of te laten meemaken: Het zit allemaal in dit intense boek.

"Alma" is een interessant, ontroerend, realistisch en mooi boek, maar evengoed keihard en lelijk.

Alma woont in Honduras, in een deel van het land waar het drugsgeweld welig tiert, en waar bendes de baas zijn. Ze deinzen nergens voor terug, en aarzelen niet om mensen pijn te doen of erger. Meij beschrijft dit allemaal, en dat beneemt meermaals de adem van argeloze lezers. Wat mij betreft doet hij dat zonder sensatie op te zoeken, en dat maakt het allemaal nog intenser. Na een aantal voorvallen, haar vader die wegblijft, broer Alfonso waarover ze niet weet waar hij mee bezig is als hij weg is van huis, is de bijna 16jarige Alma op zichzelf aangewezen. Haar moeder is ook afwezig: ze weet van haar alleen dat ze in de VS aan de universiteit werkt.

"Alma" is een erg heftig verhaal dat niets aan de verbeelding overlaat. Het beschrijft hoe drugsoorlogen en dito bendes heelder levens ontwrichten. Hierover vinden we in de jeugdliteratuur maar heel weinig terug, vandaar dat dit boek nog belangrijker is. Het omspant een periode die nauwelijks vier jaar oud is, ten tijde van de vorige president van de VS, die het niet zo op vluchtelingen begrepen had, en die er niet voor terugschrok om, om mensen te ontraden naar de VS te proberen komen om een beter leven te proberen vinden, volwassenen van hun kinderen te scheiden.

De plekken waar Alma op haar tocht terechtkomt, bij haar tante in de eerste plaats, zijn allerminst veilig te noemen. We krijgen de hele vlucht die Alma maakt, te lezen, met mooie en veel minder mooie mensen die haar al dan niet helpen.

Het knappe aan dit boek is dat het een thematiek rond vluchtelingen aanraakt, waar we in jeugdboeken nauwelijks iets over te lezen krijgen. Dat maakt dit boek uniek. Niet dat de andere boeken rond vluchtelingen (om wat voor reden dan ook) hierdoor in de schaduw staan, verre van, maar "Alma" snijdt weer een heel andere kant en redenen aan over waarom mensen vluchten.

De hopeloosheid en de uitzichtloosheid waar Alma mee heeft te maken is vaak een reden om dit boek toch niet in een keer uit te lezen. Dit is trouwens een boek waarin dat helemaal niet hoeft. Het geeft jou als lezer de kans om alles goed te laten doordringen. Het verhaal omspant 3 maanden (juli, augustus en september 2019), en de hoofdstukken worden ook zo weergegeven, in blokjes en lijntjes die aanduiden waar in Alma's tocht we ons bevinden. Dat maakt het soms niet eenvoudig om het allemaal makkelijk te kunnen volgen, en zorgt er wel eens voor dat terugbladeren om als lezer helemaal mee te zijn, de enige optie is.

"Alma" is een verpletterend boek, dat je niet onverschillig kan laten. Het is een aanrader voor mensen die boeken over echte menselijkheid en wat dat kan betekenen, of net helemaal niet, willen lezen. Ook als je "De Gelukvinder" van Edward van de Vendel ooit las, is "Alma" misschien iets voor jou.

Voor mensen die nog meer redenen willen zien over waarom mensen hun land of de plek waar ze thuis zijn, willen of moeten ontvluchten is dit boek ook een knappe aanvulling. Omwille van de heftigheid van Alma's verhaal is het aan te raden vanaf een jaar of 15.

Alma: Van Honduras naar de Verenigde Staten 2500 kilometer op de vlucht / Sander Meij.- Utrecht : Blossombooks, 2022.- 221 p.- ISBN 987 94 6349 337 3

vrijdag 1 april 2022

Muurziek / Wouter Polspoel en Herman Van Campenhout

Jef Van Steenwinckel is in 1989, de periode waarin dit verhaal begint, journalist bij de Vlaamse krant Het Laatste nieuws. We krijgen eerst een inkijk over hoe hij bij de politieke redactie is begonnen, nadat hij eerst een tijdje regiojournalist was. Op de dag dat het verhaal begint, wordt hij echter bij zijn overste geroepen, omdat er iets te gebeuren staat in Oost- en West Berlijn. De Muur die daar al sinds 1961 staat, en mensen verhinderd om zich vrij te bewegen, staat op vallen. Om die reden wordt Jef naar Berlijn gestuurd.

Muurziek" is eerder een feitenrelaas dan een spannend verhaal (al zitten er wel wat spannende stukken in dit boek, zeer zeker!). Als de journalist opzoek gaat naar iemand die hem meer kan vertellen over wat er te gebeuren staat, ontmoet hij Hannah, die hem het verhaal van vrienden die het allemaal meemaakten, uit de doeken doet. Hierdoor is "Muurziek" opgevat als een raamvertelling. Soms doet het een beetje denken aan "Grensgangers" van Aline Sax, dat eerder op het gevoelsleven van drie verschillende personages, in drie verschillende tijdsgewrichten, tot de Muur in 1989 valt.

Het verhaal speelt zich dan ook af in Brussel, waar Van Steenwinckel werkt en in (Oost en West) Berlijn in Duitsland.

"Muurziek" is van een lager niveau dan "Grensgangers", en mee daarom zijn beide boeken dan weer NIET tegen elkaar te zetten. De personages uit "Muurziek" blijven iets vlakker, maar dat maakt wel dat "Muurziek" zeer goed gedocumenteerd is.

"Muurziek" is zoals gezegd, hoewel over hetzelfde thema van De Berlijnse Muur, een heel ander boek dan "Grensgangers" van Aline Sax

Het laat zien dat de wereld helemaal niets geleerd heeft, gelet op wat er nu tussen Rusland en Oekraïne gebeurt. Mensen worden gecontroleerd en zijn niet vrij. Soms is dit boek ongeloofwaardig, hoewel ook dit zeer goed gedocumenteerd is. Mensen probeerden vanalles om aan het regime te ontsnappen, onderandere met een luchtballon. Nadat Emma's ouders eerst wilden verhuizen om zo via een tunnel te kunnen ontsnappen, wordt dat plan al snel (na gesprekken samen) opgeborgen. Echter: op een nacht merken ze dat hun buren worden weggevoerd naar wie weet waar omdat ze hebben geprobeerd om via een luchtballon te ontsnappen. Prompt wil Emma's familie hetzelfde doen. Dat lijkt me toch heel ongeloofwaardig: je wilt toch zelf niet opgepakt worden nadat je iemand om die reden hebt zien verdwijnen? Er bestaat een film over het willen ontsnappen uit Oost-Berlijn die "Ballon" heet.

Dit boek heeft me ondanks alles toch weten te verrassen en vast te houden. Omdat het boek eigenlijk, 34 jaar na datum (van de val van de Muur in Berlijn) nog steeds brandend actueel is. Omdat het over een periode gaat die amper 40 jaar achter ons ligt, maar dat we er eigenlijk maar weinig over weten. Met literatuur heeft dit boek echter weinig te maken, eerder met een spannend, goed uitgewerkt verhaal. Het wankelt niet, en weet wat het de lezers wil vertellen: wat het regime (waar Rusland ook hier mee tussenzit) mensen aandoet, en dat mensen serieus op hun tellen moeten passen.

Dit boek is erg geschikt voor jongeren vanaf 14 jaar die graag spannende boeken over onze recente geschiedenis willen lezen. Omwille van verschillende standpunten is het boek geschikt voor zowel jongens als meisjes.

Muurziek / Wouter Polspoel, Herman Van Campenhout.- Hulshout : Phoenixbooks, 2021.- 146p.- ISBN 978 90 8314 040 7

zaterdag 3 oktober 2020

Inez van Loon schrijft een ingetogen boek over emigratie in de jaren '50 van de vorige eeuw

1959. Saars vader beslist om met zijn gezin, bestaande uit verder nog mama en Saar van 13, en een achtjarig broertje, Simon, te emigreren naar Australië. Hij wil zijn gezin daar een beter leven geven dan wat hen in Nederland misschien te wachten staat. In Nederland zal het snel vol geraken, en er zal geen werk meer zijn, zo wordt gezegd.

Het emigratieproces van de familie mag dan al een jaar lang besproken zijn tussen Saars ouders, toch komt de lezer op de eerste bladzijde van het boek pal in Saars klas in Australië terecht, waar je dadelijk voelt dat ze daar alles behalve welkom is. Zelfs de leraars en directie doen niets om de situatie van “Nieuwe Australiërs” enigszins te verbeteren. Integendeel: ook zij doen er alles aan om hen te laten zien dat ze niet welkom zijn.

Daarna gaat het verhaal terug naar Nederland, waar we inzicht krijgen in het verloop van een emigratieproces van toen, en hoe lang de reis destijds duurde. 

Inez van Loon werkt haar verhaal degelijk uit. Ze doet dat in vertellende documentaire stijl: een beetje zoals Thea Beckman dat deed in haar historische boeken, alleen blijft Inez van Loon iets dichter bij de tijd. Soms gaat ze verder van huis dan Nederland, zoals nu in haar laatste boek.

Saar is een personage dat er staat, ook al is ze slechts 13, en leeft ze in een tijd waarin het niet ongewoon was dat de wil van vader wet is. Van Loon maakt heel duidelijk hoe moeilijk het integratieproces kan verlopen. 

Ondanks dat er op haar gescholden wordt “Dutchie”, “Clog Wog” (omdat Nederlanders klompen zouden dragen), en Saar zich toch eenzaam voelt, terwijl haar jongere broertje meteen vriendjes heeft, heeft ook zij snel een vriend: de geheimzinnige Otis, die net als zij zwaar gepest wordt op school. Saar ontdekt dat hij een geheim heeft...

Dat geheim wordt goed uitgewerkt, en doet soms zelfs Saars integratieproces vergeten. Maar op deze manier weet van Loon twee grote thema's op een frisse manier voor lezers van nu voorzichtig op hun bord te leggen.

Ik moest zoals altijd een beetje wennen aan het nieuwe boek van Inez van Loon. Haar verhalen beginnen altijd op een heel eenvoudige manier, zo lijkt het, maar daarom zijn ze nog niet vrij van diepgang. 

Haar boeken zijn altijd net lang genoeg om lezers te blijven boeien en hen mee te nemen naar de wereld waarin kinderen het niet gemakkelijk hebben. Omdat ze naar hun ouders moeten luisteren, en daar geen keuze in hebben. Soms draait dat goed uit, soms niet. 

Dat is bij dit boek ook gebleken: emigreren is niet gemakkelijk, en eens ter plaatse is het ook nooit alleen maar rozengeur en maneschijn. Dat laat “Sara’s walkabout” goed zien. Maar ook: het is niet altijd allemaal kommer en kwel. Kortom: “Sara’s walkabout” is goed gedoseerd, en laat een ander deel van de geschiedenis zien, waarover misschien weinig geweten is.

Waarom Saars vader ook wilde emigreren, en niet alleen omdat er in Nederland straks te veel mensen zouden wonen - en er onvoldoende werk zou zijn is een thema dat een grotere uitwerking verdient, en is naar mijn gevoel net zo belangrijk dan je hoofdpersoonlijk meisje zich te laten ontwikkelen. Want ook hij worstelt met zijn verleden, en geen klein beetje. Saars vader had zeker meer aandacht mogen krijgen. Zijn dochter krijgt wel tijd om zich te verwonderen over waarom hij ontzien wordt, en dat pleit voor van Loon, maar toch. Misschien iets voor een volgend boek?

Voor volwassenen die als kind graag de boeken van Thea Beckman gelezen hebben, en nu voor hun kinderen iets gelijkaardigs zouden zoeken is Sara's Walkabout een must-read. Voor volwassenen die graag weten wat hun kinderen lezen, en daar zelf nog van willen genieten ook. Voor kinderen die nieuwsgierig zijn naar hoe het vroeger was, en daar meer over willen lezen. 

Het valt me weer op: het hoofdpersonage is wéér een meisje dat sterk in haar schoenen staat! Sara's walkabout is een fris, avontuurlijk, spannend en realistisch boek.

Sara's walkabout / Inez van Loon.- Hasselt : Clavis, 2020.- 222p.- ISBN 978 90 448 3869 5

zondag 1 september 2019

Katvis / Tjibbe Veldkamp

Ate woont met zijn moeder in Groningen. Het is een beetje een eenzame jongen zonder noemenswaardige vrienden. Als het verhaal begint app’t hij al een half jaar twee keer vijf minuten per dag met Baptiste. Baptiste is een Congolese vluchteling die illegaal in Brussel verblijft. Maar is Baptiste wel diegene voor wie hij zich uitgeeft?

Ate, Babtiste en Emeraude, eveneens een meisje uit Congo dat graag advocaat wil worden, en daarvoor naar Nederland wil komen om te studeren zijn de hoofdpersonages in dit boek.

Emeraude draagt op vanzelfsprekende wijze zorg voor een kip die Beyoncé heet. ‘s Nachts hangt de kip aan een touwtje vast aan Emeraude, zodat ze niet kan ontsnappen. Hoe zou het voor een kip zijn om in de chaotische levens van de personages te leven?

"Katvis" speelt zich af in Groningen in Nederland, en in Brussel en Aalst in België. Dat zorgt voor een leuke mix van door elkaar “geklutste talen”: zo leert Ate dat een “frigo” een koelkast is. En een “zetel” een divan of een bank.

Dat vind ik  leuk aan dit boek: Dat een Nederlandse auteur zijn verhaal in Brussel laat spelen. Ik vind het  grappig en charmant, en vraag me na “De verwanten” van Guido Bottinga af waarom en hoe een Nederlandse auteur dat zo gedetailleerd doet. Bottinga’s verhaal speelde zich af tijdens de 1e Wereldoorlog in Nederland en in Ieper. Zeker in “Katvis” komt het station van Aalst (maar dat kan je als Vlaamse lezer die niet in Aalst woont misschien ook vreemd vinden) heel herkenbaar naar voor.

Toch heeft dit verhaal iets meer om het lijf: Veldkamp laat zien dat sommige mensen het moeilijker hebben in het leven (Emeraude vraagt Ate: “Heb jij een volle frigo?” Geld? Dan ben je wél rijk”). Emeraude is illegaal, dus heeft ze zelfs geen paspoort. Voor mij is “Katvis” een kruisbestuiving tussen een eerder boek van Tjibbe Veldkamp “Tiffany Dop” (over een tienerzwangerschap) en “De Gelukvinder” van Edward van de Vendel. (over een Afghaanse vluhteling) “Katvis” weet niet goed wat het wil zijn: een avonturenboek? Een blik op de wereld van iemand die uit een ander land komt en illegaal ergens verblijft?

Ate is als naïef hoofdpersoon neergezet, maar blijft steeds het goede in mensen zien. Daardoor blijft hij ook ontwapenend. Dat maakte dat ik dit boek toch graag heb gelezen: Veldkamp hoedt zich voor sensatie en goedkope truc’s. Ate komt zwaar in de problemen, en het is maar de vraag of hij – al dan niet op tijd – terug in Groningen zal komen.

Ik vond “Katvis” als geheel nogal ongeloofwaardig. De titel “Katvis” is de Nederlandse vertaling van “Catphishing”: je komt met iemand op het internet (in dit geval What’sApp) in contact en wint die iemand zijn vertrouwen. Maar die iemand blijkt dan niet te zijn wie hij of zij zegt te zijn. Meestal wordt het “slachtoffer” financieel opgelicht. Ook nu.
Maartje Kuiper heeft bij elk hoofdstuk een illustratie gemaakt. Ik weet niet of ze bij dit verhaal passen. De illustraties zorgen er niet voor dat je meer betrokken bent bij het verhaal.

Voor wie graag op het internet dingen uitzoekt, maar wel voorzichtig is kan dit boek een aanrader zijn. Voor wie “De Gelukvinder” van Edward van de Vendel goed vond, of Tiffany Dop van Tjibbe Veldkamp is ook "Katvis" het lezen waard.

Katvis / Tjibbe Veldkamp.- Amsterdam: Querido, 2018.- 13p.: ill.- ISBN: 978 90 214 1431 7

vrijdag 30 augustus 2019

De laatste halte / Wendy Brokers

Dit boek is: interessant, lang, ontroerend, realistisch, romantisch, verrassend, gedurfd. Het vraagt moed om beide kanten van een verhaal te vertellen, ook al kan dit pijn doen.

Het vierde jaar middelbaar onderwijs gaat op werkweek naar Londen. Jonas, Loïs, Ralph en Naima kennen elkaar niet, maar worden toch samen ingedeeld om doorheen de week opdrachten te maken in Londen. En dan gebeurt het ondenkbare: in de metro waarin ze zich bevinden, pleegt iemand een aanslag… De achterflap van dit boek spreekt hier niet over, maar ik vind dat dit zeker benoemd kan worden. Omdat dit gegeven tegenwoordig helaas zeer dichtbij bijna iedereen komt.
"De laatste halte" speelt zich af in Nederland (bij vertrek) en Londen, op werkweek.

Het fijne aan dit boek is hoe Brokers zo invoelend over haar personages schrijft, en hen heel veel “body” meegeeft. Dat “De laatste halte”, hoewel dat best had gekund, niet het zoveelste oppervlakkige verhaal is over vier jongeren die het maar niks vinden om op werkweek te moeten met school. Brokers trapt ook niet in de val om maar één kant (die van “de slechterik”) van het verhaal te vertellen. Daardoor komt dit verhaal heel erg binnen.

Wat de vier jongeren meemaken is niet niks. Dit boek zou dankzij een betere redactie nog sterker zijn. Het  heeft nogal lang uitgesponnen zinnen die vaak de helft korter kunnen omdat er nogal veel wordt uitgelegd. Dat heeft dit boek niet nodig: het verhaal en hoe de personages met elkaar omgaan is krachtig genoeg. Op een willekeurige bladzijde lees ik deze zin: “Tegen de tijd dat ook ik aan de andere kant van het toegangshekje naast haar sta, bergt zij het kaartje op in haar portemonnee. Haar gemompelde ‘dankjewel’ is bijna niet te verstaan, maar zelfs haar gebogen hoofd kan niet verbergen dat haar wangen vuurrood zien”. Ook de epiloog had niet zo lang gemoeten, maar maakt dit verhaal wel helemaal af, zonder dat iets snel snel moet worden afgehaspeld.

Brokers kan goed en met respect in het hoofd van haar puberende personages kruipen. Dat ze elk hun rugzakje meedragen maakt hen mee tot levensechte personages, die je ongetwijfeld graag tegen het lijf wil lopen. De onmacht die zij voelen zal je, als je hen tegen zou komen, er wel moeten bijnemen. Kort gezegd: met een betere redactie zou dit boek nog krachtiger kunnen zijn. Heel sterk!

Dit boek is voor iedereen die eens “over zijn/haar muurtje durft te kijken naar de ander." Bovendien gaat het over een brandend actueel thema zonder dat het je de strot uitkomt omdat het over "het zoveelste in de reeks" zou zijn, want dat is het niet, omdat de personages vrienden van je zouden kunnen zijn.

de laatste halte / Wendy Brokers.- Amsterdam : Van Goor, 2018.- 256p.- ISBN 978 90 0036 416 9

zondag 17 juni 2018

Dansen met een ooievaar / Karen Curé

Jacob is iemand die zijn vuisten meer laat spreken dan zijn hersenen. Hij heeft weinig tot geen vrienden, en is nogal een eenzaat. Thuis heeft hij een schildpad, die hij van zijn vader heeft gekregen voor een verjaardag. Zijn ouders zijn uit elkaar. Zijn vader heeft een nieuwe vriendin, Valérie, en een dochtertje: Elise.

Op school sluit Jacob uiteindelijk iets wat op vriendschap lijkt met die andere eenzaat op school: Alex. Met Zwart, de leraar Nederlands, kan hij het helemaal niet vinden. En dat is best jammer, want met Anna zou Jacob wel vrienden kunnen worden. Maar Anna is de dochter van Zwart.

Het nieuwe boek van Karen Curé speelt zich af in Gent en in Zuid-Amerika.

De voorkant, met een briefschrijvende hand, zegt veel, en tegelijk niks over het boek. Dat de cover daarom niet echt bij het boek past, is snel vergeten. Het is een erg sterk boek, dat je als lezer echt in de huid en in het hoofd van Jacob doet kruipen.

Karen Curé kan de twijfels en de agressie van Jacob echt op de lezer overbrengen, zodat die nog begrip heeft waarom Jacob doet wat hij doet. Echter zonder dat zijn “buien” overdadig in het boek aanwezig zijn. “Dansen met een ooievaar” is absoluut geen sensationeel verhaal.

De hoofdstukken over Jacob staan in een een verschillend lettertype dan die waarin een briefschrijver aan Jacob schrijft. Daarin kom je meer te weten over de schrijver ervan, die in Zuid-Amerika woont, maar naar België kwam.

Laat jou dat als iemand die in Nederland of België woont, niet tegenhouden om dit knappe boek te lezen. Misschien moet je zeker wel 12 zijn voor je het boek leest om alles mee te hebben. Heel erg sterk boek! Alles bij elkaar opgeteld is "Dansen met een ooievaar" fascinerend, interessant en realistisch.

Dansen met een ooievaar / Karen Curé.- Hasselt : Clavis, 2017.- 174p.-  ISBN 978 90 448 2973 0


vrijdag 30 september 2016

Toen de werelt de wereld werd...

Paul De Moor schreef eerder al in poëtische bewoordingen over Roger Raveel (2009) in “De schilder, de duif en de dingen”. Nog eerder was er de trilogie over buurman Erasmus, die zijn buurmeisje meeneemt in de wereld van Mozart, of naar het begin van de wereld. Ook schreef hij met boeken over Rat en Koe drie boeken voor eerste lezers. En dan vergeet ik Luc Tuymans (“Schilderen op ijs”) nog.

“Toen de wereld nog werelt was” is het nieuwe boek van De Moor. Ditmaal niet helemaal over kunst, of over bellen en violen.

De werelt, zo schreef Isa(belle) het dertienjarige hoofdpersonage uit dit boek, hem vroeger. Toen mama er nog was. Isa’s mama is op een dag vertrokken zonder iets te zeggen, om niet terug te komen, om nog niet terug te komen.

Isa’s mama is plots overleden, maar dat is iets wat ze het liefst wil wegduwen. Het boek heeft op deze manier een soort refrein: “na die kerst van wat ik het jaar nul noem. Toen mijn mama de deur met een knal achter zich dichtsloeg om niet meer terug te keren. Om nog niet terug te keren.”
Doorheen het hele boek probeert Isa het verlies van haar mama te verwerken, samen met haar papa, en met Emm, de vriendin van haar papa, die ze ook consequent zo blijft noemen: “de vriendin van mijn papa”. Want het zou volgens Isa zomaar kunnen dat ze haar papa’s vriendin helemaal niet lief mag vinden.

Om Isa te helpen om het verlies te verwerken, begint dit boek met een reis naar Frankrijk en Spanje. Tussendoor weeft De Moor kunstweetjes. Over het Paleis van de Postbode, of over het Guggenheimmuseum in Bilbao.
Net als Isa, haar papa en de vriendin van haar papa, vraagt De Moor tijd van de lezer, om in dit vuistdikke boek te verdwalen. Om als lezer af en toe de bedenking te maken dat Isa wel zeer stevig in haar schoenen staat, maar dat ze af en toe compleet eenzaam is: het is zomervakantie, en haar beste vriendin Gritt is de hele zomer in het buitenland. Zelf is Isa steeds bezig met te proberen om los te komen van haar mama.

In Frankrijk en Spanje krijgt ze vaak een huilbui, en geeft De Moor haar zelfs tijd om uit te leggen waarom ze zo vaak “Ik bedoel maar” gebruikt. (Zo vaak, dat het soms ergerlijk is, maar de uitleg die ze daaraan geeft, maakt alles goed. En nee, ik laat hem u van harte zelf ontdekken.)

Terug thuis, in haar stad, zwerft ze rond. Alles wat de stad niet meer wil, neemt zij mee naar huis. Zo vindt ze op een dag in een vuilnisbak, zomaar een dode reiger… Dat het een kapotte paraplu is,  is een schitterend beeld, en geeft aan dat alles zomaar kunst kan worden.
De foto’s van Bert Ydiers zijn gemaakt in Gent en Oostende, waar De Moor de vriendin van Isa’s papa laat wonen, en dus maakt Isa soms een uitstapje naar zee, als het lopen door haar stad even niet hoeft.

De Moor maakt van zijn Isa een prachtig echt personage. Voor wie dat wil, is ze compleet te begrijpen. Als je haar als lezer af en toe toch zwaar vindt zeuren: je mama verliezen als je zo jong bent, het kruipt niet in je kleren.

Isa's vader is onnozel, volgens haar, maar hij geeft het boek wel de broodnodige, soms flauwe humor mee. Tegelijk laat dit gegeven zien dat het leven doorgaat, maar dat haar vader eigenlijk ook heel lief is. Ook nu weer zonder grote kunstgrepen.

En dat je papa een vriendin heeft, is ook best moeilijk, al is die – ook volgens Isa, heel erg lief, en vormt dat een tegenstrijdigheid. Niets komt gekunsteld over. Zelfs vrienden maken en een Hopper doen is moeilijk, ook voor Isa’s papa, die nog nooit zomaar  een Hopper deed. Maar dat is buiten de vriendin van haar papa gerekend, die haar nieuwe gezin er helemaal doorheen haalt… Ze dringt zich absoluut niet op, en dat is een plus voor dit boek.

Het hoeft niet snel te gaan, net als het lezen.
Dat ik er drie weken over deed, zonder er een ander boek ook maar tussendoor te willen, het pleit voor de schrijfkunst van Paul De Moor. Wat is een Hopper doen? En komt het goed tussen Isa en Emm? En wat met de jongen met de hoekige kin? Lees, en lees lang, dit boek verdient lezers. Het mogen er veel zijn.

Of dit boek echt 397 bladzijden moest tellen? Voor mij wel. Omdat Isa’s tocht doorheen haar stad zo herkenbaar is, maar volgens mij is die herkenbaarheid niet echt nodig om ook van een heerlijk traag boek te kunnen genieten.

Toen de wereld nog werelt was / Paul De Moor ; Bert Ydiers.- Tielt : Lannoo, 2015.- 397p. : ill (foto’s).- ISBN 978 94 014 2701 2 - 14+

zaterdag 3 september 2016

De Berlijnse Muur: een stuk bijna vergeten recente geschiedenis...

Julian, Marthe en Sybille. Julian is 20 in 1961. Marthe in 1977 en Sybille in 1989. Ze zijn familie, en ze wonen alle drie in Oost Berlijn. Julian ondervindt hoe het is om plotseling van je lief gescheiden te worden als Oost- en West-Duitsland door de Muur van elkaar gescheiden worden.

Van de ene op de andere dag kan hij zijn vriendin Heike, die in het Westen woont, niet meer zien of zelfs maar contact met haar opnemen. Hij kan ook niet meer naar zijn werk, en hij wordt in het Oosten, dat onder het bewind van de Sovjet Unie staat, met de nek aangekeken omdat hij als “Grensganger” in het Westen werkte. In het Oosten kan hij om die reden nog maar moeilijk aan werk komen.
Samen met zijn broer Rolf bedenkt hij plannen om naar het Westen te ontsnappen…

Marthe is in de tijd dat Julian 20 is, nog maar vier jaar. Wanneer zij in 1977 20 is, maakt ze deel uit van een leesclub die verboden boeken leest, samen met enkele vrienden en met haar broer Florian. Ze studeert aan de universiteit en ze werkt in een café. Maar dan krijgt de Stasi Florian en Marthe in het oog…

Sybille is 20 in 1989, en ze is opgegroeid bij haar grootouders. Ze werkt in een supermarkt, en is in stilte verliefd op Marco, een collega. Haar opa zegt niet zoveel meer, en vertoeft in een andere wereld. En dan krijgt haar oma een hersenbloeding, en veranderd alles voor Sybille. Zij ondervindt echt dat het regime in Oost-Duitsland mensen gevangen houdt, onder het mom van “in vrede leven.”

Aline Sax schreef vanuit drie standpunten, in drie verschillende tijden, het verhaal van drie familieleden. Vooraan in het boek staat een kaart waarop je kunt zien waar de drie verhalen zich afspelen. De stamboom vooraan is in eerste instantie een hulp om na te gaan hoe de familie eruitziet.
Tegelijk wordt er in de familie niet of nauwelijks over het verleden gepraat. Bij Marthe en Sybille manifesteert zich dat echt als een probleem: waarom mag er niet geweten zijn wat er met Julian en Rolf is gebeurd?

Dat Sax dat ook niet aan de lezer laat weten, zorgt ervoor dat er nogal wat giswerk blijft. Voor mensen die niet zo van een open einde houden is dit boek dan ook minder interessant. Als u daarenboven meer over de recente geschiedenis wil lezen, is dit boek van harte een aanrader.

Dit boek is er eentje over de recente geschiedenis, waar eigenlijk nog maar weinig over geweten is, maar ook iets dat moet vertelt worden. Denk je wanneer de Muur in 1961 gebouwd wordt dat het allemaal nog wel meevalt – mensen kunnen nog gewoon over de grens, maar worden wel al gecontroleerd – later lukt dat niet meer, en kan West Duitsland wel naar Oost-Duitsland kijken, omgekeerd lukt dat niet.

Tel hierbij de behandeling van mensen die het systeem “willen ondermijnen”, en je hebt een erg beklemmend boek, dat ondanks alles toch liefde en spanning in zich draagt, en moeilijk weg te leggen is.

Waarom is dit een boek voor iedereen? Omdat dit stuk recente geschiedenis nog weinig bekend is, en omdat jongeren van nu ook zouden weten wat er nauwelijks 30 jaar geleden eindigde… En voor volwassenen is dit een boek dat terugblikt op misschien wel een verleden waar ze ook mee te maken hadden, van verder af, of van dichterbij…

Grensgangers / Aline Sax.- Leuven : Davidsfonds Infodok, 2015.- 392p.- ISBN 978 90 5908 659 3 - 15+

zondag 15 mei 2016

Lovenswaardig, helaas wat ongeloofwaardig: Toegang geweigerd van Danny De Vos

In “Toegang geweigerd” gaat de veertienjarige Nick samen met zijn oudere zus Zoë en hun ouders op een all-in vakantie naar Griekenland. Het hotel, “Atlantis” staat op een plek vlakbij het strand. Op deze plek stranden op het moment dat het verhaal zich afspeelt, veel vluchtelingen.
Het boek begint thuis, waar Nick en Zoë absoluut geen zin hebben in een luxe-vakantie, Zoë nog minder dan haar broer. Maar hun vader ziet een vakantie als een gezinsmoment dat zolang mogelijk samen moet gevierd worden.
Bij aankomst in hotel Atlantis krijgen Nick en zijn familie al gauw te horen dat iedere toerist een toegangsbandje moet dragen, zodat ongenode gasten, lees: vluchtelingen, niet zomaar in het hotel binnen kunnen komen.

Tijdens een verkenningstocht ontmoet Nick buiten het hotel Zaïd. Hij is ook veertien, maar vluchteling. Nick besluit dat hij Zaïd wil helpen, en hij wil hem één dag vakantie laten vieren. Nick zal zijn plek als vluchteling innemen…

Het opzet van “Toegang geweigerd” is lovenswaardig: jonge lezers vanaf een jaar of elf een inkijk geven in hoe het leven van een vluchteling er uit kan zien.

De volwassenen in dit boek bevestigen de cliché’s die de ronde doen, zoals “Ze willen alleen maar profiteren”. Dat Nick en Zoë zich daarover boos maken pleit voor hen. Dat Nick, wanneer hij met zijn zus gaat waterfietsen, zich in zee laat vallen om zo te voelen hoe een vluchteling zich moet voelen wanneer die het vasteland probeert te bereiken is eerder lachwekkend, en geen moment geloofwaardig.

Anderzijds is het een lovenswaardige piste om het verhaal vanuit een veertienjarige toerist te vertellen. Dat deze veertienjarige wil helpen om iets aan de situatie van de vluchtelingen te doen is dat ook.

Maar het boek beklijft omwille van de ongeloofwaardigheid niet.
Het verzandt al snel in een avonturenverhaal wanneer blijkt dat Nick verdwenen is, terwijl er op de computer van het hotel staat dat Nick nog binnen is. Nick heeft met Zaïd geruild…

Deze ruil zorgt er ook voor dat Nick zich plotseling op de boot naar Athene bevindt, nadat hij eerder geprobeerd heeft om opnieuw het hotel binnen te komen met hulp van zijn zus. Zoë ziet zijn sms echter pas als het al te laat is.

Dat Danny De Vos de lezer door de ogen van Nick wil aantonen hoe het leven van een vluchteling eruitziet, ik wil het allemaal best geloven. Maar veel te vaak zijn Nick’s capriolen die van een puber die het allemaal goed zal bedoelen. Ik geloof ook zeer graag dat het boek met de beste bedoelingen is geschreven.

Voor jongere lezers zal dit boek vol wensvervullende elementen zitten. Dat een jongen van veertien een vluchteling wil helpen zal hen zeker aanspreken.
Maar ik zat geen moment compleet in het boek, de personages bleven louter papieren vrienden.

Ik vond Nick’s pogingen om Zaïd te helpen zelfs een beetje triest en naïef. Wanneer een oude man wordt afgetroefd op de boot naar Athene is zijn reflex: “Ik moet deze man helpen”. Allemaal mooi, maar het blijft allemaal wat te simpel. Wat hoopt Nick eigenlijk te bereiken?

Er is doorheen het hele boek geen moment voor zelfreflectie, en Nick doet maar wat. Dat stoort ongelooflijk. Misschien had zijn zeventienjarige zus wat meer op de voorgrond kunnen treden om haar broer wat rede bij te brengen. Dat dit nu niet gebeurde maakt dat ik helaas op mijn honger bleef zitten.

Toegang geweigerd / Danny De Vos.- Amsterdam : Ploegsma, 2016.- 151p.- ISBN 978 90 216 7590 9

zaterdag 20 september 2014

Snel, bijzonder, spannend en echt: "Ik ben genoeg" van Twiggy Bossuyt

Ik ben genoeg” van Twiggy Bossuyt is verschenen in de reeks Lekker lezen van uitgeverij de Eenhoorn. Deze reeks staat voor snel, echt, en (ont)spannend. Eerder verschenen in deze reeks o.a “Gek van een eiland” van Koen D’haene, “Schaak” en “De Pompoenmoorden” van Inge Misschaert.
“Ik ben genoeg” doet wat mij betreft met verve wat de reeks belooft. We volgen drie jongeren, die een tijdje op zomerkamp gaan, om thuis even weg te zijn. “Thuis” is voor Junior, Jo en An telkens helemaal anders.

Bossuyt stopt veel thema’s in haar boek, maar ze doet dat niet zo dat de lezer een teveel aan thema’s over zich heen krijgt. An is geadopteerd, en weet niet wie ze is. Junior is de zoon van een bekende voetballer, en dat is niet altijd even makkelijk. Jo, die de hoofdfiguur is in “Ik ben genoeg” heeft een ronduit slechte thuissituatie, en wordt vaak opgevangen door haar oma.
Wat Gerda van Erkel in 1993 deed met haar boek “Zes maal één is zeven”,waarin enkele jongeren uit problematische (gezins)situaties op trektocht gaan, en elkaar zo leren kennen, doet Twiggy Bossuyt over, maar dan met jongeren die rust zoeken op een kasteel. Daar zullen ze met kunst bezig zijn, en met schilderen, onder leiding van Angèle en meneer Malfait. Maar behalve schilderen en kunst, is het voor de jongeren in dit boek moeilijk om in deze wereld een plek te vinden. Elk hebben ze dingen meegemaakt, die hen maken tot wie ze zijn. Deze gegevens worden slechts met mondjesmaat benoemd, zodat “Lekker (ont)spannend lezen” zeker van toepassing blijft.
Jo heet eigenlijk Johanna, maar wil daar liever niet aan herinnerd worden. An komt uit India, en wil weten wie ze is. Junior probeert voor alle twee de meisjes een goede vriend te zijn.

En dan zijn er nog mijnheer Malfait, Adèle, en de nieuwe kok, Madjid, die uit Irak gevlucht is, en het al snel goed kan vinden met An, Junior en Jo. Zijn verhaal is er een van een verloren dochter.
 Tussen al die voorzichtige vriendschappen door, weeft Bossuyt een spannende verhaallijn rond Adèle en de baron, die bijna nooit uit de toren van het kasteel komt, waar hij bijna de hele dag doorbrengt. Ze zeggen dat hij dement is.
De hoofdstukken in dit boek worden weergegeven als schilderijen, en dat past goed binnen dit bijzondere boek. An, Junior, Jo en Madjid zijn personages om van te houden.
De spannende verhaallijn rond de baron en Adèle en de baron is vrij chaotisch, en Bossuyt had misschien een keuze kunnen maken. De veelheid aan thema’s buiten deze spanningslijn zijn al divers genoeg, waardoor ze wat ondergesneeuwd raakt.
Anderzijds laat dit de vrije keuze aan de lezer van "Ik ben goenoeg". Een keuze voor hoe ze dit boek willen lezen: meegaan met hoe de personages in dit boek staan (want dat doen ze: ze staan als een huis, en je wilt niet makkelijk van ze af), of willen ze liever spanning? Ontrafel dan het geheim van de baron…
Zeer bijzondere, fijne leeservaring, over zoeken en gevonden worden, en jezelf mogen zijn. 12+ 
Ik ben genoeg / Twiggy Bossuyt.- Wielsbeke : De Eenhoorn, 2014- (Lekker lezen).- 179p.- ISBN 978 90 5838 946 6

woensdag 22 mei 2013

Zoeken ... en vinden

Ruan woont in Cambodja.  Als hij twaalf jaar is, wordt hij gedwongen om zich aan te sluiten bij de Angka, ook wel het  Rode Khmerleger van Pol Pot.  Hoewel Pol Pot’s bedoelingen nobel lijken, hij streeft naar gelijkheid zonder klasseverschillen, geen honger, lees je in “Zoeken” net het tegenovergestelde. 

"Zoeken” is een verhaal over macht en misbruik van die macht.  Kinderen worden bij hun familie weggehaald om het ideaal van de Angka waar te maken. Burgemeesters, politie, ze worden allemaal vervangen door het bestuur van Pol Pot, die als “enige” alles weten, en kennen.  Wie het niet met hun zienswijze eens is, wordt genadeloos afgemaakt.

Roger Vanhoeck baseerde zich voor “Zoeken” op het levensverhaal van Ruan Hauchecorne.  Hij is zelf ook in Cambodja geweest.
Ondanks de vele gruwel die in “Zoeken” niet verbloemd wordt, is het ook een boek over de liefde.  De liefde voor je ouders, ook als je hen al bijna 24 jaar niet meer zag.  Het boek wordt in de ik-vorm verteld, wat de betrokkenheid van de lezer vergroot.  Afgewisseld met hoe zijn leven als kleine jongen eruitziet in de verschrikkelijke kampen,  lees je hoe Ruan’s leven in België verloopt, en hoe hij zijn ouders in Cambodja graag zou willen zoeken.   Maar ook zijn twijfels daaromheen.  Hoe zal het gaan?  En als ik mijn ouders terug zou vinden: laat ik dan mijn welvarende leven in België zomaar achter?

De delen in Cambodja tonen weer een heel andere oorlog, waarover je in jeugdboeken zelden iets leest.  Dat maakt van “Zoeken” ook een boeiend boek:  De Rode Khmer in Cambodja is vrij onbelicht in de literatuur voor jongeren.  Volwassenen kennen ongetwijfeld de beklijvende film “The Killing Fields”, maar voor jongeren is er rond de oorlog van de Rode Khmer maar weinig te vinden.

Roger Vanhoeck schreef met “Zoeken” een erg toegankelijk boek dat ook minder grage lezers kan aanzetten tot lezen.  Al zouden tijdsaanduidingen het boek nog rijker kunnen maken.  Je merkt als lezer wel op dat tijdens de hoofdstukken over Ruans leven in België een volwassene aan het woord is, en de delen in Cambodja gaan duidelijk over een kleine jongen, tijdsaanduidingen zouden welkom zijn.

Zoeken / Roger Vanhoeck.- Sint-Niklaas : Abimo, 2012.- 230p.- ISBN 978 90 5932 880 8 - 14+

zaterdag 20 april 2013

Moeilijk te vergeten "Vergeetman"

mei 2012. Bies van Ede wint met het eerste deel over Biko en Loekie, “Verdwijnkind”, de prijs van de  Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen in de categorie 10-12 jaar.

"Verdwijnkind" ging over de geboorte van Biko, die twee dagen na zijn tweelingbroer Jaap geboren werd. Zo stil, dat zelfs zijn moeder niet eens weet dat hij er is. Zij heeft het veel te druk met haar schreeuwende Jaap.
Biko werd vergeten. Door de verpleging, de dokters, en zijn moeder. Hij werd gevonden door Jabba, die als schoonmaker in het ziekenhuis werkt. Hij woont in een garage, maar heeft geen paspoort om in Nederland te kunnen blijven. Gelukkig hebben Biko en Jabba elkaar.

Biko leert ook Loekie kennen. Een klein meisje dat wel wat op Roald Dahl’s Matilda lijkt. Waar haar ouders het liefst heel lawaaierig zijn, wil Loekie veel liever dat het heel stil is.  Zelfs haar ouders lijken een beetje op de ouders van Roald Dahl’s Matilda: ze zijn enkel bezig met lawaai maken, en vinden hun dochter dom, terwijl ze van zichzelf vinden dat ze erg slim zijn.
Na “Verdwijnkind” is er nu “Vergeetman”, een tweede boek over Biko en Loekie.

In dit tweede boek vinden we Biko en Jabba terug bij oma in haar huis. Zij mocht uit het ziekenhuis, waar Biko haar toen ze erg ziek was, vaak bezocht. Zo leerden Jabba, Biko en oma elkaar kennen. Biko en Jabba wonen nu alweer een tijd bij haar in. Dat is voor Biko ook veel beter, want in oma’s huis heeft hij een eigen kamer. De garage waar Biko en Jabba eerst woonden, had geen plaats voor meerdere kamers.

En dan keert Sjaak, na een verblijf in de Ge van Genis, terug naar huis. Samen met Ferry stal hij auto’s, en nam hij zomaar dingen mee uit het ziekenhuis. Gelukkig kon Biko hem stoppen. Hij vindt het maar niets: waar moeten hij en Jabba naartoe als Sjaak bij oma blijft? Zullen ze dan weer weg moeten?

Waar “Verdwijnkind” focuste op wie Biko is en hoe hij samen met Jabba in het leven staat, gaat “Vergeetman” in op de wereld rondom Biko en Loekie.  Ze zijn beiden ook veel meer aanwezig als vriendenduo.  Ook al zien de volwassenen – behalve oma en Jabba en Loekie, Biko niet echt omdat het zo’n stil jongetje is.  Op school wordt hij meestal over het hoofd gezien. 

“Vergeetman” gaat ook dieper in op het leven van Jabba als vluchteling, al wordt dat woord nooit gebruikt.  Jabba komt, zo lazen we ook in “Verdwijnkind”,  uit een ver land, waar Tswangi gesproken wordt.  Het is een land vol oorlog en geweld.  Tswangi is een taal die op vogelgekwetter lijkt. 

Het enige wat Jabba niet heeft, een paspoort. Maar dat is helaas wel het belangrijkste document dat je altijd bij je zou moeten hebben.  Hij heeft een huis, en hij werkt in het ziekenhuis, hij staat netjes onder de J van Jabba in de computer.  Maar ook dat is snel opgelost, als niemand uit het ziekenhuis Jabba kent…
Naast de verhaallijnen rond Biko en Loekie, Jabba, oma en haar zoon Sjaak, loopt als rode draad de wat vreemde Dingeman Waterhaas, die door oma, Biko en Loekie algauw de Vergeetman wordt genoemd.  Hij is zo’n vreemde verschijning dat iedereen die hem tegen het lijf loopt, meteen lijkt te vergeten waar hij of zij naartoe op weg is. Hij is steeds opzoek naar oude kranten, en woont in de kelder van zijn eigen gesloopt huis. Ook in deze verhaallijn is “Vergeetman” soms een aanklacht. De Vergeetman woont in zijn kelder tussen al zijn bergen oud papier, omdat “de mensen van de stad” beslisten dat ze zijn huis zouden slopen. Nu woont de Vergeetman in een gat, waarop hij een oude deur heeft liggen. De deur zorgt voor een beetje een sprookjesachtige sfeer binnen “Vergeetman”. Want eigenlijk weet niemand wat die deur midden in een groene open plek, ligt te doen. Tot Biko samen met Loekie, de wat vreemde man ontdekt. Maar hij weet niet of hij hem aardig vindt. Wanneer de politie de Vergeetman oppakt, en Biko hem op slimme wijze redt, door een brandalarm na te bootsen zonder zelf gezien te worden, krijgt Biko niet eens een bedankje. Of toch wel?

“Vergeetman” is moeilijk te vergeten. Ook niet als je de Vergeetman enkele keren tegen het lijf zou lopen. Al is het misschien moeilijk om “Vergeetman” los te lezen van “Verdwijnkind”. Veel dingen die in “Verdwijnkind” aan bod kwamen, zoals de verhaallijn rond oma en Sjaak, die haar zoon blijkt te zijn, gaan gewoon door in “Vergeetman”. Het is daarom van harte aanbevolen om “Verdwijnkind” en “Vergeetman” lekker beiden na elkaar te lezen, dan kan de lezer meteen meer eindjes aan elkaar knopen. De subtiele (taal)humor van van Ede houdt ook stand in “Vergeetman”.
Ook “Vergeetman” heeft het soort mooi taalgebruik dat bij een sterk verhaal past. Een verhaal over vluchten, thuiskomen, en vriendschap.

Waar blijft het boek over Biko’s broer Jaap? Van hem weten we voorlopig alleen dat hij de tegenpool van Biko is. En in “Vergeetman” herinnert Jaap zich dat Jabba hem per vergissing, hij dacht dat Jaap Biko was, meegenomen heeft naar zijn garage. Voor Jaaps moeder en vader was dat niet minder dan ontvoering. Hier zit vast nog een boek in. Graag dan.  Zo gauw mogelijk!

Vergeetman / Bies van Ede.- Amsterdam : Pimento, 2012.- 159p.- ISBN 978 90 499 2540 6 - 10+

zondag 1 april 2012

Schaduwliefde / Ruta E. Sepetys

Als ik “Schaduwliefde” uit heb, blijft het nog dagen in mijn hoofd rondspoken.  Omdat het zo’n hevig, prachtig, alleshebbend boek is.

Litouwen.  De 15jarige Lina wordt toegelaten aan de kunstacademie.   Het is 1941, en Lina zit op haar kamer, in het huis waar ze samen met haar vader, moeder en haar elfjarige broer Jonas woont.  Ze schrijft een brief aan haar nichtje Joanna.  En dan wordt er op de deur gebonkt: de NKVD, ofte KGB, de geheime Politie van Rusland, geven het gezin van Lina, waarvan ze de vader al hebben, 20 minuten de tijd om hun spullen te pakken en mee te komen.  Zij zullen worden gedeporteerd naar werkkampen in Siberië.

Ruta Sepetys neemt de lezer mee op de gruwelijke reis die Lina en haar moeder en broertje maken, opeengepakt in veewagens, niet wetend waar ze naartoe worden gebracht.  Deze mensen worden vervoerd in een wagon waarop “Dieven en hoeren” staat: allen zijn ze vrouwen, kinderen, of hebben ze een hoge functie.  Destijds vond de Sovjet-Unie het namelijk maar niets, als je een eigen mening had, en een kritische geest.  En mensen met een “hoge functie” waren leraars, advocaten, politici, …  Mensen met een uitgesproken eigen mening.  Zo ook Lina’s vader.  Lina zal hem tijdens de treinreis nog één keer zien, wanneer ze onderaan de trein, naar hem opzoek gaat.  Daarna zal ze hem nooit meer terugzien.


Mensen in de wagon zijn tegen wil en dank op elkaar aangewezen, al is het maar voor een beetje lucht, en om een wcgat vrij te houden.  Als mensen niet meer kunnen, worden ze doodgeschoten.  Zonder pardon.  Deze werkwijze gaat genadeloos door, ook in het eerste werkkamp, waar deze mensen in hutten moeten wonen, bij mensen die zien dat ze hun schrale leven zullen moeten delen met hoeren en dieven.  Je zou voor minder argwanend reageren.

Maar al deze gruwel is zonder de kracht van de geest van mensen gerekend.  Lina weigert om zich over te geven, ze wil kost wat kost overleven, en zal daarvoor vechten, soms ook letterlijk.  Of ze zal met listen zorgen voor brood (300 gram per dag) voor haar en haar moeder en broer.  Sommige mensen hebben het veel beter in het werkkamp: zij slapen in een warm bed, terwijl de meesten in tochtige hutten moeten slapen, waar de winterwind door kieren giert, en het ijskoud is.  Lina is heel erg jaloers op de moeder van Andrius, en zij denkt algauw dat Andrius met de kampoversten heult.  En dat neemt ze hem niet in dank af.  Niet nadat hij met haar samen opzoek ging naar hun vaders, en ze dacht nog wel dat hij een soort vriend kon zijn!  Ze schat dit echter helemaal verkeerd in.  Want op die warmte en dat bed staan wrede prijzen: hand en spandiensten voor de kampoversten, ook in bed.  En op kiezen om NIET overgeplaatst te worden (je weet wat je hebt, en dat is al minder dan niks, behalve beestig hard moeten werken, in weer en wind), en tekenen om te blijven, staat ook een prijs: blijven en een formulier ondertekenen betekent 25 jaar extra dwangarbeid…  Mensen die niet tekenen hebben daar hun redenen voor, zij willen hun trots, dat beetje dat ze nog overhebben, niet opgeven, maar ook mensen die wél tekenen hebben daar hun redenen toe, en ook dat vraagt van de lezer begrip: als je tekent krijg je privileges, en kan je af en toe naar het dorp.  Om brieven te posten.  Brieven die gecodeerd moeten worden geschreven, want ze worden gelezen.  Mensen moeten bijvoorbeeld schrijven dat alles goed is, maar zetten daar dan bijbelhoofdstukken bij: de Bijbel biedt in tijden van ramp en tegenspoed namelijk houvast, en een hoofdstuk of psalmnummer vermelden in een brief is geen misdaad.  En dus grijpen mensen vaak naar de bijbel om te vernemen hoe het met familieleden gaat: slecht.  Zeer slecht.  “Alles gaat goed met me, zoals in psalm 102”
“Schaduwliefde” is gebaseerd op ware feiten, en een boek dat MOET gelezen worden.  Neem dit boek vast, ga zitten, en kom weer overeind, maar pas als je het boek uit hebt.  Het is prachtig.

Schaduwliefde / Ruta E. Sepetys ; vertaald door Michèle Bernard.- Amsterdam : Moon, 2011.- 368p.- Oorspr. Titel: Between Shades.- ISBN 978 90 488 0901 1 - 14+

vrijdag 4 maart 2011

Zuster _ Jeanne @ Godmail . com / Herman Van Campenhout ; mmv Zuster Jeanne Devos

Reeds als jong meisje weet Jeanne Devos dat ze iets in India wil doen. Ze komt uit een geëngageerde boerenfamilie in het Leuvense, en heeft vijf broers en zussen. In “Zuster_Jeanne @ Godmail . com” lees je haar verhaal in een verrassende vorm, door Herman van Campenhout. Uiteindelijk wordt Jeanne zuster bij de Zusters van de jacht, en heel langzaamaan komt haar droom uit: vrouwen in India helpen, helpen om hen een beter leven te geven, maar waarbij ze vooral vindt dat ze het zelf ook moeten doen. Ze is gids, maar legt hen niets op. Ze is helper wanneer meisjes bij haar komen vertellen dat ze verkracht werden omdat ze in hun huishouden waar ze voor een hongerloon moeten werken, hun mond durfden open doen. Nee, Zuster Jeanne is geen zuster die haar leven in een klooster slijt, en haar leven leest als een novelle en warm familieverhaal.


De manier waarop Campenhout zijn boek aanpakt, is zeer verrassend, je krijgt als lezer namelijk haar verhaal in de vorm van e-mails. Achterin het boek staan Van Campenhouts bronnen vermeldt, en blijkt uiteraard ook dat hij ook wel “van man tot vrouw” gesprekken zal gevoerd hebben met Zuster Jeanne. Maar door het boek de vorm van e-mails mee te geven, ligt het bereik van het boek waarschijnlijk hoger, en dat is precies wat zowel Van Campenhout als Devos verdienen.

Vaak is de toon van Van Campenhout nogal naïef te noemen in zijn vraagstellingen, ook al is dit boek bedoeld voor prille tieners, en vindt hij misschien dat het wat eenvoudiger moet, of wil hij in de huid van een twaalfjarige kruipen. De woorden als “super” (ik vind het super dat je zoveel tijd wil vrijmaken voor het beantwoorden van mijn vragen) vallen wat uit de toon, zeker bij de grande dame die Zuster Jeanne toch wel is. Fijn of aangenaam zouden hier beter passen, de toon wordt meteen ook respectvoller dan moderne krachtwoorden als super, al zal super wel meer jongeren aanspreken. Anderzijds kan de soms naïeve toon ook minder grage lezers over de streep trekken en dat is dan weer een mooie verdienste. (“Wil je daar iets meer over vertellen?”) ging over waarom mensen Zuster Jeanne weleens de Vlaamse moeder Theresa noemen.En toch: Herman Van Campenhout IS geen twaalfjarige, en moet zich aldus zeker ook niet zo opstellen. Zijn boek zou een minder naiëve toon mogen hebben.

De antwoorden van Zuster Jeanne zijn uitgebreid en bieden een open blik voor lezers van “Zuster Jeanne @ Godmail . com” en maken die simpele vraagstelling van Van Campenhout, helemaal goed.

Op grijze bladzijden in het boek kan de lezer meer informatie vinden over het werk waarover Zuster Jeanne vertelt, en waar ze mee bezig is. Deze verduidelijkingen zijn helder verwoord in eenvoudige taal, zonder naïef over te komen, en bieden meerwaarde aan dit boek.

Eerder in deze reeks boeken “godmail” verschenen boeken over Grootste Belg Pater Damiaan en de evangelist Marcus.

De uitgeverij gaat zich te buiten aan onzorgvuldigheden wat de vorm van dit boek betreft. Over de cover valt niets te zeggen, rozige “pixels” en een “computerlettertype” voor de titel en de naam van de auteur, geven al een beetje mee wat de lezer kan verwachten, Godmail is duidelijk met de bedoeling om het boek uit mails op te bouwen. De zuster zou iets duidelijker op de cover van toch wel een “eigen boek” mogen, nu is de foto nogal wazig te noemen.Kijken we naar de “credits” bij de vormgeving van Klaas Demeulemeester, die instond voor de cover, zien we bij wie het beeld bezorgde niets of niemand staan. Dat is een onzorgvuldigheid waarover ik als boekenliefhebber echt val. (Beeld : ) Ook de leeftijdsaanduiding is aan de binnenkant van het boek “vanaf 13 jaar”, waar die op de achterflap “vanaf 11 jaar” is. Een beetje zorgvuldigheid zou mogen.

Zuster_Jeanne @ Godmail.com / Herman Van Campenhout mmv Zuster Jeanne Devos.- Sint-Niklaas : Abimo, 2010.- 124p.- ISBN 978 90 5932 684 2

donderdag 7 augustus 2008

Bruin / Tine Mortier ; Noke Van den Elsacker

Paco wordt op een ochtend door zijn eigen ouders ontvoerd. (…) Voor hem geen leger of een spetterende actie met twintig helikopters en heel veel lawaai en kikvorsmannen met granaten. (…) Het ergste was dat de ontvoerders mijn eigen ouders waren. Dit is een stukje uit het boek dat op de achterflap werd geplaatst. Ik verwacht een karikaturaal verhaaltje over een jongetje dat zich afzet tegen zijn ouders omdat ze teruggaan naar Europa.
Gelukkig: niets van dit alles. De ouders van Paco hebben wat men noemt “een gemengd huwelijk”: papa komt uit Ecuador en mama uit België. Toen Paco geboren werd, woonde het gezin in België. Later kreeg het gezin de kans om in Ecuador in het oerwoud aan – je zou het ontwikkelingshulp kunnen noemen – te doen. Nu het ziekenhuis waaraan ze bouwden, er staat, komen ze terug naar België.
Dit geestige, frisse boekje geeft de (jonge) lezer een inkijkje op het leven in het oerwoud, maar gaat ook iets dieper in op “verhuizen naar een ander continent” en je daar moeten aanpassen. Het leuke is ook dat de personages in dit boek elkaar helemaal begrijpen, en dat Paco’s ouders hem echt proberen uit te leggen waarom ze terug gaan naar België, zonder dat dit drammerig of uitleggerig klinkt.
Hier en daar zitten wat ongerijmdheden in het boek: de grote stad waar de kinderen uit het oerwoud naar school gaan is Puyo, maar het dorpje waar ze wonen in het oerwoud, heeft geen naam of wordt niet benoemd. (gewoon “dorp in het Spaans" -> p.7 Het was fijn geweest om te weten hoe “dorp” in het Spaans dan klinkt.) Maar dit zijn kleinigheidjes. Ook lezen we dat Paco te maken krijgt met racisme, echter, en dat is erg mooi, zonder dat er ruzie van kan komen. (Enkele jongens schelden Paco uit, en Paco begint prompt de apen uit het oerwoud te roepen naar hen. En dan komt papa aanrijden. (Hoofdstuk 5: een makaak is een aap, p.46).
Hier en daar komt “identiteit” om het hoekje loeren: P.34: (…) mijn huid heeft een andere kleur dan die van de kinderen in mijn klas. En de kleur van mijn huid is ook anders dan die van papa en mama (…) Ook dit wordt uitgelegd zonder drammerig of uitleggerig te worden. Mix alle ingrediënten in dit boek samen en het blijft geheel vormen zonder één keer saai te worden of in stereotiepen te vervallen.Bruin / Tine Mortier ; illustraties Noke Van den Elsacker.- Wielsbeke : de Eenhoorn, 2008.- 91p.: ill.- IBN 978 90 5838 479 9

maandag 17 maart 2008

Weg / Bettie Elias ; Anne Westerduin

Pristina. Dinar’s vader wordt opgepakt door soldaten tijdens de oorlog in Kosovo. Dinar, zijn moeder en zusjes Morina en Sherine vluchten halsoverkop. Waar ze naartoe moeten weten ze niet. Waar hun vader nu is, en of ze hem ooit nog zullen terugzien, weten ze al helemaal niet.

Bettie Elias kruipt als het ware onder de huid van haar personages. Dit is geen “vluchtrouteverslag” maar eerder een verhaal over wat er achter die vlucht zit. Je voelt mee met de personages, je voelt dat ze bang zijn, en begrijpt als lezer dit ook heel goed. Het boek komt nooit lachwekkend over, maar het is ook nooit echt zielig. Het grijpt je aan, en laat je niet los. Dinar en zijn familie, of wat er nog van over is, zijn tante Sejtin is verloren in het gedrum aan de grens in Macedonië, en Riza, haar man, is tijdens hun vlucht neergeschoten door soldaten. Dit wordt ook beschreven terwijl de kinderen erbij staan. Toch is hier niet naar sensatie gezocht, het boek verruimt blikken. Je merkt wel dat kinderen in dit boek hun ouders willen steunen in hetzelfde verdriet. Maar ook dat kinderen kinderen zijn, en als het ware weten dat ze verder moeten met hun leven. Ook al is dit moeilijk. Niet dat Dinar’s moeder dit niet wil, maar voor haar is het moeilijker, zo lijkt het. Zij wordt ziek, en komt het asielcentrum niet uit, terwijl Dinar, hoewel hij dat eerst niet wil, wel naar school gaat, en zijn weg probeert te vinden. Omdat dit om een Vlaams boek gaat, denk ik dat Dinar en zijn familie in een Vlaams asielcentrum terechtkomen na hun vlucht, maar dit wordt niet gespecificeerd, en dat is toch iets wat ik wel graag gezien had. Het taalgebruik is erg correct en het verhaal loopt goed. Het is goed gedoseerd nergens te veel aan triestesse of teveel aan humor. Hoewel de personages bang zijn over wat hen nog allemaal te wachten staat, proberen ze toch om zich aan te passen. Dinar en zijn familie mogen bijvoorbeeld in België blijven, terwijl Arti uit zijn klas, gevlucht uit Albanië, wel het land wordt uitgezet. Hoewel Dinar dat niet zo goed begrijpt, wordt dit wel uitgelegd dat Arti wist dat dit kon gebeuren. Verder geen gedramatiseer, maar een ietwat uitleg tegenover Dinar over wat er met Arti is gebeurd: zijn leven werd in Albanië niet bedreigd, wat bij Dinar in Pristina wel het geval is. Zij worden uiteindelijk wel erkend als vluchteling. Dinar vindt het een beetje vreemd dat hij alweer weg zal moeten uit het asielcentrum, maar ergens is hij toch wel blij. Al weet hij nog steeds niets over zijn vader. En dat vreet aan allevier de mensen uit het gezin. Dinar heeft (als laatste band met papa) een medaillon, dat zijn vader aan zijn moeder gaf bij hun tiende huwelijksverjaardag. Hij heeft het altijd in zijn broekzak zitten. Wanneer hij dat meeneemt naar school om “iets te tonen van hemzelf”, hoewel hij zo goed als niets van zichzelf heeft kunnen meenemen uit Pristina, is het bijna verplicht, zo lijkt het wel, dat hij dat kwijtraakt. En dat hij daar triest om is. Uiteindelijk duikt het medaillon weer op in het asielcentrum, en misschien heeft Arti het genomen/gepikt. Waarom dat zo is, blijft onduidelijk, evenals of Arti het wel gestolen heeft. Er is in Dinars klas een jongen, Geert, die iets tegen vreemdelingen heeft, maar daarom moet hij nog niet noodzakelijk dat medaillon pikken om Dinar te raken, en dat is vrij knap. Het lijkt hier dat er altijd wel iemand iets tegen vreemdelingen zal hebben, maar dat gelukkig niet heel de klas of omgeving zo reageert. Later, wanneer Dinar’s familie erkend is als asielzoeker, moet hij van school (en van dorp) veranderen, en schrijft iedereen iets op een kaart. Op het eind van het boek, blijkt dat Geert, behalve zijn naam, toch op het kaartje heeft gezet: “het ga je goed.” Dit geeft hoop, en het is niet het zoveelste “wij tegen zij” gegeven, om het zo uit te drukken. Dit boek draait om asiel, en hoe en wat dat als mens met je doet. Sterk. Maar: Waarom hebben mensen, wanneer zij duidelijk worden afgebeeld (de overgrote meerderheid van de tekeningen zijn haast “vlekkerig”), maar één oog? Dinar heeft een foto van zijn vader, die duidelijk is afgebeeld, maar enkel potloodlijntjes bevat, en haast kinderlijk getekend, net als Leen, die beschreven wordt als “met mooie ogen en een lange blonde vlecht”, maar zij heeft ook maar één oog. Terwijl het perfect mogelijk is om die tekeningen van die mensen met twee ogen af te beelden. Hun haar valt ook niet in hun gezicht ofzo. In het begin van het boek vond ik wel dat de vorm van het verhaal beter in het verleden kon geschreven worden. Iedereen kijkt of loopt, ze liepen of keken niet. Maar door het verhaal in de tegenwoordige tijd te vertellen is de toon van het verhaal fris, en ben je als lezer nog meer betrokken. Mooi!
Het nawoord is misschien een ietsje te eenvoudig gesteld. Het is zo dat het om een kinderboek gaat, maar stellen dat een asielzoeker iemand is die bescherming vraagt in een ander land omdat hij zich niet veilig voelt in zijn eigen land (dat klopt), maar “Je kunt asiel krijgen om verschillende redenen: bijvoorbeeld omdat sommige mensen je pijn willen doen of in de gevangenis willen gooien omdat je een andere huidskleur hebt. Of omdat je in een andere god gelooft.” Ik vrees dat het iets gecompliceerder is. Ik mag hopen dat de huidskleur van iemand niet de enige reden is waarom mensen je iets willen aandoen! Dat is te simpel gesteld, vrees ik. Dit boek heeft een groot waarheidsgehalte, en dat is erg sterk. Maar misschien hadden nog iets meer kanten van het leven in een asielcentrum aan bod moeten komen. Het leven is daar met alle verschillende culturen, niet altijd vredig, en mensen doen elkaar daar ook wel eens iets aan. Het merendeel van dit nawoord is wel erg duidelijk, en getuigt van opzoekingswerk.Weg / Bettie Elias ; Anne Westerduin.- Hasselt : Clavis, 2005

zondag 17 februari 2008

Robbe en de Himbamaan / Wouter Ninclaus ; Hanne Ninclaus

Robbe is een dromerige jongen in een gezin met drie kinderen. Hij heeft nog een oudere broer en zus, en alledrie zijn ze redelijk verschillend, met hier en daar een raakpunt. Robbe is gefascineerd door de natuur, en houdt niet van oppervlakkigheid. Een documentaire over “De Himba”, een stam in Namibië, laat hem helemaal wegdromen…

Knap boek, in veel opzichten. Robbe is een fijn uitgewerkt jongetje, dat weinig interesse heeft voor wat er op school verteld wordt, maar hij wordt daarom nooit flauw of baldadig neergezet. Zijn interesseveld ligt gewoon op het vlak van natuur Zijn broer Wannes is soms ook wel geïnteresseerd in waar Robbe op televisie naar kijkt, met name natuurdocumentaires, die Robbe ongemeen boeien. Daar leert hij veel meer uit, vindt hij, dan wat hij op school moet leren. Het is niet zo duidelijk wanneer Robbe aan het dromen gaat na de documentaire op tv, maar plots zijn we samen met hem, en een meisje (Kanavi) bij een Himbastam in Namibië aanbelandt. Toch komt dit niet over als een gat in het scenario, en dat is mooi. Denkelijk valt Robbe na de documentaire gewoon in slaap wanneer hij naar bed gaat. Wat volgt is wat je zou kunnen noemen een lesje in cultuurverschillen. Waarom zou je bij de Himba water koken omdat het recht uit de waterput komt? (Om ziektekiemen te verwijderen). Moeten jullie in België geen water halen? (Het komt gewoon uit de kraan). Bij de Himba, berekent Robbe, moet Kanavi vijftig emmers water putten voor één douche die hij neemt. Het boek is een verhaal, maar wil tevens ook aandacht vestigen op de problematiek in het Zuiden, en de kloof die ontstaat, of is. Ook de verschillen tussen twee culturen komen aan bod. Dit is soms een beetje ongeloofwaardig, Robbe vindt het bij de Himba in eerste instantie helemaal niet vreemd, blijkbaar, hij schrikt niet, wanneer hij Kanavi ziet, en gaat direct vragen stellen. Maar misschien is dit eigen aan het kind dat hij is. Je merkt in alles dat Robbe veel opstak, en dat hij een kind is. Zijn ouders weten dat er toch niet echt wat tegen gedaan kan worden, tegen de armoede, en tegen zijn vader en zijn principes, gaat Robbe het liefst niet teveel in. Wannes zegt tegen zijn vader dat diens gedachten al twintig jaar in rondjes draaien, en dat hij het lef niet heeft om zijn mening te herzien. Toch voelt dit boek nooit zwaar aan. Er is wel eens wat onenigheid, maar het wordt nooit een probleemboek. De tekeningen annex foto’s zijn prachtig. Je krijgt foto’s van landschappen in Namibië te zien, met daarbij een tekeningetje van wie Robbe is, een jongetje met zwarte krullen, een rood t-shirt en groene lange broek, uit het Westen. Dit boek verschilt in alles van andere boeken, zonder dat dit boek pure non-fictie is. Er zit een goed verhaal rond de thematiek waarop wil gewezen worden.
Robbe en de Himbamaan / Wouter Ninclaus ; illustraties van Hanne Ninclaus.- Wielsbeke : De Eenhoorn, 2006.- 52 p. : ill. – ISBN 90 5838 360 1

maandag 28 mei 2007

Gloeiende voeten / Edward van de Vendel

Claudio is bijna jarig. Hij is bijna 10. Nog even en dan slaat de klok twaalf. Hij wil alle dingen op zijn lijstje. En plots krijgt hij er zomaar twee vriendjes bij: twee verjaardagsvrienden. Duiv en Jesse. En wat nog vreemder is: ze hebben gloeiende voeten! Zijn Duiv en Jesse echt? Of zitten ze in de verbeelding van een jongetje dat de zomervakantie zonder zijn vriendjes moet doorbrengen?
Dit is wat je noemt een heel vrolijk, warm boek, ondanks het toch wel zware thema rond adoptie van één van de ouders van het tienjarige hoofdpersonage. Het is geestig, het is licht, met heel veel respect voor het "kind-zijn". Er wordt naar Claudio geluisterd, er wordt begrepen wat hij bedoelt, en hij heeft een warme familie om op terug te vallen. Het deed me, dat realiseerde ik me pas toen ik het boek bijna uit had, ook heel erg denken aan de Polleke boeken van Guus Kuijer. Kortom: Gloeiende voeten is een dikke aanrader!
Gloeiende voeten/Edward van de Vendel.- Amsterdam: Querido, 2004.- 133p.- ISBN: 90-451-0124-6 - 9+

maandag 5 maart 2007

Bezoek van Mister P. / Veronica Hazelhoff

JoJo voetbalt, en dat doet hij graag. Samen met zijn beste vriend Simon. Maar of JoJo (die eigenlijk Johan heet) dat zal kunnen blijven doen, is maar de vraag. Hoe oud JoJo is, wordt in dit boek niet echt gespecifieerd, maar hij gaat wel naar het kinderziekenhuis, denkelijk is hij een jaar of tien, afgaand op de leeftijdsaanduiding op het boek, die 10+ vermeldt. JoJo is een jongen met reuma. Dat uit zich in heel rode en pijnlijke vingers en knieën, en soms doet zijn hele lichaam pijn. Die pijn is in dit boek ook een personage, en komt naarvoor als de gemene Mister P., die niet wil dat JoJo hem te lang alleen laat. En omgekeerd ook niet, al wil JoJo het wel heel erg graag anders. Soms zijn veters knopen of een jeansbroek dichtknopen de hel. Voor zijn jeansbroek heeft hij een oplossing, en knipt hij het knoopsgat groter. Hulp vragen aan zijn moeder vindt JoJo geen optie, en hij reageert soms heel opstandig tegenover te veel willen zorgen van haar kant. Toch wordt dit boek nooit problematisch. Ofschoon het thema dat eigenlijk best wel is. JoJo leert ook Lena kennen, een vluchtelinge die samen met haar moeder naar Nederland is gekomen vanuit een niet nader genoemd vreemd land. Lena weet niet of ze wel zullen mogen blijven, en doet soms vreemde dingen, zoals van heel hoog ergens afspringen, waarbij ze zich soms bezeert, maar soms ook niet. Lena en JoJo leren elkaar kennen op het strand, terwijl JoJo denkt dat iedereen naar hem kijkt in die idiote strandrolstoel. Er groeit een fijne vriendschap tussen Lena en JoJo, waar de terugkeer naar Lena's land echter wel als een donker wolkje blijft bovenhangen.
De personages in dit boek STAAN er, al blijven Lena en Kwame (iemand anders die ook uit een ander land komt als vluchteling) een beetje vaag, en komen alleen de familie van JoJo helemaal naar voren. Je merkt wel dat Lena problemen heeft, en bang is om uit Nederland weg te moeten.
JoJo weet dat hij moeilijk loopt - maar wil ondanks de goede bedoelingen - die nooit zielig worden van zijn moeder en vader, en ook van zijn beste vriend Simon ("Ik mag toch ALLES tegen en over je zeggen?") - niet van orthopedische hoge schoenen weten. Dan ziet iedereen zeker dat hij slecht loopt. Uiteindelijk vindt JoJo - met een klein hartje - het goed dat hij schoenen zal moeten. Hij mag ze van de schoenmaker zelf kiezen, en ook hoe ze er (in beperkte mate, er blijkt weinig keuze, en JoJo moet tekenen welke schoenen hij wil: in sommige gevallen klopt dit niet, en maakt een schoenmaker in orthopedische schoenen, jouw schoenen naar een model van een gewone schoen)
Martijn Vanderlinden maakte een knappe covertekening, die levensecht is.
Geweldig positief geschreven boek, waarin de personages ondanks hun ellende, meestal heel positief blijven, al hebben ze soms heel zwarte gedachten. Een verademing.
Bezoek van Mister P. / Veronica Hazelhoff.- Amsterdam : Querido, 2006.- 168p.- ISBN: 90 451 0388 5