Posts tonen met het label vriendschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vriendschap. Alle posts tonen

maandag 21 april 2025

Mijn broer is een baas / Jenny Jägerfeld ; Mijke Hadewey Van Leersum (vertaling)

De Zweedse auteur Jenny Jägerfeld schreef eerder al de Young Adult roman Comedy Queen, over de zelfdoding van een ouder. 

"Mijn broer is een baas" een grappig, spannend, vrolijk en realistisch verhaal. Het verhaal over de elfjarige Mats. Mats is een jongen. Dat klinkt logisch, maar is het niet helemaal. Mats werd namelijk geboren in een meisjeslichaam.

Op weg naar Malmö

We vinden hem en zijn moeder  wanneer ze naar Malmö reizen, wachtend op het perron. Zijn moeder doet stemmenwerk voor films. Mats heeft hier niet zoveel zin in, want hij zal er een babysitter krijgen. Een babysitter als je 11 bent! Kan je nagaan. ze heet Nora, is zeventien en de dochter van de baas waarvoor zijn moeder werkt. Als ze iets zegt, doet ze dat vier keer na elkaar. 

Maar dat is zonder Kilian gerekend. Kilian doet waar hij zin in heeft, en is dol op skaten. Al snel worden hij en Mats beste vrienden. Zal Mats zijn geheim met Kilian durven delen? En hoe dan?

Het verhaal speelt zich af in Malmö, in en rond het huis waar Mats en zijn moeder verblijven voor haar werk. Het is een heerlijk avonturenverhaal waarin vriendschap iets vanzelfsprekends is, maar soms barsten kan vertonen. Jägerfeld vangt dit gegeven erg goed en logischerwijs op. Daardoor wordt dit verhaal nooit (melo)dramatisch, en blijft "Mijn broer is een baas" bruisen van levenslust.

Schreefloze hoofdstuktitels

Het klinkt misschien een beetje stom, maar de belettering van de hoofdstukken stoorde me echt. De hoofdstukken hebben een schreefloos lettertype. Gelukkig heeft het verhaal een lettertype met schreef. (Beroepsmisvorming misschien wel, ik weet het - Het zou niets mogen uitmaken voor dit uitstekende verhaal met goed uitgewerkte personages, en broers die iemand die ze nog nooit gezien hebben, als vanzelfsprekend aanvaarden als een vriend van hun broer, zoals Simpson, Kilians broer, dat doet met Mats. Verder is het ook niet zo'n fijn gegeven dat de vader van Mats het erg moeilijk heeft om zijn zoon te zien om wie hij is. Maar ook zijn gevoelens mogen er zijn, en dat is alleen maar positief te noemen. Mats' vader wil naar Parijs fietsen om de klimaatproblematiek op de kaart te blijven zetten, trouwens.

Het raam staat wagenwijd open

Als ik jou één boek zou mogen aanraden over een transjongen in 2025, dan is dat dit boek, en ja, ik weet het, het jaar is nog niet halfweg. Maar LEES dit boek. Het zal je meenemen met Mats, zijn moeder en Kilian en Simpson, en de ramen zullen wagenwijd openstaan.

Dit boek is een boek

voor mensen vanaf een jaar of 11, die er van houden om een goed verteld verhaal te lezen, en dat tegelijk laat zien dat iedereen er mag zijn, en dat alle gevoelens dat ook mogen.

Mijn broer is een baas / Jenny Jägerfeld ; Mijke Hadewey Van Leersum (vertaling uit het Zweeds).- Amsterdam : Ploegsma, 2025.- 136p.- 978 90 216 8642 4

zondag 16 juni 2024

Yanna wil winnen van de wereld!

Laat ik even met de deur in huis vallen: ik vond "Dwarsloper" van Mijke Pelgrim een beetje beter dan "Winnen van de wereld".  Omdat het wat mij betreft iets meer ingaat op de gevoelens van de personages. "Winnen van de wereld" focust wat mij betreft iets meer op de acties die jongeren ondernemen. Ook in dit boek: in eerste instantie een meisje, Yanna, een bij de start van het boek evengoed wat ongeïnteresseerde puber. Dat keert gelukkig snel, en we leren haar kennen als geëngageerd voor het klimaat. Yanna wordt uitgenodigd om deel uit te maken van The Rebels: een groep jongeren die bezig is met klimaatacties. En dan kreeg ik het tijdens het lezen wél weer lekker warm: hoezo jongeren hebben geen interesses? Hoezo jongeren hangen maar wat rond? Die engagementen, daar hou ik van. Het nawoord in dit boek en vooral de titels: "Doe wat voor jezelf goed voelt" toont ook een echt iemand (Jesse van Schaik) die zich inzet door actievoeren (terwijl anderen paardrijden of nog andere dingen doen: zo simpel kan het zijn). 

Maar ook: ook in dit boek zit liefde, maar meer nog ligt de focus op wat je als lezer zelf kunt doen (en dat is verbazend simpel: denk na over welke kleding je koopt, is de make up die je ophebt dierproefvrij? Laat je stukje vlees af en toe (en ja, ook ik vind kebab en pizza griezelig lekker!)

Ik had de personages in "Winnen van de wereld" misschien liever iets minder zwart/wit gezien: waar Evi eerder Yanna's beste vriendin is, is ze dat op een bepaald moment en nadat Yanna een andere weg inslaat, niet meer, maar later komt alles weer goed, enzoverder enzovoorts, en ik vind dat allemaal wat snel gaan. Wat dus niet betekent dat ik niet erg kon genieten van "Winnen van de wereld", en ik dit boek aan veel jongeren en hun omgeving wil aanraden.

Een boek dat helemaal  bij de tijd is, en lezers laat beseffen dat jongeren met het klimaat inzitten. Aangename leeservaring, en als ik moet zwijgen, steek ik in de toekomst mijn hand op, als was ik een girafje.

Winnen van de wereld/ Mark Boode.- Rotterdam : Lemniscaat, 2023.- 223p.: ill.- isbn: 978 90 4771 517 7

P.S.: valt het op? Dat ik graag "met de deur in huis val?"


zaterdag 29 juli 2023

Tim Gladdines vond een Kenpop uit, en wat doet Geert op het Oosten?

Geert op het Oosten is het nieuwe boek voor jongeren van Tim Gladdines. In 2020 verscheen van hem het voortreffelijke Koning Valentijn. Vissenkind uit 2019 was in 2020 genomineerd voor de Boekenpauw, voor de illustraties van Astrid Verplancke.

Praten met je fiets, en met de bomen

We leren Geert kennen als iemand die met de bomen en met zijn fiets praat. Soms praten ze zelfs terug. Via zijn zusje, die jarig is en hem cadeau krijgt, komt de pop Ken in zijn leven. Geert vindt het niet zo vreemd dat die tegen hem begint te praten… Hij en Ken worden vrienden, maar deze vriendschap is de voorbode van problemen in het groot.

Het verhaal speelt zich af in de jaren ’60 van de vorige eeuw in Nederland, waar de 15-jarige Geert een gezin vormt met zijn moeder, zijn vader en zusje Hilde die 11 is. Zijn vader en hij lijken op elkaar: “een figuur van een potlood met ledematen. Zijn hoofd is het gummetje: kortgeknipt vuurrood haar”.

Een taal om verliefd op te worden en een tirannieke vader

Behalve mooie zinnen en beschrijvingen als die van het potlood met het gummetje, is er ook nog Marianne, een meisje dat op de grote weg woont, samen met haar moeder. Zij gebruikt tijdelijk een rolstoel, en komt van haar moeder daarom liever niet in haar eentje buiten. Geert is weg van haar, en noemt haar een engel in een rolstoel.

Zijn vader is tiranniek, en duidelijk de baas in huis. Dat kan een beetje vreemd overkomen bij lezers van nu, maar geeft wel weer hoe het er 60 jaar geleden in sommige huishoudens aan toe kon gaan. Gladdines weet deze periode zeer goed en treffend weer te geven, in alle aspecten van het (gevoels)leven van zijn personages. De kermis is nog een grote gebeurtenis, waar Geert erg graag heen zou gaan voor zijn 16e verjaardag. Eten gaat het liefst zo weinig mogelijk verloren, en aangeven dat je honger hebt, kan zorgen voor een uitbarsting bij zijn vader: honger had je tijdens de oorlog, nu heb je alleen nog trek. Op zondag hoort er rust te zijn, en elke week naar de kerk gaan is vanzelfsprekend.

Jong en eenzaam en een uitmuntende vormgeving van personages

Langzaam aan leert de lezer, die ik van “Geert op het Oosten” drie keer was alvorens ik vond dat ik iets wat goed moest zijn of anders niet, kon gaan schrijven, dat Geert heel eenzaam moet zijn, maar gelukkig wel een liefhebbende moeder heeft die zich staande moet houden tegenover haar man. Zij is de zorgende factor, ook als het tussen Geert en Ken van kwaad naar erger gaat als blijkt dat er een nieuwe jongen in de klas bij Geert komt, rechtstreeks uit Amerika: hij draagt dezelfde kleren als de pop Ken… Tim Gladdines geeft hem uitstekend vorm door hem ook letterlijk te portretteren als iemand die nog maar net een beetje Nederlands kent. Hij laat zijn Ken een taaltje spreken dat doorspekt is met Engels. “Ik heef een beetje Nederlands geleerd.”. “Does she still speel met Barbies?” Dat kan voor lezers vervelend ervaren worden, of getuigen van hoe knap Gladdines zijn personages vorm kan geven. Deze lezer snapt de argumenten van de lezers die dit storend vinden, maar opteert toch ook voor het laatste. Dit boek is dan ook geen hapslikweg verhaal. Tel daarbij op dat je moet nagaan voor jezelf wat echt is en wat niet, en je hebt een totaalplaatje. 

Je vingers leggen op wat dit boek is en voor wie?

Toegegeven, ook ik bleef dit verhaal ook na drie keer een beetje bevreemdend vinden, en kan mijn vingers niet leggen op wat voor soort verhaal Geert op het Oosten zou zijn, of voor wie dit bedoelt is. Als je houdt van mooie zinnen, of al eerder boeken van Tim Gladdines hebt gelezen, en gewoon wilt weten wie Geert op het Oosten is, en waar de titel vandaan komt, dan moet jij dit boek ook lezen. Als je houdt van mysteries die maar een beetje worden opgehelderd, dan moet jij dit boek lezen. Als je een tijdje perplex wilt zitten nadat je dit boek uit las, lees het boek dan gewoon meerdere keren na elkaar. Sommige muziek die ik uitzocht, komt voor in het boek.

Geert op het Oosten / Tim Gladdines.- Marmer: Baarn, 2022.- 382p.- ISBN: 978 94 6068 602 3



zondag 16 april 2023

Autumnville / Rick Meijer

Na  Pingwing, voor jongere lezers, is er nu voor oudere lezers "Autumnville" van de Nederlandse schrijver/muzikant Rick Meijer. Een zorgvuldig boek met mooie, zuivere taal dat volgens mij spannend, verrassend en spannend genoemd mag worden. Volgens de bibliotheek is het "griezelig", maar met dat laatste weet ik niet helemaal wat bedoeld wordt. Of misschien wordt het dat als jongere kinderen dan -10jarigen met wat leeservaring dit boek zouden lezen, dat zou kunnen.

Autumnville is een klein dorpje met water en rotsen. Het is afgelegen en redelijk slaperig tegen de stad, waar een winkelcentrum is verrezen. In die stad vind je nu alles. Autumnville heeft alleen nog de boekhandel waar de grootvader van de 15jarige Hugo ooit is mee begonnen. Het verhaal begint met de begrafenis van diezelfde grootvader. Hugo's vader heeft de bijna failliete boekhandel intussen overgenomen. Hugo mist zijn grootvader, en hoe die met fantasie omging, heel erg. Hugo vindt dat zijn vader te zakelijk naar de boekhandel kijkt, waar Hugo op de zolder ervan, heel graag wegduikt in boeken. Zijn grootvader moedigde hem daarin aan. Alles verandert als Hugo op een avond in zijn eentje de winkel mag afsluiten. Hij hoort een meisjesstem... Een stem die hem roept...

Hugo is het hoofdpersonage: dromerig, lezer, en op school denkt hij ook liever in en aan verhalen dan op te letten.

"Autumnville" gaat de griezelige kant op, én het gaat voor  een groot deel over het mooie dat boeken mensen kunnen bieden. Alleen al daarom is het zeer lezenswaardig. Wanneer ik dit schrijf, bedenk ik dat het me ook aan "Het oneindige verhaal" doet denken, of aan "De Gebroeders Leeuwenhart", met een flardje "Griezelbus". Rick Meijer koos ervoor om een knap verhaal te schrijven, dat misschien geen erg grote groep zal aanspreken, maar dat een gemiddelde veellezer zeker wel. Het verraste me meerdere malen, en is het zeker waard om ontdekt te worden.

Een QR-code om de muziek die bij dit boek hoort, en die wordt aangeduid met een muzieknootje is niet voor elke lezer zo handig. Ik heb geen idee of elke 11jarige (de doelgroep van dit boek, als die al wat meer leeservaring heeft) een smartphone heeft om diezelfe code te scannen. Bij deze: je vindt de muziek terug op Spotify ook. Het einde van dit boek is een beetje een samenraapsel, maar zorgt gelukkig wel voor een mooi afgerond geheel.

Rick Meijer boetseerde mooie, goed uitgewerkte personages. Hier en daar lees ik over dit boek: "Waarom noemt iemand in dit boek iemand anders een kanjer? Niemand praat zo". En daar zit ik weer op mijn stokpaardje: je praat niet alsof je in de kroeg zit, je leest een boek. En een boek bevat mooie, zuivere taal, en vertelt een verhaal. Een verhaal in dit geval waarin je je helemaal kunt verliezen, en dat je even helemaal mee neemt in de wereld van personages en (on)bestaande locaties. Als je gelooft wat je leest, kan er veel. Dat is met dit boek zeker het geval. En wat de "doelgroep" betreft: een goed jeugdboek is gewoon een goed boek. Voor iedereen die het wil lezen.

Voor lezers die houden van de boeken van Paul van Loon, Astrid Lindgren én die ook "Het oneindige verhaal" van Michael Ende lazen of de film ervan hebben gezien, zal Autumnville een warm badje zijn. Ook voor mensen die houden van lezen over en rond boeken en verhalen kan Autumnville een fijne leeservaring worden.

Ik weet niet helemaal zeker welke minimumleeftijd om dit boek te lezen, ik zou meegeven. Volgens de bibliotheek 12-14, en volgens nog anderen zelfs 15+ Maar voor 15+ is het taalgebruik net een tikkeltje te jong. Het missen van je opa kan iedereen overkomen, maar zoals het in dit boek beschreven wordt, zou ik eerder zeggen dat je tussen de 11 en 14 bent om tenvolle van dit boek te genieten. Ook al is het hoofdpersonage 15. (Is het misschien daarom dat sommigen dit boek het labeltje YA kleven?)

Autumnville / Rick Meijer.- Amsterdam : Ploegsma, 2022.- 192p.- ISBN 978 90 216 8122 1



vrijdag 15 april 2022

Zonder titel / Erna Sassen ; Martijn van der Linden

Nominaties zijn erg verdiend!


"Zonder titel" stond op de shortlists van zowel De Boon-prijs jeugdliteratuur, die naar Pieter Gaudesaboos ging voor "Een zee van liefde", en op die van de Woutertje Pieterseprijs 2022. Raoul Deleo en Noah J. Stern wonnen de Woutertje Pieterseprijs voor hun boek "Terra Ultima" Erna Sassen kreeg voor "Zonder titel" de Nienke Van Hichtumprijs 2021.

"Zonder titel" in een paar woorden


Het boek is mooi, realistisch en soms grappig. Dat heeft te maken met de ongedwongenheid waarmee Sassen haar personages vormgeeft, en vooral met hoe ze met hun "zijn" op school moeten omgaan, want vooral daar wordt "Zonder titel humoristisch. Het is mooi omdat het is opgevat als tekenschrift van de 16-jarige Joshua, die na de scheiding van zijn ouders alleen bij zijn vader is blijven wonen. Hij heeft een oudere zus, Kaat, en twee oudere broers, Kobus en Kees. Over deze laatsten komen we zo goed als niets te weten. enkel dat Joshua niet past tussen de oerhollandse namen van zijn broers, en dat hij een nakomertje is, zes jaar jonger dan zijn zus. Kaat is de iets meer aanwezige zus, en wordt door zowel Joshua en zijn vader gemist, maar laat hen dat vooral niet horen, ze zouden allebei ontkennen. Met hoestdrank en met stiltes en slapeloosheid. 

Het realistische komt door het overkoepelende thema van het verlies van Joshua's beste vriendin sinds de kleuterklas, Zivan. Zij is van in het begin van het verhaal vertrokken naar wie weet waar - je komt dat samen met Joshua te weten - en hij heeft dan al een hele tijd niets meer van haar gehoord.

Joshua is het hoofdpersonage. Hij heeft twee vrienden, als je hen zo zou kunnen noemen, Sergio en Dylan. Alledrie zijn ze erg verschillend, met elk heel andere besognes. Sergio doet allerlei baantjes, en doet aan boksen. Samen met Dylan komt hij aan het begin van het boek vooral naar voor als kwelgeest van Joshua. Sergio wil van een van Joshua's tekeningen, een tatoeage. Maar voor Joshua kan daar absoluut geen sprake van zijn. Want dan zou Sergio met Zivan op zijn lijf lopen.


De tekenblokken van Joshua


Erna Sassen maakte samen met Martijn van der Linden een boek over mensen van vlees en bloed. Ze weet veel over haar personages, en maakt dat heel verschillende karakters toch met elkaar overweg moeten kunnen. Dat dat in het begin van het boek niet zo duidelijk naar voor komt (Joshua is blijven zitten, en Sergio en Dylan geven hem de schuld dat hij - als iemand die graag tekent en hen altijd met "zo'n blik aankijkt", waarvan zij over hun nek gaan - nu bij hen in de klas is terechtgekomen.)

Het hele verhaal rond Zivan is allesbehalve leuk te noemen, maar wel erg realistisch. "Zonder titel" is namelijk deels op ware feiten gebaseerd. Dat had ik niet persé hoeven te weten, maar het zat me door de vorm van dit boek, en door de levendige personages, ook geen moment in de weg. Zivan is niet zomaar weg, en moet met een wel héle grote rugzak verder. Dat ze niet of bijna niet zelf aan het woord komt, maakt dit boek toch licht om het te willen uitlezen. Uiteindelijk kiest ze wat ze zal doen. Dat vindt Joshua vreemd, en deze lezer ook wel, maar het past heel erg in dit verhaal. Het laat zien dat Zivan iemand is die ondanks alles toch wel op haar pootjes terecht zal komen.

"Zonder titel" mag dan een boek voor jongeren zijn, het staat vol illustraties, en ze passen zeer goed bij het verhaal. Ze dienen echter niet om het verhaal "op te leuken", dan wel om aan te tonen dat Joshua een tekentalent is en zijn emoties kwijt kan in zijn illustraties en schetsboeken. Ze zijn gemaakt door Martijn van der Linden, en tonen zijn kunnen als illustrator nog maar eens erg goed aan. Geen enkele illustratie van hem is hetzelfde. Ook de tekeningen van Joshua zijn gemaakt in verschillende stijlen, en feestjes om naar te kijken.

Dit boek verdiende alle (bijna) podiumplekken. Het is compleet zonder echt overdonderend te zijn en is erg nuchter van toon. Dat maakt dat het ondanks de zware thematieken nooit zo zwaar wordt dat je het niet verder kunt lezen.

Lezers die al meerdere boeken van Erna Sassen tof of goed hebben gevonden zullen zeker ook van dit boek genieten. Als eerste kennismaking met haar boeken kan je dit boek gerust ook oppakken, om te ontdekken hoe je zware thematieken luchtig kunt verpakken, maar je lezers en je personages toch serieus neemt.

Zonder titel / Erna Sassen ; Martijn van der Linden.- Amsterdam : Leopold, 2021.- 255p.: ill.- ISBN 978 90 258 8085 8

zondag 27 maart 2022

De voorlezer van de sultan / Inez van Loon

1902. Lilit, een zevenjarig Armeens meisje, woont met haar ouders, broertjes en pasgeboren zusje op de hoogvlaktes in Anatolië. Het leven is er niet ongevaarlijk. Haar familie hoedt schapen, waar ze in samenwerking met een kangal (een antatolische herdershond die destijds werden gefokt om beren en wolven van de schapenkuddes weg te houden.), aan meehelpt.

Op een kwade dag wordt Lilit ontvoerd en komt ze terecht in het paleis van de sultan, samen met Bilal, die uit Soedan komt. Haar leven veranderd hierdoor radicaal: ze moet haar Christelijk geloof afzweren, en zelfs het kruisje dat ze draagt en dat haar met haar ouders kan verbonden doen voelen, mag ze niet meer dragen of bezitten.

Lilit komt de volgende zeven jaar nooit meer buiten het paleis, en werkt in de hamam, ze poetst, en brengt Bilal stiekem bezoekjes in de keuken waar hij werkt.

Het is een zwaar leven, en veel rust heeft Lilit niet. Bovendien moet ze voor haar eigen veiligheid verborgen houden dat ze Armeens is, en het Christelijk geloof aanhangt.

de valide Sultan, de moeder van de sultan, ontbiedt Lilit op een dag: ze krijgt een nieuwe naam: Esma, en zal als voorlezer van de sultan aan de slag gaan. Die man zal ze één keer te zien krijgen. Voor het overige leest ze achter een gordijn boeken voor van Arthur Conan Doyle, de schrijver van de boeken over detectieve Sherlock Holmes, waar de sultan dol op is. Het is grappig om te weten dat "De hond van Baskersville" zelfs in het Nederlands bestaat, en dat deze sultan deze boeken ook in het echte leven ten tijde van waar "De voorlezer van de sultan" zich afspeelt echt graag beluisterde, en dat ze voor hem werden vertaald, en zijn voorlezer deze boeken voorlas uit schriften.

Tussen het vrouwelijke personeel onderling heersen jaloezie, nijd en afgunst. Daar moet Lilit mee omgaan, en de zware gevolgen dragen. Dat ze als voorlezer werkt, gaat niet ongemerkt voorbij.

Inez van Loon duikt met haar lezers van nu in een periode die nauwelijks 120 jaar geleden realiteit was in wat nu Istanbul is. In 1902 heette de stad waar Lilit zit opgesloten in een gouden kooi, zonder te weten of ze haar ouders nog zal terugzien, nog Constantinopel. "De voorlezer van de sultan" loopt tot 1908. Dat is ten tijde van het Ottomaanse Rijk de tijd dat dit rijk wankelt. Het bestond van 1299 tot 1922.

Het is enigszins jammer dat we niet te weten komen hoe het Lilit en Bilal verder vergaat nadat het Paleis wordt ontruimd, en we plots geconfronteerd worden met personages die (niet helemaal) uit de lucht komen vallen. Deze verhaallijn verdiende dus iets meer uitwerking, wat mij betreft. Maar oordeelt u als lezer vooral zelf.

"De voorlezer van de Sultan" biedt een boeiend portret voor jonge lezers vanaf een jaar of 11 met honger naar moderne geschiedenis en andere landen. Van Loons nawoord en alle uitleg achterin het boek maken dat dit boek niet zal misstaan in elke (klas)bibliotheek.

Om kort te gaan: hoe verder ik zal verder schrijven, hoe rijker dit boek zal worden.

De voorlezer van de sultan / Inez van Loon.- Hasselt : Clavis, 2022.- 242p.- ISBN 978 90 4486 3 

zaterdag 3 oktober 2020

Inez van Loon schrijft een ingetogen boek over emigratie in de jaren '50 van de vorige eeuw

1959. Saars vader beslist om met zijn gezin, bestaande uit verder nog mama en Saar van 13, en een achtjarig broertje, Simon, te emigreren naar Australië. Hij wil zijn gezin daar een beter leven geven dan wat hen in Nederland misschien te wachten staat. In Nederland zal het snel vol geraken, en er zal geen werk meer zijn, zo wordt gezegd.

Het emigratieproces van de familie mag dan al een jaar lang besproken zijn tussen Saars ouders, toch komt de lezer op de eerste bladzijde van het boek pal in Saars klas in Australië terecht, waar je dadelijk voelt dat ze daar alles behalve welkom is. Zelfs de leraars en directie doen niets om de situatie van “Nieuwe Australiërs” enigszins te verbeteren. Integendeel: ook zij doen er alles aan om hen te laten zien dat ze niet welkom zijn.

Daarna gaat het verhaal terug naar Nederland, waar we inzicht krijgen in het verloop van een emigratieproces van toen, en hoe lang de reis destijds duurde. 

Inez van Loon werkt haar verhaal degelijk uit. Ze doet dat in vertellende documentaire stijl: een beetje zoals Thea Beckman dat deed in haar historische boeken, alleen blijft Inez van Loon iets dichter bij de tijd. Soms gaat ze verder van huis dan Nederland, zoals nu in haar laatste boek.

Saar is een personage dat er staat, ook al is ze slechts 13, en leeft ze in een tijd waarin het niet ongewoon was dat de wil van vader wet is. Van Loon maakt heel duidelijk hoe moeilijk het integratieproces kan verlopen. 

Ondanks dat er op haar gescholden wordt “Dutchie”, “Clog Wog” (omdat Nederlanders klompen zouden dragen), en Saar zich toch eenzaam voelt, terwijl haar jongere broertje meteen vriendjes heeft, heeft ook zij snel een vriend: de geheimzinnige Otis, die net als zij zwaar gepest wordt op school. Saar ontdekt dat hij een geheim heeft...

Dat geheim wordt goed uitgewerkt, en doet soms zelfs Saars integratieproces vergeten. Maar op deze manier weet van Loon twee grote thema's op een frisse manier voor lezers van nu voorzichtig op hun bord te leggen.

Ik moest zoals altijd een beetje wennen aan het nieuwe boek van Inez van Loon. Haar verhalen beginnen altijd op een heel eenvoudige manier, zo lijkt het, maar daarom zijn ze nog niet vrij van diepgang. 

Haar boeken zijn altijd net lang genoeg om lezers te blijven boeien en hen mee te nemen naar de wereld waarin kinderen het niet gemakkelijk hebben. Omdat ze naar hun ouders moeten luisteren, en daar geen keuze in hebben. Soms draait dat goed uit, soms niet. 

Dat is bij dit boek ook gebleken: emigreren is niet gemakkelijk, en eens ter plaatse is het ook nooit alleen maar rozengeur en maneschijn. Dat laat “Sara’s walkabout” goed zien. Maar ook: het is niet altijd allemaal kommer en kwel. Kortom: “Sara’s walkabout” is goed gedoseerd, en laat een ander deel van de geschiedenis zien, waarover misschien weinig geweten is.

Waarom Saars vader ook wilde emigreren, en niet alleen omdat er in Nederland straks te veel mensen zouden wonen - en er onvoldoende werk zou zijn is een thema dat een grotere uitwerking verdient, en is naar mijn gevoel net zo belangrijk dan je hoofdpersoonlijk meisje zich te laten ontwikkelen. Want ook hij worstelt met zijn verleden, en geen klein beetje. Saars vader had zeker meer aandacht mogen krijgen. Zijn dochter krijgt wel tijd om zich te verwonderen over waarom hij ontzien wordt, en dat pleit voor van Loon, maar toch. Misschien iets voor een volgend boek?

Voor volwassenen die als kind graag de boeken van Thea Beckman gelezen hebben, en nu voor hun kinderen iets gelijkaardigs zouden zoeken is Sara's Walkabout een must-read. Voor volwassenen die graag weten wat hun kinderen lezen, en daar zelf nog van willen genieten ook. Voor kinderen die nieuwsgierig zijn naar hoe het vroeger was, en daar meer over willen lezen. 

Het valt me weer op: het hoofdpersonage is wéér een meisje dat sterk in haar schoenen staat! Sara's walkabout is een fris, avontuurlijk, spannend en realistisch boek.

Sara's walkabout / Inez van Loon.- Hasselt : Clavis, 2020.- 222p.- ISBN 978 90 448 3869 5

donderdag 5 september 2019

De schaduwen van Radovar / Marloes Morshuis

Jona woont samen met haar familie (bestaande uit vader, moeder en broertje Jimmy) in Sterrenlicht, een enorm flatgebouw in Radovar. Ze zijn verhuisd uit het dorp, dat ondertussen verdwenen is. Het bewind, onder Starkin en Diana Dare voert een waar schrikbewind. Mensen mogen hun flatgebouwen niet verlaten. Elke fout, of het nu gaat om slechte punten halen op school, of niet meer kunnen werken, haalt de “score” van je familie naar beneden. Dat maakt dat iedereen in deze stad er alles aan doet om te blijven waar ze zijn, en zeker om vooral niet af te zakken naar de onderwijken: als je daar belandt, heb je een flat zonder ramen. Mensen van 75, zoals Jona’s oma, dreigen te moeten verhuizen naar een Plusgebouw: daar wordt goed voor hen gezorgd. Ook jongeren en kinderen kunnen moeten verhuizen, omwille van slechte punten: zij moeten dan naar een mingebouw…

Ik wil (voor het eerst, merk ik, nadat ik dit boek gelezen heb) iedereen die in de onderwijken woont, en die probeert, zoals Jona: zo gaat dat met hoofdpersonages – ontmoeten, en hen helpen om het bewind omver te werpen.
Het verhaal speelt zich af in het fictieve Radovar.

Mensen die niet meer meekunnen, moeten liefst ergens worden weggestopt. Gelukkig verzet Jona zich tegen alle regels die het bestuur uitvaardigt.

“De Schaduwen van Radovar” is een erg spannend boek, dat omwille van de samenhang van de personages, hun dapperheid en geloofwaardigheid erg sterk is.

Voor mensen die iets willen lezen dat in de lijn ligt van “De Hongerspelen van Suzanne Collins, maar die het toch graag allemaal iets minder zwaar willen, en iets afweten van het internet zullen van dit boek smullen. “De Schaduwen van Radovar” is wat mij betreft een 12+ boek voor lezers die al wat leeskilometers hebben gemaakt.

De schaduwen van Radovar / Marloes Morshuis.- Rotterdam: Lemniscaat, 2018.- 300p.- ISBN 978 90 477 1018 9

zondag 3 maart 2019

Kinderboeken-leeschallenge met Kinderboekenjuf: Kersenhemel / Jef Aerts ; Sanne te Loo

Adin en Dina zijn vrienden. Echte vrienden. Zelfs als Dina niks zegt, begrijpt Adin wat ze wil zeggen. Adin woont met zijn moeder in een caravan aan de rand van de boomgaard van Dina’s vader. In die boomgaard groeien zure rode kersen en zoete zwarte kersen en abrikozen, perziken en pruimen. Adin’s moeder plukt het fruit in de boomgaard.

Aan het eind van de zomer wil Adin’s moeder graag ander werk, en gaan zij en haar zoon verhuizen naar een flat in de stad. Hoe moet dat dan met de vriendschap tussen Adin en Dina? Adin geeft Dina de raad om voor zijn tamme kauw te zorgen: als ze hem de kruimels van haar bord voert, zal die graag bij haar zijn. De rest van de zomer is lang niet meer zo leuk voor Dina, nu Adin in de stad woont.

Jef Aerts schreef eerder al boeken voor oudere kinderen als “Het kleine paradijs”, dat doet denken aan het scheppingsverhaal. In “Vissen smelten niet” kom je te weten hoe koud winters kunnen zijn, en hoe je in donkere periodes voor mensen er kunt zijn voor elkaar. “Groter dan een droom” is het prentenboek dat Aerts samen met Marit Törnqvist maakte, over de verwerking van een dood zusje, zonder dat je daar grote woorden voor nodig hebt, maar waar het verdriet voelbaar en subtiel zichtbaar is. “Paard met laarzen” gaat dan weer over een meisje dat heel erg graag een afgedankt circuspaard een nieuw en beter leven wil geven.

“Kersenhemel” gaat over vriendschap, en hoe die kan standhouden ook als je ver van elkaar weg bent. Sanne te Loo, die eerder ook “De duik” van Sjoerd Kuyper illustreerde, en daarvoor op onderzoek trok naar Curaçao, verzorgde voor dit boek de illustraties. Ze ondersteunt met haar illustraties het verhaal van Jef Aerts, zodat je kunt zien dat het voor Dina en Adin moeilijker (in bruintinten) is toen Adin een zee van groen achter zich liet toen hij in de zomer verhuisde naar de stad. Maar het kauwtje – opgelet voor de kat! – maakt veel goed.

“Kersenhemel” mag dan slechts 48 pagina’s tellen, het vertelt een verhaal van een jaar, waar de zomer overgaat in de herfst, waarna het winter wordt om ten slotte “te ontploffen in de bloesems van de lente”.

Aerts en te Loo maken er een krachtig geheel van, waarin niet alles verteld, dan wel gezien kan worden. Dat Dina Adin mist, bijvoorbeeld, als ze aan het eind van de zomer op een picknickleedje in de tuin zit. Dat Adin Dina ook mist, en vliegtuigjes voor haar vouwt, en wel de hele winter lang.
Het dorp van te Loo doet een beetje aan een Ardeens dorpje denken, en soms aan Zweden. Dat het in de stad drukker is, maar daarom niet slechter, blijkt uit de tram die rammelend langsrijdt.

Adin en Dina blijven dus vrienden, dankzij een zak kersenpitten, die zover mogelijk worden gespuwd. De overkant van de weg, en uit de stad, raken de pitten nooit. De winterjas die Dina’s vader bij een bezoek aan Adin en zijn moeder in de stad heeft gekocht, zal nog wel een tijd meekunnen. Hiermee maakt Aerts in één zin duidelijk dat Adin en Dina elkaar niet vaak meer zien.

Tot het lente wordt: De bladzijden ontploffen mee in roze bloesems en ze kunnen niet genegeerd worden, vindt Adin’s moeder. Ze moeten gevolgd worden naar de boomgaard van Dina.
Dit boek is een rijk geheel dat toch goed te behappen is voor jonge lezers, en leent zich perfect tot voorlezen (vanaf 6 jaar, ongeveer). Zelf lezen en het verhaal begrijpen aan de hand van prenten én tekst kan vanaf 8 jaar.

Kersenhemel / Jef Aerts ; Sanne te Loo (ill).- Amsterdam : Querido, 2017.- 48p.- ISBN 978 90 451 2035 5

Mini-lestips: 

  • Erg geschikt voor de Jeugdboekenmaand maart 2019 met het thema "Vriendschap"
  • Muzikale vorming: beluister samen met je klas (fragmenten uit) “De vier seizoenen” van Vivaldi.
  • Themawandelingen tijdens de vier seizoenen die je tegenkomt in het boek: wat zijn de vier seizoenen, en hoe kan je ze herkennen?
  • Kringgesprek na of tijdens het (voor)lezen:
  • Waar zou jij het liefst wonen? In de stad of in een dorp? Waar woon jij? 
  • Heb jij een beste vriend of vriendin? Wat doen jullie samen graag?
  • Knutselen: vliegtuigjes vouwen, schilderen van de seizoenen.



maandag 6 november 2017

Eilanddagen: Wederom weet Gideon Samson te verrassen

Gideon Samson vertelt dit verhaal in de jij-vorm. Zijn hoofdpersonage gaat helemaal in zijn eentje, het vliegtuig op, zijn vader bezoeken die in Griekenland is blijven wonen sinds zijn ouders uit elkaar gingen. Ze hebben elkaar al lang niet meer gezien, en de hoofdpersoon heeft niet meteen veel zin om hem te ontmoeten: wat moet hij met een vader die hij niet kent?

De hoofdpersoon (Jacob) gaat helemaal alleen op vakantie naar Griekenland, om daar een aantal weken met zijn vader door te brengen, die gescheiden is van Jacobs moeder. Zij woont inmiddels weer in Nederland.

Maar Jacob kent zijn vader amper, en bij de start van het boek had ik heel erg het gevoel dat ik veel meer van dit boek verwacht had. Maar even doorbijten om te ontdekken wat en hoe is zeker voor dit boek een must.

Dat is vooral de verdienste van de jongeren die in dit boek worden geportretteerd: De ene woont er, de ander komt er een onbekende vader bezoeken, en een derde is het liefje van de eerste. Daarbij komt nog de grote naturel aan dialogen, die deels in "gebroken Nederlands" zijn geschreven, om de authenticiteit te vergroten.

Dit is echt een verhaal voor kinderen en andere grote mensen, die wat meer pit in hun leesvoer zoeken. Omdat het verhaal in de jij-vorm wordt verteld, leest het niet bepaald erg makkelijk. Mee daarom kan de lezer echter mee in het hoofd van de hoofdpersoon kruipen, en meeleven met wat ie meemaakt. Het is echt zo’n vakantieverhaal met een dubbele laag, waarin grote gevoelens niet uit de weg worden gegaan, en kinderen serieus genomen worden.

Gideon Samson is een boekentovenaar, die zeker in dit verhaal, iets van Edward van de Vendel lijkt gepikt te hebben qua schrijfstijl en lichtheid, maar waar toch altijd plaats is om moeilijkheden samen door te komen.
Eilanddagen / Gideon Samson.- Amsterdam: Leopold, 2016.- 176p.- ISBN 978-90-258-6807-9.- 11+

dinsdag 6 september 2016

Nog een keer: Mijn vriend Hitler / Piet De Loof

“ ‘Gust’, prevelde ze. ‘Gust’. ‘Frau Hitler’, fluisterde ik terug – niets meer dan dat, woorden waren zo moeilijk. ’Gust… ik wil je iets vragen’. (…) De woorden verbrokkelden tot zuchten, verklankte zuchten. Maar toen sprak ze zacht en helder: ‘Blijf een goeie vriend voor mijn zoon. Als ik er niet meer ben.’ Ik knikte, week al terug en hoorde nog wat ze zei: ‘Hij heeft niemand anders’ ”
August Kubizek

Linz, 1905. August Kubizek werkt mee in de zaak van zijn ouders. Een meubelmakerij, stoffeerderij. Hij is bezeten van muziek, vooral Wagner. Hij is vaak in de opera te vinden, aan de rechterkant, staand aan een paal. Op een dag is zijn plekje echter bezet. Een jongen van een jaar of zestien staat precies op het plekje waar Gust altijd staat. De jongen laat er geen twijfel over bestaan: Gust zal een andere plek moeten zoeken… Dat is het begin van de vriendschap tussen Gust, August Kubizek en Adi, Adolf Hitler.

Favoriet citaat

Bovenstaand citaat staat op bladzijde 117, en het is absoluut mijn favoriete passage uit dit voortreffelijke boek. De Loof reconstrueerde op basis van bronnen en een dosis fantasie om het verhaal te laten lopen, maar met respect voor de geschiedenis, het leven van de tiener die ook Adolf Hitler ooit was.

Der Untergang

Toen de film “Der Untergang” in 2004 verscheen, vroegen mensen zich af: “mag je Hitler als mens tonen”? Het antwoord van Volker Ulrich, een auteur die in 2014 een tweedelige biografie over hem schreef, is van mening van wel: “Het mag niet alleen, het moet!”

Levendig personage

Piet De Loof heeft de tiener Adolf Hitler zeer levendig in zijn boek gestopt. Hij laat het verhaal van een levenslange vriendschap, die een paar keer ophoudt te bestaan, zo lijkt het, vertellen door ik-figuur Gust, beginnend in 1956, als al een tijd geweten is wat voor vreselijke dingen Hitler op zijn geweten had.

En al mag je Hitler zeker als mens tonen, het is ook goed dat Gust zich de vraag stelt: ‘Had ik hem kunnen tegenhouden? Had iémand hem kunnen tegenhouden?’

Wrang

Bij de eerste lezing van dit boek bekroop mij alvast een beetje een wrang gevoel: als men over Hitler leest, en hoe hij als jongeman was, kan de lezer van nu dan voorbij aan wat dit hoofdpersonage gedaan heeft?  Hier is hij een 17jarige jongen, met een moeder, en een jongere zus, Paula. Een 17jarige jongen met kolerieke trekken, dat is zeker, en ook iemand die altijd gelijk wilde hebben, en geen tegenspraak duldde. Dat wordt al duidelijk wanneer hij August leert kennen in de opera, en deze er een andere mening op nahoudt over een zanger die zijn rol al dan niet aankan…
Hitler werd aanbeden door zijn moeder en zijn zus, zonder dat zij één keer in opstand komen. Adolfs schoenen moeten worden gepoetst? Zus neemt die klus op zich. Adolf wil gaan studeren, maar er is geen geld? Moeder Klara regelt dit.

De vriendschap tussen Gust en Adi, zoals Adolf genoemd wordt doorheen het boek, is vrij natuurlijk. In dit boek bestrijkt ze een jaar of twee. Als Adi naar Wenen vertrekt om kunstenaar te worden – hij is er van overtuigd dat hij een héle grote zal worden – zal Gust hem volgen. Ze zullen samenhokken in een piepklein kamertje. Maar het is altijd Adi die de leidersrol opneemt.

Geen reflectie

Piet De Loof laat Gust niet reflecteren over hoe hij zijn vriendschap met Adi beleeft: de vriendschap is er, en dat volstaat. Adi is een echte dandy, die vaak veel ouder overkomt dan 17 of 19. Hij aanbidt zijn moeder, en dat is wederzijds, en de liefde tussen een moeder en haar kind is ook hier gewoon mooi, en bijwijlen hartverscheurend.
‘Zijn gezicht was bleek – zweet en tranen hadden zich vermengd. Toen pas, na de muziek die de dood van Wagner had verklankt, kon hij zeggen wat hij die dag had ontdekt. “Gust, mijn moeder gaat dood” (p102)
‘Adi stond op, liep geruisloos naar me toe en greep me plots met beide handen vast. “Mama is 47 jaar, Gust. 47! Dat is toch veel te jong om dood te gaan?” ’ (p117)

Eferding, 1956

De stukken die teruggaan bij het begin en aan het eind van het boek, naar 1956 blikken op hun beurt terug op het leven van Gust, die inmiddels 68 is, en wacht in zijn loge tot het tijd is om op te gaan.
Niemand hoeft te weten dat alle stukken die hij in Eferding zal dirigeren, zijn opgedragen aan de enige vriend die hij ooit had: Adolf Hitler.
En voor wie ook wil weten wat er van August Kubizek gebeurde: er is ruimte gelaten om het gezin dat Kubizek intussen heeft, te schetsen.

De Loof laat niets aan het toeval over. Het leven met Adi was geen pretje, en aan het eind van de oorlog wordt ook Gust ondervraagt en gevangengezet.

“Mijn vriend Hitler” is een prachtboek geworden. Je kunt de elementen in het boek feilloos googlen, maar het is geen knip en plakwerk: De Loof laat zijn taal zinderen, en Gust en Adi zijn de lezers erg nabij. En of de Donau echt tussen twee huizen geprangd zit, waardoor ze minder goed te zien is, zoals Adi stellig zegt? Ik wil dat zelf ook wel gaan bekijken…

Mijn vriend Hitler / Piet De Loof.- Sint-Niklaas : Abimo, 2015.- 246p.- ISBN 978 94 6234 342

zondag 4 september 2016

Kan je "Hitler" linken aan het woord "vriend"?

Linz, 1905. August Kubizek werkt mee in de zaak van zijn ouders. Een meubelmakerij, stoffeerderij. Hij is bezeten van muziek, vooral Wagner. Hij is vaak in de opera te vinden, aan de rechterkant, staand aan een paal. Op een dag is zijn plekje echter bezet. Een jongen van een jaar of zestien staat precies op het plekje waar Gust altijd staat. De jongen laat er geen twijfel over bestaan: Gust zal een andere plek moeten zoeken… Dat is het begin van de vriendschap tussen Gust, August Kubizek en Adi, Adolf Hitler.

Piet De Loof is een auteur die zich kenmerkt door zijn levensechte, realistische verhalen die zich onderscheiden door het gebruik van muziek, een thema dat in elk boek een rode draad vormt voor zijn verhalen. Met ‘Mijn vriend Hitler’ koos De Loof voor een titel die bij zijn publiek toch iets losmaakte. Kan je Hitlers naam linken aan het woord vriend? Daardoor bekroop mij bij de eerste lezing van dit boek alvast een beetje een wrang gevoel: als men over Hitler leest, en hoe hij als jongeman was, kan de lezer van nu dan voorbij aan wat dit hoofdpersonage gedaan heeft?

In dit boek is hij een 17-jarige jongen, met een moeder, en een jongere zus, Paula. Een 17-jarige jongen met kolerieke trekken, dat is zeker, en ook iemand die altijd gelijk wilde hebben en geen tegenspraak duldde.

Maar het antwoord is ja. Ja, je kan Hitler linken aan vriendschap, vanuit het standpunt van Gust. August Kubizek, de verteller van dit verhaal, was Hitlers beste en tevens enige vriend. Kubizek geeft zelf te kennen dat Adolf al van jongs af een zeer charismatisch persoon was en een zeer overtuigende spreker. Maar of hij had kunnen voorkomen wat er na hun vriendschap gebeurde? Neen, dat kon hij niet.

Als lezer vond ik het zeer boeiend om een verhaal te lezen waarin Hitler wordt geschetst als jeugdige tiener met zijn eigen ideeën en waarden. Er zijn al zoveel boeken geschreven over de oorlog die hij ontketende en de gevolgen daarvan, maar wat weten wij over de jongeman achter deze figuur?

Je krijgt als het ware de andere kant te zien van deze jongen die zich later ontpopt tot een omstreden historisch figuur. Daarnaast zette het verhaal van Kubizek me aan tot denken: is de mens van nature goed of slecht? Of wordt hij gevormd door wat hij meemaakt?

Piet De Loof laat Gust niet reflecteren over hoe hij zijn vriendschap met Adi beleeft: de vriendschap is er, en dat volstaat. Adi is een echte dandy, die vaak veel ouder overkomt dan 17 of 19. Hij aanbidt zijn moeder, en dat is wederzijds, en de liefde tussen een moeder en haar kind is ook hier gewoon mooi, en bijwijlen hartverscheurend.

Misschien zie je als lezer duidelijke voortekenen in Hitlers daden en woorden, maar zoals de auteur aangeeft: het is makkelijk om achteraf signalen te gaan zoeken in wat voorafging. Niemand had dit kunnen voorspellen, noch kunnen tegenhouden. Ook Kubizek niet.

Mijn vriend Hitler / Piet De Loof.- Sint-Niklaas : Abimo, 2015.- 246p.- ISBN 978 94 6234 342 9 - 15+

Duorecensie in prettige samenwerking met Valerie Vaes

dinsdag 26 april 2016

Zomaar een paard met laarzen in je woonkamer

"Ons huis is te klein. Ik loop met mijn paard door de woonkamer. Lasse ploft zijn laarzen keurig op het tapijt. Hij zwiept niet met zijn staart tegen de sofa. Hij snuffelt alleen aan de plank met cactussen. En toch vindt papa het maar niets”.

Op een dag staat er in de woonkamer van het huis waar Fiekefie met haar ouders woont, een Ijslandse pony. Die zijn klein van stuk, maar het blijft natuurlijk een feit dat paarden niet in huiskamers thuishoren. Of op terrassen. Maar laat dat nu net zijn wat Fieke aan Olga beloofd heeft, vlak voor Olga stierf. Fieke zou dan voor Lasse zorgen. Olga is oud, en ze heeft een vlinder aan rimpels op haar gezicht. Ze weet dat ze zal sterven. Fieke schrikt van zoveel openhartigheid, maar Olga stelt haar ook gerust: iedereen gaat ooit dood.
Fieke heeft Olga leren kennen toen ze een gat in haar knie viel op de stoep voor Olga’s huis. Sinds die dag ging Fieke elke dag geen koffie drinken bij Olga.

Dus nu staat er een paard in de woonkamer. Waar hij dus niet kan blijven. Lasse is een oud circuspaard. Olga heeft hem gered. Hij draagt laarzen omdat hij tijdens een vreselijk ongeluk tijdens een clownsact, zijn hoeven heeft verbrand.

En dan staat Gertjan voor de deur bij Fieke. Hij zegt dat Lasse van hem is… Fieke besluit om Lasse te verstoppen. ZIJ is de enige die nu voor hem kan zorgen! Als Fieke erachter komt dat Gertjan de clown uit het circus is, weet ze het zeker: hij is slecht, en Lasse hoort bij haar!
Gertjan vertelt Fieke en haar ouders over zijn geschiedenis met Olga, al had ik deze wel graag wat meer uitgediept gezien. Hoe en het ongeluk van Lasse is kunnen gebeuren is dan weer wel erg sterk beschreven, de lezer zit als het ware mee in dit circus.
Jef Aerts heeft met “Paard met laarzen” een knap verhaal geschreven. De liefde van Fieke voor Lasse is echt, maar soms een beetje ongeloofwaardig. Soms lijkt Fieke een heel klein beetje op Pipi Langkous,  die ook haar eigen boontjes dopt. Alleen moet Fieke liegen tegen haar ouders, en heeft Pipi geen ouders. Want het moet absoluut verborgen blijven voor Gertjan waar Fieke Lasse heeft ondergebracht. Dat hij niet in het oude huis van de oom van Fiekes buurjongen, Vos, kan blijven is voor Fieke ook wel duidelijk. Gelukkig weet Vos raad met dat gegeven, en hij neemt Fieke en Lasse mee naar het Slagersveldje. Daar kan Lasse zijn benen strekken.

Vos is een jongen die alleen met zijn vader naast Fieke woont, en hij heeft Lasse gezien terwijl hij bij Fieke in de tuin kijkt zonder dat Fieke hem ooit al gezien heeft. Ook hij heeft een niet alledaagse familie: zijn moeder is voor haar werk in Ecuador. Al eten ze wel elke dag samen: via de computer. Soms vindt Vos dat jammer, dat zijn ouders hem niet vragen wat hij van de situatie vindt.
Het Slagersveldje is het begin van “de grote vlucht”, en het verhaal verliest hier een deel geloofwaardigheid. Fieke wil Vos tonen dat Lasse kunstjes kent als opzitten, pootjes geven en “dood”. Maar wanneer Lasse dat laatste moe is, slaat hij op hol. En dan is Fieke Lasse kwijt. Dat hij een supermarkt ondersteboven loopt, en later bij Gertjan terechtkomt, op de overwinterplek van het circus, waar hij zijn caravan heeft, maakt het gegeven van de vlucht en weer ergens “thuiskomen” ten dele goed.

“Paard met laarzen” is luchtiger van toon dan “Vissen smelten niet”, waarin een vader worstelt met een depressie, zonder dat woord te benoemen.

Toch is “Paard met laarzen door de uitwerking en het deel avontuur in dit boek” zeker ook erg lezenswaardig. De illustraties van Judith Van Istendael maken dit verhaal ook toegankelijk voor kinderen die nét naar dat ietsje meer in een boek zoeken. Tel daar de mooie beschrijvingen over vlinders in het gezicht van oude mensen bij en de oprechte bezorgdheid van Fieke over Lasse, en je kunt de losse eindjes, zoals de uitwerking van de relatie tussen Olga en de eigenaar van Lasse, vergeven.

Paard met laarzen / Jef Aerts ; Judith Van Istendael (ill.).- Amsterdam : Querido, 2015.- 197p.- ISBN 978 90 451 1758 4 - 10+

dinsdag 15 maart 2016

Voluit opnieuw uitgevonden! - "Weg van de Stad" Jeugdboekenweek 2016 - extra

Samuel is 12 en is na de scheiding van zijn ouders in de stad komen wonen. Daar woont hij nu tussen een Chinees restaurant, een pitatent, en een Spaans restaurant. Jesse is zijn oudere broer van 14.

Op het platteland, waar hij vandaan is verhuisd, had hij geen vrienden. In de stad leert hij algauw Bouwe kennen. Dat wordt zijn eerste beste vriend van zijn leven.
Op een vlammend rode cover kijkt een op een manga-strip lijkend figuurtje je aan. Zijn blauwe ogen en wat strenge blik, bles in het haar, moeten de lezer meteen naar het boek toe trekken. (En als je graag leest, of Do Van Ranst al eerder las, weet je dat je vast wel goed zit).

Aan het begin van het boek dat met een hoofdstuktitel als “Vandaag” begint, spreekt Samuel de lezer aan, zodat die weet waaraan hij zich kan verwachten: zijn boek zal geen chronologisch verteld verhaal zijn. Dat is het leven trouwens ook niet, zegt Samuel zelf.
Het lijkt wel of Do Van Ranst zichzelf bij elk nieuw boek opnieuw weet uit te vinden. Met “Voluit Samuel” schreef hij het eerste boek in wat een nieuwe reeks moet worden.
“Voluit Samuel” heeft een prettige vormgeving, en er wordt lustig met stijlen geëxperimenteerd. Samuel heeft een eigen dagboek, waar hij op regelmatige tijdstippen zijn zielenroerselen in neerzet. Of hij laat witte bladzijden bestaan, want het is vanuit zijn gezichtspunt dat we dit boek lezen. Op deze witte bladzijden, zo zegt hij, gebeurt er eigenlijk weinig. Of toch niet? Deze stukken zijn cursief gedrukt. Verder stelt hij lijstjes op, met wat hij flauwe moppen vindt. Die worden in drukletters met een dikker lettertype weergegeven. Kleine tekeningetjes, die Samuel maakt om de lezer dingen duidelijker te maken, maken het geheel af.

De vormgeving van dit boek doet trouwens een beetje denken aan “Spinder”, van Simon van der Geest. En Jesse mag dan een beetje een klier zijn, hij is niet zo gemeen als Jeppe, de oudere broer van “Spinder”. De relatie tussen de “vier” broers, doet trouwens weleens vaker aan dit boek denken.

Door deze vormgeving toe te passen, wordt Samuel een ontwapenend iemand, en Van Ranst laat de personages van de bladzijden afspatten.
Grote gevoelens worden echter niet uit de weg gegaan. Bouwes vader is anderhalf jaar geleden ongelukkig gevallen met de fiets, en daardoor overleden, terwijl Samuel worstelt met de echtscheiding van zijn ouders. Ook de relatie tussen hem en zijn broer is niet zo goed. Dat komt omdat Jesse ouder is. En oudere broers zijn lastig. Jesse is trouwens verzot op “de nieuwe hap” van de Chinees. Die “nieuwe hap” heet Mei Ying, is 13, en pas drie jaar geleden uit China met haar ouders naar de stad verhuisd. Maar het is niet Jesse die daar allemaal achter komt, dat doet Samuel.
Zij moest in China vanaf haar vijfde zeer zware turnsessies doen, en haar vader zag dit eigenlijk niet meer zo zitten. Dat het zijn dochter was die eigenlijk geld moest binnenbrengen door te turnen kon haar vader na een tijd niet meer aanzien.

Samuel zelf turnt ook, en hij oefent in dit boek voor een turnwedstrijd, samen met Bouwe. Maar Bouwe twijfelt heel erg: zijn vader had graag dat zijn zoon zou gaan fietsen, net als hij.
Die twijfels, verdrietjes en grote gevoelens die toch op zeer naturel wijze worden aangebracht, dat is vooral de verdienste van Van Ranst. Grote gevoelens niet uit de weg gaan, maar er toch in slagen om heel gewone personages neer te zetten, en waardoor er innige vriendschappen ontstaan.

De meest vervelende zin in dit boek? “Wordt vervolgd”… Al hoop ik dat Samuel even briljant als ontwapenend kan weten te overtuigen in zijn tweede boek.

Voluit Samuel/ Do Van Ranst ; Maarten Albrechts (ill).- Leuven: Davidsfonds Infodok, 2015.- 188p.: ill.- ISBN 978 90 5908 670 8 - 11+

zaterdag 27 februari 2016

Een vlotte meid gaat op de graffititoer!

De ouders van Saar (die eigenlijk Sara Sofia Van Doorn heet) zijn gescheiden. Tijdens de week woont ze bij papa en heeft ze huisdieren Graffiti (een kat), Snuffel (een aangelopen konijn) en een pony die Brownie heet. Ze pimpt er ook haar oude kledij. Bij haar moeder in de stad heeft ze een kast vol nieuwe kledij.

In het weekend woont ze bij haar moeder op een flat in de stad. Haar moeder heeft een nieuwe vriend, Freek. Saar is vastbesloten dat ze hem niet aardig wil vinden, ook al heeft ze hem nog nooit gezien.
Omdat ze tijdens de week bij haar vader woont, is ze ook moeten veranderen van school. Dat loopt wat moeizaam, vooral de pauzes, waarin Saar meestal alleen is, en haar tijd dan meestal doorbrengt op het toilet.

Gelukkig is er Deb (Deborah), en algauw worden zij en Saar beste vriendinnen. Als Saar van haar moeder ook nog naar de tekenschool mag, kan de artistieke kant van Saar nog meer naar boven komen. Ze krijgen les van de vrolijke Juf Em(ma). Ze heeft rood haar, en lak aan regeltjes die de strenge directrice Geens het liefst binnen de schoolmuren zou zien. Haar leerlingen dragen juf Em op handen.
Hilde E. Gerard schreef met “Saar gaat artistiek” een goed gedoseerd, positief boek met als thema echtscheiding, creatief zijn, en vriendschap. Lien Geeroms kon zich helemaal uitleven om van dit boek een wel zeer kleurrijk boek te maken. Ze maakte collages en “pimpte” de hoofdstuktitels met het roze witte van een flesje Fristi, en een tube “lijm” lijkt verdacht veel op een Pritt-stift. Waarom Fristi dan wel Fristi mag blijven, en Pritt “lijm” moet worden, terwijl het toch om het zeer herkenbaar rood/zwart stiftje gaat ontgaat mij.

Dat Saar de nieuwe vriend van haar moeder niet aardig wil vinden komt ook niet over alsof Gerard het de lezer door de strot wil rammen: Saar heeft Freek nog niet gezien. Als dat tijdens een weekend toch gebeurt en ze met hem en haar moeder gaat brunchen, heeft haar vader het daar vooral erg moeilijk mee (heel normaal, en zonder veel drama), want wat blijkt: Freek is toch wel aardig, en nog vrij knap ook. Hoe moet Saar dit plaatsen? Dit gegeven komt goed naar voor en zal herkenbaar zijn voor lezers die zich in deze situatie bevinden.

Ook Saar’s vriendin Deb krijgt voldoende body mee: zij moet thuis erg veel helpen, omdat haar moeder er alleen voorstaat. Het enige wat Deb aan Saar over haar vader kwijt wil, is dat hij vertrok toen zij zes was. Ook haar ouders zijn dus uit elkaar. Dat dit tussen de meisjes een band schept, is ook niets dat wordt opgedrongen, het is een erg natuurlijk proces. Deb wordt op school gepest door Marloes en diens vriendinnen. Zo ontstaan er kliekjes met Saar en Deb aan de ene kant, en Marloes en haar vriendinnen aan de andere kant.

Als Saar en Deb in de tekenschool een graffitiwedstrijd winnen, gaat de klas voor de bijl: plots ziet de rest van de klas Deb en Saar wél staan, en komt het allemaal goed, behalve voor Marloes, die in de boosheid volhardt. Of zij dan eenzaam zal worden, blijft in het midden. Het boek eindigt met een aantal technieken waarover Saar in het boek vertelt zoals het verven van een t-shirt, of zelf een haarband maken.

Dit eerste boek in de nieuwe reeks “Graffiti” bij Abimo smaakt naar meer.

Saar gaat artistiek / Hilde E. Gerard ; Lien Geeroms.- Sint-Niklaas : Abimo, 2015- 160p. : ill.- (Graffiti ; 1). – ISBN 978 94 6234 307 8 - 11+

woensdag 3 februari 2016

Volg het papieren bootje naar ons verdronken dorp...

Maya, de ik-figuur die dit verhaal vertelt, woont met haar vader in Waterdorp. Het is een dorp waar straks, over een dag of vier, niemand meer zal wonen.
Veel mensen zijn al weggetrokken, omdat ze al lang weten dat het dorp plaats moet ruimen voor de uitbreiding van de haven.
Een beetje ervaren lezer zal hier ongetwijfeld het polderdorp Doel in herkennen. Er wonen nu nog vier gezinnen in het dorp: Maya met haar vader, Flor met zijn moeder, de gepensioneerde politieagent Albert, samen met zijn hond Sherlock, en de familie Kraker. Zij kraakten de school die sloot nadat er nog maar zeven leerlingen overbleven. Mevrouw Kraker is eigenlijk meneer Kraker en omgekeerd.

Flor en Maya mogen overal heen fietsen, behalve in de straat waar het huis met het doodshoofd op, staat. Daarin huist een motorbende.
Op een dag vinden Flor en Maya een zak vol oud geld. Wat zou je daar allemaal mee kunnen doen? In de zak zit een stapel geld, voornamelijk briefjes met heel veel nullen. Het blijken Italiaanse lires te zijn. Laat dat nu waardeloos geld zijn, dat weten Flor en Maya op dat moment niet. “Je kan dat omruilen bij de bank”

Maar Vandermeeren maakt er geen ongeloofwaardig speurverhaaltje van, als de schat verdwijnt waar Flor en Maya hem verstopt hebben: in een oude schuur. Ze laat de oud-politieman Albert aan de kinderen vertellen dat de lires sinds 2012 niet meer kunnen omgeruild worden voor Euro’s bij de bank.

Maya’s vader droomt van een woonboot, terwijl hij eigenlijk helemaal niet weg wil uit Waterdorp. Flor rijdt al tijden rond op een oude gammele fiets, die op een dag gewoon in tweeën breekt wanneer hij de stoep oprijdt. En als zijn tante op bezoek komt, de zus van zijn moeder, heeft hij twee dagen later plots een spiksplinternieuwe fiets… Hoe komt Flor ineens aan die nieuwe fiets? Hij woont samen met zijn moeder in Waterdorp. Zijn moeder is nog steeds triest omdat Flors vader er met zijn vroegere overbuurvrouw vandoor is. Ze heeft geen geld.

Voor Maya is het al snel duidelijk: Hij heeft de zak met geld gepikt!
Hier ontspint zich een zoektocht naar het geld, waarbij de vriendschap tussen haar en Flor op de helling komt te staan. Maya zelf vindt dat niet zo erg: Flor is meer een reservevriend. Haar beste vriend is al een tijd verhuisd: hij zou haar erg missen, maar na twee weken weg uit Waterdorp, heeft ze van hem niets meer gehoord.

Hilde Vandermeeren schreef met “Wolken boven Waterdorp” haar voorlopig laatste boek voor kinderen. Ze schrijft nu thrillers voor volwassenen, haar derde is al een tijdje verschenen. “Wolken boven Waterdorp” moet het niet hebben van ongeloofwaardige acties en heldhaftige kinderen die alles durven. Ze zijn ook geen doetjes, en staan met beide voeten op de grond. Vandermeeren schreef een doorleefd verhaal op kindermaat (8+) over een dorp dat over – in dit boek – vier dagen helemaal leeg moet zijn. Dat wil zeggen dat iedereen die er nu nog is, tegen dan echt moet vertrokken zijn, om het onder water te zetten. Geen acties als “ons dorp moet blijven” of vastgeketende kleine helden om het dorp te redden. Een zak met geld terugvinden, en ontdekken dat Flor toch niet zo’n reservevriend is, zijn al groot genoeg om een verhaal rond te spinnen. Behalve het verhaal van de verdwenen zak met geld, en psychologische ontwikkeling van de twee hoofdfiguren, gaat “Wolken boven Waterdorp” vooral over hoe een dorp waar niemand meer woont, of bijna niemand, en hoe de achterblijvers – die ook weten dat er niets meer aan te doen is, maar hun voorgoed weg moeten willen uitstellen – hiermee omgaan. Maya’s mama en papa wonen om deze reden zelfs apart. Ze noemen elkaar wel nog steeds schat.

Maar mama wilde niet meer in Waterdorp blijven, en is bij haar moeder ingetrokken, en ze maant Maya’s vader aan om toch zeker de dozen in de gang te vullen. Maar Maya’s vader wil helemaal niet in een appartement wonen. Hij is schilder (hij schildert op verschillende manieren “De wolken boven Waterdorp”.) en dat kan niet meer als hij in een appartement zal wonen in de stad. In Maya heeft hij ook een blijvertje ontdekt: zij wil ook niets liever dan in Waterdorp blijven.

Flor heeft ook zijn eigen zorgen: Hij denkt dat zijn moeder hem niet meer ziet staan, sinds zijn vader vertrokken is. Daarom verdwijnt hij regelmatig, om te checken of zijn moeder hem mist. Ook zij is zeer geloofwaardig, en komt niet aanzetten met zielige praatjes over hoe eenzaam ze wel is sinds haar man weg is, dat mag de lezer voor zichzelf uitmaken, hoe zij zich voelt. En of zij haar zoon echt niet ziet? Ik zou er maar zo zeker niet van zijn.

Al deze gegevens maken van “Wolken boven Waterdorp” een erg goed boek, met de typische Harmen van Straaten illustraties: beetje kriebelig, ze lijken snel op papier gezet, maar met oog voor detail. Al lijkt het soms of de illustraties zomaar lukraak in het boek gegooid werden. Eén illustratie in het bijzonder: Sherlock is al een tijdje niet thuisgekomen (dat gaat zo met honden die kunnen lopen waar ze willen omdat er toch bijna geen auto’s meer in je dorp rondrijden). Het is een afgedankte speurhond, die nu bij de oude politieagent Albert woont. Een illustratie waarbij Flor en Maya Albert om hulp komen vragen – of eigenlijk niet, niemand mag het weten, van de verdwenen schat – is Sherlock gewoon op de illustratie te zien, terwijl Albert net gezegd heeft dat Sherlock er niet is.

Of Maya, Flor en de overige achterblijvers uiteindelijk een nieuwe stek vinden? Volg het papieren bootje naar het verdronken dorp… Mooi, klein verhaal over een dorp dat eigenlijk geen dorp meer is…

Wolken boven Waterdorp / Hilde Vandermeeren ; Harmen van Straaten (ill.).- Leuven : Davidsfonds Infodok, 2015.- 102p: ill.- ISBN 987 90 5908 665 4- 9+

zondag 25 januari 2015

Ontwapenende Storm raakt niet voorbij de cliché's

Storm is twaalf jaar als hij ontdekt dat hij verliefd wordt op jongens. Hoe hij daarmee omgaat, dat vertelt Miriam Bruijstens  op een vrolijke, luchtige manier in haar nieuwe boek voor tien plus.

Storm is twaalf. Zijn beste vriendin is Mara, al sinds de kleuterschool. Hij woont met zijn vader en zijn oudere zus Sterre in een oud huis in een klein dorpje ergens aan zee. Zijn moeder woont op een flat in de stad. Zij had het moeilijk aan zee. Storms vader probeert om kunstenaar te zijn. Storm leidt een heel gewoon leven, surft graag in zee, en gaat op stap met Mara, of wat drinken in de zaak van Mara’s moeder.

En dan komt Will bij Storm op school. Storm merkt dat hij vreemde kriebels krijgt als hij naar Will kijkt. Dat vindt hij vreemd. Waarom voelt hij die kriebels niet als hij bij Mara is, die hij al kent van toen hij klein was?

Als Will op Julia verliefd wordt, is het voor Storm duidelijk dat Will niet hetzelfde voelt als hij. Julia is een klasgenote die twee moeders heeft.
Al snel verdwijnen Storms kriebels voor Will, en het leven aan de kust gaat verder zijn gewone gang. Tot Florian opduikt. Hij en Storm worden al snel meer dan gewone vrienden, zonder dat het klef wordt. Het gegeven van de verliefdheid tussen Florian en Storm werpt clichévragen op als “mogen of zullen we hand in hand lopen”?
Mara vindt  het maar raar: “als jongens hand in hand lopen is dat vies, met meisjes vindt niemand het raar dat ze hand in hand lopen.” Waarop een klasgenoot dan weer repliceert dat hij het inderdaad vies vindt als twee jongens hand in hand lopen.
Vergis je niet: Miriam Bruijstens stopt het thema homoseksualiteit op een heel luchtige, vanzelfsprekende manier in haar boek.
“Storm” biedt geen nieuwe invalshoeken, en blijft wat steken in clichés.
Op school komen zijn klasgenoten eveneens niet verder dan “wat maakt het uit” of “je bent het toch niet?” De discussie is er echter wél, en dat maakt dit boek zeer geschikt voor de lagere school om homoseksualiteit ter sprake te brengen.
Storms gevoelens worden noch ontkend, noch geproblematiseerd, en Storm blijft dankzij de steun van Mara steeds zijn vrolijke zelf. Dat zij al heel snel doorhad dat hij met een vriendje naar huis zou komen in plaats van een vriendinnetje, is hier niet vreemd aan. Maar ook hier stijgt “Storm” niet boven de middelmaat uit. Mara’s reactie is er eentje uit de boekjes: “Waw! Ik heb een beste vriend die homo is! Nu kan ik met hem winkelen, hij lakt mijn nagels en ik kan me omkleden waar hij bij is, zonder angst te hebben dat hij aan mij zit”. Waarop Storm ook weer reageert: “als je maar niet denkt dat ik je nagels ga lakken.”
Miriam Bruijstens schreef met “Storm” ondanks de clichés, een vrolijk boek met personages die je gelooft. Soms komt het boek zeer belerend over en ze laat haar personages iets te weinig voor zichzelf spreken. Alles moet worden uitgelegd. “Hoe weet je eigenlijk of je verliefd wordt op een jongen of op een meisje” flap ik er dan uit. “Dat lijkt me een mooie afsluiting voor vandaag”, zegt de meester. “Ga je nog even met mij mee? “vraagt Mara. Enzovoort. En toch. Storm is zo’n ontwapenend kereltje dat je de tekortkomingen en de clichés wil vergeten.
Storm / Miriam Bruijstens.- Hasselt : Clavis, 2014.- 96p.- ISBN 978 90 448 2183 3, 10+

dinsdag 12 augustus 2014

Het leven is flink lastig, als je dertien, verliefd bent, én vier ouders hebt

Ingrid Kluvers schreef in 2010 ‘Droomtuin’, het eerste boek over Joop. Ze heeft twee vaders, twee moeders, en een supercoole oma. Nu is er ‘En ik dan?’, het zelfstandig te lezen vervolg. Een boek voor een zomerse dag, al mocht het wat meer zijn.

Ingrid Kluvers was lang hoofdredactrice van het meidenblad Tina voor ze ervoor koos om boeken te schrijven. In 2010 debuteerde ze met ‘Droomtuin’, het eerste boek over de dertienjarige Joop, die twee vaders, twee moeders en een supercoole oma heeft. Haar situatie is flink gecompliceerd, vindt ze zelf. Haar beide vaders, Alain en Valentijn, hebben immers een relatie, net als Heleen en Marlies, haar twee moeders.

Homoseksualiteit is zowel in ‘Droomtuin’ als in ‘En ik dan?’ het overkoepelende thema. Kluvers schetst de gezinssituatie van Joop, die af en toe flink baalt met haar twee vaders en twee moeders, die zich allemaal heel erg met haar bemoeien. Ze zou heel graag af en toe een heel gewoon meisje zijn, met een vader en een moeder, net als haar vriendin Mees.

‘En ik dan’ is het vervolg op ‘Droomtuin’. Het boek is vlot te lezen zonder dat je ‘Droomtuin’ gelezen hebt, alleen heb je dan de geschiedenis van Joop en haar vriendenkliekje niet mee. Dat kliekje bestaat uit vriendinnen Mees en Juul, en vriend Dennis. Joop is in ‘Droomtuin’ ernstig ziek geweest, maar daar is in ‘En ik dan’ niets meer van te merken.

Familiale besognes zijn in dit boek des te meer aan de orde. Kluvers weet bovendien heel goed hoe ze het brein van een dertienjarige puber moet omschrijven. Meer dan eens moeten Joops ouders het ontgelden. Ze kunnen niets goed doen voor hun dochter, hoewel ze best openminded zijn.

Alle problemen en probleempjes waar een dertienjarige mee zou kunnen worstelen, komen ook aan bod in ‘En ik dan’, net als in ‘Droomtuin’. Geheime afspraakjes een Frans meisje via Facebook, en een geheime verliefdheid op datzelfde meisje. Joop vraagt zich af of zij ook lesbisch is, nu ze verliefd is op haar Facebookvriendin Emma, die bovendien bijna 16 is.

Tussen Joop en Emma speelt volgens die laatste iets heel anders. Iets dat Joops leven en dat van haar familie compleet overhoop haalt, en waar nog stof genoeg in zit voor een derde boek over Joop. Dat Emma en haar moeder naar Nederland komen heeft hier alles mee te maken.

Hoewel Joop en haar vrienden een vrolijke bende zijn, waar Emma na een zeilkamp in Friesland ook bij is gaan horen, slaagt Kluvers er niet helemaal in om van haar personages echte mensen van vlees en bloed te maken. Ze wil het verhaal iets te veel zelf in de hand houden, en zit als auteur te veel "op" haar personages. Hen meer voor zichzelf laten spreken, en niet alles als auteur willen uitleggen kan de fantasie van de lezer bovendien voeden. 

Joop kijkt iets te vaak “dromerig uit het raam” en ze is me ondanks het feit dat ze een behoorlijk irritante puber kan zijn, ietsje te perfect. Zo perfect als Tiny dat was voor kleine meisjes in vroeger tijden, maar dan voor dertienjarige meiden van nu. Voor wie echter heerlijk wil wegdromen en wil weten waarom Friesland het mekka is om te gaan zeilen: Lees ‘En ik dan?’. Voor een zomerse dag, al mocht het wat meer zijn.

En ik dan? / Ingrid Kluvers.- Amsterdam : Moon, 2014.- 240p.-ISBN: 978 90 4882 022 1.- 12+

(Eerder verschenen op Zizo Online)

zaterdag 2 augustus 2014

Kleine, fijne leesverrassing van Eva Gerlach

In 2013 schreef Eva Gerlach haar eerste verhalende kinderboek. Ze schrijft voornamelijk poëzie. “Het punt met mij is dat ik alles kan” om één titel te noemen.

“Overhoop” vertelt het verhaal van Aurie. Ze is pas verhuisd, en ze woont samen met haar vader. Haar moeder is er niet meer. Auries verhaal begint met een knal, en een brand. Haar vader redt een oude vrouw uit de brand in haar huis, maar echt gelukkig is de vrouw daar niet mee.

Auries vader neemt de vrouw bij hen in huis, tot er plaats is in een verzorgingstehuis. Dit is niet naar de zin van mevrouw Vis, zoals de vrouw heet, en ook Aurie vindt het maar niets dat ze het huis waar ze nog maar pas woont, moet delen met een oude vrouw die haar eigenlijk liever buiten wil, en dat laat ze duidelijk merken. Bovendien is mevrouw Vis heel erg in de war, en ze lijkt een beetje op een heks, volgens Aurie. Mevrouw Vis wil ook haar kat Mie bij zich.
Aurie besluit dat ze Mie wil gaan zoeken. Misschien wordt mevrouw Vis dan wat vrolijker. Tijdens haar zoektocht naar Mie leert ze Job kennen. Dan komt het verhaal helemaal op gang, en wordt “Overhoop” een spannend verhaal, waarin het leven van mevrouw Vis centraal staat.
Job woont samen met Selma, zijn moeder. Een vader is er niet. Dat schept meteen een band tussen hem en Aurie, die geen moeder meer heeft. Tussen de lijnen lees je wat er met Auries moeder is gebeurd. Ze moet verder met een groot verdriet. Ze wil daar niet over praten, en ze wil ook liever niet dat iemand naar haar moeder vraagt.

Iedereen in ‘Overhoop’ leeft met verdriet en verlies, begint en eindigt bij mevrouw Vis. Waarom noemt zij Job, als ze hem ziet, Sjef? En wat heeft Jobs moeder Selma met haar te maken?
Gerlach schreef een vrij ingewikkelde constructie tussen haar personages. Gerlach nodigt de lezer uit om heel voorzichtig de knoop in een kluwen los te maken.  “Overhoop” is vrolijk van toon, met personages die ondanks alles doorzetten.
Overhoop / Eva Gerlach.- Amsterdam : Querido, 2013.- 167p.- ISBN 978 90 451 1475 0, 9+

zondag 13 april 2014

Hoe voelt het voor een gewone jongen om stinkend rijk te zijn?

Joe Prop is de rijkste jongen die je je kunt voorstellen.  Hij heeft letterlijk alles wat hij zich wenst: een eigen racecircuit met een eigen racewagen in de tuin, een huis met massa’s slaapkamers, mét elk nog een eigen badkamer, een alligator en wat al niet meer. Zijn vader verkoopt vochtig toiletpapier en is daardoor stinkend rijk geworden.  Daarom bezit Joe thuis alles wat zijn hartje begeert. 

Er is echter één ding dat Joe Prop liever zou willen dan alle rijkdom samen: een vriend.  Hij zit op een chique school, maar daar is iedereen nog rijker, zo lijkt het wel. Mensen zijn er alleen maar bezig met zichzelf, en Joe is daar nogal eenzaam.  Hij wil graag naar de dorpsschool, waar niemand weet dat hij rijk is.  Zijn vader ziet dat niet zo zitten: rijke kinderen horen naar chique scholen te gaan, vindt hij.  Maar Joe zet door.  Zo komt hij op de dorpsschool terecht, waar hij Bob leert kennen.  Kan hij Joe’s eerste echte vriend worden?
David Walliams gaat vrolijk verder op de ingeslagen weg, met het schrijven van wat zijn derde boek is geworden, na ‘De jongen in de jurk’ en ‘Mr Stink’.  Ook nu breekt Walliams als het ware in in het verhaal van Joe, wanneer hij de lezer wijst op de racebaan, die meesterlijk geïllustreerd werd door Tony Ross.
‘Joe Biljoen’ is opnieuw een vrolijk boek met een moraal: vriendschap is niet te koop, ook niet voor heel veel geld. Walliams vertelt het verhaal van Joe en zijn rijke vader met veel humor, maar met een onderlaag van verdriet.  Want Joe is niet altijd zo rijk geweest.  Qua thematiek lijkt ‘Joe Biljoen’  erg op zijn twee voorgangers, maar een warm hart krijg je er zeker wel van, en leesplezier is verzekerd.
Joe Biljoen / David Walliams ; Tony Ross (illustraties) ; Roger Vanbrabant (vertaling)- Hasselt : Clavis, 2013.- Oorspronkelijke titel: Billionaire Boy.- 203p.: ill.- ISBN 978 90 4481 952 6 - 8+