Posts tonen met het label griezelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label griezelen. Alle posts tonen

zondag 16 april 2023

Autumnville / Rick Meijer

Na  Pingwing, voor jongere lezers, is er nu voor oudere lezers "Autumnville" van de Nederlandse schrijver/muzikant Rick Meijer. Een zorgvuldig boek met mooie, zuivere taal dat volgens mij spannend, verrassend en spannend genoemd mag worden. Volgens de bibliotheek is het "griezelig", maar met dat laatste weet ik niet helemaal wat bedoeld wordt. Of misschien wordt het dat als jongere kinderen dan -10jarigen met wat leeservaring dit boek zouden lezen, dat zou kunnen.

Autumnville is een klein dorpje met water en rotsen. Het is afgelegen en redelijk slaperig tegen de stad, waar een winkelcentrum is verrezen. In die stad vind je nu alles. Autumnville heeft alleen nog de boekhandel waar de grootvader van de 15jarige Hugo ooit is mee begonnen. Het verhaal begint met de begrafenis van diezelfde grootvader. Hugo's vader heeft de bijna failliete boekhandel intussen overgenomen. Hugo mist zijn grootvader, en hoe die met fantasie omging, heel erg. Hugo vindt dat zijn vader te zakelijk naar de boekhandel kijkt, waar Hugo op de zolder ervan, heel graag wegduikt in boeken. Zijn grootvader moedigde hem daarin aan. Alles verandert als Hugo op een avond in zijn eentje de winkel mag afsluiten. Hij hoort een meisjesstem... Een stem die hem roept...

Hugo is het hoofdpersonage: dromerig, lezer, en op school denkt hij ook liever in en aan verhalen dan op te letten.

"Autumnville" gaat de griezelige kant op, én het gaat voor  een groot deel over het mooie dat boeken mensen kunnen bieden. Alleen al daarom is het zeer lezenswaardig. Wanneer ik dit schrijf, bedenk ik dat het me ook aan "Het oneindige verhaal" doet denken, of aan "De Gebroeders Leeuwenhart", met een flardje "Griezelbus". Rick Meijer koos ervoor om een knap verhaal te schrijven, dat misschien geen erg grote groep zal aanspreken, maar dat een gemiddelde veellezer zeker wel. Het verraste me meerdere malen, en is het zeker waard om ontdekt te worden.

Een QR-code om de muziek die bij dit boek hoort, en die wordt aangeduid met een muzieknootje is niet voor elke lezer zo handig. Ik heb geen idee of elke 11jarige (de doelgroep van dit boek, als die al wat meer leeservaring heeft) een smartphone heeft om diezelfe code te scannen. Bij deze: je vindt de muziek terug op Spotify ook. Het einde van dit boek is een beetje een samenraapsel, maar zorgt gelukkig wel voor een mooi afgerond geheel.

Rick Meijer boetseerde mooie, goed uitgewerkte personages. Hier en daar lees ik over dit boek: "Waarom noemt iemand in dit boek iemand anders een kanjer? Niemand praat zo". En daar zit ik weer op mijn stokpaardje: je praat niet alsof je in de kroeg zit, je leest een boek. En een boek bevat mooie, zuivere taal, en vertelt een verhaal. Een verhaal in dit geval waarin je je helemaal kunt verliezen, en dat je even helemaal mee neemt in de wereld van personages en (on)bestaande locaties. Als je gelooft wat je leest, kan er veel. Dat is met dit boek zeker het geval. En wat de "doelgroep" betreft: een goed jeugdboek is gewoon een goed boek. Voor iedereen die het wil lezen.

Voor lezers die houden van de boeken van Paul van Loon, Astrid Lindgren én die ook "Het oneindige verhaal" van Michael Ende lazen of de film ervan hebben gezien, zal Autumnville een warm badje zijn. Ook voor mensen die houden van lezen over en rond boeken en verhalen kan Autumnville een fijne leeservaring worden.

Ik weet niet helemaal zeker welke minimumleeftijd om dit boek te lezen, ik zou meegeven. Volgens de bibliotheek 12-14, en volgens nog anderen zelfs 15+ Maar voor 15+ is het taalgebruik net een tikkeltje te jong. Het missen van je opa kan iedereen overkomen, maar zoals het in dit boek beschreven wordt, zou ik eerder zeggen dat je tussen de 11 en 14 bent om tenvolle van dit boek te genieten. Ook al is het hoofdpersonage 15. (Is het misschien daarom dat sommigen dit boek het labeltje YA kleven?)

Autumnville / Rick Meijer.- Amsterdam : Ploegsma, 2022.- 192p.- ISBN 978 90 216 8122 1



zaterdag 11 april 2020

In de kijker: Jessica Raes!



Jessica Raes (°1989) studeerde aan de Hogeschool Sint-Lucas in Brussel en Gent illustratie en animatiefilm. Ze volgde ook een specifieke lerarenopleiding Beeldende kunst en audiovisuele kunst. Ze timmert ijverig aan de weg om haar plek te vinden.

Bij Clavis verscheen “De pyjamareus”, een samenwerking tussen Kolet Jansen, Emy Geyskens met illustraties van Jessica Raes. De opbrengsten van het boek, voor kinderen vanaf 6 jaar, gaan deels naar Bednet. Deze organisatie laat kinderen die door ziekte niet naar school kunnen en lange tijd thuis of in het ziekenhuis verblijven, op een virtuele manier, toch in de klas aanwezig zijn.

Lestips bij "De pyjamareus".


“Donkere nacht van de ziel” is het eerste boek van Jessica Raes dat ze zelf schreef en illustreerde.
Dit prentenboek gaat over een smid die zijn ziel aan de duivel verkoopt. Het is gebaseerd op het oude Ierse Volksverhaal over the Jack- o’- Lantern, of de uitgesneden pompoen die we nu kennen als we het over Halloween hebben.

Nieuwsgierig? Of gewoon zin om dit boek te lezen? Dan kan je het via dit formulier bestellen. Het boek is geschikt voor jonge durfals en hun ouders en andere opvoeders, die je het verhaal kunnen voorlezen als je zes bent, of iets ouder. Om het boek helemaal zelf te kunnen lezen en begrijpen moet je door de veelheid van de tekst misschien al tien of elf zijn. Maar niemand zal jou tegenhouden om in je bed, onder je dekens, en met een zaklamp, dit boek gewoon te lezen!  “Donkere nacht van de ziel”verschijnt bij uitgeverij Het Punt.

Jack is smid. Hij woont samen met zijn trouwe ros, Adare, diep in de bossen, ver weg van het dorp. Jack houdt van de rust, de ongerepte natuur en de vrijheid die hij voelt als hij in volle vaart door de bossen galopeert. Na een lange dag zwaar werk en het beslaan van zijn paard besluit Jack om zijn avond onder de mensen in het dorp door te brengen. Vanaf dan zal Jacks leven nooit meer hetzelfde zijn. Want die avond staat hij oog in oog met de duivel...

Een spannend en griezelig verhaal voor jong en oud gebaseerd op het oude Ierse volksverhaal waarin een smid zijn ziel verkoopt aan de duivel. Dit is de mytische geschiedenis over het ontstaan van de uitgesneden Halloweenpompoen, de 'Jack-o'-Lantern' die tot op heden nog steeds in vele straten van de westerse wereld de nacht van 31 oktober verlicht.

zondag 6 september 2015

Kroonsz: Een griezelige dans der marionetten in de eeuwigheid

Amsterdam, 1670. De stad is geteisterd door pest, waardoor het gezin van dokter Zacharias Kroonsz hun twee dochters en zussen verloren heeft.

Wanneer ook Geertje, Kroonsz’ vrouw en de moeder van Wessel, sterft, is de maat vol voor de dokter. Dokter Zacharias Kroonsz denkt gevonden te hebben hoe hij de dood kan verslaan. Hij kan ook feilloos voorspellen wanneer iemand zal sterven. Samen met zijn zoon Wessel bouwt hij verder aan zijn ontdekking. Dat ze zich daarmee op zeer glad ijs begeven, ontdekken ze te laat… Wanneer hij voor zichzelf ontdekt dat hij nog maar tien dagen te leven heeft, slaat Zacharias Kroonsz in blinde paniek.

Marco Kunst schreef met “Kroonsz” een zeer leesbaar, geloofwaardig boek over hoe het zou kunnen zijn als mensen hun eigen levenslot in handen zouden kunnen nemen. Dit doet hij aan de hand van wat Spinoza, Coenraad van Bueningen en Jan Swammerdam ontdekten, en wat de Kerk die destijds nog zeer sterk aanwezig was, en veel geloof hechtte aan wat er letterlijk in de Bijbel stond, predikte. Daartussen zet Kunst zijn Zacharias Kroonsz met zijn onderzoek naar de ziel van de mens, en wat levenslijnen voor mensen zouden kunnen betekenen.

In het eerste deel van “Kroonsz” springt het verhaal soms naar 2013, en naar Pink. Pink loopt school, en is een meisje zoals er zoveel zijn: ze is populair, gaat graag uit. Haar klasgenoot Bor is het tegenovergestelde. Hij is een eenzaat die het allemaal wel alleen zal klaren. Of hij dit erg vindt? Doorheen het boek laat Kunst het aan de lezer over om hierover te oordelen.

Het tweede en derde deel van het boek speelt volledig in 2013.

“Kroonsz” is af.  De sprongen naar 2013, met ook Wessel die op de speelplaats van Pinks school meteen door haar gegrepen wordt, en waar de lezer in eerste instantie niet goed weet wat hij daar doet, zijn zeker nodig voor het verhaal. Niets is toevallig, maar niets doet ooit kunstig aan.

Of misschien ga ik hier wat kort door de bocht:  Als Kroonsz in de 17e eeuw zichzelf van het leven wil beroven door een priem in zijn hart te steken, en daarna gewoon kan doorgaan vond ik dat ongeloofwaardig. Ok. De priem, die speelt een kleine (maar niet onaanzienlijke rol) in het verhaal, en toch: die vond ik vrij ongeloofwaardig en niet zo nodig.

Het spelen met mensen in het huis dat al jaren overeind staat, het onderzoek dat al eeuwen doorgaat, en waardoor ook Wessel in 2013 belandt in een wereld waar hij eigenlijk niets te zoeken heeft en waarin Kunst zeer subtiel kan aangeven dat de wereld in 300 jaar een ongelofelijke verandering heeft doorgemaakt, en waarin Wessel zowat elk plekje kent, en toch ook niet, het maakt van “Kroonsz” een waar feest om te lezen.
Want in dat huis heeft Kroonsz een torn, een zwart gat, naar “de andere kant”, wat symbool kan staan voor de dood, de hemel en de hel gecreëerd. Wessel wil er alles aan doen om Pink daar niet in te doen belanden, al wil hij niets liever dan bij haar zijn. In de torn is ook Lykke, het Deense vriendinnetje van Wessel uit de 17e eeuw verdwenen, door toedoen van zijn vader met zijn krankzinnige onderzoek. Onderzoek dat hij zelfs op dieren kan uitvoeren, door aan hun levenslijnen te gaan trekken, en ze zo te laten doen wat hij wil. Op die manier kan hij zowel mensen als dieren totaal overleveren aan zijn wil.

Marco Kunst oordeelt niet, en laat de personages hun vaak zeer griezelige gang gaan. Griezelig voor slachtoffers, die totaal overgeleverd zijn. Of ze dit (niet) willen is nog maar de vraag.
“Kroonsz” is op weg om het zoveelste Lemniscaatboek te worden dat over 30 jaar nog steeds gelezen en gekoesterd zal worden.

Kroonsz / Marco Kunst.- Rotterdam : Lemniscaat, 2014.- 342p.- ISBN: 978 90 477 0280 1.- 16+

zaterdag 13 juni 2015

Een oerdegelijke vloek

"De vloek” is het nieuwste boek van Wendy Stroobant. Het is een oerdegelijke griezelroman geworden, waar een vleugje geschiedenis door waart.

Het lijkt een doodgewone vrijdagmiddag op school te worden voor de leerlingen van 5B. Dat verandert echter wanneer de nieuwe lerares geschiedenis, Hendrikje Goedhart, zich aanmeldt in de klas. Ze is stokoud, en de leerlingen vragen zich af wat zo’n oud mens kan betekenen. Wat meer is: ze betrekt haar leerlingen wel zeer letterlijk in haar lessen. Ze laat haar leerlingen een periode kiezen, waarna de klas letterlijk in haar verhaal wordt opgezogen, en zelf deel uitmaakt van situaties die zich in een bepaald tijdperk afspelen. Als eerste komt de 17e eeuw aan bod, waar de klas getuige is van de heksenverbranding van Hendrikje Goedhart. De volgende periodes mogen de leerlingen zelf aanbrengen. Als tweede les komt de Tweede Wereldoorlog, waar Hitler aan de macht is, en jacht maakt op Joden en homo’s aan de beurt.

“De Vloek” is omwille van de – weliswaar summiere aanwezigheid van feiten uit de geschiedenis – meer dan alleen een griezelroman, en dat maakt het boek zeer lezenswaardig. Dat de klasgenoten die in het nu deel uitmaken van die feiten, maakt dat je de klas goed kunt leren kennen. Stella maakt graag haar eigen kledij, Fatiha is van Marokkaanse afkomst en bakt graag cupcakes, Jelle moet tegen zijn moeder opboksen, die hem over beschermt omdat hij rolstoelgebruiker is, Arne is de knapste jongen van de klas, Dizzy is balletdanser, en Frankie en Yves zijn de pestkoppen uit de klas. Kat is de zus van Dizzy.

Al snel blijkt dat niet alleen de klas vreemder wordt naarmate Hendrikjes lessen vorderen. Ook de ouders van de leerlingen lijken niet meer zichzelf te zijn. Franky en Ives zijn de eersten die verdwijnen, om een paar dagen later weer op te duiken om dan plotseling Ivar, een jongen uit het Noorden, te zijn. Bovendien lijkt Ives helemaal vergeten te zijn, en verwaarloost Ives’ moeder zichzelf en haar kleuterzoon Sep. Ze begraaft zichzelf onder nutteloze rommel.

Franky is de volgende die opduikt als Fritz, en meneer Van Laer, de leraar Nederlands, zegt er niets van als hij veel te laat de klas komt binnen gestruind. Stella, Dizzy, Arne en Jelle begrijpen er niets van: zien de leerkrachten niet dat Ivar Ives is, en dat Fritz zich de lege plek van Franky toe-eigent?

Het is tijd voor actie! Stella, Dizzy, Arne en Jelle gaan op onderzoek uit. Bovendien moeten ze bewijzen dat mevrouw Goedhart hen hypnotiseert.
“De Vloek” is niet vernieuwend. Het is wel een oerdegelijk boek dat doorheen griezelelementen en een heks uit de 17e eeuw die zich komt wreken op diegenen die haar op de brandstapel hebben gebracht, maatschappelijke thema’s als de Tweede Wereldoorlog, en daar dan vooral het aspect hoe er met homoseksuelen werd omgegaan, niet uit de weg gaat. Dat aspect belichten is een dankbare overgang om Dizzy te zien twijfelen of hij al dan niet uit de kast moet komen als homojongere.

Jawel, dat is clichématig, want Dizzy is balletdanser, met hart en ziel. En in stilte verliefd op Arne, op wie Stella een oogje heeft. Terwijl deze laatste rondspookt in de dromen van Jelle, die vanuit een rolstoel denkt dat geen meisje hem wil, terwijl hij Stella maar wat graag wil.

Dat het boek goed moet eindigen, en dat Stella en haar kliekje dat zich met hand en tand verzetten tegen de tirannie van Goedhart, dat de vloek moet doorbroken worden, het komt allemaal wat goedkoop over, en het gaat me wat te snel.

Wanneer Stella en drie klasgenoten doorhebben dat hun ouders en leraars eveneens gebrainwasht worden door Goedhart, lokt ze hen naar de Schouwburg met het valse voorwendsel dat Goedhart hen wil zien. Op nauwelijks twee bladzijden tijd zijn de ouders uit hun toestand, en wil niemand nog iets van Goedhart zien of horen.

Dat is snel, als je weet dat de aanloop daarnaartoe wel heel heftig was: Jelle kreeg van zijn moeder de verplichting om deel te nemen aan de halve marathon, terwijl hij amper kan lopen, Dizzy’s vader moet de benen van zijn eigen zoon zien te breken, zodat hij niet meer kan dansen, of van de norm kan afwijken, zoals Goedhart dat noemt.
En toch: “De vloek” blijft een zeer lezenswaardig boek, dat ook na een tweede leesbeurt weet te overtuigen.

De vloek/ Wendy Stroobant.- Leuven : Davidsfonds, 2014.- 211p.- ISBN 978 90 5908 535 0 -14+

dinsdag 29 juli 2014

John Boyne: van vele markten thuis!

De Ierse auteur John Boyne debuteerde in 2006 met “De jongen in de gestreepte pyjama”, over een jongetje dat tijdens de Tweede Wereldoorlog met zijn ouders in een huis naast een concentratiekamp komt wonen, omdat zijn vader kampoverste is. Door de ogen van dat jongetje zien we hoe hij de wereld in dat concentratiekamp ervaart, zonder dat hij beseft hoe gruwelijk die wereld is. Dat boek is onlangs verfilmd.

Ondertussen schreef John Boyne verder aan een indrukwekkend oeuvre, met zeer verschillende verhalen als resultaat. Over tijd en dieven ervan, het oude Rusland, en onlangs verscheen over Wereldoorlog I van hem ook: “De jongen die zijn vader zocht”. Hij schreef ook twee kinderboeken: “Noah Barleywater gaat ervandoor” en “De vreselijke belevenissen van Barnaby Brocket”.
Het boek dat nu voor me ligt, en dat ik in twee dagen uit had, is “Het victoriaanse huis”. Toegegeven: ik las “John Boyne” en dat is voor mij intussen een kwaliteitslabeltje.  Verder was dit boek op basis van de voorplat een verrassing. De achterflap belooft me een spannend verhaal, over een huis waar iets grondig mis mee blijkt. Wie verwacht om iets over de victoriaanse tijd te lezen te krijgen, is eraan voor de moeite. Maar laat je dat niet tegenhouden om dit uitstekende verhaal te lezen: het houdt je vast tot aan zijn laatste bladzijde. Daarna mag je je adem weer uitblazen, mocht je hem de hele leestijd hebben ingehouden.
Dat verhalen en boekomslagen ervan, vaak niet samengaan is een oud zeer, zo ook bij dit boek.  Althans, wat de omslag bij de Nederlandse vertaling betreft dan toch.  De Engelse cover vertelt iets meer over het verhaal.
1867. Na de dood van haar vader leest Eliza Caine dat Gaudlin Hall, een huis in Norfolk, een gouvernante zoekt. Haar baan op de school waar ze werkt, geeft ze op, en ze gaat, zonder veel te weten over het gezin waarvoor ze moet gaan zorgen, op de aanbieding in.

Al heel snel merkt ze dat er met het huis en zijn bewoners iets heel erg mis is. Bovendien zijn de ouders van de kinderen niet aanwezig, en staat Eliza er helemaal alleen voor. Een knecht is haar komen ophalen van het station, maar veel uitleg krijgt ze van hem niet. Enkel dat er geen mevrouw of heer des huizes aanwezig is. Reeds de eerste nacht in Gaudlin Hall merkt Eliza dat ze allesbehalve welkom is. De mensen in het dorp mijden haar zoveel mogelijk als ze vertelt dat ze de nieuwe gouvernante is.

Heel langzaam komt Eliza, samen met de lezer, te weten hoe de vork aan de steel zit. Echt verrassend is het allemaal niet. Maar het is zo ongelofelijk goed geschreven, zo spannend, dat je dit John Boyne vlot kunt vergeven, en merkt dat hij niet “Die auteur van oorlogsboeken” alleen is. Eliza Caine is een flinke jongedame, die vast van plan is om zich niet zomaar gewonnen te geven.
“Het victoriaanse huis” blijft altijd erg geloofwaardig. Veel griezel- of spookverhalen zijn wat mij betreft alleen maar spannend, en moeten het vaak hebben van effecten waarvan ik denk dat dit niet hoeft. Niets van dat alles bij “Het victoriaanse huis”. Die “Special Effects” zijn zeker aanwezig, maar John Boyne maakt dat ze zijn verhaal ten volle mee kunnen dienen. Héérlijk boek!
Het victoriaanse huis / John Boyne ; vertaald door Mechteld Jansen.- Amsterdam : Meulenhoff Boekerij, 2013.- oorspronkelijke titel: This house is haunted.- ISBN 978 90 225 6835 4

maandag 10 februari 2014

Een beetje onontwarbaar kluwen aan familiebanden...

Boeken waarin de duivel en weerwolven voorkomen, hebben een voetje voor bij mij. En dus sprak "Duivelsstrijd" van Wendy Stroobant  me om die reden ook wel aan. En toch: Een teveel aan verhaallijnen, zoals wie de vader van Lieven is.  Lieven is de zoon van de beul. Hij loopt op een nacht tegen de knappe Dorothea aan, die prompt zijn gezicht openkrabt. Zij is de nicht van Bisschop Hemelsoet. Lieven vind haar meteen iets aparts hebben, de twee worden verliefd op elkaar. Maar mag dit wel? De familiegeschiedenissen van Lieven en Dorothea zijn een beetje een onontwarbaar kluwen, en dat is jammer, want nu zit er in "Duivelsstrijd" veel op een hoopje. Want "Duivelsstrijd" is wél een boek dat blijft boeien.  Dit boek speelt in de 17e eeuw, en Stroobant maakt daar er een boeiende tijd van.  Een tijd waarin het geloof in heksen en weerwolven welig tiert.
Duivelsstrijd / Wendy Stroobant.- Leuven : Davidsfonds Infodok, 2012.- 167p.- ISBN 978 90 5908 457 5

woensdag 22 februari 2012

Het grote boek van kleine vampiers / Paul van Loon ; Hugo van Look


+


+


+


=



In “Het grote boek van kleine vampiers” zijn vier eerdere verhalen van Paul van Loon en illustrator Hugo van Look gebundeld.  Kees en Gijs, twee vrienden die we leren kennen in “Bang voor vampiers”, willen maar wat graag wraak nemen op Rik, de oudere broer van Gijs.  Rik leest een boek over vampiers, en hij vind zijn broertje nog veel te klein om zo’n eng boek te gaan lezen.  Daar is Gijs het totaal niet mee eens, en samen met Kees bedenkt hij een griezelig plannetje om zijn broer een lesje te leren.

In “De vampierclub” leren we naast de vrienden Gijs en Kees ook Lot kennen.  Zij kan niet erg goed opschieten met Gijs en Kees, en in vampiers gelooft zij al helemaal niet.  En dat is nu net wat Gijs en Kees in dit verhaal zijn: vampiers.  Echte.  Maar plotseling duikt Hugo op.  Hugo is echt bang voor knoflook en scherpe stokken…

“De meester is een vampier” mag je letterlijk nemen.  We maken kennis met leerlingen die in doodskisten slapen, en pas ’s avonds les krijgen.  Hugo is een buitenbeentje: hij overslaapt zich bijna altijd, heeft al vijf gaatjes in zijn oren, omdat de meester hem altijd moet wakker maken, en bovendien wil Hugo liever geen mensen bijten.  Al is het precies dat wat de meester van zijn leerlingen wil.

Vampiers zijn ook in deze bundel, en als je Paul van Loon een beetje kent, nooit zo eng als ze lijken.  Hugo geeft Pieke bijvoorbeeld veel liever een kusje dan dat hij haar zou bijten. Overdag gaat Hugo mee in haar rugzak.  Maar Hugo mag niet ontdekt worden, en zal doodgaan van daglicht.  Het liefst zou Hugo eigenlijk helemaal niemand bijten, maar hij moet van de meester.   

Fleur is een meisje dat in de ban raakt van een vampiertand in het gelijknamige verhaal, en ’s nachts wel érg enge dromen heeft.  Ze hoort ook een stem in haar slaap, die haar zegt dat hij haar zal komen ophalen…

Fleur is niet helemaal tevreden is met haar uiterlijk, en ze brengt uren voor de spiegel door.  Ze is ook helemaal niet zo populair op school, en heeft weinig vrienden.  Rond haar nek hangt een ketting met een vampiertand, al gelooft ze niet helemaal dat het een vampiertand is.  Op een nacht vergeet ze echter haar ketting af te doen, en wordt ze door de tand geprikt.  Algauw krijgt ze enge dromen, en wordt ze langzaamaan bleker en bleker.  Gelukkig is er Wouter, die veel over vampiers weet, en Fleur wil helpen.  Hij wil onder meer de spiegeltest doen.  Want als Fleur niet gelooft dat ze een vampiertand draagt, wil hij haar dat bewijzen: een vampier heeft geen spiegelbeeld, en een vampiertand dus ook niet. 

Paul van Loon hoeft niet meer te worden voorgesteld.  In “Het grote boek van kleine vampiers” zijn vier verhalen rond vampiers gebundeld, voor kinderen vanaf zeven jaar, die wel van actie en griezelen houden.  De illustraties zijn erg kleurrijk, Hugo van Look voorzag ook deze bundeling van illustraties.  Hij illustreerde ook de boeken die eerder afzonderlijk verschenen.  Met veel oog voor detail zien we hoe Gijs op zolder een cape gaat halen, of hoe hij zijn vampiertanden staat te  bekijken in de badkamer.  Over de bladzijden heen vliegen in zwart-wit, doorheen het hele boek vleermuizen rond.

van Loon is een kei in het vasthouden van de aandacht van zijn lezers.  Ook als ze te jong zijn om “De Griezelbus” of “Dolfje Weerwolfje” al te lezen.  “Het grote boek van kleine vampiers” is nét griezelig genoeg, en wanneer het eng wordt, weet van Loon dat om te buigen.  Wanneer de dag vol vampierplezier erop zit voor Gijs en Kees, in “De vampierclub”, en de lezer fijn mee gegriezeld heeft, zien we dat Gijs gaat slapen, maar niet zonder zijn teddybeer.  Ook humor is van groot belang in “Het grote boek van kleine vampiers”, en dat merk je op in kleine dingen.  Of  als Kees en Gijs, verkleed als vampiers, moeten binnenkomen van mama, bijvoorbeeld.  “Ja, mama, zegt de ene vampier”, “Ja, buurvrouw”, zegt de andere.  Deze ingrepen zorgen ervoor dat “Het grote boek van kleine vampiers” nooit te eng is. 

En wat is er eigenlijk aan de hand met de vampier die Fleur wil komen ophalen in “De vampiertand?”  Ontdek het gerust zelf, en sla als je het toch maar wat te eng vindt,  de tekening van de stem die Fleur in haar dromen hoort, gerust over.      Maar of het goed afloopt wanneer Fleur verlost is van haar vampiertand, dat valt maar af te wachten.  Want kistjes met tanden erin, die je in de rivier gooit, kunnen ook weer worden opgevist. 

Het grote boek van kleine vampiers / Paul van Loon ; Hugo van Look.- Amsterdam : Leopold, 2011.- Bevat : Bang voor vampiers ; De vampierclub ; De meester is een vampier ; De vampiertand.- 153p.: ill.- ISBN 978 90 258 5930 5 - 7+

vrijdag 20 maart 2009

Satergeschater / Bavo Dhooge

Op de kermis in het dorp, wordt een jongen het slachtoffer van een vloek die een waarzegster heeft uitgesproken. De volgende dag begint hij heel langzaam “te vergaan van het lachen”. Zijn vriend Daan wil hem helpen en trekt op onderzoek uit. Waarom werd zijn vriend vervloekt?

“Ik weet nog goed wanneer Jerry begon te vergaan van het lachen.” Dat geeft een goeie start van een sterk verhaal. Je merkt dat de auteur eveneens televisiescenario’s schrijft. Dit boek gaat voor een groot stuk ook over mensen die in het televisiewereldje werken, en wat er nà dat ze hun werk als acteurs hebben gedaan, met hen gebeurt. Natuurlijk wordt hier overdreven, maar het sterke aan dit boek is dat het nooit belachelijk griezelig wordt. Zelfs de personages uit de televisiewereld zijn niet opgezadeld met belachelijke namen, ze hebben veel weg van bestaande acteurs en actrices, en zorgen voor leuke (beetje makkelijke, dat wel) doordenkertjes. Een oude sitcom wordt nu als film opnieuw gemaakt, en volgende acteurs zullen hoofdrollen vertolken: Al Capuccino (Al Pacino), Jodie Blockboster (Jodie Foster) en Barbara Streickijzer. (Barbara Streisand?)
Verder zit dit verhaal ook goed in elkaar, met logische nooit belachelijke griezelelementen omdat je nu eenmaal een griezelboek schrijft.
Maar ook één van de mensen die in de sitcom van vroeger speelde, duikt op, alle andere personages uit de sitcom zijn een vreemde dood gestorven, en het zijn die puzzelstukjes die voor de lezer letterlijk aan het eind van het boek in elkaar vallen. Echter nooit om een gemakkelijkheidseinde te creëren, het klopt allemaal perfect.
Alles begint op de kermis, waar Daan en Jerry, wanneer ze uit het spookhuis komen op een waarzegster botsen: Madame Zerba. Zij vervloekt Jerry, waardoor hij (een week, zo blijkt aan het einde van het boek) niet meer kan stoppen met lachen, en zich letterlijk zal doodlachen. Later krijg je als lezer op een knappe manier en niet gebruskeert als: “en nu weten jullie het” te lezen waarom Madame Zerba net Jerry vervloekte, en niet Daan. Jerry’s vader heeft een televiesiestudio, en Gerda Garderobe werkt daar als hulpje. Je komt te weten, zonder dat ik het gevoel had dat het te snel ging) dat Gerda Garderobe eigenlijk de enige overlevende is van de Zombies van vroeger, en dat zij zich wilde wreken op de familie van Jerry, omdat “De zombies” destijds werden afgevoerd.
Het is wel zo dat je als (ervaren?) lezer snel doorhebt dat het hulpje van Jerry’s vader iets met de vloek waarmee Jerry opgescheept zit, heeft te maken, en een mortuarium, waarin voetstappen weerklinken, en waar wit licht schijnt, maken de boel af. Het hulpje duikt op, waneer Daan op onderzoek uit gaat, maar zij ziet er helemaal niet vreemd uit. (Klassiek element)
Toch duikt hier en daar ook in dit boek een onlogisch element op. Maar niet in die mate dat het droevig gesteld was met dit boek. Dit is één van de weinige boeken waar ik voor bijna 100% tevreden ben.
Wanneer Daan bij Jerry thuis komt, nadat hij stilletjesaan is beginnen te glimlachen: “Ik begon me ongemakkelijk te voelen met die lach. Het woordje MET klopt hier niet, want Daan heeft die lach niet. “Ik begon me ongemakkelijk te voelen ONDER JERRY’S lach”, daarentegen…
“Op den duur (den duur?!) kreeg hij me zover dat ik hem met plezier in de liftkoker had opgesloten. Ik haat nu eenmaal opgewekte mensen, vooral na een ellendige schooldag. Waar slaat dit op? Jerry WIL helemaal niet persé opgewekt zijn!
De droom over het graf waarin Daan zich bevindt, lijkt me een beetje gezocht. Er staat namelijk (hij is gaan slapen) dat hij om middernacht WAKKER werd. Hij voelt zand in zijn mond, hij kan zijn oogleden aftrekken, zijn haar valt uit, en zijn vingers en tanden zijn weg. Dit klopt niet. Je wordt er later op gewezen dat hij droomde, maar dan moet niet verteld worden dat Daan wakker werd.
De personages dan. Jerry en Daan hebben allebei ouders, maar ze blijven een beetje vaag, op de achtergrond. Je weet niet hoe ze eruitzien, alleen wat ze doen, en Jerry’s vader krijgt zowaar nog een grotere rol dan Daan dacht. Al wist Jerry’s vader niets over de vloek. Daan daarentegen wist wel dat het niet anders kon of zijn vader moest weten dat Madame Zerba/Gekke Gerda/Gerda Garderobe bij hem werkte. Zij verdween later (je zou voor minder, nu iedereen je door lijkt te hebben) met de noorderzon, in het “decor van de oude Zombie-serie.” Gekke Gerda onderhoudt contacten met de dode leden van de crew, btw.De moeite van het lezen heel erg waard!

zondag 20 juli 2008

Griezelen! Hoera!

Ik lees met graagte momenteel "De Griezelbus 6" van Paul van Loon. Ergens in mijn achterhoofd rinkelt heel zacht een belletje: "geniet ervan, 't is het laatste boek". Zondagmiddag, ik hang een beetje rond op het net, en op de site van van Loon. In het gastenboek, op de een of andere verre pagina van 2008 lees ik zowaar van de beheerder: "de griezelbus 7 is voor september". Hoera! Zo zie je maar weer: 't is niet omdat je graag "literaire boeken" leest, of dat je als volwassen veellezer al veel hebt gelezen en gewend bent, je andere dingen uitsluit... Leve de zombies en de weerwolven! Maar dat zei ik ook al eerder...

zondag 30 december 2007

De Halloweenbaby / Nico De Braeckeleer

Thalia’s broertje Donny is op 31 oktober geboren. Dit jaar wordt hij twee. Thalia zou liever van haar broertje af zijn, en vindt ook Halloween maar niets. Tot haar broertje in de nacht van Halloween zomaar verdwijnt, zonder dat ook maar iemand zich hem herinnert. Alleen Thalia weet nog dat ze weldegelijk een broertje had. Ze moet en zal hem terugvinden….
De Braeckeleer verraste me aangenaam ; “De Halloweenbaby” is degelijk uitgewerkt, de personages zijn alles behalve truttig, en ze weten wat ze willen. Eigenlijk is hier een verhaal opgebouwd rond een oud kinderliedje (volgens dit boek althans) over “De Bietebauw”. (= een geest, spook, nachtmerrie, boeman, volgens het bibboek dat Thalia zal vinden) Die zou kinderen ontvoeren. Later blijkt inderdaad dat Donny ontvoerd is door de Bietebauw. Hij woont in de hel, en hij kan overal zitten. Thalia ontdekt dankzij een boekje in de bibliotheek (geschreven door W. Tibebu e.a.) Zij hoort pas later van de Bietebauw zelf dat HIJ dit boekje schreef, maar een aandachtige lezer heeft dit snel door, dat de letters gewoon door elkaar zijn gehusseld. Het weze de auteur vergeven, evenals het gebruik alsmaar door van “het raakte mij aan”, of “Ik legde mij op mijn rug” (ipv “Ik ging op mijn rug liggen”.) Nu lijkt het of dit boek snel snel is geschreven, door dit soort van taalgebruik. Verder valt ook op dat dit een typisch Vlaams boek is. De auteur gebruikt voor “huilen” namelijk het woordje “wenen”. Of dit boek hierdoor in Nederland bij de jeugd zal aanslaan, is twijfelachtig. Soms is ook iets “heel plezant!” ipv heel leuk. De hele tijd door wordt hier gebruikgemaakt van “mij” en nooit van “me”. Dit stoort af en toe. “Nou” en “Nu” worden dan weer wel door elkaar gebruikt. Maar dit doet niets af aan de kwaliteit van dit verhaal. Het wordt nooit belachelijk, en is eigenlijk een oerdegelijk griezelverhaal. Donkere zolders zijn het decor voor geesten en ander gespuis, wanneer Thalia daar gaat slapen om zo haar broertje terug te vinden. Op de zolder duiken spoken namelijk makkelijker op. En dit gebeurt ook. Thalia heeft een zaklamp mee, die het (een beetje: “uiteraard moet begeven”, nu ziet ze niets meer, en blijft het aardedonker op de zolder.) Het moment voor “de bietebauw” een van zijn spoken om op te duiken. Dit wordt echter nooit lachwekkend. Dit alles maakt dat dit verhaal ongemeen spannend blijft. Je blijft je als lezer afvragen of Thalia gek is, of ze weldegelijk een broertje heeft gehad. Het antwoord op deze vraag is ja. Alleen het eind gaat de mist in. Thalia’s broertje is weldegelijk ontvoerd door de Bietebauw. De man duikt ook echt in Thalia’s leven op. Hij staat haar op te wachten bij de bib, en vraagt haar of ze alle informatie gevonden heeft die ze zocht. Hij geeft haar de tip dat vooral ook de laatste bladzijde van het boek dat ze ontleende belangrijk is. De man is oud, en een ietwat griezelig. (Het is een klein beetje duidelijk dat deze man veel meer weet, en bij het eind van het boek hoeft het voor mij niet zo lang te duren voor hij zijn ware gelaat laat zien. Hij en niemand anders IS de bietebauw. De auteur gebruikt hier de transformatie die ook “De Hulk” destijds gebruikte: de goede man met de zachte stem (deze man in het boek heeft wel vreemde ogen: ze veranderen voortdurend van kleur), veranderd in een afzichtelijk monster. Ook over het echte eind van dit boek wil ik nog iets kwijt. Het lijkt wel of de auteur zich bedacht. Niet Donny, moest de Bietebauw hebben (op Halloween geboren, slaapt met oudere zus of broer op de kamer, oudere zus of broer wenst dat broertje er niet was), maar Thalia! Zij is op vrijdag de dertiende geboren! De Bietebauw ontvoerde Donny om haar te lokken! Nu kan hij, dankzij HAAR, haar broertje kan hem niets schelen, verder leven. En ze wordt meegezogen in de diepte… Dat is flauw. Vooral ook omdat Thalia haar broertje weldegelijk zal terugzien, zij het in een trieste situatie. Ze ziet dat haar broertje bang is, en vraagt de (oude vriendelijke man) Bietebauw wat hij met hem van plan is. Niemand herinnert zich, wanneer ze vraagt haar broertje vrij te laten, HAAR nog, en Donny is weer thuis. Nu lijkt hij het enige kind van haar ouders. Alles wat aan haar herinnert, is weg. Net zoals Thalia ontdekte bij de verdwijning van haar broertje. Foto’s waar zij samen opstonden, daar stond zij alleen op, het bedje van Donny is weg… Heel goed verhaal, jammer van de plot.
De Halloweenbaby / Nico De Braeckeleer.- Sint-Niklaas: Abimo, 2005.- 112p.- ISBN 90-5932-245-2

maandag 5 februari 2007

Duivelse weerwolven

Hmmjmie! Waar een boekenverkoop van de bib al niet goed voor is! Dit boek is één van de eerste exemplaren die ik las toen we met 't internaat naar de bib gingen, en daar minstens om de drie weken één boek moesten ontlenen. Stapeldol was ik op dit boek. Weerwolven, mensen die griezelige gedaantes aannemen bij nacht... Ik geloof dat mijn kleine fascinatie dankzij dit boek daarvoor nooit meer is overgegaan. De verhalen in dit boek (allemaal korte verhaaltjes, met altijd een wolf of een weerwolf in de hoofdrol) zijn redelijk klassiek van opbouw, en soms wel van "dit zie ik toch wel op mijn sokken aankomen", maar ze zijn daardoor wel oerdegelijk. Perfecte spanningsbogen - nacht - middernacht - donkerte - mensen die bij nacht pas heel laat naar huis komen, terwijl niemand wist waar ze uithingen, ...
Nooit genoeg van weerwolven, en daarom ben ik ook nog altijd dol op de verhalen over weerwolven van Paul van Loon. Jaja. Dit boek is in deze vorm al tijden niet meer in de winkel, maar als ik het goed heb, is het in 1993 opnieuw verschenen onder de titel "Het wolfsvel", naar een ander verhaal in het boek.

Het duvelsjong en andere weerwolfverhalen / Ton van Reen ; illustraties van Annemarie van Haeringen.- Amsterdam : Van Goor, 1987.- 133 p.: ill.- ISBN: 90 00 026210