Posts tonen met het label magie & magisch realisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label magie & magisch realisme. Alle posts tonen

zondag 19 april 2020

Een heel fijne schrijversverjaardag, Johan Vandevelde!

(auteursfoto)

Tiener af: Johan Vandevelde 20 jaar auteur


Johan Vandevelde (°1973) studeerde af aan het Ritcs in Brussel, en studeerde er film en scenarioschrijven.
In 2000 beslist hij om jeugdboeken te gaan schrijven. “De Tijdspoort”  is zijn debuut. Het speelt zich af in 2138.

Het blijft niet bij één boek


Het blijft niet bij dit ene boek, en “Het Kronosproject” rolt van de persen in 2004. Het is het vervolg op “De Tijdspoort, en speelt een jaar later. Hoofpersoon Rikkie is 12 als de reeks begint.
(Bron: http://www.johanvandevelde.be)

Science-fiction en elfjes


Vandevelde zal zich doorheen zijn schrijversloopbaan het vaakst toeleggen op het genre sciencefiction, getuige hiervan is de boekenreeks “Na het licht”, die drie boeken zal tellen. Hoofdpersonage is de 11-jarige Boran. Een kernoorlog heeft de wereld helemaal op zijn kop gezet. De reeks bestaat uit: "De cycloop", "De nieuwe veroveraars" en "Kinderen van de adelaar".
Daarna volgt de nog steeds populaire reeks Elfenblauw, over Sander, die in het eerste boek met zijn oom in een omgebouwde treinwagon woont, en op een dag in zijn rugzak een verzwakt Elfje vindt, dat hem een boodschap brengt.

Dan kom ik!


Het is 2008, en ik loop zoals elk jaar in november rond op de Boekenbeurs. Abimo, een middelgrote uitgeverij die in Waasmunster, en later in Sint-Niklaas gevestigd is, geeft Vandeveldes boeken (opnieuw) uit. Hun boekenstand is dan nog één van de kleinste hoekjes op de beurs groot. Ik zie het boek “Jaspers Vlinders”, lees de achterflap, en ben meteen verkocht. Dat ik niet meer tot de doelgroep van 13+ behoor is zoals altijd, geen enkel bezwaar: “Een goed jeugdboek is een goed boek”. Zo simpel is dat. Eerst denk ik nog even na: heb ik mijn tassen al niet vol boeken? Maar hey: een boekenmens kan ook altijd nog zwarte boeken in de kast hebben, die heb ik veel minder.

Jaspers Vlinders heeft in 2008 (nadat het in 2006  verscheen) een cover die gemaakt is door Ann De Bode. Er vliegen vlinders op rond, en de jongen op de cover lijkt helaas in geen enkel opzicht op één van de hoofdpersonages. Dat kan enigszins jammer genoemd worden, omdat veel jongeren misschien niet op een cover willen als het om een boek gaat waarin gaypersonages zitten.

Ook de leeftijd van de personages wordt soms als problematisch gezien: hoe kan je als je 12 of 14 bent, weten of je gay bent? Maar laat ik de vraag eens omkeren: Hoe kan je als 12 of 14jarige weten dat je (sowieso) hetero bent?

Aanloopje, klaar, en START!


Een aanloop om het, nu Vandevelde 20 jaar jeugdauteur is, (nog maar eens) te kunnen zeggen: “Jaspers Vlinders” bestaat nog steeds! Het boek is nu wit, er staat een jongen op de voorplat, en zit nu bij Van Halewyck, in de reeks “Portret”, waarin ook “Gewoon Anders” van Luc Descamps zit. Ik blijf “Jaspers Vlinders” een meesterwerkje vinden. Toegegeven, ik merk op dat er heel veel wordt uitgelegd. Dat het soms heel tranentrekkerig is. Maar! De hoofdpersonages STAAN als een huis (je kunt je afvragen of ze niet heel rijp zijn voor hun leeftijd, maar lees daarover heen), en misschien kun je het dan eens zijn met mij: de hoofdpersonages staan er, en ze zijn er ALTIJD voor elkaar. Dat is misschien wel het mooiste aan dit boek. En voor wie worstelt met de pijn van het zijn: je staat er niet alleen voor.

Nadat “Jaspers Vlinders” op mijn pad kwam, las ik Elfenblauw, waarvan ik vooral het eerste deel behoorlijk indrukwekkend vind, en ondanks de totaal andere wereld uit Vandeveldes pen en brein, geloof ik dat elfen bestaan, dat je doorheen een poort naar een weer een andere wereld kunt vallen (die poort doet denken aan de put van Vrouw Holle), en is Elfenblauw fijn leesvoer voor een dagje weg in een hoekje van je eigen kamer of je eigen huis.

Ik las, omdat ik niet zomaar afscheid kon nemen van “Elfenblauw”, meteen daarna de drie boeken in “Na het licht”*, en had het zelfs op regenachtige dagen warm, omdat de zon in deze boeken zo brandt.

Daarna las ik zowaar een griezelverhaal, dat “Gruwelhotel*” heette. Ook dat genre heeft Vandevelde in de vingers. In dit boek valt eens te meer op dat Vandevelde scenarioschrijven heeft gestudeerd: je kunt je zo voorstellen hoe de locaties in het boek eruitzien, en dat bloed serieus kan “soppen” op kamerbreed tapijt…

Cupido in Brussel!


Het Cupidocomplot*” is een totaal ander soort boek, dat laat zien dat je Johan Vandevelde maar moeilijk in een hokje kunt duwen. Twee jongens moeten leren leven met het feit dat hun ouders een andere relatie aangaan.

“Nachtwild” heet nu “De demonen van Dalca”, en is het eerste boek in wat een drieluik is geworden, over vampiers in Brussel. De reeks is samen geschreven met Bart Vermeer.

Wolfsangel


Wolfsangel : Apollo”* is het eerste boek voor 15+. Als Natham en zijn klasgenoten terugkomen van schoolreis, is het land waarin ze terugkomen, veranderd in een dictatuur… Ook dit is de start van een reeks, waarvan het tweede deel  - “Purgatorium*” intussen ook verschenen is. “Nemesis” zou in 2021 moeten verschijnen.

Tot slot: Een heel fijne schrijversverjaardag, Johan Vandevelde!


Tot slot vergeet ik nog net niet het tweeluik over Lissanda, het meisje dat de magie letterlijk in de vingers heeft, te noemen: “Het verloren Galjoen*” en “De Heksen van Vernalia*” kunnen je een paar uur van de tijd uit het oog doen verliezen.

En voor wie maar niet genoeg krijgt: Ook Robin De Roover heeft twee boeken: "Het geheim van Lingerton Castle" en "Het schip dat tweemaal zonk". 

Een heel fijne schrijversverjaardag, Johan Vandevelde!

NB: Titels met een sterretje achteraan: deze link gaat naar een andere recensiebron:
  • Chicklit.nl
  • Pluizuit
  • Pluizer
  • Tzum
Recensies over alle titels die hier genoemd werden, zijn ook te lezen op de eigen webstek van Johan Vandevelde: http://www.johanvandevelde.be! Allen daarheen!

maandag 16 mei 2016

Rollercoaster met een ongeloofwaardig kantje dat vlot vergeven wordt: De Verwanten door Guido Bottinga

Luka woont bij haar tante Jeanne in Den Haag. Ze is bijna 18, en ze heeft haar ouders al een tijdje niet meer gezien. Dat komt omdat Luka vindt dat haar eigen levensstijl en visie mijlenver uit elkaar liggen met hoe haar ouders in het leven staan. Haar vader is voetbalmakelaar, haar moeder werkt in de modebranche. Ze verdienen bakken geld, en hebben een buitenverblijf/villa in Frankrijk en eentje in Zwitserland. Luka weet dat ze dit soort leventje niet wil. Ze wil literatuur studeren in Engeland.

Dat heeft grotendeels te maken met William, een negentienjarige student uit Engeland, met wie ze vorig jaar een kort iets had op een Franse camping. Voor de lezer blijft het lang onduidelijk wat er precies tussen hen is gebeurd, en Bottinga weet er de vijandige sfeer tussen William en Luka grondig in te houden. William is op doorreis naar België om onderzoek te doen naar de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek, en hij wil Luka graag weer opzoeken op doorreis. Van het ene ogenblik op het andere besluit Luka dat ze met hem zal meegaan naar Ieper. Haar tante geeft haar een roodfluwelen doosje mee met een aantal brieven in. Wat Luka daarmee aan moet, wordt duidelijk doorheen het boek, vormen een prachtig geheel en maken het verhaal helemaal af.

Het lettertype van deze brieven is echter bijna onleesbaar: het computerlettertype roept voor geen meter een mannenhandschrift uit de tijd waarin de brieven geschreven werden, zijnde 1915. Misschien ligt het aan mij, maar ik word er een beetje triest van. Het vraagt wat werk meer, maar de brieven echt laten schrijven zou de authenticiteit ervan, zeker in dit boek – de 19jarigen van toen zijn er al lang niet meer, dat weet deze boekenfreak ook wel – ten goede komen. Maar er moet toch iemand van, laten we zeggen, een jaar of 80 bereid gevonden zijn om zijn handschrift nog eens boven te halen, en om de brieven van “Julius” te schrijven?

Nederland/België

in 2014 was het 100 jaar geleden dat Wereldoorlog I uitbrak. Het was  ook het jaar waarin dit boek verscheen.  Je kon je er in België niet omheen en jongeren verzuchtten weleens dat ze de veelheid aan boeken rond WOI een beetje moe werden. Daar kon ik als helpende volwassene best inkomen, anderzijds is de oorlog wat hij was, en “vernieuwend” zijn in dit thema niet zo eenvoudig. Er wérd hard gevochten in de Westhoek, en we hadden het zwaar.

Dat een Nederlandse auteur net over de streek rond Ieper zijn verhaal spint, verrast echter wel aangenaam, al had ik – ik weet er niet precies de vinger op te leggen hoe dat zo kwam, misschien net omwille van de veelheid aan boeken van Vlaamse auteurs over dit thema – er zeker in het begin een beetje moeite mee. Maar Bottinga wist me aangenaam te verrassen.

Luka en William

Luka is eigenwijs, en met haar eigen ideeën en opvattingen vormt ze op dat gebied een herkenbaar personage voor het doelpubliek. Ze is geloofwaardig en maakt een interessante evolutie door: als lezer zie je haar doorheen het verhaal groeien en volwassen worden. Ze volgt haar eigen ideeën en dromen.

William vormt op dat vlak een mooi contrast met Luka. Hij is rustiger, minder impulsief en biedt Luka de stabiele basis die bij haar ontbreekt. Hij geeft me ook veel minder het gevoel dat hij uit de pen van een auteur is gevloeid. Je voelt echter wel dat er voor hun trip naar Ieper dingen zijn gebeurd tussen hen, die het er nu niet makkelijker op maken. De personages praten een ietsje teveel naar hoe de auteur ze beschrijft, en hij houdt op dit gebied de touwtjes een beetje te strak in handen, waardoor de personages, en zeker Luka, een beetje naturel verliezen. Dit komt des te harder naar voor wanneer Luka Ann ontmoet. Zij is een lerares uit Engeland, die met haar school een bezoek brengt aan Ieper en de Last Post wil bijwonen. Bottinga laat het uitschijnen alsof Luka in Ann een stuk wrakhout vindt waaraan ze zich wanhopig vastklampt… Alleen: ze kent haar amper twee dagen, als het al zoveel is.

De lezer wordt meegesleurd

Bottinga sleurt de lezer vanaf bladzijde één in het verhaal en laat hen ook niet meer los, ook niet als het verhaal hier en daar ongeloofwaardig wordt (wat meermaals gebeurt, helaas, kijken we maar naar de relatie tussen Ann en Luka, of wat er in Ieper op het marktplein gebeurt– en nee, waarover we u verder niets gaan vertellen, want “De Verwanten” verdient nog steeds alle aandacht en lof, al zijn wij dan weer ook zo eigenwijs ervan te vinden wat we vinden.) Dat begin begint in een cel in 1917, waar een onbekende soldaat wacht op zijn executie.  

Cover

Na het lezen van “De Verwanten” valt er over de cover heel wat te zeggen. In eerste instantie geeft hij niets prijs over hoe het verhaal zal lopen, en dat is voor gretige lezers zeker een pluspunt.  Na het lezen is er wel onmiddellijk de link met het verhaal, maar in die link zit weinig diepgang. Dit verhaal vraagt om meer en geeft ook de mogelijkheid om meer uit de cover te halen. Enkel op basis van de cover zou ik het boek nooit gekozen hebben.

Al moet ik wel zeggen dat ik wel nieuwsgierig was naar wat “Guido Bottinga” nadat ik van hem voor 6+ “Een zusje uit een vliegtuig” – een verhaal over adoptie uit China -  gelezen had, mij te vertellen had met deze kanjer. Weer in een historische roman over de Eerste Wereldoorlog.

Maar dit is geen gewone historische roman. Dit is een verhaal van nu dat zich afspeelt tegen het historische kader van toen, en met een erg geloofwaardig magisch realistisch kantje. Ik, totaal voeten op de grond, was helemaal ondersteboven van zoveel geloofwaardigheid. Een verhaal dat me geen seconde verveelde. Prachtig.

Sfeer

De auteur is een meester in sfeerschepping. Hij schetst de historische passages op zo’n manier dat ze voor je ogen terug tot leven komen en je het gevoel krijgt er zelf deel van uit te maken. Het was lang geleden, maar Guido Bottinga is erin geslaagd me tijdens het lezen kippenvel te bezorgen. Ook hoe hij zijn verhaal in Ieper “zet” doet je zin krijgen om zelf een kijkje te gaan nemen.

En dan nader je het einde van zo’n aangrijpend en moeilijk weg te leggen boek. Ik beken: ik heb erg lang gedaan over de laatste dertig bladzijden. Ik wilde zo graag weten hoe het verhaal zou aflopen maar ik wilde tegelijkertijd geen afscheid nemen van de personages. Dit is een boek dat me erg lang zal bijblijven.

Ik ben niet erg onder de indruk van de titel. Hij is vrij doorsnee en wekt ook geen nieuwsgierigheid op. Maar de hoofdstuktitels, en de titels van de proloog en epiloog in het bijzonder, vielen des te harder op. Geweldig hoe Bottinga de proloog verbindt met de epiloog door middel van hun titels en zo het verhaal als een cirkel voltooit. Na het lezen wordt de titel wel zeer duidelijk, en zou het erg zijn mocht dit boek anders heten.

Vlot lezend verhaal


De schrijfstijl van de auteur zorgt voor een duidelijk en compleet beeld van het verhaal waardoor je als lezer geen moeite hebt je mee te verplaatsen in het decor. Daardoor blijft het hele verhaal overzichtelijk, ondanks de flashbacks, en leest het vlot. Ik heb geen moment het gevoel gehad dat ik me door een kanjer van een dikke 400 bladzijden moest worstelen.

De verwanten / Guido Bottinga.- Rotterdam : Lemniscaat, 2014.-412p.- ISBN 978 90 4770 673 1.- 14+

Deze recensie werd geschreven in een vlotte samenwerking met Valerie Vaes, en ze verscheen eerder dit jaar op de website van De Leesfabriek. Enkele zinnen zijn lichtjes aangepast om de leesbaarheid ervan te verhogen.


zaterdag 13 juni 2015

Een oerdegelijke vloek

"De vloek” is het nieuwste boek van Wendy Stroobant. Het is een oerdegelijke griezelroman geworden, waar een vleugje geschiedenis door waart.

Het lijkt een doodgewone vrijdagmiddag op school te worden voor de leerlingen van 5B. Dat verandert echter wanneer de nieuwe lerares geschiedenis, Hendrikje Goedhart, zich aanmeldt in de klas. Ze is stokoud, en de leerlingen vragen zich af wat zo’n oud mens kan betekenen. Wat meer is: ze betrekt haar leerlingen wel zeer letterlijk in haar lessen. Ze laat haar leerlingen een periode kiezen, waarna de klas letterlijk in haar verhaal wordt opgezogen, en zelf deel uitmaakt van situaties die zich in een bepaald tijdperk afspelen. Als eerste komt de 17e eeuw aan bod, waar de klas getuige is van de heksenverbranding van Hendrikje Goedhart. De volgende periodes mogen de leerlingen zelf aanbrengen. Als tweede les komt de Tweede Wereldoorlog, waar Hitler aan de macht is, en jacht maakt op Joden en homo’s aan de beurt.

“De Vloek” is omwille van de – weliswaar summiere aanwezigheid van feiten uit de geschiedenis – meer dan alleen een griezelroman, en dat maakt het boek zeer lezenswaardig. Dat de klasgenoten die in het nu deel uitmaken van die feiten, maakt dat je de klas goed kunt leren kennen. Stella maakt graag haar eigen kledij, Fatiha is van Marokkaanse afkomst en bakt graag cupcakes, Jelle moet tegen zijn moeder opboksen, die hem over beschermt omdat hij rolstoelgebruiker is, Arne is de knapste jongen van de klas, Dizzy is balletdanser, en Frankie en Yves zijn de pestkoppen uit de klas. Kat is de zus van Dizzy.

Al snel blijkt dat niet alleen de klas vreemder wordt naarmate Hendrikjes lessen vorderen. Ook de ouders van de leerlingen lijken niet meer zichzelf te zijn. Franky en Ives zijn de eersten die verdwijnen, om een paar dagen later weer op te duiken om dan plotseling Ivar, een jongen uit het Noorden, te zijn. Bovendien lijkt Ives helemaal vergeten te zijn, en verwaarloost Ives’ moeder zichzelf en haar kleuterzoon Sep. Ze begraaft zichzelf onder nutteloze rommel.

Franky is de volgende die opduikt als Fritz, en meneer Van Laer, de leraar Nederlands, zegt er niets van als hij veel te laat de klas komt binnen gestruind. Stella, Dizzy, Arne en Jelle begrijpen er niets van: zien de leerkrachten niet dat Ivar Ives is, en dat Fritz zich de lege plek van Franky toe-eigent?

Het is tijd voor actie! Stella, Dizzy, Arne en Jelle gaan op onderzoek uit. Bovendien moeten ze bewijzen dat mevrouw Goedhart hen hypnotiseert.
“De Vloek” is niet vernieuwend. Het is wel een oerdegelijk boek dat doorheen griezelelementen en een heks uit de 17e eeuw die zich komt wreken op diegenen die haar op de brandstapel hebben gebracht, maatschappelijke thema’s als de Tweede Wereldoorlog, en daar dan vooral het aspect hoe er met homoseksuelen werd omgegaan, niet uit de weg gaat. Dat aspect belichten is een dankbare overgang om Dizzy te zien twijfelen of hij al dan niet uit de kast moet komen als homojongere.

Jawel, dat is clichématig, want Dizzy is balletdanser, met hart en ziel. En in stilte verliefd op Arne, op wie Stella een oogje heeft. Terwijl deze laatste rondspookt in de dromen van Jelle, die vanuit een rolstoel denkt dat geen meisje hem wil, terwijl hij Stella maar wat graag wil.

Dat het boek goed moet eindigen, en dat Stella en haar kliekje dat zich met hand en tand verzetten tegen de tirannie van Goedhart, dat de vloek moet doorbroken worden, het komt allemaal wat goedkoop over, en het gaat me wat te snel.

Wanneer Stella en drie klasgenoten doorhebben dat hun ouders en leraars eveneens gebrainwasht worden door Goedhart, lokt ze hen naar de Schouwburg met het valse voorwendsel dat Goedhart hen wil zien. Op nauwelijks twee bladzijden tijd zijn de ouders uit hun toestand, en wil niemand nog iets van Goedhart zien of horen.

Dat is snel, als je weet dat de aanloop daarnaartoe wel heel heftig was: Jelle kreeg van zijn moeder de verplichting om deel te nemen aan de halve marathon, terwijl hij amper kan lopen, Dizzy’s vader moet de benen van zijn eigen zoon zien te breken, zodat hij niet meer kan dansen, of van de norm kan afwijken, zoals Goedhart dat noemt.
En toch: “De vloek” blijft een zeer lezenswaardig boek, dat ook na een tweede leesbeurt weet te overtuigen.

De vloek/ Wendy Stroobant.- Leuven : Davidsfonds, 2014.- 211p.- ISBN 978 90 5908 535 0 -14+

zaterdag 5 oktober 2013

De Schemerpoort / Jeanette Winterson

Ik kende Jeanette Winterson voor ik "De Schemerpoort" las alleen bij naam. Verder las ik dat dit boek voor haar oeuvre  atypisch is. In dat geval mag ze verder atypisch werk afleveren, maar ik ben wél benieuwd naar haar ander werk.

"De Schemerpoort" is een verhaal dat in 1612 speelt, gesitueerd op Goede Vrijdag.
Een groep vrouwen die van hekserij wordt beschuldigd, wachten op hun proces. Onder hen bevindt zich de rijke Alice Nutter, die er alles aan wil doen om te bewijzen dat de vrouwen onschuldig waren. Maar ook zij wordt uiteindelijk terechtgesteld.
Je kunt een standbeeld van haar vinden in Lancashire, Engeland. De kerker waarin de vrouwen gevangen werden, kan nog steeds worden bezocht. Pendle Hill, waar "De Schemerpoort" begint, en “een duistere plek” wordt genoemd, is nog steeds even raadselachtig, maar Malkin Tower is allang verdwenen, aldus Jeanette Winterson in haar inleiding bij het boek. De Alice Nutter van Winterson is echter niet biografisch. "De Schemerpoort" mag dan al gebaseerd zijn op een bestaand personage, het is een fictief verhaal.

De inleiding bij het boek is geen overbodige luxe, en ze helpt bij het ontwarren van de knopen over wie wie is in Winterson’s boek. De veelheid aan personages maken het niet altijd gemakkelijk om dit spannende, knappe verhaal te volgen. Alice Nutter heeft bijvoorbeeld een relatie met ene Elizabeth, maar ook die Elizabeth ’s grootmoeder, die Old Demdike wordt genoemd, heet Elizabeth. Om maar te zeggen dat relaties tussen de verder knap geschetste personages, mij niet helemaal duidelijk zijn. Elizabeth Device, met wie Alice een relatie had, heeft zich na de relatie met Alice Nutter helemaal teruggetrokken met een paar anderen, en ze heeft zich aan de duivel gegeven. Dat dat slecht afloopt, staat buiten kijf.

Winterson schrijft zeer zintuiglijk, en dat is vaak niet voor gevoelige zielen. Haar vrouwen, die beschuldigd werden van hekserij, en niets meer te verliezen lijken te hebben, doen elkaar de gruwelijkste dingen aan. Ze doen aan voodoo. Wanneer magistraat Roger Nowell ziek wordt, en hevige pijnen lijdt, worden deze vrouwen ervan verdacht hem ziek gemaakt te hebben. Bovendien zijn ze allen arm. Opgesloten in de kerker, wachtend op hun proces, leven ze van dode ratten. Jennet, de dochter van Elizabeth Device, wordt uitgeleend magistraten in ruil voor vrijspraak. Jennet wordt vaker verkracht dan dat ze eten krijgt.

Afgezien van de veelheid aan personages, hun familienamen lijken dan ook nog eens op elkaar, leest "De Schemerpoort" vlot weg. Om te schetsen waar haar boek heen gaat, illustreert Winterson wat er met heksen gebeurde, zoals de “waterproef”: wanneer je blijft drijven ben je een heks – uiteraard verdronk op die manier menige vrouw. Dit gebeurt bij het begin van het boek met enkele vrouwen die verder geen rol in het verhaal hebben. Ze worden ook wel beschuldigd van hekserij, maar zij zijn louter ter illustratie hoe men in 1612 met hekserij omging.

Wat de titel betreft: wanneer de zon ondergaat, en jij hebt "De Schemerpoort" gelezen, is een zonsondergang nooit meer dezelfde. Je zult zeggen: dit is De Schemerpoort.

donderdag 9 mei 2013

Vampiers maken deel uit van het echte leven....

Brussel is in de greep van een aantal vreemde moorden. Ook op de school van Maikel gebeuren vreemde dingen. Wie is dat donkerharige meisje dat zich afzijdig houdt van de andere klasgenoten, en waarom voelt Maikel zich op zo’n vreemde manier tot haar aangetrokken?

En wat heeft de nieuwe leraar geschiedenis te verbergen? Hij vertelt niets anders dan gruwelverhalen uit de 19e eeuw…
Joanna, de nieuwe wat vreemde klasgenoot, vertelt de leraar geschiedenis dat ze vampiers kan ruiken. Ze is er net als de leraar, vast van overtuigd is dat ze echt bestaan.

Als Dries, een niet al ter populaire klasgenoot, plots niet meer op school verschijnt na het spelen van een computerspel, zijn de poppen helemaal aan het dansen. Maikel en zijn vrienden gaan op onderzoek uit.
Wanneer Maikels vriend Naïm ook verdwijnt na een avondje film, op weg naar huis, moet Maikel alles op alles zetten. Maikel ontdekt bij de bioscoop waar ze net uitkwamen, dat er een vreemde witte bestelbus erg snel wegrijdt. Die besluit hij te volgen. Zo komt hij in een loods terecht, waar wel een fuif aan de gang lijkt. De fuifgangers zien bleek en gedragen zich vreemd. Maikel wordt vreemde dingen in zijn lichaam gewaar, en hoe komt het dat hij de rijdende bestelbus al rennend kon bijhouden?

Maikel komt er achter dat de metro van Brussel stikt van de vampiers. Geen vampiers zoals we ze uit de strips van Merho, of in de boeken van Paul van Loon, die een jongere doelgroep aanspreken.

Vermeer en Vandevelde weten hun doelpubliek goed te bespelen. Hun vampiers zijn door en door slecht, zonder een humoristisch kantje. Ze worden geleid door een Meestervampier, van wie niemand weet wie hij is.
Samen met auteur Bart Vermeer trekt Johan Vandevelde alle registers open voor “Nachtwild”. Dit magisch-realistische verhaal is weer een bewijs dat Johan Vandevelde heel veel genres beheerst.

“Nachtwild” is een vlotlezend, spannend verhaal. Vandevelde en Vermeer laten voldoende suggestie over voor de lezer, zodat hij zelf een beeld kan vormen van ruimtes, situaties en hoe personages eruitzien. Joanna heeft bijvoorbeeld alleen donkere ogen en lang zwart haar. De lezer krijgt wel mee dat ze er Gothic uitziet. Maar verder blijven uitvoerige beschrijvingen, waaraan ander werk weleens aan kracht verloor, achterwege.
Ook nu zijn de jongens van Vandevelde mensen die hun gevoelens durven te uiten. Maikel woont bij zijn grootouders, van wie hij zielsveel houdt. Zijn ouders kent hij niet. “Nachtwild” heeft op de voorkant een rode vlek, waarin in een wit lettertype het woord “Dalca”, de familienaam van Maikel, staat. Dit kan wijst erop dat het verhaal over Maikel en zijn vrienden nog niet is afgelopen. We komen in “Nachtwild” wel meer te weten over zijn ouders, wie ze waren, en waarom Maikel zich soms zo vreemd voelt.

“Twaalf jaar zijn” is weleens de leeftijd waarop ouders hun kinderen wat losser laten. We zien dit ook terugkomen in “Nachtwild”. Maikel is twaalf, en hij weet eigenlijk niets over zijn ouders.  Zijn grootouders hebben hem altijd gezegd dat ze dood zijn.  Zijn grootouders vinden het nu tijd om hem meer over zijn ouders te vertellen.  Maikel heeft intussen ook een fijne band met Joanna, waarmee hij meer deelt dan alleen een klaslokaal. Samen jagen ze op vampiers, en zijn ze halfbloeden. Ze krijgen bij hun strijd de hulp van Victor, Joanna’s vader, die eveneens vampierjager is.
Bij het uit de doeken doen van Maikels familiebanden zou de lezer pen en papier in aanslag moeten kunnen houden om helemaal mee te komen. Er zijn gewone stervelingen in zijn familie, maar ook volbloed-vampiers, en halfbloeden die geboren worden en wraak willen. Ik laat u ze van harte zelf ontwarren, deze knopen. Anderzijds zijn die familiebanden een fijn alibi voor een even sterk Dalca-vervolg.

Nachtwild / Johan Vandevelde, Bart Vermeer.- Sint-Niklaas : Abimo, 2013.- 232p.- ISBN 978 90 593 2962 1 - 13+

vrijdag 8 april 2011

De 5e boog / Dirk Nielandt

5 jongeren, zomervakantie, en elk een andere brief. En toch komen ze samen in een huis op Domein Bokrijk. Elke jongere heeft iets anders in zijn brief staan, dus wanneer ze met z’n vieren arriveren, hebben ze elk andere verwachtingen. Kato wil dolgraag musicals zingen, Tuur is een gamefanaat, Arne is Arne, en Babs houdt van avontuur. Cara, een exentrieke vrouw, die in een bakkershuisje op het domein woont, samen met Bakkestoe, haar buizerd, heeft hen naar het domein gelokt. Eens in de tweehonderd jaar, wordt Mordus, een moerasbewoner, die heel wat met het vuur opheeft, weer actief, en hij is dan in staat om alles rond zich te vernietigen. Met behulp van het boek, dat alleen de vijf uitverkorenen kunnen ontcijferen, omdat ze één ding gemeen hebben – hun geboortedatum – 5 mei – kunnen ze Mordus verslaan. Alleen … de vijfde kon door Bakkestoe nog niet gevonden worden… En welke rol speelt de smid van het domein?
Het boek begint heel klassiek: tijdens een zomervakantie zijn er jongerenkampen. Gepakt en gezakt komen Kato, Babs, Arne en Tuur in Bokrijk aan. Cara helpt hen algauw uit hun illusie: de brieven die de jongeren kregen over avonturenkampen, musicalstages of gamekamp waren nep, en ze zijn door haar gelokt. Omdat ze hulp nodig heeft.
Elk hoofdstuk vertelt verder waar het vorige hoofdstuk de spanning wist op te bouwen. Zo slaagt Nielandt er zeker in om zijn lezers geboeid te houden.
Vlotlezend boek, zonder al te populair taalgebruik om jongeren vast te houden. Hiervoor is het verhaal op zich krachtig genoeg, net als hoe Nielandt Cara als geheimzinnige “witte kracht” weet uit te werken. De strijd tegen goed en kwaad is me iets te expliciet, en de smid verwordt iets te snel tot algemene slechterik, en handlanger van Mordus. Hier was iets meer geheimzinnigheid op zijn plaats geweest. De smid zorgt er trouwens in zijn eentje voor dat het verhaal aan het eind gerekt wordt als een elastiek. Dat de jongeren maar niet lijken door te hebben dat de smid, die zichzelf omdat hij aanhanger van Mordus is, kan veranderen in een tuinman of een vlieg (de faunaten uit Harry Potter zijn hier niet ver weg, en het opsluiten van de smid/de vlieg, wanneer de jongeren met behulp van de vijfde jongen, Sam, die uiteindelijk toch is weten te ontsnappen aan de smid en Mordus, waar hij werd vastgehouden, komt letterlijk uit Harry Potters “De vuurbeker”.) – wordt ronduit lachwekkend, en zorgt ervoor dat het verhaal nodeloos wordt gerekt. Ik had de jongeren wel graag iets snuggerder gezien.
Behalve een vlotlezend avonturenverhaal – doorspekt met verliefde tieners en een paar magische elementen, , lijkt dit boek wel een reclamepamflet voor het Openluchtmuseum Bokrijk. Er is geen letter onbenut gelaten om ook het domein in de bloemetjes te zetten, en om aan de hand van een verhaal mensen te lokken, zo lijkt het wel.
De 5e boog: als vrienden voor elkaar door het vuur gaan / Dirk Nielandt.- Antwerpen : Manteau, 2010.- 231p.- ISBN 978 90 223 2560 5 - 11+

zondag 13 februari 2011

De geheime gang / Daniëlle Dergent

10+

Met “De geheime gang” bouwt Danielle Dergent, een lerares muziek, verder aan haar droom om boeken te schrijven. “De Magische gang” is het vervolg op haar eerder verschenen boek “De magische sleutel”. Je krijgt als lezer eerst een stukje uit “De magische sleutel”, maar dat is louter bedoeld
om aan te tonen dat er een vorig boek is waarin Fien en haar broer Steven de hoofdrol spelen. Niet meer dan een handig trucje.

“De geheime gang” bevat alle personages die ook in “De Magische sleutel” te vinden waren, maar hiermee is alles gezegd. Ze hebben geen evolutie doorgemaakt, ook nu worden ze louter door een auteur aan een pakje papier toevertrouwd. Het is trouwens zeer de vraag of je dit boek los kan lezen van “De Magische sleutel”, “de plek die Hendrik hen de vorige keer gewezen had”, is hier een voorbeeld van: Wie is Hendrik? Dat weet je niet als je “De Magische Sleutel” niet las.

De auteur put zich uit. Ze put zich uit door ALLES ZELF te gaan bepalen in haar boek. De lezer hoeft zijn verbeelding voor geen millimeter aan te spreken, en dat is erg jammer. Voorbeelden te over hiervan, laten we dit boek eens op een willekeurige pagina openen: pagina 92: “De deur van de kelder bevond zich in de hal. Steven draaide voorzichtig de deurklink om en stak het licht aan. Het was de eerste keer dat ze hier kwamen sinds ze verhuisd waren. Kelders waren niet meteen de meest favoriete plek van Fien. ZE was al blij dat het hier niet vol spinnenwebben hing. Zo te zien had hun vader de kelder opgeruimd en alles netjes aan de kant gezet. (…)”“Steven, is er iets? Azenor had Steven in de gaten die pal was blijven staan.”  Dit is wat je noemt een slecht boek. En dat is erg jammer, want hier zou veel in kunnen zitten. Het verhaal zou veel meer kunnen zijn, als de auteur niet als alwetende verteller zou optreden. Ze slaagt er niet in om haar personages zelf een leven te laten leiden, voorbeeld 2 hiervan op pagina 140: (…) Kom, Fien, ik loop wel voorop, geef je lamp maar hier. Een beetje met tegenzin, stak Fien Steven haar lamp toe. Er wordt naar hartenlust gefluisterd, gegrinnikt, gezucht, in het rond gekeken, in het gras neergeploft. Decors zijn belangrijker dan het verhaal van de witte kracht (Steven) (goed) tegen de zwarte kracht, in de figuur van Ballegaer, die koste wat het kost de spiegel van de witte kracht en de Codex Argentus in zijn bezit wil krijgen om macht te verwerven.

Aan het eind van het boek staat “de magere man” weer in de struiken verstopt, te kijken naar de torenkamer van huisnummer 28 aan de Regenboogstraat, waar zich de spiegel bevindt…. Een vervolg op "De geheime gang" is dus weldegelijk te verwachten..

En toch. Op de website van Dergent staat in haar gastenboek te lezen dat kinderen haar boeken wél kunnen smaken. Maar het is voor een volwassene die kinderboeken beoordeeld, te makkelijk om daarin mee te gaan, net omdat kinderen waarschijnlijk helemaal over al die uitleggerige manier van vertellen (dit gaat zelfs niet meer over een “uitleggerige ‘toon’ van een boek”) heenlezen, en mee leven met Fien en Steven. Maar het is te gemakkelijk.
Boeken over witte krachten tegenover zwarte krachten, zijnde goed tegen slecht, voorbeelden te over van boeken die veel beter in elkaar zitten, of waar personages wél veel body mee krijgen zijn legio. De Harry Potterreeks is er zo een, ook al vinden veel mensen dat waarschijnlijk ook maar een gemakkelijkheidsmogelijkheid, of “Meester van de Zwarte Molen” van Otfried Preussler, uit 1971, waarvan ik de personages tot op de dag van vandaag een warm hart toedraag.

En het moet gezegd: Dergent heeft de Harry Potterboeken wat mij betreft goed gelezen: om er ideeën uit te halen.  Ideeën zoals we ze vinden in de zilten uit "De magische sleutel".

De geheime gang / Danielle Dergent.- Antwerpen : Manteau, 2010.- 250p.- ISBN 978 90 223 2504 9