Posts tonen met het label Paarse Vrijdag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Paarse Vrijdag. Alle posts tonen

dinsdag 22 april 2025

Boekenbingo | Kermiskind van Jacques Vriens

"Het is na het lezen van Kermiskind gebleken dat je inderdaad niks fout kunt doen door een boek van Jacques Vriens te lezen."

Kermiskind is nog steeds het nieuwste boek van Jacques Vriens. Je kunt hem ook kennen (van tal van andere boeken), maar ook van Achtste groepers huilen niet (meesterlijk mooi verfilmd) en Oorlogsgeheimen

Schot in de roos!

Vriens schreef met Kermiskind een mooi, ontroerend, realistisch, soms met een beetje romantiek, en soms een beetje een zielig boek.

Rosa, 13 jaar in 1925, moet van haar ouders altijd mee toneelspelen op de kermissen waar ze staan. Samen met oma, oom Gerrit, tante Wanda en Teunis, een jongen van 18 die graag vrouwenrollen voor zijn rekening neemt, vormen ze een troep kermiskramers. Maar Rosa vindt dat toneelspelen maar niks. Maar hoe vertelt ze dat aan haar vader? Zijn wil is namelijk wet. Als hij een werkongeluk krijgt, neemt oom Gerrit zijn plek als directeur in. Nu moet Teunis eraan geloven...

Geloofwaardig hoofdpersonage

Rosa is een erg geloofwaardig hoofdpersonage, waar je meteen van gaat houden. 1925 of niet (100 jaar geleden bestonden kermissen ook al), ze komt voor zichzelf en voor anderen op, en ze is stiekem een beetje verliefd op Teunis. Maar Teunis heeft een geheim.

De kermis, een eeuw geleden...

Deze lezer van nu vond het heerlijk toeven in de wereld van het "Kermiskind" dat liefdevol door Jacques Vriens werd vormgegeven, net als de mensen in haar omgeving. Het verhaal mag zich dan al 100 jaar geleden afspelen, ook lezers van nu zullen zich kunnen inleven in het gevoelsleven van de personages. En indien niet, dan kan een helpende lezer of leerkracht voor kadering zorgen. Over hoe de kermis er vroeger uitzag, bijvoorbeeld, en welke attracties er te vinden waren (denk aan toneelspelers, en het feit dat een kraam waar film werd vertoond iets heel nieuws was.) Door de beschrijvingen van Vriens (die behalve de twee kermissen waar het boek zich afspeelt, en het ziekenhuis, geen plaatsnamen geeft: zo ligt de focus echt op Rosa en de mensen met wie ze optrekt.). Dat de mannen in Rosa's omgeving het voor het zeggen hebben, en er naar hen wordt geluisterd (of ze worden tegengesproken, dat kan ook) is misschien iets wat vreemd kan overkomen bij jonge lezers van nu, en toch past het feilloos in dit boek, dat zich een eeuw geleden in Wedermeer (waarschijnlijk fictief, ergens in Nederland) afspeelt op en rond de kermis, en in het ziekenhuis.

Veel gevoel

Jacques Vriens legt veel gevoel in dit verhaal en daarmee ook in zijn personages. Hij laat hen reflecteren, en als Teunis' geheim uitkomt (ik laat het u als lezer heel graag zelf ontdekken) is het Rosa die voor hem opkomt, en zien we de hechte vriendschap tussen hen nog meer openbloeien. Zijn wie je bent, en zijn wie je zou willen zijn: het komt allemaal aan bod in dit dunne, maar zeer rijke boek. Hij laat de kermis van 1925 helemaal tot leven komen.

Dit boek is dan ook een must-read voor elke lezer vanaf een jaar of 11, die houdt van wat geschiedenis, kermissen en goed uitgewerkte personages.

Kermiskind / Jacques Vriens.- Amsterdam : Van Holkema & Warendorf, 2024.- 127p.- ISBN 978 90 00 39055 7


maandag 21 april 2025

Mijn broer is een baas / Jenny Jägerfeld ; Mijke Hadewey Van Leersum (vertaling)

De Zweedse auteur Jenny Jägerfeld schreef eerder al de Young Adult roman Comedy Queen, over de zelfdoding van een ouder. 

"Mijn broer is een baas" een grappig, spannend, vrolijk en realistisch verhaal. Het verhaal over de elfjarige Mats. Mats is een jongen. Dat klinkt logisch, maar is het niet helemaal. Mats werd namelijk geboren in een meisjeslichaam.

Op weg naar Malmö

We vinden hem en zijn moeder  wanneer ze naar Malmö reizen, wachtend op het perron. Zijn moeder doet stemmenwerk voor films. Mats heeft hier niet zoveel zin in, want hij zal er een babysitter krijgen. Een babysitter als je 11 bent! Kan je nagaan. ze heet Nora, is zeventien en de dochter van de baas waarvoor zijn moeder werkt. Als ze iets zegt, doet ze dat vier keer na elkaar. 

Maar dat is zonder Kilian gerekend. Kilian doet waar hij zin in heeft, en is dol op skaten. Al snel worden hij en Mats beste vrienden. Zal Mats zijn geheim met Kilian durven delen? En hoe dan?

Het verhaal speelt zich af in Malmö, in en rond het huis waar Mats en zijn moeder verblijven voor haar werk. Het is een heerlijk avonturenverhaal waarin vriendschap iets vanzelfsprekends is, maar soms barsten kan vertonen. Jägerfeld vangt dit gegeven erg goed en logischerwijs op. Daardoor wordt dit verhaal nooit (melo)dramatisch, en blijft "Mijn broer is een baas" bruisen van levenslust.

Schreefloze hoofdstuktitels

Het klinkt misschien een beetje stom, maar de belettering van de hoofdstukken stoorde me echt. De hoofdstukken hebben een schreefloos lettertype. Gelukkig heeft het verhaal een lettertype met schreef. (Beroepsmisvorming misschien wel, ik weet het - Het zou niets mogen uitmaken voor dit uitstekende verhaal met goed uitgewerkte personages, en broers die iemand die ze nog nooit gezien hebben, als vanzelfsprekend aanvaarden als een vriend van hun broer, zoals Simpson, Kilians broer, dat doet met Mats. Verder is het ook niet zo'n fijn gegeven dat de vader van Mats het erg moeilijk heeft om zijn zoon te zien om wie hij is. Maar ook zijn gevoelens mogen er zijn, en dat is alleen maar positief te noemen. Mats' vader wil naar Parijs fietsen om de klimaatproblematiek op de kaart te blijven zetten, trouwens.

Het raam staat wagenwijd open

Als ik jou één boek zou mogen aanraden over een transjongen in 2025, dan is dat dit boek, en ja, ik weet het, het jaar is nog niet halfweg. Maar LEES dit boek. Het zal je meenemen met Mats, zijn moeder en Kilian en Simpson, en de ramen zullen wagenwijd openstaan.

Dit boek is een boek

voor mensen vanaf een jaar of 11, die er van houden om een goed verteld verhaal te lezen, en dat tegelijk laat zien dat iedereen er mag zijn, en dat alle gevoelens dat ook mogen.

Mijn broer is een baas / Jenny Jägerfeld ; Mijke Hadewey Van Leersum (vertaling uit het Zweeds).- Amsterdam : Ploegsma, 2025.- 136p.- 978 90 216 8642 4

zondag 2 mei 2021

Hoe kan je van een visje houden?


Tim Gladdines schreef voor "Vissenkind" er was "Hoe het kwam dat ik Emma een blauw oog sloeg", over twee buitenbeentjes van tien en veertien. Daarna volgde een broeierig verhaal over twee broers, "Koning Valentijn"

"Vissenkind" is een bijzonder boek, in blauw- en geeltinten. En soms met een klein beetje meer kleur. Dat komt omdat Astrid Verplancke zich heeft uitgeleefd in haar illustraties voor dit boek.Een koning en een koning die al alles hebben, behalve een zwembad met een glijbaan (wel al drie zonder), willen graag een kindje. Maar dat kan niet. Of toch?

Wanneer de koning jarig is, komt een lakei aanzetten met een kinderwagen. Daarin: een vissenkom met Vissenkind erin. De koning is meteen dol op zijn zoon. Dat het een zoon is, daar is de koning helemaal niet van overtuigd, net als of hij wel van een vis zal kunnen houden. Want Vissenkind is glibberig, en hij moet altijd in het water. Hoe moet dat als hij later koning moet worden?

"Vissenkind" heeft alle kenmerken van een sprookje, helemaal met koningen en koninginnen, die naast de twee koningen wonen.

Toch is dit boek zoveel meer. Het laat zien dat er soms niets te kiezen valt, en dat je toch van een ander kunt houden, ook al is die anders dan jij, of het anders wil doen dan wat je in gedachten had. Er zijn voor de ander komt ook stevig naar voor. Want de koning en de koning wennen aan Vissenkind. Maar hij is zo klein, en de wereld is veel te groot voor hem. Het lukt hem nooit... Ook al krijgt hij thuis alle liefde, en viskommen met glijbaantjes in waar strikken rond zitten. Op een dag, na een tijd waarin zomers en winters kwamen en gingen, kan Vissenkind praten. En dan komt de tijd voor de koningen om hun zoon los te laten. Hij is groot gegroeid, en past al lang niet meer in zijn vissenkom. De koningen twijfelen opnieuw. Zal het hun zoon lukken, in de grote wereld?

Nadat ze hun zoon naar de rivier hebben gebracht, gaat er een jaar voorbij, dat wel een eeuw lijkt te duren. Een tijd waarin de koningen erg hun best doen om Vissenkind niet te missen. Maar de rivier stroomt naar de horizon, en de horizon is wijd weg. Vissenkind komt nooit meer terug, daar zijn de koning en de koning heel zeker van. De koning zegt het met een stem die wilde huilen. De koning vindt dan weer dat hij dat niet mag zeggen, met een stem die niet wil huilen.

Om elkaar tot steun te zijn, komt deze prachtige dialoog tot stand. Het is mee de kracht van dit boek dat op die manier zelfs poëzie kan zijn:

"Toen pakte de koning zijn hand en zei: 'Misschien is missen ook een fijn gevoel'

'Wat!?' riep de koning en hij trok zijn hand weer los. 'Hoe kun je zo harteloos zijn! Missen is verschrikkelijk. Ik ben zo verdrietig.'
De koning omhelsde de koning.

'Missen betekent dat je heel erg van iemand houdt. Dat is toch een fijn gevoel?' "
"Dagen, weken, maanden. Het missen duurde vreselijk lang. De tijd deed pijn"
De begeleidende prent toont in een cirkelvorm in het blauw de koning en de koning, en grote handen die omhelzen. De illustraties vormen een verlichting (voor de tekst of voor de koningen die hun Vissenkind zo missen?), maar zorgen er ook voor dat "Vissenkind" nooit té zwaar op de hand is.

En na een paar jaar is Vissenkind terug. Met Els. Een visserskind. Ze heeft Vissenkind opgevist. En ze willen trouwen. Dat vinden de koning en de koning maar niets. Waarom kan hun Vissenkind niet met een goudvis trouwen? Waarom wil hij met een els trouwen? "Ik ben geen els, ik heet Els", is de repliek van Els. Maar Els is drie keer groter dan Vissenkind. En een meisje. Na rijp beraad strijkt de koning over zijn hart, en geeft hij toe, want de koning en de koning, die passen toch ook?

Al deze elementen maken dat ik van "Vissenkind" nog net niet van mijn stoel donder. Om zoveel rijkdom in één prentenboek te stoppen, zonder dat het overdadig wordt of aanvoelt. Dit boek is een ode aan anders zijn. En aan aanvaarden dat je soms niks te kiezen hebt, dat het leven niet zomaar kan worden uitgestippeld, maar je het op je bord krijgt, en ermee moet dealen.

Voor wie dit boek bedoeld is? Voor iedereen die het wil lezen. ik betwijfel of een kind van zes of zelfs vijf jaar, de leeftijd die het boek aanbeveelt om voorgelezen te worden, veel aan het verhaal als geheel, zal hebben. Zelf lezen vanaf acht jaar zie ik eerder wel gebeuren. Hoewel ik de laatste ben om een kind van vijf, als die het boek uit de boekenkast haalt, te zeggen dat ik het niet zal voorlezen, uiteraard. Je weet maar nooit. Of "over het hart strijken" zal opgepikt worden? Het missen en hoe poëtisch dit omschreven wordt? Eerst maar een voorgesprekje doen met kinderen, alvorens aan deze parel te beginnen. Die verdient dat namelijk, om volledig opgepikt te worden. Maar misschien kun je met een jong kind wel al samen eerst naar de prenten kijken.

Vissenkind / Tim Gladdines ; Astrid Verplancke.- Wielsbeke, de Eenhoorn, 2019.- zonder paginanummering.- ISBN 978 6291 439 1


zondag 24 januari 2021

Welk geheim heeft meester Daan?

Nadja Van Sever heeft met “Het geheim van meester Daan” een boek geschreven dat het thema transgender voor kinderen in de lagere school op speelse manier bespreekbaar wil maken. Eerder schreef ze al zes andere boeken, onder andere over vluchtelingen en ASS.

Bijdehandje Liv

Liv, een bijdehandje in de klas bij meester Daan, merkt dat hij ergens mee zit. Het ene moment is hij vrolijk, en het volgende moment kijkt hij triest. Wat scheelt er met meester Daan? Liv wil daar heel graag achter komen.

Is meester Daan misschien verliefd op de juf van de eerste kleuterklas? Dat vindt Willem maar niets: hij is namelijk al zijn hele leven smoorverliefd op juf Evi!

Het geheim van meester Daan: tijd voor actie!

Als meester Daan zijn geheim met zijn leerlingen deelt, komt de klas in actie! Ze willen hun meester helpen om zich goed in zijn vel te voelen. Ze stellen zich geen vragen over het waarom, en dat maakt dit boek heel licht van toon en sfeer. De hele klas gaat op een erg positieve manier om met het anders zijn van meester Daan, en dat maakt dit boek over de hele lijn positief, zonder waar meester Daan mee worstelt, uit het oog te verliezen.

Samen met haar klasgenoten bedenkt Liv allerlei plannetjes om hun meester weer vrolijk te laten worden, het ene al gekker dan het andere.

Naïeve volwassenen 

Volwassenen krijgen hierdoor een nogal naïeve bijrol, die – ook in dit soort kinderboeken – niet nodig is. Bij sommige plannetjes wordt de worsteling van meester Daan namelijk nog een stuk groter omdat de kinderen denken goed te doen.

De klas beslist ook om in het zwembad van de buren van Noah te gaan zwemmen, omdat zij toch niet thuis zijn. Noah’s ouders merken hier niets van. Ook al zijn ze in de keuken met het eten bezig, en hoeven ze maar één keer naar buiten te kijken. Er is altijd wel iets waardoor ze bijna niemand in de tuin van de buren opmerken.

Zijn wie je bent

 Nadja Van Sever maakt haar klas erg geloofwaardig, en ze kent haar kinderpersonages door en door. Dat merk je aan hoe de klasgenootjes met elkaar omgaan, en aan hoe iedereen er vanzelfsprekend mag zijn.

Dat je geen mensen mag uitsluiten wordt heel expliciet benoemd, en dat maakt dit boek zeer bruikbaar in de klasbibliotheek.

Alles wordt gezien vanuit het perspectief van kinderen, waardoor zij overkomen als allesweters. Zeker met thema’s als dit zouden volwassenen ook kunnen worden betrokken. 

Dat juf Daniëlle aan het eind van het boek mag zijn wie ze is, pleit voor “Het geheim van meester Daan”, en laat zien dat anders zijn o.k. is, ook al verzucht meester Daan dat anders zijn helemaal niet leuk is.

Het nawoord van Samuel Windmolders, Master in Gender en diversiteit, sluit dit boek af.

Het geheim van meester Daan / Nadja Van Sever ; Renske de Kinkelder.- Hasselt : Clavis, 2020.- 148p. : ill.- ISBN 978 90 448 3839 8


dinsdag 9 juni 2020

Niemand ziet het / Dolf Verroen

kort, mooi, ontroerend, realistisch verhaal met illustraties van Charlotte Dematons

Dolf Verroen schreef over de 14 jarige Victor, maar ook deels over zichzelf. Victor weet al lang dat hij op jongens verliefd wordt, en niet op meisjes. Dat is in 1947, de tijd waarin “Niemand ziet het” zich afspeelt, nog een echte schande.

Applaus voor Victor's ouders!


Victors ouders verdienen echt applaus om hoe ze met hun zoon blijven omgaan. Ze vieren binnenkort hun  15e huwelijksverjaardag. Dat dit zo’n groot feest is of moet worden laat zien hoezeer de Tweede Wereldoorlog op mensen heeft ingehakt. Dat alles anno 1947 terug in zijn plooi valt, moet gewoon worden gevierd!
Het verhaal speelt zich vermoedelijk af in Nederland, vermoedelijk Rotterdam, omdat een klasgenoot van Victor in de buurt van de Spoorsingel woont.

Tijdsdocument


Het wordt vertelt in korte hoofdstukken, en is ook precies lang genoeg. Het is ook een goed tijdsdocument. Dolf Verroen weet zijn verhaal goed te vatten zonder de tijd van toen uit het oog te verliezen. Een tijd waarin standing nog heel belangrijk was. Waarin gescheiden ouders een schande waren, en waarin ook voor homoseksualiteit geen plaats was. Je zou als het uitkwam, nooit aan werk komen, enzovoorts. Victor reflecteert: Ik zou er beter niet meer zijn, want ik ben homo.
Dat is zeer schrijnend, maar Verroen vertelt dit als feiten. De lezer van nu kan dit raar vinden, maar ook hierdoor is “Niemand ziet het” levensecht, zonder dingen te verbloemen of ze erger en sensationeler te maken dan ze zijn.

Rolpatronen


Charlotte Dematons weet de personages perfect te vatten in haar illustraties, en je kunt terwijl je het boek leest, je perfect voorstellen dat de personages eruit zien zoals Dematons ze heeft getekend. Het boek gaat op zich helemaal niet over de homoseksualiteit van Victor, die echter wel doorheen het boek “waait”: heel zacht en summier. Victor gaat verder naar school, en zit in het laatste jaar. Als hij het goed doet daar, dan zal hij naar het gymnasium kunnen. Anders moet hij volgend jaar gaan werken. De rolverdeling tussen mannen en vrouwen is in dit boek strikt gescheiden, en meisjes worden (vast niet allemaal) blij als ze van school af, naar de huishoudschool kunnen. (Om te leren koken, wassen en strijken).

Jongens komen als ze niet kunnen verder leren, sowieso in een fabriek terecht. Ook hierdoor is “Wat niemand ziet”, hoewel een heel eenvoudig verhaal, zo sterk, en komt het op mij nooit als “oubollig” over. De televisieprogramma’s waar Victors vader naar kijkt (De Zondagavondtrein) hebben ook echt bestaan, net als de acteurs ervan. Deze dingen opmerken in een boek maakt dat ik ook al zo genoten heb van dit boek.

Geef jij dit boek een kans?


Dit boek is voor iedereen die het verhaal van Victor een kans wil geven. En voor mensen van de leeftijd van de auteur: die is intussen in de 90; dit boek gaat (misschien deels) over hem, zonder dat ik het gevoel had dat dit alles hem helemaal is overkomen: dan ben je een goede verteller! Misschien kunnen (ook) (oudere) mensen zich in Victor herkennen, of de tijd waarin ze leefden als jongere. (Jonge) mensen van nu kunnen dit boek lezen als een tijdsdocument (daar ben ik weer), en mee applaudisseren voor Victor zijn ouders. Ik hoop dat het waar is/was…

Niemand ziet het / Dolf Verroen ; Charlotte Dematons (ill.).- Amsterdam : Leopold, 2019.- 107p.- ISBN 978 90 258 7823 8

 Vind dit boek:

dinsdag 12 februari 2019

"De boer en de dierenarts" van Pim Lammers en Milja Praagman toont hoe ongedwongen diversiteit kan zijn

 Het lammetje dat een varken is’ van auteur Pim Lammers en illustratrice Milja Praagman was het eerste prentenboek over transgenders. De dierenarts helpt een lammetje om te worden hoe het zich voelt: een varkentje. Hoe ging het verder met ‘De boer en de dierenarts?’ Ik las het, en sprak de makers.

De boer wil de koeien scheren, en eieren rapen bij de varkens. Hij probeert de kip te melken. De dieren snappen er niets van. Wat is er aan de hand? Zou hij ziek zijn? Hij kan maar aan één iemand denken: de slimme, lieve dierenarts. Die is nog goed met dieren ook!
De dieren willen de boer helpen. Dat doen ze door de koe groene vlekken te doen krijgen, of door de schapen te laten blaffen… Altijd wordt de dierenarts erbij geroepen, maar blijkt er niets aan de hand. Het schaap kan in de buurt van de dierenarts gewoon blaten, en met een spons worden de groene vlekken bij de koe verwijderd. De boer krijgt niet gezegd wat hij de dierenarts zou willen vertellen… Dan zitten alle dieren plots in een boom! De dierenarts moet nu wel naar de boerderij komen!
Dit boek is even lief als zijn voorganger, en slim opgevat. De dieren weten van aanpakken en zijn de boer steeds een stapje voor. Zal hij de dierenarts durven vertellen waarom alles misgaat op de boerderij?
Op een ongedwongen manier wordt de liefde tussen de boer en de dierenarts zichtbaar. In felle kleuren en een minimum aan tekst krijgt het verhaal vorm. De prenten versterken de tekst, en vertellen vaak meer dan wat geschreven staat.
Het is goed dat dit soort boeken er is, om kleuters ongedwongen kennis te laten maken met allerlei verschillende vormen van relaties.
Het verhaal wordt verteld vanuit het standpunt van de dieren, en dat doet het bij kleuters geregeld goed. Kortom: dit boek is opnieuw een voltreffer.

Hoe werden jullie een boekenmakersduo?

Milja: Toen ik de deur uitging bij uitgeverij Leopold, waar ik net alle illustraties voor ‘Ontbillenbijt’ had ingeleverd, checkte ik mijn mail. In het bijzonder één e-mail van Marita Vermeulen van de Eenhoorn. Die e-mail met een vurig betoog of ik het verhaal van de zeer getalenteerde debutant Pim Lammers wilde illustreren deed me meteen vergeten dat ik had bedacht om een drietal maanden welverdiend niets te gaan doen. Lopend naar station Amstel las ik het verhaal. Daarna nam ik niet de metro naar de stad om niets te doen, wel de trein naar huis. Ik wilde het verhaal van Pim illustreren!

Pim: Toen ik voor het eerst de illustraties zag, was ik erg enthousiast. Milja begreep precies wat ik met het verhaal wilde zeggen. We zaten meteen op één lijn. Het was ook vriendschap op het eerste gezicht. Eigenlijk spreken we elkaar nu vaker over persoonlijke dingen dan over werk.

Hoe ontstond het verhaal van ‘De boer en de dierenarts?’

Milja: Ik werkte aan de tekening waarop de boer heel liefdevol naast het lammetje in de behandelkamer van de dierenarts zit. Pim belde en ik vertelde waar ik mee bezig was. Al kletsend zag ik vonkjes overspringen tussen de boer en de dierenarts. ‘Volgens mij zijn ze verliefd,’ zei ik tegen Pim. Ik twijfelde nog even of ik ze aan het einde van het boek al samen hand in hand zou tekenen… Maar doordat Pim opmerkte dat het een goed idee zou zijn voor een tweede boek heb ik dat niet gedaan. Ergens wist ik al dat we ook een vervolg zouden kunnen maken, denk ik.

Pim: Ik dacht eerst dat Milja niet serieus was, dus ik maakte nog een grapje: ‘Wat een goed idee voor een tweede boek!’ Maar toen ze mij voor het eerst de illustraties liet zien, zag ik het ook. De boer en de dierenarts waren verliefd! Dat kon niet anders. Ik ben toen meteen aan de slag gegaan met het verhaal. Zo is ons tweede boek eigenlijk een beetje per ongeluk ontstaan.
Hoe zijn de reacties op de boeken? Hadden jullie ze verwacht?

Milja: Wat mij opviel tijdens het vaak voorlezen van ‘Het lammetje dat een varken is’ tijdens de Jeugdboekenmaand 2017 over gender en identiteit in België, was vooral dat kinderen het als een heel lief oprecht en vanzelfsprekend verhaal ervaren dat gaat over jezelf kunnen zijn. De enkele rare niet begripvolle reacties waren altijd van volwassenen, die vonden dat het niet geschikt was voor kinderen.
Het paradoxale is denk ik dat ze ontstaan omdat we kinderen willen beschermen tegen negatieve reacties. Waar mensen aan voorbij gaan wanneer ze zeggen 'hier zijn ze nog niet aan toe', is eigenlijk zeggen: 'dit is de wereld, dit mogen ze wel en dit mogen ze niet weten'. Ze vinden het om de een of andere reden niet goed voor de kinderen. Juist daarin schuilt een afwijzing van wie kinderen kunnen zijn.

Pim: Op het eerste boek hebben we veel mooie reacties gekregen, bijvoorbeeld van ouders van transgenderkinderen. We kregen het volgende berichtje: ‘Mijn dochtertje herkende zich meteen! Hier was ik al een paar jaar naar op zoek, eindelijk een prentenboek voor onze transformer’.
Dat zijn natuurlijk prachtige reacties, maar we hebben ook kritiek gekregen. Veel mensen vinden LHBT-onderwerpen niets voor kinderen, ze zouden er te jong voor zijn. Dat is niet zo. Het zijn juist de ouders die de onderwerpen eng of moeilijk vinden. We verwachten dan ook weer kritiek bij ‘De boer en de dierenarts’. Verliefdheid in kinderboeken is nooit een probleem, behalve als het over twee mannen of twee vrouwen gaat. Dan mogen we kinderen er ineens niet ‘mee lastig vallen’. Maar homoseksualiteit en kinderboeken gaan heel goed samen.

Waarom zijn deze prentenboeken belangrijk?

Pim: Heteroseksualiteit is in onze samenleving nog steeds de norm, het wordt gezien als ‘normaal’.
Dat zie je ook in kinderliteratuur, waar homoseksualiteit niet veel voorkomt. En als homoseksualiteit een rol speelt, dan wordt dat vaak benaderd als ‘anders’ en wordt er uitvoerig bij stilgestaan. In ons boek is dat niet het geval. De boer is verliefd op de dierenarts. En dat is toevallig ook een man. Daar wordt niet moeilijk over gedaan. Het wordt niet eens benoemd. Het is een boek over homoseksualiteit dat niet over homoseksualiteit gaat.

(Dit stuk verscheen eerder in ZIZOmagazine en op de ZIZO-webstek)

woensdag 4 april 2018

Mijn vader is een vis: Klein verhaal over alles wat mensen kunnen voelen

Gil Vander Heyden schreef een nieuw boek. Deze veelzijdige auteur schreef meer dan 50 boeken voor kinderen en jongeren, naast dichtbundels. Voor haar bundel “Kleine stemmen” kreeg ze een Zilveren Griffel. Haar nieuwe boek heet ‘Mijn vader is een vis’. Daarin beschrijft ze het leven van Basti, die al dertien jaar een gelukkig gezin vormt met zijn moeders. Als mam op een dag verliefd wordt op iemand anders, en hun gezin uit elkaar dreigt te vallen, krijgt Basti het moeilijk. Gelukkig is er hun huurhuisje aan zee, en de stille verliefdheid op de zus van een klasgenoot. Of is dat laatste ook niet zo gemakkelijk?

Als je het boek openslaat, is het een beetje wennen aan hoe gewoon dit verhaal is, maar naarmate het verhaal vordert, merk je als lezer op dat het precies dat is wat het boek zo mooi maakt. Tel daarbij het zuivere taalgebruik en de puntgave zinnen van Vander Heyden op, en je hebt een prachtig boek in je handen.

Even simpel als geniaal

Het is even simpel als geniaal. Simpel omdat het over heel gewone dingen gaat als naar school gaan en uitwaaien aan zee. Met de zee begint alles. Basti, die eigenlijk Sebastiaan heet, heeft geen zin om naar zee te gaan, en al helemaal niet als hij ziet in wat voor soort klein krotje hij terechtkomt. Het huisje bestaat uit één kamer, met een ladder die naar een slaapzolder leidt. Er komt nog net water uit de kraan, en er is één stopcontact aanwezig in het huisje.

Het huisje was ooit van Bartholomeus, die nu in een verzorgingstehuis woont, maar daar af en toe naar buiten glipt, om terug naar zee te gaan. Maar Basti en zijn familie zijn daar nu met vakantie. Daar moet een oplossing voor komen.

Het is geniaal omdat Gil Vander Heyden haar personages van vlees en bloed maakt, en rond hen een klein verhaal schrijft. Ze geeft haar personages alle ruimte om te zijn wie ze zijn.

Basti is iemand die een beetje aan de zijlijn staat. Op school heeft hij wel een paar vrienden, maar hij vraagt zich vaak genoeg af of zij hem zouden missen als hij op een dag weg zou zijn. Zijn moeders zeggen hem weleens dat hij moet proberen om aansluiting te zoeken, maar hij is blij met het leven in hun gezin: “Mam is voor Maike de strik rond het doosje, het blauwe randje van de dag, het lekkere geurtje in de lucht.” Daardoor is Basti allesbehalve een zielig kasplantje. Het is een sterk personage dat voor zichzelf opkomt. Hij is de enige in de klas die van verhalen schrijven houdt. Dat een leerkracht zijn verhaal er uit pikt en daar stukken uit voorleest kan de klas maar matig appreciëren, maar Basti laat niet op zijn kop zitten. Aan zee sluit hij al snel vriendschap met drie bejaarde vrouwen die elk in een klein huisje naast hun huurhuisje wonen. Als Basti en zijn moeders kennis met elkaar maken, komt ook het ontstaan van Basti ter sprake. De vrouwen willen namelijk heel graag weten wat de band tussen Maike, mam en Basti is. Die weet woord voor woord wat zijn moeders zullen vertellen.

Basti’s standpunt

Vander Heyden vertelt het verhaal vanuit het standpunt van Basti, waardoor zijn klasgenoten en zelfs zijn liefje bleek afsteken, en dat is misschien wel jammer. Ik had graag wat meer interactie gezien tussen hem en zijn twee vrienden Michiel en Martin, maar dat zou misschien weer een heel ander verhaal kunnen opleveren. De lezer komt nog net te weten dat Michiel een moeilijke thuissituatie heeft, en dat Martin een doodgewoon gezin heeft waarin hij samenleeft met zijn zus Tony, mama en papa, en zijn grootouders. Dat biedt de mogelijkheid om voldoende te reflecteren op de verschillen tussen Basti en Martin, en dat maakt de bleekheid van zijn klasgenoten goed.

“Als mam er niet meer is, zal ik het ook kwaad krijgen. Verlaten en armer, alsof mijn bloed dunner werd”.

Rosita, Maria en de vrouw die niet praat wonen al een hele tijd in hun huisjes. Rosita en Maria sluiten Basti vrijwel meteen na zijn eerste aankomst aan zee in hun hart. Hij heeft het nog niet door, maar hij zal de vrouwen nog nodig hebben als het begint te rommelen in de relatie van zijn moeders.
Gil Vander Heyden schrijft dit boek in eenvoudige bewoordingen, en maakt soms gebruik van spreektaal. ‘Wat erg, jongske’, is hoe Maria Basti troost biedt als hij bij haar komt uithuilen door de problemen tussen zijn moeders. Vander Heyden oordeelt niet, en laat dingen gebeuren. Daardoor komen de personages tot leven, en kan je ze gaan missen als het boek uit is.

Mijn vader is een vis / Gil Vander Heyden.- Antwerpen : Kartonnen dozen, 2017.- 140p.- ISBN 978 94 909 5224 2 - 13+

dinsdag 6 februari 2018

Bas de beer overwint zijn angst

Sophie Van Kerckhoven (°1989) werkt als teamcoördinator van een vroedvrouwenteam. Daarnaast houdt ze van reizen en drummen. “Beertje Lief” is een prentenboek van haar hand, waarvoor Anne Schneider illustraties in kleur maakte. Typerend voor dit boek is dat heel subtiel, afgeweken wordt van rolpatronen en klassieke gezinnen met mama en papa.

Beertje Bas woont in het berenbos, samen met zijn ouders en zijn vriendjes. Overdag slapen ze, ’s nachts vertellen ze elkaar enge verhalen over de mensen, die buiten het bos wonen. Ze zijn groen, zo wordt verteld, en ze eten beren… Zou dat echt zo zijn?

Als Beertje Bas op een dag te vroeg wakker wordt, omdat het licht in zijn slaapholletje schijnt hoort hij ze: mensen! Maar ze lachen. Hoe kan dat? Hij neemt stiekem een kijkje, en stilaan verdwijnt zijn angst voor mensen… Want ze zijn niet groen, en zien er met hun twee benen eigenlijk heel gewoon uit.

Angst overwinnen

Maar dan ontdekt hij een babybeertje! Zou het dan toch waar zijn, dat mensen slecht zijn?Hoewel hij nu toch weer erg bang wordt, overwint Beer Bas zijn angst. Hij bekijkt het beertje wat beter. Het is geen echt beertje. Is het de knuffel van het meisje dat hij in het bos zag?

Dappere beer uitnodigend geïllustreerd

Beertje Bas besluit dat hij de knuffel moet terugbezorgen. Hij zou zijn knuffeltak, Takkie, ook erg missen als hij die zou verliezen.De illustraties nodigen uit tot kijken. Anne Schneider heeft het bos van de beren met veel details bedacht. Het bed waarin Beertje Bas slaapt, bestaat uit boomstammen en bladeren, en in het bos wonen ook konijnen.

Lief, eenvoudig verhaal

Een lief verhaal, waarin bang zijn en angst overwinnen centraal staan. Zonder opdringerigheid brengt Anne Schneider in haar illustraties nuances aan, zodat het verhaal ook voor kinderen met een migratie-achtergrond herkenbaar kan zijn. Dat het kleine meisje in het boek twee papa’s heeft, wordt ook niet verder uitgelegd, en dat maakt dit boek verfrissend zonder moraliserend te zijn.

Beertje lief / Sophie Van Kerckhoven ; Anne Schneider.- Hasselt : Clavis, 2017.- 32p.- ill.- ISBN 978 90 448 3135 1

(Eerder verschenen op ZiZO Online)

maandag 8 mei 2017

Ik ben toch ook een varkentje?

Pim Lammers is 23, en schrijft al van toen hij heel jong was allerlei verhalen. Hij verdiende zijn sporen in het ABCyourself!- schrijfproject van auteur Edward van de Vendel (‘Dagen van de bluegrassliefde’). 'Het lammetje dat een varken is', is zijn prentenboekendebuut voor iedereen vanaf 3 jaar.

In de schapenwei grazen de schapen. Ze eten gras en lopen rond in hun mooie witte trui van wol. De varkens rollen in de modderpoel, en doen verder niet zoveel.

Ik ben een varkentje

Maar wat is dat nou? Wat doet een lam in de modderpoel bij de varkens? 'Ik ben een varkentje', zegt het lam. De schapen vinden het lam een gek beest, net als de varkens. De boer vindt het ook niet kunnen: schapen rollen niet rond in de modder! Terwijl het lammetje in de modder een mooie witte trui maar vreemd vindt.

De dierenarts komt ter hulp

Daar moet een dierenarts bijkomen. Die neemt de temperatuur van het lammetje, luistert naar zijn buik, en vraagt het lammetje om 'béééh' te zeggen. Maar het lammetje zegt 'oink'. Al snel heeft de dierenarts het door: het lammetje is alleen maar aan de buitenkant een lammetje. Hij weet wat hem te doen staat, en vraagt het lammetje of het zeker is dat het dit is wat het wil: 'ja,', zegt het lammetje. Dus gaat de dierenarts het lammetje scheren. En daar komt een varkentjes roze huid tevoorschijn! Nu kan het lammetje dat eigenlijk een varkentje is, wél zonder uitgelachen te worden, of vreemd te worden aangestaard, door de modder rollen. "Wat een leuk varkentje"! zeggen de varkens. "Wat een mooi varkentje!" Zeggen de schapen.

Lieve illustraties met een eigen verhaal

Milja Praagman maakte de lieve illustraties bij dit prentenboek voor iedereen vanaf 3 jaar. De ongedwongenheid om rond het transgenderthema te schrijven en illustreren, valt hier op. Hier geen problematische situaties. Het lammetje vindt zichzelf niet gek. Natuurlijk niet. Hij is toch gewoon een varkentje? De dierenarts helpt hem, en legt de boer heel eenvoudig uit dat je alleen aan de buitenkant een lammetje ziet. Dat het zich vanbinnen een varkentje voelt, en daarom graag in de modder rolt. En zijn schapenstaart? Die wordt gewoon gekruld. En dat is het dan. Milja Praagman beeldt Lammers' verhaal uit in lichte kleuren, en voegt hier en daar nog wat dieren toe. Haar prenten nodigen uit tot kijken, ook naar wat er in het kabinet van de dierenarts te zien is, tot het stopcontact voor het scheerapparaat toe.

Zonder meer een belangrijk boek

Lammers’ tekst wordt begonnen met drukletters om telkens aan te geven wat belangrijk is. ‘In de wei grazen schapen’, ‘in de modderpoel rollen varkens’, ‘maar wat is dat?’ Zo kan zelfs een kleuter die net met letters in aanraking komt, zelf een stukje lezen, en wordt zo aangemoedigd om verder te kijken of zich te laten voorlezen. Waarom is juist dit prentenboek zo belangrijk, dat ik het aanraad aan iedereen vanaf 3 jaar? Omdat de beginnende doelgroep zo in aanraking komt met mensen die zich anders voelen, en omdat dit verhaal dat helemaal op een natuurlijke manier doet, zonder problematisch te worden. Of omdat volwassenen die nog niet helemaal snappen wat een transgender zou moeten zijn, dat met dit boek misschien wel gaat doen. Lief, kleurrijk, en naturel. "Het lammetje dat een varkentje is" is een schot in de roos.

Het lammetje dat een varken is / Pim Lammers ; Milja Praagman (ill.).- Wielsbeke : De Eenhoorn, 2017.- 32p.- 978 94 6291 199 4 - 3+

zondag 7 mei 2017

Prinses wordt verliefd op prinses

Prinses Pompelien sliep in de hoogste toren van het kasteel. Op een dag komen haar hofdames kirrend en giechelend haar kamer in. Prinses Pompelien snapt het niet: valt er iets te vieren?

Het is een bijzondere dag, volgens de koning, de koningin en de hofdames. Het is tijd voor de prins op het witte paard!Allerlei prinsen passeren de revue: dikke, dunne, prinsen met blauwe, groene of bruine ogen. Maar prinses Pompelien verveelt zich alleen maar. De grond wiebelt niet onder haar voeten, en haar hart klopt heel gewoon. Ze vraagt of ze in plaats van een prins, een paard mag kiezen. Tot afkeuring van haar moeder.

Maar dan! Daar komt ze: de prinses, op een zwart paard. Nu gaat het hart van prinses Pompelien wel wild tekeer, en de aarde schudt en beeft onder haar voeten… De prinses op het zwarte paard heet Hadewijch, en samen met prinses Pompelien lachen ze heel hard om elkaars verhalen, en kijken naar de vormen in de wolken, en ’s nachts naar de sterren. Dan stelt prinses Pompelien dé vraag: “wil jij met mij trouwen?”Niemand snapt er iets van: Het hoort niet, een prinses moet met een prins trouwen! Zó hoort het. Er wordt gefluisterd, gefezeld, en de lelijke woorden die de prinses krijgt toegeworpen, blijven hangen. Prinses Pompeliens ouders vragen raad aan de wijze Sofia: “waarom zou het niet zo horen?, stelt zij. Prins met prinses, prins met prins, prinsessen met prinsessen: het maakt helemaal niets uit”.

En Pompeliens ouders draaien bij, al moeten ze wel hun personeel met een riedeltje tot de orde roepen: van elkaar houden, daar gaat het om. Brigitte Minne schreef voor de Jeugdboekenmaand MVX ook al “Gelukkige vaderdag, Silvie!” voor kinderen vanaf 8 jaar, over een kind met een transgenderouder.

“Prinses Pompelien gaat trouwen” is een sprookje over twee prinsessen die op slag verliefd worden, en Brigitte Minne en Trui Chielens maakten er een rijk prentenboek van. In een heldere stijl vertelt Minne het verhaal van Prinses Pompelien. Dat prinses Pompelien en Hadewijch elkaar verhalen vertellen, naar de sterren kijken, en dansen bij maanlicht: het is mooi verwoord. De bijbehorende prent is donker, en Pompelien en Hadewijch Trui Chielens laat tekst als “Van elkaar houden, daar gaat het om” geregeld in haar illustraties zien. Ze experimenteert wel vaker met de tekst die geschreven staat in haar prenten. Het zorgt voor een heel aparte kijkervaring. De prenten kunnen op die manier een eigen verhaal vertellen.

Omwille van haar wat grove tekenstijl is dit geen al te rozig boek geworden, en kan het misschien zelfs jongens over de streep trekken om een boek te lezen. Ook wij lazen dit boek graag, omwille van het nieuwe dat voor jongere kinderen naar voor kan komen:  Er hoeft niet altijd een prins op een wit paard een vrouw te komen halen: een prinses kan ook helemaal smoorverliefd worden op een prinses die op een zwart paard rijdt. Ook de koning kan de grond onder de voeten van zijn vrouw nog steeds doen beven. Het nawoord, dat volgt op het erg klassieke “ze leefden nog lang en gelukkig en kregen vele kindertjes” geeft summier uitleg over hoe twee prinsessen aan kinderen kunnen komen.

Prinses Pompelien gaat trouwen / Brigitte Minne ; Trui Chielens.- Wielsbeke : De Eenhoorn, 2017.- 40p. : ill.- ISBN 978 94 6291 207 6

zaterdag 6 mei 2017

Lance en lot zoeken zich rot

Ridders Lance en Lot wonen in hun kasteel, samen met hun draak Lucifer. Ze maken samen veel plezier, geven ridderfeesten en maken verre reizen. Als ze terugkomen van hun reizen, vinden ze de tafel en hun stoelen in hun kasteel echter altijd heel erg leeg. Er is best nog plaats voor iets of iemand.

‘Zullen we een hondje nemen, klein en lief?’ stelt Ridder Lot voor. Maar een hond bijt dingen stuk, en plast overal. Het wordt dus geen hond. Ook een konijntje is maar niets: Lance wil zijn worteltjes niet delen. En keutels opruimen al helemaal niet. Een leeuw is te gevaarlijk, en je kan je kasteel toch niet aan een leeuw schenken als de ridders er niet meer zijn?

En dan krijgen de ridders een idee! Als ze nu eens een kindje zouden gaan zoeken? Dat vinden ze een goed plan! Maar geen enkele ooievaar die voorbij vliegt, heeft een baby bij zich voor de ridders. De zoektocht gaat verder tussen de kolen, terwijl ridder Lance niet eens kolen lust. Het enige wat wél tussen de kolen zit is een slak en een regenworm.

Op hun draak Lucifer vliegen Lance en Lot naar Australië, om bij de kangoeroes in hun buidel te kijken, maar ook daar komen ze van een kale reis terug. Er gaan jaren voorbij, voor er op een dag toch op de poort van het kasteel wordt gebonsd door een vrouw: ergens in het land is een kindje geboren bij een vrouw die niet voor haar kindje kan zorgen. Willen Lance en Lot dit wel doen?

Eindelijk gaat de kinderwens van de twee ridders dan toch in vervulling. Linda de Haan schreef eerder al “Koning en Koning” (2000). Nu schreef en tekende ze het verhaal van Tim en Steven op, de adoptievaders van Bas en Jasper. Het is een verhaal vol kleur en veel oog voor detail geworden. De illustraties nodigen uit tot kijken, en om verder te kijken. De tafel in het kasteel is ECHT wel heel groot voor maar twee mannen. De ooievaars die voorbijvliegen, hebben soms een mandje met bloemen bij zich wanneer ze over vliegen, maar geen kindjes. En dat kindjes uit de kolen komen, blijkt ook al niet zo te zijn. Op deze prent zien we ridder Lot er letterlijk zijn neus voor ophalen. Dit boek toont op ongedwongen, vrolijke manier aan hoe moeilijk adoptie voor wensouders verloopt, en ook verdriet daarover wordt niet uit de weg gegaan: door middel van een donkerblauwe prent, waar de tekst “Verdrietig vliegen ze terug naar huis” overheen kronkelt, zie je de ridders verdrietig zijn. Hun draak brengt hen letterlijk wat kleur. Dit boek is erg geschikt om voor te lezen aan kinderen vanaf een jaar of 5. Ondanks het grote thema, weet de Haan dit te verlichten door haar personages een heel vrolijk uiterlijk te geven. Dat het kind voor ridders Lance en Lot er uiteindelijk toch komt, geeft ontzettend moed aan mensen die zich in dezelfde situatie bevinden. Lance en Lot zochten zich rot, maar uiteindelijk was riddertje Constantijn er. Het boek kan dan ook terecht eindigen met een groot feest voor de baby, en voor het hele koninkrijk. Er is zelfs plaats om met “En ze leefden nog lang en gelukkig” te eindigen. Bij dit boek hoort een website, en je kunt er Lance en Lot feliciteren met de kleine Constantijn. Er staan knutseltips op, en een lesbrief voor het onderwijs.
http://www.lance-lot.info

Lance en Lot zoeken zich rot / Linda de Haan ; naar het verhaal van Tim en Steven.- Amsterdam : Ploegsma, 2016.- 40p.: ill.- ISBN 978 90 216 7659 3 - 5+

woensdag 24 augustus 2016

Laten we allemaal wat meer Charlotte zijn

Als mensen naar de tienjarige George kijken, dan zien ze een jongen. Zelf weet ze echter al sinds haar derde dat ze een meisje is. En Alex Gino schreef een heel vrolijk, warm boek over haar.

Dit boek heeft één van de meest eenvoudige vormgevingen die er zijn: spierwitte kaft, met de titel in zes verschillende kleuren, de naam ‘George’ erop. Door de groene O kijkt een jongenskopje je aan.

Een meisje

George weet al sinds haar derde dat ze eigenlijk een meisje is. Dat houdt ze liefst voor iedereen geheim. Ze weet namelijk heel goed dat haar probleem geen gewoon probleem is: ze is niet bang voor slangen ofzo.

Op haar kamer heeft ze een tas met meidenbladen en aan het begin van het verhaal is ze bezig om, na de tijdschriften nog eens te hebben doorgekeken, ze te verstoppen omdat ze haar broer Scott hoort thuiskomen. Hij zit al op de middelbare school.
George verstopt haar tas in de douchecel in de badkamer. Dit lijkt het enige grote problematische in dit boek: dat de tas nou maar niet van de kraan dondert, en Scott de tijdschriften vindt.

Kelly

Op school heeft George een beste vriendin, Kelly. Spring-in’t-veld, complexloos en lief. Ze woont met haar vader in een tweekamerflat. Kelly’s vader is muzikant.
Voor Kelly is George gewoon een jongen. Tot George aan Kelly vertelt dat ze eigenlijk heel graag Charlotte wil spelen, de spin die aan het eind van het verhaal doodgaat, uit ‘Charlottes web’ van E.B White. Voor Kelly is er geen vuiltje aan de lucht: “Dan doe je toch gewoon auditie? Je wil toch alleen maar een meisje spelen?”

Puberteitsremmers

Gino geeft George de tijd om Kelly toe te vertrouwen dat ze eigenlijk al heel lang weet dat ze eigenlijk een meisje is. Er wordt ook erg consequent van ‘ze’ en ‘haar’ gesproken als het over George gaat. Het is zelfs een beetje vreemd om te ontdekken dat George voor zijn moeder haar kleine jongen zal blijven, dat ze altijd van hem zal blijven houden, ook als hij een oude man zal zijn.  Dat is net wat George echt niet wil.

Hier raakt Gino het punt aan dat je onder andere puberteitsremmers kunt nemen om haar- en baardgroei tegen te gaan. Voor Georges moeder is het probleem van George het meest problematisch.
Broer Scott en Kelly vinden het al snel helemaal goed: volgens Scott stelde George als jongen helemaal niks voor, en Kelly is heel blij dat ze eindelijk een vriendin heeft, tussen alle jongens op school. En dat is dat. George’ moeder is een tijdje erg stil, en de lezer kan zelf uitmaken of en hoe ze het nieuws over haar zoon verwerkt, het etentje in een all-you-can-eat-tent in de stad, midden in de week niet meegerekend.

Heerlijk leesfeest, misschien niet voor een grote groep mensen

Al dit positivisme maakt van “George” een heerlijk leesfeest. De bladspiegel met vrij groot lettertype en veel witruimte tussen de regels, maken dat ook minder goede lezers van dit boek zullen genieten.
Toch is dit boek geen boek voor iedereen. Daarvoor is het thema wat te eenzijdig, wat in dit geval eigenlijk helemaal niet erg is. Het thema ‘Transgender’ is het overkoepelende thema, en voor mensen die nog zoeken naar wie ze zijn, gaat dit misschien wel wat snel.

Het feit dat ‘George’ zo heerlijk ongecompliceerd en absoluut niet problematisch is, maakt dit boek zo belangrijk in zijn soort. Boeken die dit thema aansnijden voor 9+ zijn eerder zeldzaam. Daarom alleen al dient ‘George’ gekoesterd.
Alex Gino is blij dat zijn boek er is, net als wij. U straks ongetwijfeld ook.

George / Alex Gino; Carla Hazewindus (vertaling).- Alkmaar: Kluitman, 2016.- 226p.- ISBN 978 90206 7446 0 - 10+

(Eerder verschenen op ZiZO online)

dinsdag 17 juni 2014

Breien met klasknuffel Kas!

‘Kas’ is een nieuw, roldoorbrekend prentenboek over een klasknuffel. Van auteur Brigitte Minne en debutant Brun Croes. Kijk, lees Kas’ verhaal en begin misschien zelf te breien…

De kinderen uit de klas van meester Stijn zijn naar huis. Meester Stijn niet. Hij breidt. Een klasknuffel. Het wordt een schattig meisjeskonijn. Maar de knuffel wil geen konijn zijn, en al helemaal geen meisje!
Debutant Brun Croes is met ‘Kas’ meteen gelanceerd. Zijn illustraties doen aan films uit de “Dreamworks” stal denken. Grote, kleurrijke prenten zullen kleuters vanaf een jaar of vier zeker kunnen blijven boeien.
Brigitte Minne vertelt het sprookjesachtige verhaal van klasknuffel Kas, die ’s nachts tot leven komt, en kan denken en voelen. Een knuffel die blij is met knopenogen om mee te kunnen kijken, en een hart om graag mee te zien. Met zijn mond is hij echter niet zo blij: knuffels eten en praten niet.
Maar Kas is eerst niet wie hij wil zijn! Een meisjeskonijn met een rokje aan. Dus haalt het meisjeskonijn op een nacht zichzelf uiteen, om van zichzelf een stoer jongetje te maken, met een broek, en kleine, ronde oren.
Wanneer Kas is wie hij wil zijn, en de klas per brief laten weten dat hij Kas genoemd wil worden, wordt hij algauw de steun en toeverlaat van de kinderen in de klas, bij hun grote en kleine verdrietjes.
Het boek speelt goed in op gevoelens als bang zijn (in het donker) of triest zijn bij het overlijden van een huisdier.
‘Kas’ is een vrolijk, roldoorbrekend boek, waarin meesters voor de klas staan en klasknuffels breien, en waarin zelfs knuffels kunnen zijn wie ze willen zijn. Hier en daar is het boek misschien wat klef. wanneer de knuffel zich goed voelt in de klas vertelt de tekst “oh, wat heeft hij het naar zijn zin”, en wanneer hij Lies een schat vindt, rollen er nog net geen tranen uit zijn knopenogen. 
‘Kas’ speelt ook in op de breiwoede die momenteel lijkt losgebarsten: achteraan in het boek kan je terugvinden hoe je je eigen Kas kunt breien.
Kas / Brigitte Minne ; Brun Croes (ill.).- Sint-Niklaas : Abimo, 2014.- 42p.- ISBN 978 94 6234 171 5.- 4+

(Dit stuk verscheen eerder op Zizo Online)

zaterdag 13 april 2013

Over een lief, wollig schaap

Dit lieve prentenboek wil twee zaken aanbrengen voor kinderen vanaf een jaar of vier: Homoseksualiteit en stotteren. Erg geslaagd, en de CD bij het boek die het verhaal als hoorspel brengt, is een meerwaarde.

Joep het kleine schaap weet niet wat hij heeft. Hij is op een ochtend veel te vroeg wakker, en vertelt zijn moeder dat hij het soms warm heeft, om het daarna weer koud te hebben. Of hij heeft zin om heel hard te lachen. Dan weer moet hij huilen. En dan weet hij het! Hij wil het aan iedereen vertellen!

Maar Joep stottert. Soms wat meer dan anders. Het is niet gemakkelijk als iedereen je zinnen wil afmaken, of niet naar je wil luisteren als je iets belangrijks te vertellen hebt!

Zijn vriend Tijn, een konijn, denkt dat Joep op wereldreis wil, en Mies de eekhoorn denkt dat hij de gekkeschapenziekte heeft. Ibbe de hond kan niet blaffen, maar ook hij wil niet naar Joep luisteren. Zelfs Joeps vader denkt dat Joep jarig is, en gaat snel een feestje voorbereiden. Maar Joep is pas volgende week jarig!

Gelukkig is er Joep’s nieuwe buurschaap ook nog. Joep wil hem graag vertellen wat er aan de hand is, maar hij komt niet uit zijn woorden. Dirk vertelt dat wanneer hij onrustig is, hij naar de wolken kijkt, en dat hij daar rustig van wordt. Moet Joep ook maar eens proberen.
Na een tijdje wordt Joep in de buurt van Dirk, inderdaad rustig, en kan hij het hem vertellen. Joep is verliefd. Op Dirk.
Illustrator Wouter Tulp heeft van dieren geen mensen willen maken, al hebben wel Disney-trekjes. Tulp gebruikte felle kleuren, zijn dieren worden groot afgebeeld. Op die manier is ‘Joep’ een aantrekkelijk boek.

Beide thema’s, stotteren en homoseksualiteit worden niet geproblematiseerd of opgedrongen, het zijn heel gewone gegevens binnen het boek. “Joep stottert. Een beetje. Soms wat meer, soms wat minder”. En iedereen, behalve misschien de egeltweeling Isa en Lisa, die dachten dat Joep verliefd is op een van hen, is blij voor Joep, omdat hij verliefd is op Dirk. Reden voor een feestje!

De CD bij het boek geeft meerwaarde.   Het voorgelezen verhaal  biedt meer dan alleen voorlezen: verschillende mensen verleenden hun medewerking, onder wie Paul Haenen, die de verteller is. Hij slaagt erin om de lieve sfeer van het boek vast te houden in zijn manier van vertellen. Zachte muziek, gecomponeerd door Marnix Dorrestein begeleidt de verschillende deeltjes van het verhaal. Elk dier heeft een andere verteller.

Het verhaal op de cd duurt niet langer dan een kwartiertje, wat ook een pluspunt is om de aandacht van kleine kinderen net lang genoeg te kunnen vasthouden.
Joep! / Mark Haayema ; Wouter Tulp.- Becht : Gottmer, 2013 Prentenboek met CD.- ISBN 978 90 257 5316 0 - 4+
(Dit stuk verscheen eerder op ZiZo Online)

zondag 19 april 2009

Mijn pen heeft zin / Riet Wille


Kaat is zes, en schrijft brieven en soms versjes. Aan haar juf, aan Koen (hij zit bij haar op school en is helemaal “waaw!”), of aan haar mama, die ze mist als ze met school op reis is. Of aan God. En aan weg-papa.

Een snoepje. Kaat schrijft brieven, hoe ze zich voelt, wat ze wil krijgen van de Sint (Zel in haar haar, maar dat mag niet van mama ; haar boek dat ze kwijt is van de bieb, …) Ze is verliefd op Koen, maar ze weet niet of hij ook op haar is. Dat vraagt ze hem ook, en het antwoord moet ja of ja zijn. Ze vraagt God hoe het komt dat het in zijn huis zo koud is, en waarom ze er stil moet zijn, want dat kan ze niet. En ze wil een man voor mama, die ook lief is voor haar. Later, ergens in één van de laatste brieven, blijkt mama een vriendin in plaats van een vriend te hebben. Dat vindt Kaat een beetje vreemd, maar daar wordt verder niet op ingegaan, en dat is goed zo. Stof tot discussies te over. De prenten verduidelijken wat er in Kaats brieven staat, en vertalen soms letterlijk wat er in de brieven staat. Soms moet je heel goed kijken, of staat er een rijmpje bij. Er wordt met woordjes gespeeld en gerijmd dat het een lust is om te lezen en te zien. Soms wordt er ook met cijfers gespeeld! W8, l1 (Leen, de vriendin van Kaats mama) Je merkt in Kaats brieven ook dat ze haar vader mist, of ook niet, ze vraagt zich af waar hij is, en of het waar is dat hij al weg was voor zij geboren werd. Geen simpel verhaaltje, maar wel de moeite om te leren kennen, en het onder begeleiding te lezen.

Mijn pen heeft zin / Riet Wille ; Anne Westerduin.- Wielsbeke: De Eenhoorn, 2004.- 29p.: ill.- ISBN 90-5838-269-9