Posts tonen met het label WOI. Alle posts tonen
Posts tonen met het label WOI. Alle posts tonen

zondag 25 augustus 2024

Zomerlezen (5): Markies van Katrien Van Hecke


⇒ Wat is Zomerlezen?

"Markies" van Katrien Van Hecke is een avontuurlijk, interessant, mooi en ontroerend boek voor kinderen die van honden houden. De hond in dit boek wordt gevonden door Rémi in 1913. Samen met zijn moeder woont hij in een Gents beluik dat De Konijnenpijp heet. Hij woont in de Goudensterstraat.

De hemel past precies in ons bovenraam. Iedere avond tuur ik naar de maan tot ik honingmelk op mijn tong proef. Soms glinstert de Hondster zo fel dat ik honderd kleuren zie. Alleen sneu dat de Gouden Ster nooit verschijnt. Terwijl ze toch ergens boven bengelt. Anders heette onze straat toch niet Goudensterstraat?

Michael Olbrechts geeft gestalte in grijstinten aan zowel Rémi, zijn vriend Jefke en Markies. Alleen de voorplat van dit boek is in kleur. Die geeft goed weer dat de hond de ster van dit verhaal zal zijn. De illustraties laten hoofd- en bijfiguren zien, zodat de lezer die dat wil, zich ook een beeld kan vormen van hoe de personages er zouden kunnen uitzien. De illustraties zijn ietwat cartoonesk, maar geven de tekst een zekere lichtheid mee.

Rémi is 11 als dit verhaal in 1913 begint. Hij woont samen met zijn moeder in een Gents beluik. Dat is een groep huisjes die rond een binnenplaats zijn gebouwd, en waar je geen eigen sanitair hebt. Je woont er gewoonlijk op kosten van je baas. Remi's moeder werkt in de vlasnijverheid, en staat er aan de "natte continue": dat is zwaar werk en ze hebben het niet breed. Zijn vader is uit beeld verdwenen. Rémi zal na dit schooljaar ook in de fabriek moeten gaan werken, en dat ziet hij niet zitten. 

Het stikt in de buurt waar hij woont van de ratten. Wanneer hij weer eens op de loer ligt om er een te vangen begint het verhaal: "Vandaag zit het geweldig mee: op klaarlichte dag, op drie meter afstand, ligt er een rat voor het grijpen. Zó'n knaap ben ik van mijn leven nog niet tegengekomen en ik ben al elf. Omdat hij achter de waterton ligt, zie ik alleen zijn staart. Geen kale worm, maar een harige sliert vol klitten. Recht  uit het riool".

Rémi's moeder ziet een hond in huis niet zitten, en zegt haar zoon dat ze hem naar de zwerfhondenopvang in de buurt moet brengen. Rémi en de hond komen echter terecht bij de politiehondenbrigade. Rémi is vastbesloten om zijn hond te blijven zien. Of dat zal lukken is maar de vraag...

Research om een heel levendig verhaal te schrijven

Katrien Van Hecke heeft zich voor Markies duidelijk uitgeleefd in het onderzoek naar de allereerste hondenbrigade, die in 1899 onder leiding van Ernest Van Wesemael werd opgericht. In 1915 werd ze stopgezet: alle honden van de brigade, een dertigtal, werden opgehaald om in Wereldoorlog I te worden ingezet bij allerlei taken, de een al zwaarder dan de andere. Niemand, ook de dieren had het goed, zo blijkt ook uit dit verhaal. Van Hecke vertelt haar verhaal erg levendig, en het is een feestje om het boek een paar keer na elkaar te lezen. Voor WOI uitbreekt, Markies (die geen deel uitmaakte van de brigade, maar alleen in Van Heckes boek vorm krijgt) is dan een jonge hond van een maand of 9, loopt van mei tot november 1913 de Wereldtentoonstelling in Gent. We krijgen een beeld van toen, en hoe mensen deze festiviteit beleefden. Kort daarvoor verdween ook nog de Gentse dierentuin, die je nu ook al - nog terugvindt in de straatnamen uit de buurt van de dierentuin in Gent, denk aan de Zebrastraat en de Olifantstraat. Geen van deze gegevens komt geforceerd naar voren, en daardoor is "Markies" een zeer goed historisch verhaal. Van Hecke hield zelfs de echte namen van commisaris Van Wesemael, en meneer en mevrouw De Meyer, de inspecteur die samen met zijn vrouw instond voor de verzorging van de honden, aan. Heerlijk. In een ander lettertype kunnen we lezen hoe de honden dachten over de mensen die voor hen moesten zorgen. Op die manier kruipt Van Hecke ook in de hondenkoppen van haar viervoeters (van sommigen bestaan nog foto's), en "hoort" de lezer hen niet blaffen of janken van boosheid, maar praten deze honden met elkaar, en kan de lezer zich misschien voorstellen dat er soms een hels lawaai moet gemaakt zijn door de honden. "Kinnentoef" en "Wezelmalle" zijn twee van de namen van respectievelijk de commissaris en inspecteur. Voor wie wil is er op internet wel wat te vinden als je  Ernest Van Wesemael Googelt.

Markies

Ik moest in eerste instantie een beetje wennen aan het feit dat Katrien Van Hecke een Laekense Herder introduceert, terwijl die geen deel had uitgemaakt van de brigade, maar alleen in haar boek bestond. Ik heb dit boek voor ik aan deze recensie begon, nu echter drie keer gelezen, en werd nog steeds aangenaam verrast. Dat komt omdat Rémi absoluut een personage is dat niet bij de pakken blijft zitten als blijkt dat zijn hond naar het front is moeten vertrekken: hij doet er alles aan om hem terug te vinden. Zo wordt dit boek een verhaal over opgeëiste honden die in WOI erg hard moesten werken, afzagen door het gebruik van mosterdgas en niet wisten wat hen overkwam (natuurlijk niet). Ook deze elementen staan in een ander lettertype als gedachtengangen van de honden, waardoor ze wat aan zwaarte verliezen, en goed te behappen zijn, al wordt de lezer niet vrolijk van wat zowel soldaten/begeleiders van honden, als honden en oorlogsslachtoffers moeten doorstaan.

Een goed jeugdboek, dat is gewoon een goed boek

Dit boek toont aan dat een goed (jeugd) boek ook gewoon een goed boek is, en dat het niet uitmaakt of een volwassene het ook echt goed vindt. Alleen misschien: ik ben helemààl geen fan van "Alleen op de Wereld" van Hector Malot, en nog minder van zijn personage Rémi en zijn hond: ook dit boek komt in één pennentrek voorbij in dit verhaal. Maar ik hou toch meer van Markies en zijn omgeving. Veel minder triest, maar zeker niet minder zwaar qua thematieken.

Het is een must-read voor zowel hondenliefhebbers als voor mensen die graag over (recente) geschiedenis leren. Goed leesbaar voor je als je een jaar of tien bent en al veel hebt gelezen. Het boek heeft dan wel zware onderwerpen, het blijft toch licht van toon. Daardoor is het ook geschikt als je nog niet zoveel leeskilometers hebt gemaakt. Persoonlijk vond ik het heel erg de moeite dat honden in dit boek niet werden vermenselijkt, maar dat ze hond mochten/moesten blijven.

Zomerlezen

zit er weer bijna op. Dit boek kun je als je dat wilt plaatsen in de categorie "Aan het werk" / "Terug naar school", want ook het dier uit dit boek levert zwaar werk, en moet veel leren. Wil je meer tips in deze categorie? Neem dan hier een kijkje. Veel leesplezier!

Ook mijn collega's van Zomerlezen dit jaar geven je tips:



zaterdag 31 juli 2021

rauw en realistisch debuut van Beau Charlotte: Als ik er niet meer ben

 "Als ik er niet meer ben" van Beau Charlotte is een avontuurlijk, fascinerend, eng, realistisch, saai, en soms zielig boek. Saai omdat je kunt voelen hoe de soldaten zich tijdens lege dagen aan het front moeten voelen, avontuurlijk omdat jongeren WOI zien als iets groots, en waarin ze iets kunnen betekenen. Dat het soms anders zal uitdraaien is triest en soms zielig en eng.

Douglas

Douglas McMorrow, 16 jaar als het verhaal in 1914 begint in de Schotse Hooglanden, woont alleen met zijn vader Angus. Douglas' moeder is al lang geleden overleden, en zijn vader heeft het daar ontzettend moeilijk mee. Hij vlucht weg in de drank, waardoor de relatie met zijn zoon allerminst hartelijk is te noemen. Douglas is hier zeer ongelukkig over, en denkt na over hoe hij deze situatie kan ontvluchten. Aan het begin van het verhaal is zijn grootvader, met wie hij een heel goede band heeft, er nog. Hij heeft een warme stem, en wanneer we Douglas zittend aantreffen aan het loch (meer), merken we op dat de relatie tussen grootvader (die zijn dochter heeft moeten afgeven) en kleinzoon zeer hartelijk en warm is. Als hij sterft, heeft Douglas niets dat hem nog aan het dorp bindt. Samen met Lachlan Gray, een jongen die hij amper kent en vice versa, maar die wel van elkaar weten wie hun ouders zijn, zoals dat gaat in een kleine dorpsgemeenschap, meldt hij zich aan om soldaat te worden tijdens WOI. Dat ze daarvoor eigenlijk nog te jong zijn, wordt omzeild.

Douglas McMorrow is de hoofdpersoon. Vanuit zijn "Ik"perspectief wordt het verhaal verteld.

Twee meisjesrollen

"Als ik er niet meer ben" heeft maar twee meisjesfiguren, Gracie, die op het moment dat het verhaal begint, 12 jaar is, en waarvan je kunt merken dat ze de wat oudere Douglas wel zou zien zitten, en Douglas' dode moeder. Misschien zou het wel fijn zijn om toch iets meer over Gracie of over Douglas' moeder te weten te komen, hoewel we doorheen het verhaal wel een serieuze inkijk krijgen op hoe erg Douglas op zijn moeder lijkt. Hij is gevoelig, bang voor water, en leest veel. We zullen hem ook weten reflecteren over het hoe en waarom hij aan het Front aanwezig is.

"Als ik er niet meer ben" speelt zich af in de Schotse Hooglanden en in Frankrijk aan het front. Het trainingskamp voor de soldaten naar het front vertrekken, bevindt zich in Engeland.

Beau Charlotte schrijft zeer levendig, en laat je als het ware zien wat ze schrijft. Dat maakt dat ik dit gruwelijke verhaal zeer graag gelezen heb. Ze werkt haar personages zeer goed uit, ook al laat ze alleen maar de omgeving van Douglas aan het woord, met Kapitein Lewis als favoriet van Douglas. Maar wie is hij? Ook dat komt mooi naar voor, zonder dat het tranentrekkerig wordt, ook als er iets naar boven komt dat de Kapitein liever anders had gezien.

Saving Private Ryan: de film van Steven Spielberg in boekvorm voor jongeren

Net dat laatste maakt dat ik toch wel een beetje op mijn honger bleef zitten, want over dat kantje wordt verder niets meer gezegd, of wordt niet meer verder uitgewerkt. Dat vind ik wel jammer. Ik blijf hier bewust vaag, want ook dat laat zien hoe Beau Charlotte haar personages body meegeeft. Ook had ik tijdens het lezen meermaals het gevoel dat dit boek de boekvorm van "Saving Private Ryan" is: boordevol actie, die ik als ik een film kijk niet snap, of niet snap waar alles vandaan komt omdat je in films tempo MOET maken om alles in twee of drie uur verteld te krijgen.

In "Als ik er niet meer ben" had ik dat gevoel niet heel erg: er is tijd om te herlezen, en om mee te leven met wat de personages overkomt. Daardoor is dit boek ook echt "een boek aan het front" en is het dat wat je krijgt. Het begin van het boek maakt dat je wel goed de achtergrond van Douglas meekrijgt. Dat hij samen met Lachlan Gray naar het front trekt is goed voor hen beiden. De nevenfiguren als Richard, Francis en Jonathan (Jonny) krijgen mee dat ze Engels zijn, en (dus) wat snobistisch. Maar ook dit gegeven kan dit oorlogsverhaal goed dienen, en past uitstekend bij het verhaal.

Tom Hanks en Michael Morpurgo

Voor mensen die "Saving Private Ryan", de film uit 1998 van Steven Spielberg met Tom Hanks als hoofdpersonage zagen en daar graag eens een boek voor jongeren bedoeld over zouden willen lezen is "Als ik er niet meer ben" uitstekend leesvoer. Voor mensen die meer houden van de boeken van Michael Morpurgo kan dit boek ook fijn zijn.

Als ik er niet meer ben / Beau Charlotte.- Hasselt : Clavis, 2020.- 200p.- ISBN 978 90 448 3915 9

maandag 16 mei 2016

Rollercoaster met een ongeloofwaardig kantje dat vlot vergeven wordt: De Verwanten door Guido Bottinga

Luka woont bij haar tante Jeanne in Den Haag. Ze is bijna 18, en ze heeft haar ouders al een tijdje niet meer gezien. Dat komt omdat Luka vindt dat haar eigen levensstijl en visie mijlenver uit elkaar liggen met hoe haar ouders in het leven staan. Haar vader is voetbalmakelaar, haar moeder werkt in de modebranche. Ze verdienen bakken geld, en hebben een buitenverblijf/villa in Frankrijk en eentje in Zwitserland. Luka weet dat ze dit soort leventje niet wil. Ze wil literatuur studeren in Engeland.

Dat heeft grotendeels te maken met William, een negentienjarige student uit Engeland, met wie ze vorig jaar een kort iets had op een Franse camping. Voor de lezer blijft het lang onduidelijk wat er precies tussen hen is gebeurd, en Bottinga weet er de vijandige sfeer tussen William en Luka grondig in te houden. William is op doorreis naar België om onderzoek te doen naar de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek, en hij wil Luka graag weer opzoeken op doorreis. Van het ene ogenblik op het andere besluit Luka dat ze met hem zal meegaan naar Ieper. Haar tante geeft haar een roodfluwelen doosje mee met een aantal brieven in. Wat Luka daarmee aan moet, wordt duidelijk doorheen het boek, vormen een prachtig geheel en maken het verhaal helemaal af.

Het lettertype van deze brieven is echter bijna onleesbaar: het computerlettertype roept voor geen meter een mannenhandschrift uit de tijd waarin de brieven geschreven werden, zijnde 1915. Misschien ligt het aan mij, maar ik word er een beetje triest van. Het vraagt wat werk meer, maar de brieven echt laten schrijven zou de authenticiteit ervan, zeker in dit boek – de 19jarigen van toen zijn er al lang niet meer, dat weet deze boekenfreak ook wel – ten goede komen. Maar er moet toch iemand van, laten we zeggen, een jaar of 80 bereid gevonden zijn om zijn handschrift nog eens boven te halen, en om de brieven van “Julius” te schrijven?

Nederland/België

in 2014 was het 100 jaar geleden dat Wereldoorlog I uitbrak. Het was  ook het jaar waarin dit boek verscheen.  Je kon je er in België niet omheen en jongeren verzuchtten weleens dat ze de veelheid aan boeken rond WOI een beetje moe werden. Daar kon ik als helpende volwassene best inkomen, anderzijds is de oorlog wat hij was, en “vernieuwend” zijn in dit thema niet zo eenvoudig. Er wérd hard gevochten in de Westhoek, en we hadden het zwaar.

Dat een Nederlandse auteur net over de streek rond Ieper zijn verhaal spint, verrast echter wel aangenaam, al had ik – ik weet er niet precies de vinger op te leggen hoe dat zo kwam, misschien net omwille van de veelheid aan boeken van Vlaamse auteurs over dit thema – er zeker in het begin een beetje moeite mee. Maar Bottinga wist me aangenaam te verrassen.

Luka en William

Luka is eigenwijs, en met haar eigen ideeën en opvattingen vormt ze op dat gebied een herkenbaar personage voor het doelpubliek. Ze is geloofwaardig en maakt een interessante evolutie door: als lezer zie je haar doorheen het verhaal groeien en volwassen worden. Ze volgt haar eigen ideeën en dromen.

William vormt op dat vlak een mooi contrast met Luka. Hij is rustiger, minder impulsief en biedt Luka de stabiele basis die bij haar ontbreekt. Hij geeft me ook veel minder het gevoel dat hij uit de pen van een auteur is gevloeid. Je voelt echter wel dat er voor hun trip naar Ieper dingen zijn gebeurd tussen hen, die het er nu niet makkelijker op maken. De personages praten een ietsje teveel naar hoe de auteur ze beschrijft, en hij houdt op dit gebied de touwtjes een beetje te strak in handen, waardoor de personages, en zeker Luka, een beetje naturel verliezen. Dit komt des te harder naar voor wanneer Luka Ann ontmoet. Zij is een lerares uit Engeland, die met haar school een bezoek brengt aan Ieper en de Last Post wil bijwonen. Bottinga laat het uitschijnen alsof Luka in Ann een stuk wrakhout vindt waaraan ze zich wanhopig vastklampt… Alleen: ze kent haar amper twee dagen, als het al zoveel is.

De lezer wordt meegesleurd

Bottinga sleurt de lezer vanaf bladzijde één in het verhaal en laat hen ook niet meer los, ook niet als het verhaal hier en daar ongeloofwaardig wordt (wat meermaals gebeurt, helaas, kijken we maar naar de relatie tussen Ann en Luka, of wat er in Ieper op het marktplein gebeurt– en nee, waarover we u verder niets gaan vertellen, want “De Verwanten” verdient nog steeds alle aandacht en lof, al zijn wij dan weer ook zo eigenwijs ervan te vinden wat we vinden.) Dat begin begint in een cel in 1917, waar een onbekende soldaat wacht op zijn executie.  

Cover

Na het lezen van “De Verwanten” valt er over de cover heel wat te zeggen. In eerste instantie geeft hij niets prijs over hoe het verhaal zal lopen, en dat is voor gretige lezers zeker een pluspunt.  Na het lezen is er wel onmiddellijk de link met het verhaal, maar in die link zit weinig diepgang. Dit verhaal vraagt om meer en geeft ook de mogelijkheid om meer uit de cover te halen. Enkel op basis van de cover zou ik het boek nooit gekozen hebben.

Al moet ik wel zeggen dat ik wel nieuwsgierig was naar wat “Guido Bottinga” nadat ik van hem voor 6+ “Een zusje uit een vliegtuig” – een verhaal over adoptie uit China -  gelezen had, mij te vertellen had met deze kanjer. Weer in een historische roman over de Eerste Wereldoorlog.

Maar dit is geen gewone historische roman. Dit is een verhaal van nu dat zich afspeelt tegen het historische kader van toen, en met een erg geloofwaardig magisch realistisch kantje. Ik, totaal voeten op de grond, was helemaal ondersteboven van zoveel geloofwaardigheid. Een verhaal dat me geen seconde verveelde. Prachtig.

Sfeer

De auteur is een meester in sfeerschepping. Hij schetst de historische passages op zo’n manier dat ze voor je ogen terug tot leven komen en je het gevoel krijgt er zelf deel van uit te maken. Het was lang geleden, maar Guido Bottinga is erin geslaagd me tijdens het lezen kippenvel te bezorgen. Ook hoe hij zijn verhaal in Ieper “zet” doet je zin krijgen om zelf een kijkje te gaan nemen.

En dan nader je het einde van zo’n aangrijpend en moeilijk weg te leggen boek. Ik beken: ik heb erg lang gedaan over de laatste dertig bladzijden. Ik wilde zo graag weten hoe het verhaal zou aflopen maar ik wilde tegelijkertijd geen afscheid nemen van de personages. Dit is een boek dat me erg lang zal bijblijven.

Ik ben niet erg onder de indruk van de titel. Hij is vrij doorsnee en wekt ook geen nieuwsgierigheid op. Maar de hoofdstuktitels, en de titels van de proloog en epiloog in het bijzonder, vielen des te harder op. Geweldig hoe Bottinga de proloog verbindt met de epiloog door middel van hun titels en zo het verhaal als een cirkel voltooit. Na het lezen wordt de titel wel zeer duidelijk, en zou het erg zijn mocht dit boek anders heten.

Vlot lezend verhaal


De schrijfstijl van de auteur zorgt voor een duidelijk en compleet beeld van het verhaal waardoor je als lezer geen moeite hebt je mee te verplaatsen in het decor. Daardoor blijft het hele verhaal overzichtelijk, ondanks de flashbacks, en leest het vlot. Ik heb geen moment het gevoel gehad dat ik me door een kanjer van een dikke 400 bladzijden moest worstelen.

De verwanten / Guido Bottinga.- Rotterdam : Lemniscaat, 2014.-412p.- ISBN 978 90 4770 673 1.- 14+

Deze recensie werd geschreven in een vlotte samenwerking met Valerie Vaes, en ze verscheen eerder dit jaar op de website van De Leesfabriek. Enkele zinnen zijn lichtjes aangepast om de leesbaarheid ervan te verhogen.


zondag 30 november 2014

Lieve, krachtige Rosalie, misschien zou ik je moed inspreken...

"Wat niemand weet” is het tweede deel van het portret dat Karen Dierickx begon in “De mooiste zomer van mijn leven” over Rosalie. In het eerste deel gelooft  nog niemand dat het echt oorlog zal worden. Er is wel een constante dreiging aanwezig. Rosalie gelooft dat ze aan zee de mooiste zomer van haar leven zal meemaken. Ze wordt er verliefd, op haar Duitse buurjongen Friedrich. Hun liefde is wanneer Wereldoorlog I voor de deur staat, echter niet vanzelfsprekend, en dat beseffen Rosalie en Friedrich zeer goed. Beiden blijken echter al gauw naïef te zijn geweest.

In het tweede deel “Wat niemand weet” is Wereldoorlog I in al zijn kracht aanwezig. Rosalie is vertrokken uit het huis aan zee, en heeft Princesse, de Afghaanse windhond waarvoor ze moest zorgen aan zee, meegenomen. Ze wil naar huis, en na wat omwegen komt ze daar ook terug aan. Ze wordt er niet met open armen ontvangen, en de sfeer is eerder vijandig te noemen. Algauw besluit Rosalie, in samenspraak met haar moeder, om voor de vrouw van de notaris te gaan werken. Madame Alixe is rijk en woont in een huis met paarse ramen. Samen met Princesse mag ze blijven, en Madame Alixe en zij hebben algauw een hechte band.
Intussen woedt de oorlog verder, en komt hij steeds dichterbij. En dan wordt ook Madame Alixe gedwongen om ingekwartierde Duitse soldaten bij haar te laten wonen. Dat is de start van een woelige periode in de oorlog voor Rosalie, want plots staat ze weer oog in oog met Friedrich, die als bij toeval, zo lijkt het, in hun huis moet wonen. Maar hij en Rosalie zijn in eerste instantie bijna vijanden geworden voor elkaar. Want de Duitsers, die zijn slecht. Dat wordt almaar duidelijker. Na een aantal verdere gebeurtenissen komt Madame Alixe’s schoondochter Berenice ook in het huis met de paarse ramen wonen, en dan raakt Rosalie betrokken bij gevaarlijke praktijken die gericht zijn tegen de Duitsers.

Dat is in de gegeven omstandigheden, waarbij het een tijdje duurde, maar waar Rosalie en Friedrich elkaar toch terug konden vinden in de liefde, nog veel gevaarlijker.

“Wat niemand weet” begint met een proloog, waarin Rosalie aan haar ongeboren kind vertelt waarom ze zit opgesloten, en wacht op haar dood. Deze proloog doet enigszins denken aan Jean-Claude Van Ryckeghem en Pat Van Beirs “Galgenmeid”.
Dit tweede deel is nog krachtiger dan “De mooiste zomer van mijn leven”, en Karen Dierickx bewijst dat ze op het gebied van Wereld Oorlog I niet meer opzij te zetten is als auteur. Zij en historica Aline Sax bewezen al meerdere malen dat ze op het vlak van geschiedenis en met verschillende verhalen rond Wereld Oorlog I en II, vooral aan jongeren,  periodes tot leven weten te wekken op een krachtige manier, zodat deze periodes niet vergeten worden.

Karen Dierickx laat haar Rosalie Schoonvliet doorheen de boeken duidelijk groeien, maar ze behoudt voor een deel een naïeve kant, die haar onvergetelijk maakt. Haar leven is dankzij Friedrich zeer mooi, maar ook zeer pijnlijk. Want er is altijd de bedreiging dat waar Rosalie en Berenice mee bezig zijn, ontdekt zal worden. Bovendien ontdekt Berenice dat Rosalie iets heeft met Friedrich. En Berenice is niet bereid om iets goed te zien in een Duitser. Ze bezetten Vlaanderen!
Dat de focus in zowel “De mooiste zomer van mijn leven” als in “Wat niemand weet” een andere kant dan die van het front laten zien is positief te noemen. Voor jongere kinderen vanaf een jaar of elf schreef Karen Dierickx ook al “De Grote verliezer”, waar de focus lag op hoe kinderen de oorlog zien.

Het nadeel van een verhaal in twee delen, en zeker de boeken over Rosalie, is dat je om helemaal mee te zijn, maar beter ook “De mooiste zomer van mijn leven” gelezen hebt. Personages werden in dit eerste deel in hun karakter en wie ze zijn, gevormd. Dierickx schetst in “Wat niemand weet” nog wel minimaal wat Rosalie is overkomen in “De mooiste zomer van mijn leven”, maar als lezer mis je toch de finesses als je niet eerst “De mooiste zomer van mijn leven” gelezen hebt. Niet in het minst de belangrijke rol die een huisdier voor twee mensen kan spelen. En de liefde, die altijd belangrijk is. Ook in barre oorlogstijd.

Na het lezen van “Wat niemand weet” bekruipt me ook het gevoel dat ik maar weer eens een vergelijking moet maken met de “prestigieuze” televisiereeks “In Vlaamse Velden”, die in januari dit jaar, tien weken lang te zien was op Eén.

Weer bekruipt me dan het gevoel dat ik alle dingen die daar aan bod kwamen (jawel, ook de liefde tussen Marie en een Duitse ingekwartierde soldaat in een dokterswoning), het willen verpleegster worden, en tegenkanting krijgen van een vader, die een populaire dorpsdokter is, veel beter vond in boeken dan op televisie.
Deze elementen kwamen op een veel meer doorvoelde manier aan bod in “Iedereen bleef brood eten” van Do Van Ranst en in de boeken van Karen Dierickx. 
Dat is misschien wel wat me aan “In Vlaamse velden” stoorde: ik geloofde voor het overgrote deel niet wat ik zag, hoewel ik wel geloofde in de liefde tussen Marie Boesman en haar Duitse soldaat.
Maar het maakt te weinig goed, in tegenstelling tot "Iedereen bleef brood eten", "De mooiste zomer van mijn leven" en "Wat niemand weet". 
Wat niemand weet / Karen Dierickx.- Hasselt : Clavis, 2013.- 321p.- ISBN 978 90 448 2063 8 - 14+

zaterdag 29 maart 2014

Wereldoorlog I door kinderogen

Karen Dierickx schreef met ‘De Grote verliezer’ haar derde boek tegen de achtergrond van Wereldoorlog I.  Eerder verschenen voor young adults al ‘De mooiste zomer van mijn leven’ en het vervolg daarop ‘Wat ik nog weet’, over Rosalie, die bij een rijke familie aan de slag gaat als “kindermeisje” voor de hond des huizes. ‘De Grote verliezer’ is een boek voor 11+’ers.

Margrietje Gaublomme is elf, wanneer het verhaal in 1914 begint. Zij zal de lezer meenemen in hoe zij de oorlog beleeft. Haar broertje is in de tijd voor de oorlog uitbreekt, “een sterretje aan de hemel geworden”, hij was zeven. Margrietje voelt zich hierover erg schuldig, want haar ma had haar gevraagd om op hem te letten.
Samen met haar vader, moeder, en haar tweelingbroers Wannes en Oliver, probeert ze over het verdriet om Basiel heen te komen. Met haar moeder kan ze over haar gevoelens moeilijk praten, maar gelukkig is haar vader er in die dagen nog om haar tijdens een partijtje vissen in te prenten dat het niemands schuld is, dat Basiel overleden is, dat zo’n dingen nu eenmaal gebeuren.
Ondertussen wordt Margrietjes moeder almaar dikker. En plots is daar Jutta, hun babyzusje. Waar komt zij vandaan, en woont zij nu in plaats van Basiel bij hen? Margrietje en haar broers snappen er niets van.
Hier ligt de kracht van 'De Grote verliezer'. Margrietje is echt een kind uit haar tijd. Kinderen werd niets gezegd, en al zeker niet over waar de kinderen vandaan kwamen. Ze hebben allemaal wel eens iemand zien zoenen, maar verder reikt hun weten niet. Zo komt het ook dat we de oorlog, of wat daarmee te maken heeft, slechts meekrijgen door de ogen van Margrietje. In een wereld die niet groter is dan hun huisje op de dijk, ma, va, Wannes en Oliver en Jutta; bij een dorpje vlakbij Sint-Niklaas. Daar wat kennis van de streek voor nodig, want waar Margrietje echt woont, wordt niet benoemd.
Wanneer hun vader wordt opgeroepen om te gaan vechten, begint de oorlog ook voor de kinderen Gaublomme. Al gaat hun leven in eerste instantie gewoon door. Er wordt naar school gegaan; op klompen en schoonschrift is nog een schoolvak. Ook op school is de oorlog voelbaar: meester Sidon probeert hen uit te leggen via de landkaart waar er gevochten wordt. Ook waarom er gevochten wordt kan je lezen in ‘De Grote verliezer’.
Dat mensen uit België op de vlucht sloegen voor de oorlog, naar Nederland, komt uitvoerig aan bod. Ook Margrietje en haar familie slaan op de vlucht. In het boek is dit een periode van drie dagen, vol angst en elkaar letterlijk kwijtraken.
Karen Dierickx houdt zich de doelgroep van elfjarigen goed voor ogen. Ze schetst een helder beeld over het leven van een heel gewoon gezin anno 1914. Verschillen in rangen en standen komen ook duidelijk over. De familie van Margrietje woont in een huisje op de dijk, en er wordt gekookt op de stoof. Madeleine, de dochter van Meester Ogiers, de leraar van Wannes en Oliver, beschikt thuis een echte keuken, met tegeltjes aan de muur en een fornuis en twee spoelbakken.

De Grote Oorlog waart dan wel doorheen het hele boek, er is ook tijd voor kattenkwaad, al is dat voor Margrietje enigszins anders. Zij heeft van haar vader voor hij vertrok om jaren weg te blijven, de taak gekregen om wat op haar broers te letten, die de oorlog heel anders meemaken dan zij. Waar Margrietje probeert een verantwoordelijke zus te zijn, blijven haar broers echte kleine jongetjes, oekedoelekes – kikkervisjes zoals Margrietje hen soms noemt. Maar omdat ze zich verantwoordelijk voelt, loopt ze bijna tegen “De dodendraad” aan: een kilometerslange versperring van prikkeldraad onder stroom, om de grens tussen Vlaanderen en Nederland op die plek aan te duiden en te bewaken.
Waar “In Vlaamse velden”, de één-serie die nu twee weken achter ons ligt, beter de keuze had gemaakt om OF rond de oorlog – in hun geval aan de IJzer – een reeks maken, OF het verhaal vertellen van de familie Boesman, en hoe zij in Gent de oorlog meemaken – maakt Karen Dierickx die keuze wel.
Zij vertelt resoluut een verhaal van mensen wiens echtgenoot en vader moet gaan vechten, maar verder trekt Dierickx de kaart van de familie die achterblijft. Wat de familie wel weet, na een lange periode van bang wachten op nieuws van hun vader, tot hem gaan zoeken in Nederland toe, is dat hij krijgsgevangen werd genomen in Duitsland.
Haar boek omspant twee jaar van de oorlog, wat voor een open einde zorgt. Hun vader had zijn familie gezegd rond Kerst 1914 weer thuis te zijn, zoals zovelen die dachten dat de oorlog snel voorbij zou zijn. ‘De Grote verliezer’ eindigt met oudjaar 1915.
De Grote verliezer / Karen Dierickx.- Sint-Niklaas : Abimo, 2013.- 350p.- ISBN 978 94 6234 29 9 11+

zondag 28 juli 2013

Iedereen bleef brood eten / Do Van Ranst


We vertellen niets nieuws als we zeggen dat Do Van Ranst iemand is die eigenlijk niet in een hokje te plaatsen is. Want met boeken als “Morgen is hij weg”, voor jongere kinderen vanaf een jaar of acht, kan hij veel lezers bekoren. “Mijn vader zegt dat wij levens redden” gaat over een meisje dat op een gevaarlijke plek woont, voor veertienplussers. Dit boek wordt momenteel verfilmd. En wie kent Dina niet? Het flitsende meisje in een toffe buurt, met de goeie vrienden en vriendinnen, en gek op toneelspelen.

Ja, na zijn debuut “Boomhuttentijd” uit 1999 bleek al dat Van Ranst absoluut geen toeval zou blijven.
Met “Iedereen bleef brood eten” schrijft hij een boek over WOI. In 2014 zal het begin van De Groote Oorlog 100 jaar geleden zijn. Voor onze grootouders is hij misschien nog iets minder ver weg als ze jong zijn: ze maakten WOII van dichtbij mee.

Wat weten wij eigenlijk over WOI? Do Van Ranst gaat in op hoe drie jongeren, Kamiel, Simon en Nelle zich met jeugdig enthousiasme in de oorlog storten, waarvan ze denken dat hij heel erg snel voorbij zal zijn. Het draait echter anders uit, en de oorlog tekent hen. Nelle werkt als verpleegster aan het front, en Simon en Kamiel vechten in de loopgraven.
Do Van Ranst focust op het leven van Nelle, Kamiel en Simon. Kamiel is de beste vriend van Simon, en Nelle is Simons lief. Het begin kan wel verwarrend zijn omdat je als lezer onmiddellijk meerdere verhaallijnen moet volgen. Maar langs de andere kant kom je ook te weten hoe beide hoofdpersonages de oorlog zelf ervaren en wat hun kijk erop is. Dit is één van de meest, voor mij persoonlijk, interessantste dingen aan het boek: de oorlog is voor iedereen verschillend en wordt door iedereen op een andere manier bekeken.
Door die wisselingen blijft het verhaal ook steeds ongemeen boeiend.

Van Ranst schrijft levendig, en zijn personages worden in geen tijd moeilijk te missen mensen, ook voor lezers van nu.
De oorlog is donker en zwart en er is weinig moois te zien op de slagvelden en in de loopgraven. Maar ook in die verschrikkelijke oorlog is er liefde. Liefde is namelijk overal. Door de liefde tussen Nelle en Simon te beschrijven, zorgt Do Van Ranst ervoor dat het boek een stuk minder zwaar is en zeer leesbaar voor jongeren.

Nelle en Simon vertellen elk om de beurt hoe hun leven eruit ziet in tijden van oorlog. Simon vertelt over zijn leven thuis, de angst van zijn ouders, de mogelijkheid tot vluchten naar Nederland en hoe hij zich dan uiteindelijk toch opgeeft om mee te gaan strijden. Nelle vertelt op haar beurt hoe zij ervoor kiest onmiddellijk iets te doen. Ze gaat als verpleegster werken in een veldhospitaal en krijgt de gruwelijkste kant van de oorlog te zien: mannen zonder ledematen, mannen zonder gezicht of mannen die gewoon niet meer te redden zijn.
Do Van Ranst is er in geslaagd een boek te schrijven dat zowel door jongeren als door volwassenen gelezen moet worden en dat zeker niet mag ontbreken op de stapel van historische romans over de eerste wereldoorlog.

Iedereen bleef brood eten / Do Van Ranst.- Wielsbeke : De Eenhoorn, 2013.- 448p.- ISBN 978 90 5838 843 8 - 15+

(deze recensie was een samenwerking met Valerie Vaes en verscheen onder iets andere vorm eerder op De Leesfabriek) 

dinsdag 27 december 2011

De mooiste zomer van mijn leven / Karen Dierickx

Juni 1914. Rosalie werkt als kindermeisje bij Madame Lily en Meneer Jean-Paul. Op een dag wordt ze echter bij hen ontboden, en ze vreest dat ze niet langer meer voldoet als kindermeisje. Dit is echter totaal niet waarvoor Madame Lily haar laat roepen: wel om samen met haar en met Princesse, het “kind” waarvoor ze moet zorgen, zijnde de hond van mevrouw, drie maanden vakantie aan zee door te brengen. Rosalie is meteen enthousiast, ze is nog nooit aan zee geweest, en ze kent ze alleen van verhalen. Ze is er algauw van overtuigd dat ze de mooiste zomer van haar leven zal beleven. Maar België zindert, Wereldoorlog I staat op het punt uit te breken.
Wat volgt, is een warm zomers verhaal, met echte vakantiesfeer, hoewel Rosalie natuurlijk wel voor Princesse moet zorgen. Zij is een Afghaanse windhond, en Madame Lily wil dat zij elke dag geborsteld wordt, na haar wandeling. Rosalie ontdekt wat het is om verliefd te worden, maar kan dat helemaal niet plaatsen. Waar komen al die mieren in haar bloed vandaan, als ze Friedrich, een knappe Duitse jongeman, in de duinen voor het eerst ontmoet? Haar Tante heeft haar meermaals op het hart gedrukt dat ze maar best ver van de jongens kan blijven, ze zijn gevaarlijk.

Samen met Ernestine en Noëlla, een babbelziek meisje dat eveneens in de vakantievilla aan zee werkt Rosalie voor de mensen die in Villa Aurore hun vakantie doorbrengen. Behalve Madame Lily maken Meneer Victor, Madame Louise en Meneer Edgard, Rosalies vakantie compleet. Al komt vooral meneer Edgard slechts sporadisch in het boek voor. Maar als hij dan al in het boek voorkomt, dan wel meteen grondig, want meneer Edgard schildert Madame Lily…

Karen Dierickx schetst een levendig portret van een meisje dat instaat voor de zorg van een hond van rijke mensen in 1914, voor jongeren van nu. Echter zonder te vergeten dat haar ze haar verhaal bijna 100 jaar geleden situeert. Verliefd zijn doe je dus niet halsoverkop, en zoenen in het openbaar is onzedig. Ook je eigen lichaam zie je best niet bloot, tenzij je dat later gaat biechten in de kerk. Kindjes komen van een kindjesboot, is wat Rosalie altijd is voorgehouden. Hierom wordt ze door Noëlla ronduit uitgelachen: niet iedereen werd “dom” gehouden. Noëlla mag dan al een beetje een viswijf genoemd worden, dom en onwetend is zij zeker niet. Dierickx trekt alle registers open. Rosalie mag dan al totaal onwetend zijn, zelfs op het naïeve af, ze ontdekt haar lichaam wel, als ze merkt dat ze verliefd is op Friedrich. Tot ze hem met een meisje ziet, en het liefst nooit meer aan hem wil denken, en ze probeert hem zoveel mogelijk te ontlopen. Friedrich snapt er echter niets van: zijn Schwester heeft hulp nodig, en dus biedt hij haar die. Maar Rosalie weet helemaal niet wat Schwester wil zeggen. Dit ontlokt de lezer een gevoel van medeleven met het prille koppeltje, en je kunt niet anders dan het niet-begrijpen van de Duitse taal van Rosalie uit, vergeven: “Wat wil Schwester zeggen?” Al is het voor Rosalie niet zo vanzelfsprekend om dat aan Friedrich te vragen. Dierickx weet bovendien verduiveld goed te beschrijven hoe het is om als jong meisje verliefd te zijn.

Aan het eind van elk hoofdstuk creëert Dierickx een dreiging: als Rosalie het huis van Madame Lily en Meneer Jean-Paul verlaat, zal ze haar tante nooit meer terugzien, maar dat weet ze dan nog niet. Of er beweegt aan het eind van een hoofdstuk een deurknop, die de lezer dwingt tot verderlezen. Ook de dreiging van de Eerste Wereldoorlog, die steeds dichterbij komt, is altijd aanwezig.

Het geluk tussen Rosalie en Friedrich is van korte duur, als de oorlog daadwerkelijk uitbreekt, en Duitsland de oorlog verklaart aan België. Dan is het nog minder vanzelfsprekend dat Rosalie en Friedrich verder kunnen gaan, samen.

Ook Meneer Victor is niet te vertrouwen, zoals Rosalie maar al te gauw zal ontdekken. Het mag dan al een mooie jongen zijn, van wie Rosalie denkt dat hij de liefde van haar leven zou kunnen zijn: niets is wat het lijkt.

Karen Dierickx schreef met “De Mooiste zomer van mijn leven” een heel ander verhaal dan haar eerste boek “Een teken van leven”, dat zich afspeelde in Brazilië, en over kindslaven gaat. In die zin staat “Een teken van leven”misschien verder van de lezers af, en komt “De mooiste zomer van mijn leven”,ook al is Wereldoorlog I straks 100 jaar geleden, dichterbij de lezers, temeer omdat dit boek in België speelt, en Wereldoorlog I net in België ongemeen hard was. Al komen de gruwelen van deze oorlog nog niet aan bod in “De Mooiste zomer van mijn leven”. Het blijft gewoon een erg mooi, zeer levendig portret van een meisje dat met vallen en opstaan de liefde ontdekt, en weer moet loslaten. Jammer dat het boek nog een vervolg krijgt. Het boek eindigt letterlijk met“wordt vervolgd.” Ik hou niet van wachten, en ik wil maar wat graag weten hoe het Rosalie verder vergaat, nadat ze samen met Princesse het huis uitgaat. Alle andere leden van de familie vluchten halsoverkop naar Engeland. Rosalie beslist dat ze terug naar haar ouders wil.

Zelfs de cover van dit boek is zorgvuldig gekozen. Clavis-covers mogen dan al een beetje eenheidsworst zijn, met in grote kapitalen en witte balken, groot gedrukt de titel, met in schrijfschrift letters de naam van de auteur, de poppies, zoals te lezen in het gedicht “In Flanders Fields”, sieren niet toevallig de cover van dit boek.

De mooiste zomer van mijn leven / Karen Dierickx.-Hasselt: Clavis, 2011.- 148p.- ISBN 978 90 90448 1606 8 - 13+

donderdag 17 mei 2007

Met huid en haar / Marita De Sterck

De ouders van Joppe gaan een weekje op vakantie. Joppes overgrootvader (jawel, de grootvader van zijn vader) over een halfjaar honderd, heeft een verkoudheid. Joppe werkt voor school, en gaat met zijn klas en de rest van de school een vredesbetoging doen, met een "auditief bombardement". Plannen, samen met Tobias en Alya, die ook tijd vraagt. Maar dan wordt Tist echt ziek, en zit Joppe aan hem gebonden. Hij zorgt voor hem, en blijft 's nachts zelfs bij hem slapen. En Tist vertelt... Over vroeger, maar hetgeen echt verteld moet worden, komt wel heel erg laat...
Pracht van een boek, het gaat heel erg diep, en daar moet je echt wel voor zijn. Het verbloemd niks, het is echt.

Met huid en haar / Marita De Sterck.- Amsterdam : Querido, 2003.- 232p.- ISBN: 90-451-0147-5