woensdag, juli 23, 2008

Om acht uur bij de Ark / Ulrich Hub ; Jörg Mühle

Ergens op de wereld, is een plek vol sneeuw en ijs, en ijs en sneeuw, zover je kunt kijken. Wanneer je echter beter kijkt, ontdek je tussen alle sneeuw en ijs, drie figuurtjes op. Kijk je nog beter, dan merk je dat het drie pinguïns zijn: twee grote en een kleinere. Pinguïns stinken. Naar vis. (En ze kunnen ook niet vliegen, maar dat weten we al uit “Lodewijk, de koningspinguïn”) Eigenlijk doen deze pinguïns niets liever dan ruziemaken. Op een dag gebeurt er iets, daar in de sneeuw- en ijsvlakte: iets wat het leven van de pinguïns voor altijd zal veranderen…
Wat het leven van de pinguïns voor altijd verandert: ik laat het graag voor de “nog niet- lezer” van dit boek liggen. Grappig boek, maar af en toe wat mij betreft toch wel heel erg belerend. Over houden van, en over ruziemaken, dat dat eigenlijk toch tot niets leidt.
Dit boek is ook echt een hervertelling van het ark-verhaal van Noach uit de Bijbel, daar kun je in dit boek geenszins om heen: het gaat regenen, erg lang regenen, een boodschapper die dit nieuws komt brengen, … Alle dieren zijn vertegenwoordigt, zelfs tot en met de vredesduif (alleen wordt ze hier niet zo aangeduid: ze is “de duif”. Zij weet dat ze iets vergeten is, en ze vindt dat ze op de ark veel te hard moet werken. De pinguïns in dit verhaal zorgen echter mee voor een uiterst grappige noot en ze worden hier beschreven als een beetje dommig. Hoewel: zij zijn tegen alle regels in te laat op de boot gestapt, zoals altijd: pinguïns komen ALTIJD te laat. Nu hebben zij daar echter een erg goeie reden voor…
Mooi boekje als geheel, maar weinig vernieuwend. In dit geval voelt dit voor mij zeker niet aan als “ouderwets” of voorbijgestreefd. De boodschap van vriendschap en liefde voert de boventoon.Om 8 uur bij de Ark / Ulrich Hub en Jörg Mühle ; vert. Tjalling Bos.- Rotterdam : Lemniscaat, 2008.- oorspr titel: An der Arche um Acht.- 72p.: ill.- 978 90 477 0019 7

dinsdag, juli 22, 2008

De baas van alles / Bart Moeyaert ; Katrien Matthys

In dit boek op reuzenformaat krijgt de lezer verschillende verhalen met dieren in de hoofdrol voorgeschoteld. Verwacht echter geen “verbambisering” van hen, zoals ze dat in de Zoo van Antwerpen zo mooi zeggen: een kat blijft een kat, een hond een hond, etc. Wel krijgt de lezer wat hun gedachtegang zou kunnen zijn, en praten ze onderling wel met elkaar. We vinden de hond terug, vastgebonden aan een boom. Wanneer de kat hem vindt, vindt zij dat hij wat moet doen aan de manier waarop hij is. Maar je merkt als lezer – knap! – op dat een hond een hond is, die een baas nodig heeft om te functioneren, en dat een kat enkel haar eigen zin doet. Toch is het in dit boek de kat die wat mij betreft de bovenhand haalt, die volgens mij het hoofdpersonage in dit boek is. Nergens worden de dieren infantiel, ook de hond niet, die maar moet zien te overleven, vastgebonden aan een boom, huilend naar de maan bij nacht. Heeft de mot een baas? De uil? Je merkt op dat elk dier – hoe klein ook, zijn eigenheid heeft. Wat de kat wel hoopt, is dat ze niet te erg op een vos lijkt.
Heel knap boek, maar het opzet ontgaat me een beetje. Dit boek lijkt meer op een gadget dan op een boek, een boek dat je wilt lezen. De tekeningen en de tekst zijn meesterlijk, daar valt niets over te zeggen, maar het “glow in the dark”-principe hoefde niet. Dat je nachtverhalen en dagverhalen hebt: mooi zo. Maar wat mij betreft kon dit evengoed zonder alle liflafjes als lichtgevende inkt wanneer het donker is. Wat trouwens ook maar ten dele lukt. Het lezen in het donker? Je ogen gaan er van gloeien, omdat je moet priegelen. Wanneer je de witte bladzijden leest bij licht, worden de letters algauw wazig, en de donkere uitklappagina’s zijn hetzelfde lot beschoren. De praktische leeservaring is ook niet zo positief: omdat je de bladzijden moet uitklappen moet je zo voorzichtig zijn om de bladzijden niet te scheuren, dat het lezen soms vergeten wordt. En dat is jammer. Maar laten we het erop houden dat “De Baas van alles” gewoon een knap geheel in tekst en illustraties vormen, en de vorm voor het overige vergeten?
De Baas van alles / Bart Moeyaert ; Katrien Matthys.- Antwerpen : Manteau / De Harmonie, 2007.- 60p.: ill.- 978 90 223 1954 3

zondag, juli 20, 2008

Griezelen! Hoera!

Ik lees met graagte momenteel "De Griezelbus 6" van Paul van Loon. Ergens in mijn achterhoofd rinkelt heel zacht een belletje: "geniet ervan, 't is het laatste boek". Zondagmiddag, ik hang een beetje rond op het net, en op de site van van Loon. In het gastenboek, op de een of andere verre pagina van 2008 lees ik zowaar van de beheerder: "de griezelbus 7 is voor september". Hoera! Zo zie je maar weer: 't is niet omdat je graag "literaire boeken" leest, of dat je als volwassen veellezer al veel hebt gelezen en gewend bent, je andere dingen uitsluit... Leve de zombies en de weerwolven! Maar dat zei ik ook al eerder...

Jani Kekke en de blauwe dagdromer / Lisa Boersen ; Linda Groeneveld

Jani Kekke is erg goed in mensen in slaap strooien. Op een keer maakt hij echter een fout, en valt de koningin voor 100 jaar in slaap… Jani Kekke zoekt hulp van Tim, die helemaal blauw is, wat betekent dat hij een uitstekende dagdromer is. Maar Jani overtreed de regel waarin staat dat Kekkes zich niet aan mensen laat zien…
Fijn boek met heel wat herkenning wat betreft andere verhalen: het in slaap strooien van mensen? Klaas Vaak. (Bas Maliepaard maakt op zijn site ook gewag van Wiplala, maar het is al te lang geleden dat ik dat boek nog las om me dat te herinneren) 100 jaar slapen? Doornroosje. Het fijne is ook dat Klaas Vaak en Doornroosje ook door Tim in het boek worden herkend, maar niet door Jani Kekke. Aan het begin van het boek bedacht ik nog: “niet wéér een zoveelste jongetje met de gave om een klein mannetje, dat niemand anders kan zien, te zien”.
Ik moest mijn mening echter bijstellen. Het is een geestig boek, met fijn uitgewerkte personages, elk met hun eigen karakter, waar je als lezer aan gehecht geraakt. In die mate dat je het jammer vindt dat Jani aan het eind van het boek aan Tim een briefje schrijft, dat Tim hem niet meer zal zien. (Maar Jani hem wel, dat maakt het een beetje goed)
Het zich tonen aan “blauwe” mensen is bijzonder gevaarlijk, voor Kekkes. Zij zouden weleens het bestaan van Kekkes kunnen gaan verklappen! Van blauw-groene mensen, zoals de koningin, valt niet zoveel te vrezen. Zij zijn ook bedreven in dagdromen, maar niet zo erg als Tim. Om verborgen te blijven voor hem, vertelt Jani wanneer hij zijn blunder opbiecht, moest hij heel snel zand strooien, wanneer Tim héél even niet keek, of net zijn ogen even dichthad.
Gele mensen zien helemaal niets, en weten niets van dagdromen af, zoals Tim’s ouders. Ook dit is een redelijk klassiek gegeven: zij willen dat Tim tenisser, honkbalspeler, schaker, voetballer, tekenaar, of dat liefst allemaal, wordt. Maar Tim dagdroomt liever. Tim draagt een bril, en tijdens het dagdromen gaat hij alweer op zijn bril zitten. Maar hij hoeft niet scherp te zien, dus laat hij het maar zo. Dat is het begin van het boek, en dat zet een beetje de toon.
De hulp die Jani met hulp van Tim, aan de koningin wil bieden, namelijk zijn blunder rechtzetten, kan niet zomaar worden uitgevoerd. Maar ook dit gegeven wordt niet saai. Tim krijgt les van een focusleraar, iemand die oranje is: meneer Stievens. Op pagina 45-46 wordt het voor de lezer ietwat chaotisch: “Mijnheer Stievens liep heen en weer in de studeerkamer. Tim zat aan tafel, met een nieuwe stapel oefeningen voor zich. Jani Kekke zat op zijn schouder (Meneer Sievens kan hem niet zien, net als Svetlana later in het boek, en de auteur gaat hierover niet in de fout, ook niet bij de blauwgroene persoonlijkheid, die de koningin is.) “Focussen”, zei meneer Stievens, “is de basis voor elk succes.” Hij keek Tim serieus aan en tikte met zijn vinger tegen de zijkant van zijn hoofd. “Erbij blijven”, zei hij. “Hoofd erbij houden, daar gaat het om.” “Waar gaat dit over?” Jani Kekke sprong op tafel, liep over het papier en bekeek de oefeningen aandachtig. “Ik moet leren focussen”, fluisterde Tim. Meneer Stievens hield zijn hand naast zijn oor. “Wat zei je daar?” “Ik moet leren me te focussen,” zei Tim hardop. “Waarom?” Vroeg Jani Kekke. “Inderdaad! Zei meneer Stievens. “Focussen is de basis voor je ontwikkeling”. “Voor je ontwikkeling”? Vroeg Jani Kekke aan Tim. “Wat heb je daar aan? Het is vast niet zo belangrijk als de koningin wakker maken. Hoelang duurt dit?” “Je dagdroomt te veel”, zei meneer Stievens. Hij ging half op de tafel zitten en leunde naar Tim over. “Maar dat kun je afleren.” “Hé?” zei Jani Kekke geschokt.( …). Gelukkig wordt er wel duidelijk gemaakt wie wat wanneer zegt.
Op de tekening op pagina 53 staat iets wat totaal niet klopt met wat de tekst zegt, en dat zou wel mogen, aangezien de tekening letterlijk weer moet geven wat de tekst zegt: “Svetlana hield haar kopje hoog in de lucht. Haar andere hand hield ze angstig tegen haar hart.” Maar ik zie dat ze haar hand voor haar mond heeft… Het originele van dit boek bestaat erin dat Jani Kekke echt wel beseft dat hij overtreding na overtreding begaat, door mensen buiten hun tijd om in slaap te strooien. Jani is absoluut geen held, maar “een wezentje van vlees en bloed” zou je kunnen zeggen. Dat maakt het boek zowaar geloofwaardig, met al zijn sprookjeselementen. Het is fijn dat het goedkomt, dat de dokters, die bedreven zijn in neurotische ziekten, psychische kwalen en dergelijke, Svetlana geloven wanneer zij zegt dat ze au-pair en helderziende uit Rusland is. Je hebt ook nooit het gevoel dat er elementen in het verhaal worden bijgesleurd. Jani heeft in het boek van Doornroosje gelezen dat de prinses 100 jaar sliep, maar gelooft daarom nog niet dat de koningin ook kan wakkergezoend worden voor haar tijd. Dat is echter precies wat wél goedkomt. De koningin vindt ook de “allerkleinste tekening van de wereld” die Tim maakte, erg mooi, wanneer ze na haar “ziekte” toch de aula in de school kan openen. Ook hier worden “melige elementen” die als “eindgoed-algoed” kunnen worden bestempeld, ontkracht. Tims ouders zijn heel fier op hem, en ze sturen hem op tekenschool. Maar dat wil niet zeggen dat ze nu niet meer vinden dat hij en en en en en moet worden…
Fijn boek.
Jani Kekke en de blauwe dagdromer / Lisa Boersen met illustraties van Linda Groeneveld.- Nieuw-Amsterdam, 2007.- 978 90 468 0251 9

vrijdag, juli 18, 2008

Wow!

Heerejee zeg, het is een kanjer van een boek, met heel kleine lettertjes en redelijk dun papier, maar WAT een boek is "De Boekendief" zeg. Het blaast me omver, het lijkt wel de wolf die het huisje van de drie biggetjes komt om blazen. Al is dit laatste zinnetje misschien wat oneerbiedig. Al die inzichten! Die personages! Ik geloof dat ik trouwens nog een antwoord heb op deze discussie: ik denk, dat, wanneer je in je boek ALLEEN maar niet-sympathieke mensen stopt, je geen goed boek hebt, of wanneer je er alleen maar somberte in stopt. Deze "De boekendief" bevat alles : personages die sympathiek zijn, om tegengewicht te bieden tegen een ander personage dat niet zo sympathiek is. Dit boek toont je hoe de wereld in elkaar zit/zat, tentijde van WOII
Alles voor ontspanning, maar ook alles om veel verder te kijken dan dat je neus lang is. Héérlijk boek.

dinsdag, juli 08, 2008

Handjes...

Phoe, er zitten dezer dagen weer handjes achter mijn ogen, die in vliegende vaart de bladzijden van mijn boek willen omslaan. Wat ze ook willen, is dat ik alles om me heen vergeet. Maar de handjes achter mijn ogen kunnen op twee oren slapen: met "De boekendief" van Markus Zusak is het alvast niet moeilijk om alles rond me heen te vergeten, en elk woord, elke letter, elke zin in dit - van bij de eerste zin - verrukkelijke boek te verslinden... Zusak heeft trouwens nog twee boeken die in het Nederlands vertaald zijn, en die wil ik ook gaan lezen. Deze boeken zijn vervolgen en volgens onze bibcatalogus vanaf 12 jaar. ("De Underdog" en "De Vechter" heten ze.)