ik bundel, wij bundelen, zij bundelen
ik lees, wij lezen, zij worden voorgelezen!
Zou het zomervakantie zijn, en zouden er daarom zoveel verhalenbundels verschijnen? Ik zag er laatst zelfs eentje ("Als engelen de grond raken")waarin drie boeken van Gerda Van Erkel gebundeld werden ("Engel in rood", "Ik kom je halen" en "Mijn zoute zoen". Of eentje van Marc De Bel, gelukkig wel met drie érg goeie verhalen over de Boeboeks, niet toevallig ouder werk waaronder "Soezie Boebie" en "De pilletjes van Opa Kakadoris".
De laatste tijd val ik blijkbaar ook voor Rindert Kromhout, en eigenlijk heeft de man mij nog niet teleurgesteld: ik las laatst "Igor, beer in nood" opnieuw, en werd van mijn sokken geblazen door "Alle maskers af", naar mijn gevoel een verhaal waarin niets is wat het lijkt, of waarin niemand is wie hij lijkt. Ook: "Het grote boek van Meester Max", waarin veel, veel verhalen over Meester Max' kleutermonsters zijn samengebracht. Het laatste boek bij de bundels is "Grote Helden" ook van Kromhout, waarin verhalen over Kleine Ezel, Merel en Meester Max zijn terug te vinden. En verhalen van Bil en Wil. Naar dit boek ben ik nog benieuwd, en da's er zowaar eentje in full color en op van dat prettig bijna glanzend papier. Jaja. Wat zou een mens doen zonder boeken? Helemaal niks. Ook niet wanneer het te warm is onder een lezende mens' schedeldak, want dan leest ie alle Harry Potter boeken opnieuw, boeken vol vriendschap, vijandschap en magie.
U wilt NOG iets anders? Dan beveel ik u van harte en met veel graagte de Robin-bundels en verhalen van Sjoerd Kuyper aan! Van "Robin is verliefd" is trouwens een compleet luisterboek gemaakt ook, voor wie geen zin heeft in letters, maar wel in geluid...
zondag, juli 05, 2009
Een zoen voor een Dominee
Jawel jawel. Of een maaltijd met spekjes. Of een uitdrukking meer of minder. Fijn dat er nog mensen zijn die gezond gek blijken te zijn. Of meewerken aan Sesamstraat!
http://www.vk.tv/volkskrant.nl/flash/vk_main.swf?c=1205675
http://www.vk.tv/volkskrant.nl/flash/vk_main.swf?c=1205675
vrijdag, juli 03, 2009
Twee meisjes / Siska Goeminne ; Anne Westerduin
De titel zegt alles, maar omdat de titel alles zegt, is dit boek in geen geval een slecht boek. Het is prachtig. Het boek begint VOOR de titelpagina. Met een tekst die Toke omschrijft, hoe ze is, en hoe ze geboren werd. Het boek eindigt met een zelfde rode bladzijde, met hoe Ot ontstond, en stierf. Hierdoor blijft de lezer absoluut niet met een triest gevoel achter: een triest gevoel dat dit boek uit is. Wat je krijgt is een poëtische vertelling, en een terugkijk op twee levens, die heel lang geleden begonnen. En zijn doorgegaan, en hoe twee meisjes oud werden. De ene (Toke) in een huis. En Ot in een bejaardentehuis. Waar ze zich niet thuisvoelt. De lezer wordt meegenomen: soms aan de hand van foto’s die Toke en Ot bekijken, elk afzonderlijk van elkaar. (Zonder afbeeldingen) De tekeningen zijn vegen op papier ; ze passen goed bij dit verhaal van “net genoeg”. Uitdrukkingen zijn niet zo te zien, maar ze zijn een mooie begeleiding bij een boek dat in elke vorm van de taal klopt. De flashbacks gaan terug naar vroeger, hoe Ot en Toke elkaar leerden kennen, en hoe verschillend ze zijn: Toke wild en springerig, en Ot stil en teruggetrokken. En dat is zo gebleven. Maar Ot verhuisde, en Toke mist haar. Wanneer ze elkaar na een hele lange tijd terugzien, is de (h)erkenning groot. Toke wil dat Ot bij haar komt wonen, dan is ze niet meer zo alleen. Ot vertelt Toke dat ze bang is om te sterven, ze is immers ziek. Samen, op een bankje gezeten, glijdt dit verhaal uit. Zonder sterfgeval, maar je voelt als lezer elke vezel van deze met liefde geschetste personages. Je merkt dat Ot wel eens biseksueel zou kunnen zijn: “af en toe werd ze verliefd op een vrouw. En enkele jaren ging het goed met een man”. Maar dit doet verder niets ter zake in dit tedere, gevoelige verhaal zonder grote dramatiek. Ot en Toke zijn er voor elkaar, ze vullen elkaar perfect aan: de stille Ot, en de springerige Toke. Ze houden van elkaar, en respecteren de tekorten van de ander. Een parel.Twee meisjes / Siska Goeminne ; illustraties Anne Westerduin.- Hasselt : Afijn, 2006.- 63 p.: ill.- ISBN: 90 5933 086 2 – 978 90 5933 086 3
denkt u ook spontaan hieraan, wanneer u dit boek gelezen hebt?
denkt u ook spontaan hieraan, wanneer u dit boek gelezen hebt?
woensdag, juli 01, 2009
Het mag zo stilletjesaan even ophouden...
... dit is het enige dat ik daar vandaag over las, en ook deze keer schrik ik behoorlijk, ook al heb ik enkel "Bezoek van Mister P". gelezen van haar.
dinsdag, juni 23, 2009
Als ik niet toevallig de waarheid gezegd had / Ingelin Angerborn
“Als Tilda niet toevallig de waarheid gezegd had, zou dit nooit gebeurd zijn. Ze zou geen liefdesbrief geschreven hebben naar Axel, ze zou de Kilimanjaro niet kwijtgeraakt zijn, zou niet op de verkeerde wc gegaan zijn, ze zou Worstje niet ontmoet hebben, zou niet met haar armen in de olifantenpoep gelegen hebben… en ze had zeker nooit de hoofdprijs hebben gewonnen!”
Dit is wat de achterflap vertelt, en het boek biedt ook niet meer dan dat. Ook niets minder, en dat is fijn.
Elk hoofdstuk begint ook op dezelfde manier, zodat het op een refrein gaat lijken: Als ik niet…, Nu gebeurde dat wel.
Het is niet nodig om het vorige boek over Tilda te lezen, ze vertelt in dit boek redelijk over wie er in het vorige boek tot haar leefwereld behoorden, zoals Tante Doris, die nu verderop woont (omdat Tilda samen met haar moeder en met Tomas, de gymleraar op school, en Tilda’s moeder haar vriend) is verhuisd.
Het is een goed geschreven boek, zonder fouten, en zonder slechte vertalingen. Maar voor mij was dit boek een beetje een suikerspin: lekker, maar niets meer dan dat. Zoals gezegd: wanneer je de achterflap gelezen hebt, heb je wat mij betreft genoeg gelezen. Het is geen slecht boek, Tilda is een lekker gek meisje (maar geen Pippi Langkous: ze heeft bezorgde volwassenen rondom zich, en verstandige vrienden. Zij zorgen ervoor dat Tilda niet nog gekkere dingen meemaakt. Tilda is gek op honden, en op pagina 10 loert Astrid Lindgren om het hoekje: ze heeft een van haar 120 pluche honden “Bootsman” genoemd. Hij is overigens ook een Sint-Bernardshond. Ze heeft ook een pluchen Afghaanse windhond, maar hij moet het vaak bekopen, wanneer ze huilt, nogal vaak, moet hij dienen als zakdoek.
Op pagina 15 zegt Tilda’s moeder haar na, wanneer ze uitlegt dat Axel haar niet meer wil zien: “Wil Axel je niet meer zien?” “Hij komt niet naar mijn feestje. “Komt hij niet naar je feestje?” “Mama kan vast geen eigen woorden meer bedenken”, is Tilda’s vaststelling.
Op p.19 staat een inimini-foutje: Axel wordt even Alex. Hoeft niet. Komt daarna ook niet meer voor.
Op pagina 22 stoort de eerste zin me: “Ik liep zo gewoon mogelijk naar het hek en de oprit van Axel.” Dat zijn zinnen die ik al zo vaak ben tegengekomen, dat ze me echt blijven storen: Mensen hebben geen hekken of opritten, hun huizen waarin ze wonen wel!
Op p34 wordt een grappige omschrijving gegeven van een brievenbus, nadat Tilda eerder kwam vast te zitten op het balkon van Axels huis. Ze wilde een brief afgeven: “Heb je nooit van een brievenbus gehoord?” Hikte hij. Mama gierde met Tomas mee. “Heel leuk, zei ik.” “Dat is een kleine, praktische uitvinding waarin je een brief kunt stoppen,” ging Tomas verder. “Soms is het gewoon een sleuf met een klep in de deur, soms is het een apart busje met een slot, meestal vooraan in de tuin”. Mama sloeg dubbel van het lachen.
Op pagina 69 lees ik dat je ook een hond kunt uitlaten zonder dat je, zoals in “Hoe appelsienen de toekomst voorspellen”, een hondendrol uitvoerig moet beschrijven: “Simon haalde een zwart zakje uit zin broekzak. Met dichtgeknepen neus en een grote grijns raapte hij het ding achter Worstje op. (Klaar!) Even verder blijkt blijkbaar dat het, wanneer je vieze dingen bij je hebt, het moeilijk is om een vuilnisbak te vinden…
Op pagina 74 krijgt Tilda van haar moeder een nieuwe jas. Ze wil hem in de eerste winkel die ze tegenkomt kopen, maar daar komt volgens mama niets van in: ze moet eerst overal kijken, zodat ze later geen spijt krijgt, waarop Tilda het volgende repliceert: “Maar… zei ik, als ik de jas in de eerste winkel koop en niet in de andere winkels ga kijken, kan ik toch geen spijt krijgen?”
Dit boek heeft leuke personages, maar wat mij betreft mocht het iets meer zijn.
Als ik niet toevallig de waarheid gezegd had/ Ingelin Angerborn.- Tielt : Lannoo, 2007.-102p.- ISBN 978 90 209 7223 8
Dit is wat de achterflap vertelt, en het boek biedt ook niet meer dan dat. Ook niets minder, en dat is fijn.
Elk hoofdstuk begint ook op dezelfde manier, zodat het op een refrein gaat lijken: Als ik niet…, Nu gebeurde dat wel.
Het is niet nodig om het vorige boek over Tilda te lezen, ze vertelt in dit boek redelijk over wie er in het vorige boek tot haar leefwereld behoorden, zoals Tante Doris, die nu verderop woont (omdat Tilda samen met haar moeder en met Tomas, de gymleraar op school, en Tilda’s moeder haar vriend) is verhuisd.
Het is een goed geschreven boek, zonder fouten, en zonder slechte vertalingen. Maar voor mij was dit boek een beetje een suikerspin: lekker, maar niets meer dan dat. Zoals gezegd: wanneer je de achterflap gelezen hebt, heb je wat mij betreft genoeg gelezen. Het is geen slecht boek, Tilda is een lekker gek meisje (maar geen Pippi Langkous: ze heeft bezorgde volwassenen rondom zich, en verstandige vrienden. Zij zorgen ervoor dat Tilda niet nog gekkere dingen meemaakt. Tilda is gek op honden, en op pagina 10 loert Astrid Lindgren om het hoekje: ze heeft een van haar 120 pluche honden “Bootsman” genoemd. Hij is overigens ook een Sint-Bernardshond. Ze heeft ook een pluchen Afghaanse windhond, maar hij moet het vaak bekopen, wanneer ze huilt, nogal vaak, moet hij dienen als zakdoek.
Op pagina 15 zegt Tilda’s moeder haar na, wanneer ze uitlegt dat Axel haar niet meer wil zien: “Wil Axel je niet meer zien?” “Hij komt niet naar mijn feestje. “Komt hij niet naar je feestje?” “Mama kan vast geen eigen woorden meer bedenken”, is Tilda’s vaststelling.
Op p.19 staat een inimini-foutje: Axel wordt even Alex. Hoeft niet. Komt daarna ook niet meer voor.
Op pagina 22 stoort de eerste zin me: “Ik liep zo gewoon mogelijk naar het hek en de oprit van Axel.” Dat zijn zinnen die ik al zo vaak ben tegengekomen, dat ze me echt blijven storen: Mensen hebben geen hekken of opritten, hun huizen waarin ze wonen wel!
Op p34 wordt een grappige omschrijving gegeven van een brievenbus, nadat Tilda eerder kwam vast te zitten op het balkon van Axels huis. Ze wilde een brief afgeven: “Heb je nooit van een brievenbus gehoord?” Hikte hij. Mama gierde met Tomas mee. “Heel leuk, zei ik.” “Dat is een kleine, praktische uitvinding waarin je een brief kunt stoppen,” ging Tomas verder. “Soms is het gewoon een sleuf met een klep in de deur, soms is het een apart busje met een slot, meestal vooraan in de tuin”. Mama sloeg dubbel van het lachen.
Op pagina 69 lees ik dat je ook een hond kunt uitlaten zonder dat je, zoals in “Hoe appelsienen de toekomst voorspellen”, een hondendrol uitvoerig moet beschrijven: “Simon haalde een zwart zakje uit zin broekzak. Met dichtgeknepen neus en een grote grijns raapte hij het ding achter Worstje op. (Klaar!) Even verder blijkt blijkbaar dat het, wanneer je vieze dingen bij je hebt, het moeilijk is om een vuilnisbak te vinden…
Op pagina 74 krijgt Tilda van haar moeder een nieuwe jas. Ze wil hem in de eerste winkel die ze tegenkomt kopen, maar daar komt volgens mama niets van in: ze moet eerst overal kijken, zodat ze later geen spijt krijgt, waarop Tilda het volgende repliceert: “Maar… zei ik, als ik de jas in de eerste winkel koop en niet in de andere winkels ga kijken, kan ik toch geen spijt krijgen?”
Dit boek heeft leuke personages, maar wat mij betreft mocht het iets meer zijn.
Als ik niet toevallig de waarheid gezegd had/ Ingelin Angerborn.- Tielt : Lannoo, 2007.-102p.- ISBN 978 90 209 7223 8
Abonneren op:
Berichten (Atom)